Hoe ziet de nieuwe (voorgestelde) Europese onderwijsexceptie eruit?

De Europese Commissie zegde vorig jaar toe om, in het kader van de Digital Single Market, met voorstellen te komen tot modernisering van het (Europese) auteursrecht. In december 2015 kondigde de Commissie aan welke onderwerpen hierin centraal zouden staan en afgelopen week werden de uitgewerkte voorstellen gepresenteerd tijdens de State of the Union 2016. Wat wil de Europese Commissie gaan veranderen aan (o.a.) de onderwijsexceptie en welke gevolgen kan dit gaan krijgen in Nederland?

Controversieel

De diverse voorstellen hebben vooral tot grote teleurstelling geleid bij iedereen die hoopte (en verwachtte) dat de nieuwe Auteursrechtrichtlijn oude hindernissen zou weghalen voor consumenten en (kleinere) bedrijven die online diensten willen gebruiken of willen ontwikkelen. In plaats daarvan zijn alle voorstellen doorspekt met randvoorwaarden (en eisen) die in de praktijk alleen maar nieuwe hindernissen zullen gaan opleveren. De Europese Commissie lijkt de mening toegedaan te zijn dat de auteursrechten van traditionele uitgevers en de entertainmentindustrie online beter beschermd moeten worden ten koste van innovatie in en het stimuleren van de digitale eengeworden markt die het nastreeft.

Zo houdt de Europese Commissie vast aan het onzalige idee om naburige rechten te geven aan nieuwsuitgevers (een link tax) waarmee ze claims kunnen afgeven aan zoekmachines en sites die korte stukjes overnemen en/of linken naar nieuwsartikelen. Ook al heeft dat al jammerlijk gefaald in Spanje en Duitsland en heeft het Europees Parlement dit idee zelf al meerdere keren van de hand gewezen.

Ook wil de Commissie het wet maken dat contentplatformen op internet verplicht worden al het materiaal, dat door eindgebruikers geüpload wordt, te screenen op mogelijke auteursrechtinbreuken. Ook al is dat totaal onwerkbaar en onbetaalbaar tenzij je een miljardenbedrijf bent.

De Commissie komt wel met enkele nieuwe excepties die bepaalde vormen van gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal makkelijker moet maken. Eindelijk lijkt de implementatie van de Marrakesh Treaty in zicht te zijn waarbij de beschikbaarheid van werken voor visueel gehandicapten een impuls zou moeten krijgen, komt er inderdaad een uitzondering voor text and data mining (waar helaas wel restricties aan zitten), wordt het iets gemakkelijker voor culturele erfgoedinstellingen om hun collecties te digitaliseren (maar niet om die vervolgens online te zetten) en wil de Commissie de onderwijsexceptie uitbreiden om het gebruik van – digitale – auteursrechtelijk beschermde werken in het onderwijs gemakkelijker te maken.

Europese onderwijsexceptie

In de huidige Auteursrechtrichtlijn (2001/29/EC PDF) is in artikel 5(3)(a) al voorzien in de mogelijkheid voor lidstaten om een uitzondering in de eigen auteursrechtwetgeving te maken ten behoeve van het onderwijs: use for the sole purpose of illustration for teaching or scientific research, as long as the source, including the author’s name, is indicated, unless this turns out to be impossible and to the extent justified by the non-commercial purpose to be achieved.

Dit is in de Nederlandse Auteurswet vertaald naar artikel 16 Aw waarbij het verder ingevuld is met de voorwaarde dat het slechts om een deel van een werk mag gaan en dat er ook een vergoeding betaald moet worden aan de rechthebbenden. Dat heeft geleid tot een arbeidsintensieve afkoopregeling waarbij in het onderwijs maximaal 10.000 woorden uit boeken (8000 woorden uit tijdschriften) gebruikt mogen worden en docenten drukker zijn met de restricties van deze regeling, die uit het tijdperk van papieren readers stamt, dan met de mogelijkheden ervan.

