Conclusie van Advocaat-Generaal Europees Hof van Justitie: bibliotheken kunnen ebooks uitlenen onder het leenrecht

uitlenen van ebooksVandaag, 16 juni 2016, heeft Advocaat-Generaal Szpunar van het Europese Hof van Justitie zijn conclusie (PDF) uitgesproken over de vier prejudiciële vragen die door de Haagse Rechtbank aan het Europese Hof van Justitie waren gesteld over het (kunnen) uitlenen van ebooks. Szpunar is van mening dat het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken inderdaad kan vallen onder de richtlijn inzake het verhuur- en het uitleenrecht. 

Hoewel dit natuurlijk goed nieuws is voor bibliotheken is het niet zo dat bibliotheken nu al aan de slag kunnen want de definitieve uitspraak van het Europese Hof van Justitie zelf volgt pas later dit jaar. Maar zelfs als het Europese Hof het advies van de Advocaat-Generaal overneemt zijn er nog flink wat hordes te nemen om tot een praktische uitvoering te komen. Ik kijk daarom eerst terug op de hele aanleiding voor deze discussie, bespreek de conclusie van Szpunar en ga een beetje speculeren op wat de mogelijke consequenties zouden kunnen zijn.

Hoe begon het ook alweer?

De juridische discussie over het uitlenen van ebooks kreeg eind februari 2013 breed de aandacht toen het voor de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) teleurstellende nieuws door minister Bussemaker naar buiten werd gebracht in de aanloop naar de nieuwe Bibliotheekwet. Zij concludeerde, met een uitgebreid onderzoeksrapport als basis, dat er geen wettelijke grondslag is voor het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken. Hoewel het uitlenen van fysieke boeken onder het leenrecht (of beter gezegd, de leenrechtexceptie) valt, zou dat niet gelden voor het uitlenen van ebooks. Bibliotheken kunnen geen ebooks uitlenen onder het leenrecht en deze moesten dus expliciet afspraken gaan maken met (alle) uitgevers om dit wel te doen.

En zo geschiedde – met het huidige ebookplatform als resultaat – maar de VOB startte desalniettemin op 19 juni 2013 een proefprocedure bij de Haagse rechtbank tegen de Stichting Leenrecht om een principiële uitspraak te krijgen over het kunnen uitlenen van ebooks onder het leenrecht.

Leenrecht, uitputting van het distributierecht en ebooks?

De VOB was het dus niet eens met het standpunt van de minister en vorderde bij de Haagse rechtbank ten eerste dat de uitlening van ebooks onder het leenrecht valt, ten tweede dat het voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van ebooks een verkoop is in de zin van de bepalingen inzake het distributierecht, en ten derde dat ebooks uitlenen door openbare bibliotheken tegen een billijke uitleenvergoeding geen inbreuk op het auteursrecht vormt.

Bij papieren boeken heb je te maken met uitputting van het distributierecht heet. Als iemand een exemplaar van een (papieren) boek aanschaft dan is die persoon ook de eigenaar van dat exemplaar. Dat exemplaar kan je doorverkopen, weggeven of uitlenen aan een ander zonder dat de auteur of uitgever zich daar tegen kan verzetten. Het distributierecht – het auteursrecht van een rechthebbende om te bepalen hoe een exemplaar verspreid mag worden – komt te vervallen zodra het exemplaar verkocht door de rechthebbende of met diens toestemming (door een uitgever). Dankzij dit uitgeputte distributierecht ontstaat de mogelijkheid voor bibliotheken om gekochte boeken uit te lenen zonder dat auteurs of uitgevers daar bezwaar tegen kunnen maken.

Maar omdat het (grootschalig) uitlenen van exemplaren door bibliotheken kan botsen met de verkoop van dezelfde titels, is er – in 1996 – een wettelijke grondslag ingebouwd in (artikel 15c van) de Auteurswet die een vergoeding toekent aan de rechthebbenden als hun boeken uitgeleend worden via de bibliotheken: het leenrecht. Sinds die tijd regelt een collectieve beheersorganisatie, de Stichting Leenrecht, het innen van de leenrechtvergoedingen bij de bibliotheken en het weer afdragen ervan aan de rechthebbenden. Auteurs ontvangen dus via de Stichting Leenrecht een vergoeding op basis van de uitleencijfers van de door hen geschreven boeken. Een regeling die uiteindelijk dus volledig gebaseerd is op het feit dat de rechten uitgeput zijn van boeken.

