Europese Hof van Justitie: Bibliotheken kunnen ebooks uitlenen onder het leenrecht (maar wel onder bepaalde voorwaarden)

leenrechtOp 10 november 2016 heeft het Europese Hof van Justitie uitspraak gedaan (C-174/15) over de prejudiciële vragen die door de Haagse Rechtbank aan het Europese Hof van Justitie waren gesteld over het (kunnen) uitlenen van ebooks. Het Hof oordeelt dat het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken inderdaad kan vallen onder de richtlijn inzake het verhuur- en het uitleenrecht. Onder bepaalde omstandigheden.

Met deze uitspraak komt een einde aan een langlopende discussie tussen de openbare bibliotheken en uitgevers over de mogelijkheden voor bibliotheken om ebooks te kunnen uitlenen op dezelfde manier als dat ze al meer dan honderd jaar papieren boeken uitlenen. Het betekent echter niet dat bibliotheken nu onbeperkt ebooks kunnen inkopen en gaan uitlenen. Het Hof verbindt namelijk meerdere voorwaarden aan het digitale uitlenen door bibliotheken die de komende jaren nog uitgewerkt zullen moeten worden. De Vereniging van Openbare Bibliotheken is daarom blij met de uitspraak (PDF) maar ook (terecht) voorzichtig met het doen van uitspraken over wat deze uitspraak gaat betekenen voor de toekomstige dienstverlening van bibliotheken.

Hoe is deze hele kwestie begonnen? Wat heeft het Europese Hof van Justitie nu precies bepaald? En wat zijn de overwegingen die een rol (kunnen) spelen in het vervolgtraject om ook daadwerkelijk alle ebooks uit te kunnen lenen?

Hoe begon het?

De juridische discussie over het uitlenen van ebooks kreeg eind februari 2013 breed de aandacht toen het voor de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) teleurstellende nieuws door minister Bussemaker naar buiten werd gebracht in de aanloop naar de nieuwe Bibliotheekwet. Zij concludeerde, met een uitgebreid onderzoeksrapport als basis, dat er geen wettelijke grondslag is voor het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken. Hoewel het uitlenen van fysieke boeken onder het leenrecht (of beter gezegd, de leenrechtexceptie) valt, zou dat niet gelden voor het uitlenen van ebooks. Bibliotheken konden geen ebooks uitlenen onder het leenrecht en deze moesten dus expliciet afspraken gaan maken met (alle) uitgevers om dit wel te doen.

Dat is precies wat de bibliotheken deden en in januari 2014 werd het huidige ebookplatform geïntroduceerd met op dit moment een aanbod van ca. 11.000 titels, een kwart van de ebooks die ook verkocht worden. Desondanks startte de VOB op 19 juni 2013 een proefprocedure bij de Haagse rechtbank tegen de Stichting Leenrecht om een principiële uitspraak te krijgen over het kunnen uitlenen van ebooks onder het leenrecht.

Leenrecht en uitputting van het distributierecht

Aanleiding voor deze procedure was een arrest van het Europese Hof van Justitie waarin het Europese Hof verder verhandelen van aangeschafte software als legaal beoordeelde, het zogenaamde UsedSoft/Oracle arrest. Dit arrest ging over het kunnen overdragen van het eigenaarschap van een softwarelicentie en maakte het onder specifieke voorwaarden, mogelijk om het gebruiksrecht/licentie van gedownloade software over te dragen aan een ander.

Het bijzondere aan deze uitspraak was dat voor het eerst vastgesteld werd dat uitputting van het distributierecht ook voor digitale goederen kon gelden. De VOB ziet ebooks als vergelijkbare digitale goederen en vandaar de vordering van de VOB dat het verkopen van ebooks ook gewoon onder het distributierecht zou moeten vallen. Uitgevers zouden daarmee helemaal geen zeggenschap meer hebben over ebookexemplaren die ze al verkocht hebben waardoor bibliotheken ze zonder bezwaren kunnen uitlenen.

Uitputting van het distributierecht is bepalend voor het kunnen uitlenen van papieren boeken bij bibliotheken. Als iemand een exemplaar van een (papieren) boek aanschaft dan is die persoon ook de eigenaar van dat exemplaar. Dat exemplaar kan je doorverkopen, weggeven of uitlenen aan een ander zonder dat de auteur of uitgever zich daar tegen kan verzetten. Het distributierecht – het auteursrecht van een rechthebbende om te bepalen hoe een exemplaar verspreid mag worden – komt te vervallen zodra het exemplaar verkocht door de rechthebbende of met diens toestemming (door een uitgever). Dankzij dit uitgeputte distributierecht ontstaat de mogelijkheid voor bibliotheken om gekochte boeken uit te lenen zonder dat auteurs of uitgevers daar bezwaar tegen kunnen maken.