De Europese Commissie onderkent dat de huidige onderwijsexceptie onvoldoende duidelijkheid biedt over het digitaal gebruik van werken in het onderwijs, laat staan over de (on)mogelijkheden die een dergelijke uitzondering geeft voor gebruik van materialen in online onderwijs / afstandsonderwijs. Een nieuwe onderwijsexceptie zou dan ook breder toegepast moeten kunnen worden aldus de Commissie:

The exception or limitation should cover both uses through digital means in the classroom and online uses through the educational establishment’s secure electronic network, the access to which should be protected, notably by authentication procedures. The exception or limitation should be understood as covering the specific accessibility needs of persons with a disability in the context of illustration for teaching. (bron, p.16)

De Europese Commissie wil echter ook rekening houden met het stelsel van educatieve licenties dat in enkele lidstaten gebruikt wordt voor een veel breder gebruik van beschermde werken in het onderwijs dan mogelijk is met een uitzondering in de auteursrechtwetgeving. Lidstaten mogen het ook op deze manier oplossen maar er moet dan wel gezorgd worden voor een adequaat gebruiksrecht voor onderwijstoepassingen op een manier dat onderwijsinstellingen niet extra administratief belast worden.

In particular, Member States could decide to subject the application of the exception or limitation, fully or partially, to the availability of adequate licences, covering at least the same uses as those allowed under the exception. This mechanism would, for example, allow giving precedence to licences for materials which are primarily intended for the educational market. In order to avoid that such mechanism results in legal uncertainty or administrative burden for educational establishments, Member States adopting this approach should take concrete measures to ensure that licensing schemes allowing digital uses of works or other subject-matter for the purpose of illustration for teaching are easily available and that educational establishments are aware of the existence of such licensing schemes. (bron, p.16)

En komt de Commissie tot het volgende voorstel in een nieuw artikel 4 van de beoogde nieuwe Europese auteursrechtrichtlijn:

Use of works and other subject-matter in digital and cross-border teaching activities
1. Member States shall provide for an exception or limitation to the rights provided for in Articles 2 and 3 of Directive 2001/29/EC, Articles 5(a) and 7(1) of Directive 96/9/EC, Article 4(1) of Directive 2009/24/EC and Article 11(1) of this Directive in order to allow for the digital use of works and other subject-matter for the sole purpose of illustration for teaching, to the extent justified by the non-commercial purpose to be achieved, provided that the use:
(a) takes place on the premises of an educational establishment or through a secure electronic network accessible only by the educational establishment’s pupils or students and teaching staff;
(b) is accompanied by the indication of the source, including the author’s name, unless this turns out to be impossible.

2. Member States may provide that the exception adopted pursuant to paragraph 1 does not apply generally or as regards specific types of works or other subject-matter, to the extent that adequate licences authorising the acts described in paragraph 1 are easily available in the market.

Member States availing themselves of the provision of the first subparagraph shall take the necessary measures to ensure appropriate availability and visibility of the licences authorising the acts described in paragraph 1 for educational establishments.

3. The use of works and other subject-matter for the sole purpose of illustration for teaching through secure electronic networks undertaken in compliance with the provisions of national law adopted pursuant to this Article shall be deemed to occur solely in the Member State where the educational establishment is established.


4. Member States may provide for fair compensation for the harm incurred by the rightholders due to the use of their works or other subject-matter pursuant to paragraph 1.

Wat kan dit gaan betekenen?

Net als alle andere voorstellen moet ook de voorgestelde nieuwe onderwijsexceptie nog besproken en bekrachtigd worden in het Europees Parlement voordat het daadwerkelijk wetgeving wordt. Het laatste woord is zeker nog niet gezegd hierover en bij de onderwijsexceptie zal de discussie – hopelijk – vooral gaan om wat het onderwijs er daadwerkelijk mee op zal schieten.

Enerzijds is het zeer positief dat er nu expliciet uitgegaan wordt van het digitaal gebruik van boeken, tijdschriften en andere werken ter toelichting van het onderwijs. Het betekent dat er opnieuw gekeken zal moeten worden in Nederland naar de mogelijkheden die deze onderwijsexceptie biedt voor het gebruik van materialen in de digitale leeromgeving. En dat – wederom hopelijk – er een betere en werkbaardere oplossing komt voor docenten dan woorden tellen in een ingescand document. Het overnemen van complete werken zal nooit toegestaan worden maar het instellingen (en uitgevers) makkelijker maken door simpelweg een maximum van 20% of 25% te hanteren zou toch tot de mogelijkheden moeten behoren.