Waarom is de discussie over het distributierecht nou zo essentieel? Nou omdat in de Auteursrechtrichtlijn geen rekening is gehouden met het bestaan van digitale goederen en er al flinke discussies en rechtszaken zijn geweest hierover. Of het nou gaat om software of ebooks, de uitgevers hanteren het principe dat ze een gebruiksrecht aan klanten verkopen en niet dat het eigendom wordt van de koper. Oftewel, volgens uitgevers blijven ze zeggenschap houden over elk verkocht exemplaar/licentie en is er geen sprake van uitputting van distributierecht. Het vormt ook de basis van de diverse rechtszaken tussen de Nederlandse uitgevers en Tom Kabinet want ook het kunnen doorverkopen van tweedehands ebooks is op dezelfde discussie over uitputting van het distributierecht gestoeld.

Tom Kabinet voerde echter, net als de VOB, een eerdere uitspraak op van het Europese Hof van Justitie die specifiek over de vraag ging of het distributierecht geldt voor digitale goederen. Het UsedSoft/Oracle arrest ging weliswaar over het kunnen overdragen van een exemplaar van software maar de uitspraak is gebaseerd op de interpretatie door het Europese Hof van Justitie van artikel 4 over uitputting uit dezelfde Europese auteursrecht-richtlijn 2001/29/EG. Het maakt het, onder specifieke voorwaarden, mogelijk om het gebruiksrecht/licentie van gedownloade software over te dragen aan een ander en dat is volgens de VOB niet anders voor ebooks. Vandaar de vordering van de VOB dat het verkopen van ebooks ook gewoon onder het distributierecht valt en dat uitgevers dus helemaal geen zeggenschap meer hebben over verkochte exemplaren.

Het Nederlandse recht bleek ook uitgeput

In de Nederlandse auteursrechtwetgeving is niets opgenomen over het distributierecht of uitlenen van ebooks en het is de reden waarom de minister tot de conclusie kwam dat het in Nederland niet mogelijk is voor bibliotheken om onder gelijke voorwaarden als fysieke boeken ebooks aan te schaffen en uit te lenen. De Nederlandse regering kan hier niets aan veranderen en dat betekent dat ofwel het Europese auteursrechtenbeleid – waar de Nederlandse Auteurswet op gebaseerd is – gewijzigd moet worden of dat het Europese Hof van Justitie het huidige beleid anders moet gaan interpreteren.

De VOB stuurde aan op het laatste met de proefprocedure tegen de Stichting Leenrecht en nadat LIRA, Pictoright en het Nederlands Uitgeversverbond zich in deze rechtszaak aansloten vond op 27 mei 2014 de zitting plaats bij de Haagse rechtbank. Met het UsedSoft arrest in de hand vroeg de VOB de Haagse rechtbank om prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie om zo die principiële uitspraak en (definitieve) interpretatie te krijgen.

Daar ging de Haagse rechtbank in mee en ook al bleken de verschillende partijen ieder hun eigen vragen te willen stellen, uiteindelijk volgde dan het vonnis op 1 april 2015 met de prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie. De rechtbank wilde specifiek (en alleen) prejudiciële vragen stellen over het mogen uitlenen van downloadbare romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur (om het af te bakenen qua consequenties). Daarnaast gaat het de rechtbank om het one copy, one user-model, waarbij een ebook niet meer beschikbaar is voor anderen indien dit uitgeleend is omdat overeenkomt met de belangrijkste voorwaarde in het UsedSoft/Oracle arrest.

De vragen aan het Europese Hof van Justitie

De Haagse Rechtbank stelde de volgende prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie:

1. Dienen de artikelen 1 lid 1,2 lid 1 sub b en 6 lid 1 van richtlijn 2006/115 aldus te worden uitgelegd dat onder “uitlening” als daar bedoeld mede is te verstaan het zonder direct of indirect economisch of commercieel voordeel via een voor het publiek toegankelijke instelling voor gebruik ter beschikking stelten van auteursrechtelijk beschermde romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur:
– door een kopie in digitale vorm (reproductie A) op de server van de instelling te plaatsen en het mogelijk te maken dat een gebruiker die kopie door middel van downloaden kan reproduceren op zijn eigen computer (reproductie B),
– waarbij de kopie die de gebruiker tijdens het downloaden maakt (reproductie B), na verloop van een beperkte termijn niet meer bruikbaar is, en
– waarbij andere gebruikers gedurende die termijn de kopie (reproductie A) niet kunnen downloaden op hun computer?

