Auteursrecht op scripties (en publicaties van medewerkers) in het hbo

Wat heeft de hogeschool over een afstudeerverslag te zeggen? Heeft het bedrijf waar de student zijn of haar afstudeeronderzoek doet ook auteursrecht op scripties? En wie heeft nou het auteursrecht op leermateriaal, studieboeken of onderzoekspublicaties die door medewerkers van een hogeschool gemaakt zijn? Ik kreeg de afgelopen weken weer verschillende vragen hierover en het leek me een goede reden om het even samen te vatten.

Auteursrecht op werken van medewerkers in het hbo

De Auteurswet is er duidelijk over. In beginsel is de maker van een werk ook de auteursrechthebbende van het werk. Artikel 1 Aw stelt: Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.

In artikelen 4 t/m 9 van diezelfde Auteurswet wordt ingegaan op wie er in specifieke gevallen als maker van een werk gezien moet worden. Eén van die scenario’s is als een werk wordt gemaakt door een persoon die in dienst is van een werkgever. Artikel 7 Aw stelt dat in dat geval de werkgever de auteursrechthebbende is: Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.

Dit zogenaamde werkgeversauteursrecht vormt daarmee ook de basis van de discussies over auteursrecht voor iedereen die werkzaam is in een hoger onderwijsinstelling. Een discussie die ook lastig te voeren is want artikel 7 Aw kun je makkelijk ‘omzeilen’ door te claimen dat het maken van een werk helemaal geen onderdeel is van jouw takenpakket. Of – en dit is een populair argument – door je te beroepen op het feit dat je dat werk in je eigen tijd gemaakt hebt. En niet in de baas zijn tijd.

Voor het hbo gelden deze argumenten echter niet want in de cao-hbo (PDF) een artikel E-7 opgenomen die expliciet stelt dat de hogeschool de auteursrechthebbende is. Het auteursrecht op werken in de zin van de Auteurswet komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is. Of wordt verricht ten behoeve van de werkgever. Het maakt hierbij dan niet meer uit of je dat onder werktijd of in je eigen tijd gemaakt hebt, alleen maar of het in het verlengde ligt van je werkzaamheden.

Artikel E-7 Auteursrechten en industriële eigendom
De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit:
• het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet;
• het uitvinden van een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze in de zin van de Rijksoctrooiwet; of
• het kweken of winnen van een ras waarop een kwekersrecht kan worden gevestigd als bedoeld in de Zaaizaad- en Plantgoedwet
komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen, uitvinden, kweken of winnen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de werkgever.

Wanneer geldt het werkgeversauteursrecht?

Alleen diegenen die een arbeidsovereenkomst hebben met een onderwijsinstelling (op basis van de cao-hbo) worden als werknemer beschouwd. Conform artikel A-1 van de cao-hbo vallen leden van colleges van bestuur en centrale directies daar niet onder en dat geldt logischerwijs dus ook voor iedereen die werkt voor een instelling maar geen arbeidsovereenkomst heeft, zoals ingehuurde externen (zzp’ers) en bedrijven waarmee samengewerkt wordt in het onderwijs.

exclamation uitroeptekenVoor zowel docenten als onderzoekers met een parttime aanstelling, met meerdere dienstverbanden (cao’s) en/of met een eigen bedrijf geldt dat een hogeschool het auteursrecht heeft op alle werken die zij in het kader van hun aanstelling en opgedragen werkzaamheden gemaakt hebben. De tijdstippen of dagen waarop het werk is uitgevoerd dat leidt tot het vervaardigde kennisproduct zijn hierin niet van belang.

De praktijk is natuurlijk een stuk weerbarstiger. Ondanks het gegeven dat het auteursrecht toekomt aan de hogescholen op zelf ontwikkeld onderwijsmateriaal, boeken, artikelen en andere werken van haar werknemers worden er al jarenlang afspraken gemaakt tussen docenten, onderzoekers en uitgevers over het openbaar maken en verveelvoudigen van die werken: het publiceren. Diverse docenten hebben studieboeken geschreven die door uitgevers op de markt worden gebracht. In alle gevallen zijn de exploitatierechten via een overeenkomst overgedragen aan een uitgever en in voorkomende gevallen is dit ook met de auteursrechten gebeurd.

Bij lectoren en onderzoekspublicaties is het vaak nog lastiger omdat lectoren veelal niet alleen een arbeidsovereenkomst met de hogeschool hebben maar ook een tweede arbeidsovereenkomst met een wetenschappelijke onderwijsinstelling. De cao van de universiteiten kent geen soortgelijk artikel E-7 terwijl de aard van de werkzaamheden bij deze universiteiten veelal wel een grote overlap heeft met de werkzaamheden bij de hogeschool. Daarnaast komen veel onderzoekspublicaties tot stand middels samenwerkingsverbanden met bedrijven, instellingen en andere onderzoekers waarbij er een gedeeld auteursrecht zal ontstaan. Dit betekent dat een hogeschool waarschijnlijk maar zelden het auteursrecht kan claimen van onderzoekspublicaties.

Auteursrecht op scripties en afstudeerverslagen

Auteursrecht, of misschien is zeggenschap een betere term, over een afstudeerwerk van een student wordt pas ter discussie gesteld als er bepaalde belangen gaan spelen. In het verleden heb ik discussies gehad met managers van opleidingen die van mening waren dat zij – als hogeschool – de rechthebbenden zijn omdat ze (goede en representatieve) scripties willen publiceren die de kwaliteit en niveau van de opleiding vertegenwoordigen. En zij van mening waren dat de opleiding en afstudeerbegeleiders vanuit de hogeschool daar bepalend in zijn geweest.

