Conclusie van Advocaat-Generaal Europees Hof van Justitie: Franse wet over niet meer leverbare boeken is niet te verenigen met de Europese auteursrechtrichtlijn

Al jaren worstelen bibliotheken, musea en erfgoedinstellingen met de juridische restricties die gepaard gaan met het digitaliseren van ouder (en verweesd) materiaal uit hun collecties. En vecht Google al ruim 10 jaar met rechthebbenden over het mogen digitaliseren van boeken. Omdat (vooral) de Auteurswet nou eenmaal vereist dat auteurs en andere rechthebbenden toestemming moeten geven voor dit soort activiteiten.

Ondertussen voerde Frankrijk in 2012 echter een nieuwe wet in die een aanpassing opleverde van het Franse wetboek van intellectuele eigendom (de Franse Auteurswet). In deze nieuwe wetgeving wordt (o.a.) geregeld dat er een database van niet meer leverbare boeken wordt samengesteld (door de nationale bibliotheek van Frankrijk) en dat na zes maanden na opname in deze database een collectieve auteursrechtenorganisatie toestemming kan geven om dit boek te digitaliseren. En dus het boek opnieuw in digitale vorm beschikbaar te maken.

Qu’est-ce que le droit et la loi?

De Franse overheid (specifiek het Franse ministerie van Cultuur) beoogde hiermee een juridische route te creëren om de honderdduizenden boeken die voor 1 januari 2001 in Frankrijk gepubliceerd zijn – en niet meer in folio of digitaal te koop zijn – alsnog digitaal beschikbaar te krijgen voor het publiek. Voor culturele, educatieve en wetenschappelijke doeleinden.

In de loi (wet) wordt dit in een aantal artikelen vastgelegd en afgebakend:

  • Artikel L. 134-1: Onder niet meer verkrijgbaar boek in de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan een boek dat vóór 1 januari 2001 in Frankrijk is uitgegeven en niet langer door een uitgever in de handel wordt gebracht en thans niet in gedrukte of digitale vorm wordt uitgegeven.
  • Artikel L. 134-2: Er wordt een openbare databank aangemaakt die vrij toegankelijk is en gratis ter beschikking wordt gesteld middels een online dienst voor de mededeling ervan aan het publiek. Deze databank bevat een lijst van de niet meer verkrijgbare boeken. De nationale bibliotheek van Frankrijk zorgt voor de uitvoering van de dienst, houdt deze databank bij en plaatst de in de artikelen L. 134-4, L. 134-5 en L. 134-6 bedoelde aantekeningen.
  • Artikel L. 134-3: Wanneer een boek langer dan zes maanden is opgenomen in de in artikel L. 134-2 vermelde databank, wordt het recht om de reproductie en de weergave ervan in digitale vorm toe te staan uitgeoefend door een door titel II van boek III van dit deel beheerste auteursrechtenorganisatie, die hiertoe wordt erkend door de minister van cultuur.
  • Artikel L. 134-4: De auteur van een niet meer verkrijgbaar boek of de uitgever met een recht tot reproductie van dit boek in gedrukte vorm, kan zich verzetten tegen de uitoefening van het recht tot het verlenen van toestemming […] door een erkende auteursrechtenorganisatie. De [nationale bibliotheek van Frankrijk] wordt uiterlijk zes maanden nadat het betrokken boek in de in dezelfde alinea genoemde databank is opgenomen, schriftelijk van dit verzet in kennis gesteld.
  • Artikel L. 134-5: Indien de auteur of de uitgever bij het verstrijken van de in artikel L. 134-4 bedoelde termijn geen kennis heeft gegeven van verzet, doet de auteursrechtenorganisatie een voorstel tot reproductie en weergave in digitale vorm van een niet meer verkrijgbaar boek aan de uitgever die beschikt over het reproductierecht op dit boek in gedrukte vorm. […] De auteursrechtenorganisatie verstrekt de in de eerste alinea vermelde toestemming tot exploitatie exclusief voor een periode van tien jaar, welke stilzwijgend kan worden verlengd.
  • Artikel L. 134-6: De auteur en de uitgever met een recht op reproductie in gedrukte vorm van een niet meer verkrijgbaar boek stellen op enig moment gezamenlijk de in artikel L. 134-3 vermelde auteursrechtenorganisatie in kennis van hun besluit, haar het recht om reproductie en weergave van dat boek in digitale vorm toe te staan, te ontnemen. […] De auteur van een niet meer verkrijgbaar boek kan op enig moment besluiten het recht om reproductie en weergave van het boek in digitale vorm toe te staan, aan de […] auteursrechtenorganisatie te ontnemen, indien hij aantoont de enige rechthebbende te zijn van de in artikel L. 134-3 bepaalde rechten.