Het one copy one user model wordt in jip-en-janneketaal uitgeschreven maar het is wel meteen de hamvraag: kan het uitlenen van ebooks (middels het one copy one user model) worden aangemerkt als uitlenen in de zin van de Europese Leenrechtrichtlijn?

2. Als vraag 1. bevestigend moet worden beantwoord, staat artikel 6 van richtlijn 2006/115 en/of een andere bepaling van het Unierecht eraan in de weg dat lidstaten aan de toepassing van de in artikel 6 van richtlijn 2006/115 opgenomen beperking op het uitleenrecht de voorwaarde stellen dat de door de instelling ter beschikking gestelde kopie van het werk (reproductie A) in het verkeer is gebracht door een eerste verkoop of andere eigendomsovergang van die kopie in de Unie door de rechthebbende of met zijn toestemming in de zin van artikel 4 lid 2 van richtlijn 2001/29?

Hier komt de uitputting van het distributierecht aan bod (artikel 4, lid 2 van de Auteursrechtrichtlijn) terwijl artikel 6 van de Leenrechtrichtlijn regelt dat auteurs een vergoeding ontvangen voor de uitleningen. In het geval dat het uitlenen van ebooks inderdaad toegestaan is onder het leenrecht, geldt dan dezelfde voorwaarde (net als bij papieren boeken) dat het uitlenen alleen mag plaatsvinden met een exemplaar dat via verkoop of andere eigendomsoverdracht door de rechthebbende al op de markt is gebracht?

3. Als vraag 2. ontkennend moet worden beantwoord, stelt artikel 6 van richtlijn 2006/115 andere eisen aan de herkomst van de door de instelling ter beschikking gestelde kopie (reproductie A), zoals bijvoorbeeld de eis dat die kopie is verkregen uit legale bron?

Mocht het Hof niet mee willen gaan in het scheppen van de voorwaarde dat een eerste verkoop van een ebook voldoende is om het uit te kunnen (mogen) lenen, biedt artikel 6 van de Leenrechtrichtlijn ruimte om andere eisen te stellen aan waar een uitleenbaar ebook vandaan mag komen? Hiermee willen de uitgevers vooral uitsluitsel krijgen en voorkomen dat doorverkochte/gedoneerde/illegale of op andere wijze verkregen ebooks door bibliotheken uitgeleend kunnen worden en er afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van een ebook(titel).

4. Als vraag 2. bevestigend moet worden beantwoord, dient artikel 4 lid 2 van richtlijn 2001/29 aldus te worden uitgelegd dat onder de eerste verkoop of andere eigendomsovergang van materiaal als daar bedoeld mede wordt verstaan het op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van een digitale kopie van auteursrechtelijk beschermde romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur?

Mocht het Hof wel vinden dat de voorwaarde van een eerste verkoop voldoende is, dan wil de Haagse Rechtbank expliciet weten of met de verkoop van een ebook(exemplaar) het distributierecht uitgeput is. Dit is zogezegd dus ook de kern van de rechtszaken tegen Tom Kabinet.

De antwoorden van de Advocaat-Generaal

Eerste prejudiciële vraag

In zijn uitgebreide conclusie gaat de Advocaat-Generaal in elk geval zeer flexibel om met de interpretatie van de diverse richtlijnen waar in de vragen aan gerefereerd wordt. Al bij de inleidende opmerkingen stapt hij onmiddellijk af van de door de rechtbank aangebrachte afbakening naar romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur en concludeert dat het antwoord op de vragen van toepassing is op alle categorieën werken die als ebook verschijnen (#22). Ook kiest hij voor een duidelijke stellingname dat de uitlegging van de richtlijnen moet beantwoorden aan de behoeften van de huidige moderne samenleving en wil hij niet vasthouden aan de letter van de richtlijnen die tientallen jaren geleden opgesteld zijn. Lang voordat er sprake was van commerciële exploitatie van ebooks (#23 en #25)

De AG ziet de uitlening van ebooks als een moderne equivalent van de uitlening van papieren boeken en is het niet eens met het argument dat er een fundamenteel verschil zou bestaan tussen de beide verschijningsvormen. Dat een gebruiker kennis wenst te nemen van de inhoud van het boek, zonder dat hij thuis een eigen exemplaar wil behouden, is waar het volgens hem om gaat (#31). Hij merkt ook fijntjes op dat de leenrechtrichtlijn notabene in het leven is geroepen om de markt voor verhuur van cassettes, cd’s en dvd’s te reguleren en dat die inmiddels ook vervangen zijn door online varianten (#28).