Anderzijds is het zeer zorgwekkend dat de onderwijsexceptie zelf ook weer een uitzondering maakt als een lidstaat van mening is dat er een stelsel van ‘adequate licentie-afspraken’ aanwezig is waar onderwijsinstellingen gebruik van moeten maken. Ik heb meer dan 10 jaar ervaring met het maken van licentie-afspraken met uitgevers – waarbij ik onderhandel voor een gebruiksrecht voor het onderwijs – en laat ik mijn frustraties samenvatten met de constatering dat we in Nederland nog lichtjaren verwijderd zijn van een werkbaar en betaalbaar model.

Het feit dat de onderwijsexceptie ondergraven kan worden als uitgevers besluiten om peperdure licenties aan te gaan bieden voor gebruik van hun materialen in de digitale leeromgevingen kan ik met heel weinig verbeeldingskracht zien als de doodsteek voor het gebruik van kwalitatief onderwijsmateriaal in die leeromgevingen. Het voorbehoud dat in de onderwijsexceptie gemaakt wordt – dat lidstaten dan wel moeten sturen op een brede beschikbaarheid van deze licenties – stelt me niet gerust.

De onderwijsexceptie moet het mogelijk maken dat het onderwijs zonder grote hindernissen gebruik kan maken van andermans werken in het onderwijsmateriaal. Dat teniet doen door onderwijsinstellingen te dwingen licenties af te sluiten voor alles wat er gebruikt wordt zal alleen maar leiden tot meer ‘illegaal’ gebruik waarbij onderwijsmateriaal niet meer in digitale leeromgevingen gezet wordt maar via andere kanalen rechtstreeks aan studenten wordt verstrekt. Een ontwikkeling die helaas nu ook al gaande is dankzij de restricties van de huidige regeling en wat potentieel dus alleen maar erger zal gaan worden.

En wat nu?

Zoals gezegd moet dit voorstel voor een nieuwe onderwijsexceptie nog eerst besproken worden in het Europees Parlement. Ook dit voorstel lijkt de belangen van rechthebbenden zwaarder mee te laten wegen dan de belangen van de burgers waarvoor de onderwijsexceptie nou net bedoeld is en het is te hopen dat de discussie over de wenselijkheid daarvan opnieuw gevoerd wordt tijdens de besprekingen.

Wanneer de definitieve nieuwe Europese onderwijsexceptie een feit zal moeten zijn is nog niet bekend maar zelfs dan zijn we er nog niet. Vanaf dat moment hebben de lidstaten twee jaar de tijd om dit te verwerken in hun eigen wetgeving en zal in Nederland (hopelijk) een traject starten waarbij onderwijsinstellingen, rechthebbenden en overheid komen tot een aangepaste onderwijsexceptie in de Nederlandse Auteurswet. Die zal vervolgens ook weer concreet gemaakt moeten worden in een set met afspraken tussen onderwijs en rechthebbenden.

Oftewel, er valt nog niets zinnigs te zeggen over wat er allemaal gaat veranderen en op welke termijn dat dan zal plaatsvinden. Wat wel duidelijk is, is dat de Europese Commissie meer geluisterd heeft naar de kritieken van rechthebbenden en niet gezocht heeft naar concrete oplossingen voor de auteursrechtelijke problemen waar het onderwijs in geheel Europa al jaren mee worstelt. In plaats van het verzorgen van goed onderwijs met behulp van kwalitatief onderwijsmateriaal zullen docenten waarschijnlijk rekening moeten blijven houden met de auteursrechtelijke aspecten van onderwijsmateriaal en de (financiële) belangen van uitgevers. En, wie weet, licentie-overeenkomsten moeten gaan doorspitten voordat ze andermans werken als onderwijsmateriaal in de digitale leeromgeving kunnen zetten.

Wordt absoluut vervolgd …

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (4) Write a comment

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top