Waar dit op neerkomt is dat uitgevers gestimuleerd worden om ofwel de boeken uit hun fondsen – waar ze commercieel belang bij hebben – opnieuw leverbaar te maken (al dan niet digitaal) danwel dit over te laten aan de aangewezen auteursrechtenorganisatie. Als een auteur of uitgever binnen zes maanden na opname van een titel in de database wel bezwaar maakt, geldt er namelijk ook nog eens een verplichting om het niet leverbare boek binnen anderhalf jaar opnieuw uit te geven.

Attendez une minute

Dat de wetgeving een positieve bijdrage kan leveren aan de beschikbaarheid van niet meer leverbare boeken in Frankrijk staat niet ter discussie. Uitgevers krijgen een keuze voorgelegd en, afhankelijk van de investeringen die ze daar (nog) voor willen doen, kunnen zelf besluiten of ze titels uit hun fondsen willen laten verlopen of niet.

De Franse auteurs zagen dit echter helemaal niet als een positieve ontwikkeling. Als een werk niet meer leverbaar is, werd voorheen na verloop van tijd het bijbehorende contract met de uitgever beëindigd, waarna de publicatie- en exploitatierechten weer aan de auteur(s) terugvielen. Nu ineens konden hun boeken in de database opduiken van de Franse nationale bibliotheek en kon een auteursrechtenorganisatie bepalen wat er met hun werken ging gebeuren. En als ze al bezwaar aantekenden, dan gold de verplichting om het niet meer leverbare boek alsnog weer leverbaar te maken nog steeds voor de oorspronkelijke uitgever.

In mei 2013 dienden twee Franse schrijvers, Marc Soulier en Sara Doke, daarom een verzoekschrift in bij het Franse hof (Conseil d’Etat) om de wetgeving nietig te laten verklaren. Hun argument hierbij was dat de Europese auteursrechtrichtlijn 2001/29 in artikel 2 (PDF) duidelijk maakt dat (alleen) de maker van een werk over de de publicatie- en exploitatierechten kan beschikken. En dat het dus niet zo kan zijn dat deze rechten via wetgeving met een opt-out regeling worden overgedragen aan een auteursrechtenorganisatie. In de aanloop naar de rechtszaak die hier op volgde sloten de Franse schrijversvakbond Syndicat des écrivains de langue française (SELF), de schrijversvereniging Autour des auteurs en 35 individuele schrijvers zich aan bij de beide verzoekers.

De rechter besloot dat de wetgeving niet tegen de Franse grondwet in ging en dat de belangen en rechten van auteurs voldoende afgedekt waren door de mogelijkheid van bezwaar maken (artikel L. 134-4) en het ontnemen van de rechten van de auteursrechtenorganisatie als de auteur kan aantonen de enige rechthebbende te zijn (artikel L. 134-6). De verwijzende rechter vroeg zich wel af of de Franse wetgeving indruist tegen de bepalingen van de Europese richtlijn 2001/29 (artikel 2 en artikel 5).