Vervolgens concludeert hij dat de belangrijkste doelstelling van het auteursrecht de bescherming van de belangen van auteurs is en dat het geen toeval is dat belangenorganisaties Lira en Pictoright het standpunt van de VOB ondersteunen: juist omdat bibliotheken nu met uitgevers moeten onderhandelen voor het uitlenen van ebooks gaan de vergoedingen naar de uitgevers en niet per se naar de auteurs. Terwijl leenrechtvergoedingen rechtstreeks ten goede komen aan die auteurs en dat ziet Szpunar als een uitstekende reden om een digitale uitlening onder het leenrecht te laten vallen: het is nou net waar het auteursrecht voor bedoeld is (#33 t/m #36)

Ook is Szpunar van mening dat bibliotheken in het digitale tijdperk in staat moeten zijn dezelfde rol te blijven vervullen ten aanzien van het bewaren en verspreiden van de cultuur (#38) en hij ziet het privilege van het leenrecht voor ebooks dan ook als een belangrijke voorwaarde om dat te kunnen doen als bibliotheken (#39).

De juridische tegenargumenten van NUV maar ook die van de Duitse en Franse regering (die later gereageerd hebben) komen feitelijk neer op een constatering dat ebooks uitlenen inbreuk zou maken op de auteursrechten van de maker en dat de terminologie van kopie in de wetgeving gebruikt wordt voor fysieke exemplaren. Daar kan de Advocaat-Generaal zich niet in vinden en hij verwijst naar het UsedSoft arrest (#51):

Zo heeft het Hof […] geoordeeld dat door het downloaden van internet wel degelijk een kopie van het werk – in dit geval een computerprogramma – beschikbaar wordt gesteld, en dat die download, indien daarbij een licentieovereenkomst voor het gebruik ervan gedurende onbeperkte tijd wordt gesloten, een verkoop van de desbetreffende kopie vormt die leidt tot uitputting van het distributierecht voor die kopie.

Dat acht hij ook van toepassing op ebooks en dat is een uitspraak die potentieel nog verder gaat dan alleen maar het mogelijk maken van uitlenen van ebooks. Het maakt gekochte ebooks je eigendom en daarmee ook het doorverkopen van je ebooks mogelijk.

Schaadt het de uitgevers?

Als ebooks uitgeleend mogen worden, schaadt het dan de belangen van de uitgevers? Daar past de Advocaat-Generaal de driestappentoets voor toe uit de Auteursrechtrichtlijn. Hij vindt dat het om een bijzonder geval gaat omdat het uitlenen van ebooks beperkt wordt in zowel tijd als het feit dat alleen bibliotheken het kunnen doen (#67). Ook het argument van de NUV dat het kunnen lenen (en downloaden) van ebooks afbreuk doet aan een normale exploitatie van het werk kan niet op steun van Szpunar rekenen. De tijdelijke beschikbaarheid van een ebookuitlening en de beperking op het kunnen lenen door het one copy one user model ziet hij als voldoende restricties en onderscheid ten opzichte van die reguliere verkoop (#69). Hij voegt er nog subtiel aan toe dat meerdere studies aantonen dat het uitlenen van boeken (en ebooks) de verkoop niet vermindert maar juist kan verhogen.

Dat de wettige belangen van de auteur niet mag worden geschaad ziet hij niet als een belemmering. Integendeel, doordat er leenrechtvergoedingen rechtstreeks naar de auteurs gaan bij ebookuitleningen worden die belangen alleen maar beter gediend (#74).

Al met al ziet hij geen enkele reden waarom de Europese lidstaten geen openbare uitleenexceptie voor ebooks kunnen invoeren: In ieder geval is het uiteindelijk aan de lidstaten om […] zodanige regels voor die exceptie op te stellen dat deze vorm van uitlening daadwerkelijk een functioneel equivalent wordt van de traditionele uitlening en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van de auteursrechten. Met oplossingen als het in het hoofdgeding aan de orde zijnde „one copy one user” model of het verplichte gebruik van technische beschermingsmaatregelen kan dit resultaat worden bereikt (#73).