Artikel 6 van de Auteurswet wordt hierbij dan als onderbouwing gegeven: Indien een werk is tot stand gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, wordt deze als de maker van dat werk aangemerkt.

Maar ja, het heet niet voor niets een studentwerk. De reden voor het maken van een scriptie is nou net dat de kennis en vaardigheden van de student beoordeeld moeten worden. Vanzelfsprekend kun je een student alleen maar beoordelen op een werk dat aantoonbaar van hem of haar zelf is.

Recentelijk speelde er een discussie tussen een student, opleiding en afstudeerbedrijf waarbij het auteursrecht van de scriptie toegekend werd aan het afstudeerbedrijf. Hierbij was het argument dat het werkgeversauteursrecht van toepassing was (voor het bedrijf) omdat de afstuderende student arbeid had verricht voor dat bedrijf. Dankzij het ontbreken van een arbeidsovereenkomst tussen het bedrijf en de student was het snel duidelijk dat de student feitelijk als freelancer beschouwd moest worden en kon de discussie – bij gebrek aan afspraken vooraf – snel beslecht worden maar het voorbeeld maakt wel duidelijk dat studenten zelf ook onvoldoende op de hoogte zijn van hun rechten.

exclamation uitroepteken auteursrecht op scriptiesHet auteursrecht op scripties of andere afstudeerproducten, die beogen de kennis en vaardigheden van de student te toetsen, berust bij de student. Vanwege de verschillende belangen die kunnen spelen bij zowel de student als opdrachtgever is het aan te raden om duidelijke afspraken te maken over mogelijkheden en beperkingen t.a.v. het publiceren, verspreiden en hergebruiken van het afstudeerproduct. Liggen die afspraken er niet? Dan blijft de student de auteursrechthebbende.

Maak dus altijd afspraken (in bijv. een publicatiebeleid)

Ook al geven de Auteurswet en de cao-hbo voldoende handvaten om vast te stellen wie het auteursrecht heeft op afstudeerproducten, leermaterialen, studieboeken, artikelen en onderzoekspublicaties, in de praktijk spelen er vele belangen die de discussie een stuk lastiger maken. Bij scripties wil een opleiding graag de toppers kunnen tonen tijdens accreditaties bijvoorbeeld. Wil een opdrachtgever graag een goed onderzoek kunnen publiceren op hun eigen internet- of intranetsite. Of daar zelfs commercieel gebruik van gaan maken.

En ook al heeft een hogeschool in beginsel het auteursrecht op de studieboeken die door docenten geschreven worden en de onderzoekspublicaties van onderzoekers, het betekent niet dat de hogeschool die publicaties allemaal kan/gaat uitgeven.

Het is dus essentieel om desondanks goede afspraken te (laten) maken met alle betrokken partijen. In een publicatiebeleid kan een hogeschool vastleggen wat ze precies nastreven bij het publiceren door studenten, medewerkers en onderzoekers van hun instelling zodat het voor iedereen duidelijk is welke afspraken er al zijn gemaakt maar ook wat er van hun verlangd wordt naar anderen toe.

Zo stelt Windesheim dat er schriftelijk vastgelegde afspraken moeten zijn tussen studenten en de instellingen die de afstudeeropdracht verstrekken over het publiceren van het afstudeerwerk. En dat docenten in overleg met hun leidinggevenden afspraken kunnen – en moeten – maken als ze studiemateriaal maken dat door een educatieve uitgever gepubliceerd gaat worden. Terwijl de focus op het publiceren door onderzoekers niet ligt op een discussie over auteursrecht maar op hoe er zoveel mogelijk Open Access gepubliceerd kan worden.

Omdat de discussie over wat je met publicaties wilt doen veel belangrijker is dan de vraag van wie ze auteursrechtelijk zijn.

@afbeelding in header via Pixabay met CC0-verklaring

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (12) Write a comment

  1. Pingback: Auteursrecht, Open Access en de HBO Kennisbank - Vakblog

  2. En hoe het zit het dan met werknemers van een HBO instelling die ook als student ingeschreven staan bij diezelfde HBO instelling en ook producten opleveren als student?

    Reply

    • @Daniëlle Het werkgeversauteursrecht geldt gewoon bij een bestaande arbeidsovereenkomst maar heeft (alleen) betrekking op de werken die in het kader van die aanstelling en opgedragen werkzaamheden gemaakt zijn. Ben je dus werknemer bij een hogeschool en daar ook als student ingeschreven (wat trouwens geen uitzondering is)? Dan heeft de instelling geen auteursrecht op bijvoorbeeld je dissertatie of afstudeerwerk omdat dit volledig los staat van de werkzaamheden die je voor je werkgever verricht. En het beginsel dat jouw kennis en vaardigheden *als student* getoetst worden in die werken blijft onverminderd van toepassing. Inclusief dat het auteursrecht voor die werken jou toekomt.

      Je kunt het wel enorm vertroebelen natuurlijk door je werkgever ook als opdrachtgever te hebben voor een afstudeer- of onderzoeksproject en onduidelijke afspraken te maken over wat er met je geproduceerde werk mag gebeuren maar dat doe je vast niet :)

      Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top