Maar omdat het (grootschalig) uitlenen van exemplaren door bibliotheken kan botsen met de verkoop van dezelfde titels, is er – in 1996 – een wettelijke grondslag ingebouwd in (artikel 15c van) de Auteurswet die een vergoeding toekent aan de rechthebbenden als hun boeken uitgeleend worden via de bibliotheken: het leenrecht. Sinds die tijd regelt een collectieve beheersorganisatie, de Stichting Leenrecht, het innen van de leenrechtvergoedingen bij de bibliotheken en het weer afdragen ervan aan de rechthebbenden. Auteurs ontvangen dus via de Stichting Leenrecht een vergoeding op basis van de uitleencijfers van de door hen geschreven boeken. Een regeling die uiteindelijk dus gebaseerd is op het feit dat de rechten uitgeput zijn van boeken.

Proefprocedure

De Nederlandse Auteurswet biedt geen enkel aanknopingspunt en daarom zat er niets anders op dan het Europese Hof van Justitie te verzoeken om opnieuw naar de Europese auteursrechtrichtlijn (2001/29) en de Europese richtlijn over het verhuurrecht en leenrecht (2006/115) te kijken vanuit de vraag of het uitlenen van ebooks hier nu wel of niet onder valt. Het antwoord geldt dan ook meteen voor de auteurswetgeving in alle Europese landen aangezien die wetgeving daar (verplicht) van afgeleid is.

De VOB stuurde aan op het rechtstreeks vragen kunnen stellen aan het Europese Hof van Justitie met de proefprocedure tegen de Stichting Leenrecht en, nadat LIRA, Pictoright en het Nederlands Uitgeversverbond zich in deze rechtszaak aansloten, vond op 27 mei 2014 de zitting plaats bij de Haagse rechtbank. Met het UsedSoft arrest in de hand vroeg de VOB de Haagse rechtbank om prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie om zo die principiële uitspraak en (definitieve) interpretatie te krijgen.

Daar ging de Haagse rechtbank in mee en ook al bleken de verschillende partijen ieder hun eigen vragen te willen stellen, uiteindelijk volgde dan het vonnis op 1 april 2015 met de prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie. De rechtbank bakende zelf al de gewenste situatie voor het kunnen uitlenen van ebooks af. Door o.a. specifiek (en alleen) prejudiciële vragen te stellen over het mogen uitlenen van downloadbare romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur (zodat studieboeken er buiten bleven).

Daarnaast stuurde de rechtbank expliciet op een one copy, one user-model, waarbij een ebook niet meer beschikbaar is voor anderen indien dit uitgeleend is omdat dit overeenkomt met de belangrijkste voorwaarde in het UsedSoft/Oracle arrest: bij (tijdelijke) overdracht van het eigenaarschap heeft slechts één persoon toegang tot het digitale materiaal. Een schril contrast overigens met het one copy, multiple user model dat door de bibliotheken op het huidige ebookplatform wordt gebruikt en waarbij een ebooktitel onbeperkt geleend kan worden.

De prejucidiële vragen aan het Europese Hof van Justitie

De Haagse Rechtbank stelde de volgende prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie:

1. Dienen de artikelen 1 lid 1,2 lid 1 sub b en 6 lid 1 van richtlijn 2006/115 aldus te worden uitgelegd dat onder “uitlening” als daar bedoeld mede is te verstaan het zonder direct of indirect economisch of commercieel voordeel via een voor het publiek toegankelijke instelling voor gebruik ter beschikking stelten van auteursrechtelijk beschermde romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur:
– door een kopie in digitale vorm (reproductie A) op de server van de instelling te plaatsen en het mogelijk te maken dat een gebruiker die kopie door middel van downloaden kan reproduceren op zijn eigen computer (reproductie B),
– waarbij de kopie die de gebruiker tijdens het downloaden maakt (reproductie B), na verloop van een beperkte termijn niet meer bruikbaar is, en
– waarbij andere gebruikers gedurende die termijn de kopie (reproductie A) niet kunnen downloaden op hun computer?

Het one copy one user model wordt in processtapjes uitgeschreven ter illustratie om duidelijk te maken dat dezelfde voorwaarde als in het UsedSoft/Oracle arrest gevolgd wordt. Het is echter wel meteen de kern van de zaak: kan het uitlenen van ebooks (middels het one copy one user model) worden aangemerkt als uitlenen in de zin van de Europese Leenrechtrichtlijn?