Conclusie met betrekking tot de eerste prejudiciële vraag

Bovenstaande analyse kan als volgt worden samengevat. Het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken is geen toekomstmuziek en nog minder een vrome wens. Integendeel: het gebeurt daadwerkelijk in de praktijk. Als gevolg van de enge uitlegging van het begrip „uitleenrecht” die in de lidstaten prevaleert, wordt de digitale uitlening evenwel volledig beheerst door de wetten van de markt in tegenstelling tot de uitlening van traditionele boeken, waarvoor een regelgeving geldt die gunstig is voor de bibliotheken. Derhalve is naar mijn mening een aangepaste uitlegging van het bestaande wettelijke kader noodzakelijk zodat de bibliotheken in de hedendaagse digitale omgeving van dezelfde gunstige voorwaarden gebruik kunnen maken. Een dergelijke uitlegging is niet alleen in het algemene belang van toegang tot wetenschap en cultuur, maar ook in het belang van de auteurs. Daarnaast is zij in het geheel niet in strijd met de tekst noch met de systematiek van de geldende regelingen. Integendeel, alleen bij een dergelijke uitlegging kunnen deze regelingen de hun door de wetgever toebedachte rol volledig blijven vervullen, namelijk de aanpassing van het auteursrecht aan de realiteit van de informatiemaatschappij.

Bijgevolg geef ik in overweging om op de eerste prejudiciële vraag te antwoorden dat artikel 1, lid 1, van richtlijn 2006/115, gelezen in samenhang met artikel 2, lid 1, onder b), van die richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat onder het uitleenrecht in de zin van dit artikel mede wordt verstaan het voor beperkte tijd aan het publiek ter beschikking stellen van ebooks door bibliotheken. Lidstaten die de uitleenexceptie van artikel 6 van deze richtlijn willen invoeren voor de uitlening van ebooks dienen zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden van die uitlening geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk en niet op ongerechtvaardigde wijze schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de auteurs.

Ik kan geen antwoord bedenken dat nog meer in het voordeel van de bibliotheken uit zou vallen. Het is een lofzang op de rol van bibliotheken door de Advocaat-Generaal met bijna een carte blanche voor bibliotheken om ebooks uit te gaan lenen onder het leenrecht.

Tweede, derde en vierde prejudiciële vraag

Op de drie resterende vragen gaat Szpunar (gelukkig) niet al te uitgebreid in omdat de vraag over het uitlenen van ebooks al bevestigend beantwoord is en het niet zo is dat er alleen maar uitgeleend kan worden als het distributierecht uitgeput is (een bibliotheek mag geen exemplaren uitlenen *omdat* ze het gekocht hebben en het distributierecht daarom uitgeput is #83).

Hij volstaat met de constatering dat als er ebooks uitgeleend gaan worden onder een uitleenexceptie, de voorwaarde dat deze ebooks door een eerste verkoop verkregen moeten worden in die exceptie opgenomen zou kunnen worden om geen afbreuk te doen aan de belangen van de auteurs (#85). Als het om de legaliteit gaat legt hij wel de link naar een eerdere uitspraak van het Europese Hof over de thuiskopie en concludeert hij dat, net als met een thuiskopie, het uitlenen van ebooks niet toegestaan is met kopieën uit een ongeoorloofde bron (#86).

Eindconclusie van de Advocaat-Generaal en advies aan het Europese Hof van Justitie

1) Artikel 1, lid 1, van richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom, gelezen in samenhang met artikel 2, lid 1, onder b), van die richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat onder het uitleenrecht in de zin van dit artikel mede wordt verstaan het voor beperkte tijd aan het publiek ter beschikking stellen van ebooks door bibliotheken. Lidstaten die de uitleenexceptie van artikel 6 van deze richtlijn willen invoeren voor de uitlening van ebooks dienen zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden van die uitlening geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk en niet op ongerechtvaardigde wijze schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de auteurs.

2) Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat een lidstaat die de in die bepaling bedoelde exceptie heeft ingevoerd, als voorwaarde stelt dat de ebooks die op grond van die uitzondering worden uitgeleend, vooraf door de rechthebbende of met zijn toestemming ter beschikking zijn gesteld aan het publiek, mits die voorwaarde niet zodanig wordt geformuleerd dat de strekking van de exceptie wordt beperkt. Ook moet diezelfde bepaling aldus worden uitgelegd dat zij alleen betrekking heeft op ebooks uit legale bron.