La question préjudicielle

De Conseil d’Etat hield daarom de zaak aan en formuleerde een prejudiciële vraag (PDF) aan het Europese Hof van Justitie om hierop antwoord te krijgen:

Verzetten de [artikelen 2 en 5] van richtlijn 2001/29 zich ertegen dat een regeling als die welke [is ingesteld bij de artikelen L. 134-1 tot en met L. 134-9 CPI], erkende auteursrechtenorganisaties belast met de uitoefening van het recht om de reproductie en de weergave in digitale vorm van ‘niet meer verkrijgbare boeken’ toe te staan, en daarbij de auteurs of de rechthebbenden van deze boeken de mogelijkheid biedt die uitoefening onder de bij deze regeling bepaalde voorwaarden te beletten of te beëindigen?

Analyse et conclusion

Voordat het Europese Hof van Justitie uitspraak doet – later dit jaar – geeft Advocaat-Generaal Wathelet echter zijn analyse en conclusie over deze zaak. Hij beschouwt artikel 5 van de richtlijn 2001/29 (die de excepties opsomt) als niet relevant voor het beantwoorden van de hoofdvraag maar artikel 3 des te meer. Dit artikel bepaalt dat auteurs het uitsluitende recht hebben de mededeling van hun werken voor het publiek toe te staan of te verbieden.

Op dit uitsluitende recht ziet Wathelet geen mogelijke uitzonderingen, ook niet via collectief beheer zoals in Frankrijk, en hij komt dan ook tot de volgende conclusie:

Artikel 2, onder a), en artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, verzetten zich ertegen dat een regeling, als die welke bij de artikelen L. 134-1 tot en met L. 134-9 van de code de la propriété intellectuelle is ingesteld, erkende auteursrechtenorganisaties belast met de uitoefening van het recht om de reproductie en de weergave in digitale vorm van “niet meer verkrijgbare boeken” toe te staan, ook al biedt zij de auteurs of de rechthebbenden van deze boeken de mogelijkheid die uitoefening te beletten of te beëindigen, onder bepaalde door haar vastgestelde voorwaarden.

Dat is een helder antwoord waarbij opvalt dat Advocaat-Generaal Wathelet, net als zijn collega Szpunar vorige maand in de conclusie over het leenrecht voor ebooks, de focus legt op de rechten en belangen van de auteur en niet zo zeer op die van de “rechthebbenden”, wat in de praktijk meestal de uitgevers zijn.

Het uitsluitende recht van de maker is echter het fundament van zowel de internationale als Europese auteursrechtwetgeving en waar ik t.a.v. het leenrecht voor ebooks echt nog de definitieve uitspraak van het Europese Hof afwacht, kan ik me niet voorstellen dat het Hof de conclusie van Wathelet niet overneemt. De Franse wetgever heeft feitelijk van het recht (van auteurs) op exploitatie van hun boeken een verplichting gemaakt en gaat daarmee, ondanks de goede intenties, in tegen de kern van het auteursrecht.

En dat kan dus niet volgens Wathelet. Als Frankrijk de niet meer leverbare boeken van voor 1 januari 2001 digitaal beschikbaar wil maken voor het publiek dan zullen de auteurs daar nog steeds (expliciet) toestemming voor moeten geven. In tegenstelling tot de opt-out regeling die erfgoedinstellingen en nationale bibliotheken in vele landen hanteren voor verweesde werken, zijn voor deze boeken de auteurs gewoon bekend en is er geen barrière om die toestemming te vragen.

Het ziet er dus naar uit dat Frankrijk terug naar de tekentafel zal moeten voor een nieuwe loi.

Meer lezen? De conclusie van Advocaat-Generaal Wathelet (via Curia) // Europese auteursrechtrichtlijn 2001/29 (via EUR-Lex) // AG Wathelet advises CJEU to hold French law on out-of-print books incompatible with EU law (via IPKat) // Conclusie A-G HvJEU over digitaal ontsluiten werken die niet meer toegankelijk zijn voor publiek (via Boek 9)

@afbeelding in header via Pixabay met CC0-verklaring

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (8) Write a comment

  1. Beste Raymond,

    Dank voor deze uitstekende bespreking van de ebooks en voor het auteursrecht in de EU belangrijke conclusie van AG Wathelet van eergisteren. Het is terecht dat de auteurs in het gelijk worden gesteld en dat de Franse wetgever op de vingers wordt getikt. Echter… voor wat betreft werken waarvan de auteur is overleden, gaat mijn sympathie wel uit naar de Franse wet, aangezien de alsmaar fuserende uitgeverijen steeds meer in handen komen van hedge-funds, die enkel uit zijn op een zo groot mogelijk rendement, oftewel in de waan (lees: bestsellers) van de dag. Tegenwoordig hebben auteurs dankzij ebooks de keus om “indie” te gaan, d.w.z. niet langer afhankelijk te zijn van intermediairs (uitgeverijen, agenten etc.), maar voor 1 januari 2001 bestond die mogelijkheid nog nauwelijks. Laat de Franse wet nu net van toepassing zijn op werken gepubliceerd vóór die datum.
    Mijn opmerking t.a.v. overleden auteurs geeft mij wel een wat wrange bijsmaak, omdat de indiener van het verzoekschrift bij het Franse Hof, Marc Soulier, die onder pseudoniem Yal Ayerdhal met SF-verhalen debuteerde en een groot voorvechter was van de rechten van auteurs, helaas vorig jaar oktober op 56 jarige leeftijd is overleden. Hij heeft de conclusie van AG Wathelet niet meer kunnen lezen.

    Reply

    • Nogmaals mijn dank voor de uitstekende bespreking van de VOOR ebooks en voor het auteursrecht in de EU belangrijke conclusie van de AG Wathelet.

      Reply

    • Dank voor de aanvulling! Mijn sympathie gaat zeker uit naar de Franse wet want het achterliggende idee is zonder twijfel een hele goede. De gekozen route om van niet meer leverbare boeken de rechten feitelijk over te dragen aan een auteursrechtenorganisatie is echter eerlijk gezegd eentje waarvan ik niet snap dat het uberhaupt op die manier tot stand is gekomen.

      De ‘nette’ manier was mijns inziens geweest om wel dat register op te zetten van niet meer leverbare boeken *waarvan de rechten terug bij de auteurs zijn gekomen* maar dan vervolgens een aangewezen ‘staatsuitgever’ het aanbod te laten doen aan die auteurs om in ruil voor een billijke vergoeding, een digitale versie beschikbaar te mogen maken. Een opt-in regeling dus voor auteurs die voor velen aantrekkelijk zal zijn aangezien ze allemaal – per definitie – geen uitgever meer hebben die hun boeken op de markt wil houden.

      Maar ja, dat is een prijzige regeling natuurlijk ….

      Het introduceren van een Wet auteurscontractenrecht, zoals in Nederland al geldt, zou duidelijke grenzen stellen aan de termijn en voorwaarden waarbij uitgevers over de exploitatierechten van de boeken kunnen beschikken. Zo leg je druk op de uitgevers maar zorg je er wel voor dat je de afspraken met de auteurs (alleen) hoeft te maken. Maar misschien denk ik te eenvoudig.

      Reply

      • De Nederlandse Wet auteurscontractenrecht is inderdaad vele malen beter. Mijn vermoeden is dat er bij de totstandkoming van de Franse wet twee factoren een rol gespeeld hebben:
        1. overheidsmonopolisme (typisch Frans)
        2. invloed van grote uitgeverijen (niet typisch Frans).
        De zaak is uitermate complex en bevat bijna alle “verwikkelingen” die voortkomen uit het fenomeen “ebook”, en de belangen zijn groot. De franstalige wikipediapagina over het onderwerp lijkt zelfs het doelwit te zijn geweest van manipulatie.
        https://fr.wikipedia.org/wiki/ReLIRE

        Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top