Oftewel, de Advocaat-Generaal stelt dat het uitlenen van ebooks onder het uitleenrecht valt en dat een land dit als exceptie kan opnemen in de eigen auteurswetgeving. Hierbij moet er wel voor gezorgd worden dat de normale exploitatie niet in gevaar komt en dat er geen schade wordt toegebracht aan de belangen van auteurs. Als het gaat om de herkomst van die ebooks dan mag de exceptie zo worden geformuleerd dat de ebooks uit een eerste verkoop en een legale bron afkomstig moeten zijn.

Wat kan dit gaan betekenen?

*Als* het Europese Hof van Justitie de conclusie overneemt – inclusief de diverse onderliggende argumenten en interpretaties – dan zal dit potentieel zeer grote consequenties hebben. Om alvast met het slechte nieuws te beginnen gaat het niet betekenen dat bibliotheken meteen een gigantische collectie ebooks kunnen aanschaffen en gaan uitlenen.

De eerste stap zal zijn om de leenrechtexceptie in de Auteurswet uit te breiden met de mogelijkheid om ebooks uit te lenen. Om dat te kunnen doen zullen de bibliotheken moeten bepalen met welk model er gewerkt gaat worden, zal er een (betaalbaar) inkoopbeleid van ebooks voor een landelijk platform moeten komen, zal met de Stichting Leenrecht vastgesteld moeten worden wat een acceptabele leenrechtvergoeding is voor het uitlenen van ebooks en zal dat allemaal moeten worden doorberekend of het wel te betalen is.

Het ebookplatform werkt nu bijvoorbeeld met een one copy multiple user model waarbij ebooks nooit “uitgeleend” zijn en omschakelen naar een one copy one user model heeft grote consequenties voor de dienstverlening. Hoeveel exemplaren kun en wil je dan per titel gaan inkopen? Doe je dat landelijk of wil je op regionaal of gemeentelijk niveau onderscheid kunnen maken? En hoe ga je dat regelen? Hoe ga je uberhaupt exemplaren van ebooks aanschaffen want er is geen bestelplatform en bij gebrek aan een vaste boekenprijs voor ebooks zul je ook prijsafspraken met uitgevers moeten maken. Er zijn vele scenario’s denkbaar en die zullen allemaal bekeken en doorgerekend moeten worden vermoed ik. Mijns inziens is de VOB (en KB) nu aan zet om hier alvast over na te gaan denken en in ieder geval vast te stellen welk scenario de bibliotheken nastreven.

Voor uitgevers zou deze uitspraak ook grote consequenties hebben. Niet alleen hun bestaande verdienmodel qua uitleningen gaat dan op de schop maar ineens kunnen ook de goed verkopende ebooks – die nu nauwelijks of niet via de openbare bibliotheek te lenen zijn – wel uitgeleend worden. Idealiter zou dat kunnen leiden tot innovaties om ebooks die ze verkopen toegevoegde waarde mee te geven ten opzichte van de exemplaren die via de bibliotheek geleend kunnen worden. Maar dat veel uitgevers dit als een grote bedreiging zullen zien lijkt me geen vergezochte aanname. Hoe zullen ze hier mee omgaan?

En zelfs voor degenen die toch liever hun ebooks kopen heeft het gevolgen. Een gekocht exemplaar is dan definitief jouw eigendom en aangezien het distributierecht uitgeput is mag je waarschijnlijk je ebooks tweedehands doorverkopen. Zal Tom Kabinet dan weer terugkeren? En moet Amazon het in Europa straks verplicht mogelijk maken dat consumenten hun gekochte Kindle ebooks kunnen downloaden (zonder DRM)? Net als Apple?

Maar voor nu is het toch eerst afwachten tot het Europese Hof van Justitie de definitieve antwoorden gaat geven op de vragen van de Haagse rechtbank…

Afbeelding via Pixabay met CC0 verklaring

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (52) Write a comment

  1. Pingback: Conclusie van Advocaat-Generaal Europees Hof va...

  2. Pingback: Tweetweekoverzicht week 27 2016: Scenario's voor leenrecht voor ebooks, Instagram, Kindle met kleurenscherm, Snapchat en Privacy Shield - Vakblog

  3. Pingback: Ebooks in Nederland: de nieuwe cijfers (Q2 2016) - Vakblog

  4. Pingback: Advies Europees Hof van Justitie: uitlenen e-books hoort onder leenrecht – IP | vakblad voor informatieprofessionals

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top