2. Als vraag 1. bevestigend moet worden beantwoord, staat artikel 6 van richtlijn 2006/115 en/of een andere bepaling van het Unierecht eraan in de weg dat lidstaten aan de toepassing van de in artikel 6 van richtlijn 2006/115 opgenomen beperking op het uitleenrecht de voorwaarde stellen dat de door de instelling ter beschikking gestelde kopie van het werk (reproductie A) in het verkeer is gebracht door een eerste verkoop of andere eigendomsovergang van die kopie in de Unie door de rechthebbende of met zijn toestemming in de zin van artikel 4 lid 2 van richtlijn 2001/29?

Hier komt de uitputting van het distributierecht expliciet aan bod (artikel 4, lid 2 van de Auteursrechtrichtlijn) terwijl artikel 6 van de Leenrechtrichtlijn regelt dat auteurs een vergoeding ontvangen voor de uitleningen. In het geval dat het uitlenen van ebooks inderdaad toegestaan is onder het leenrecht, geldt dan dezelfde voorwaarde (net als bij papieren boeken) dat het uitlenen alleen mag plaatsvinden met een exemplaar dat via verkoop of andere eigendomsoverdracht door de rechthebbende al op de markt is gebracht? Want alleen dan is het distributierecht uitgeput en kunnen bibliotheken ‘aan de slag’.

3. Als vraag 2. ontkennend moet worden beantwoord, stelt artikel 6 van richtlijn 2006/115 andere eisen aan de herkomst van de door de instelling ter beschikking gestelde kopie (reproductie A), zoals bijvoorbeeld de eis dat die kopie is verkregen uit legale bron?

Mocht het Hof niet mee willen gaan in het scheppen van de voorwaarde dat een eerste verkoop van een ebook voldoende is om het uit te kunnen (mogen) lenen, biedt artikel 6 van de Leenrechtrichtlijn ruimte om andere eisen te stellen aan waar een uitleenbaar ebook vandaan mag komen? Deze is vraag komt vooral voort uit de vrees van uitgevers die willen voorkomen dat doorverkochte/gedoneerde/illegale of op andere wijze verkregen ebooks door bibliotheken uitgeleend kunnen worden en er afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van een ebook(titel).

4. Als vraag 2. bevestigend moet worden beantwoord, dient artikel 4 lid 2 van richtlijn 2001/29 aldus te worden uitgelegd dat onder de eerste verkoop of andere eigendomsovergang van materiaal als daar bedoeld mede wordt verstaan het op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van een digitale kopie van auteursrechtelijk beschermde romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur?

Mocht het Hof wel vinden dat de voorwaarde van een eerste verkoop voldoende is, dan wil de Haagse Rechtbank expliciet weten of met de verkoop van een ebook(exemplaar) het distributierecht uitgeput is. Dit is, behalve interessant voor het kunnen uitlenen van ebooks, vooral bepalend in de discussie over het eigenaarschap van een ebook. Indien het Hof dit bepaalt dan zouden ebooks ook doorverkocht kunnen worden en dat is de essentie van de rechtszaken tegen Tom Kabinet.

De antwoorden van het Europese Hof van Justitie

Het is allereerst belangrijk om te beseffen dat het Europese Hof van Justitie nooit algemeen geldende ‘generieke’ uitspraken doet maar zich juist altijd beperkt tot het beantwoorden van de vragen zoals die voor die exacte casus gelden. Een uitspraak van het Hof in een enkele zin samenvatten, zoals de koppen op nieuwssites dat altijd neigen te doen, is daarmee ook nutteloos want zo’n uitspraak moet altijd in het licht gezien worden van de specifieke vragen die het Hof heeft gekregen.

Eerste vraag

Dat gezegd hebbende zit het Europese Hof deze keer overduidelijk een beetje te worstelen met de letterlijke aanpak die ze normaliter zou hanteren en waarbij er puur naar de letter van de wet gekeken wordt. Het Hof kan er namelijk niet om heen dat in de Leenrechtrichtlijn onstoffelijke voorwerpen en niet-vastgelegde exemplaren, zoals digitale kopieën, uitgesloten worden omdat de hele wetgeving is geformuleerd en gebaseerd op stoffelijke/fysieke producten. Dit was nou net de reden waarom de Nederlandse regering op hun voor de bibliotheken ongunstige standpunt uitkwam.

Het Hof laat echter – mijns inziens – een fraai staaltje tekst-tovernarij los op de wetteksten wat er ongeveer op neerkomt dat nergens in de relevante wetgeving digitale uitlening van digitale boeken expliciet uitgesloten wordt. Eigenlijk legt het Hof alles wat je ten nadele van het uitlenen van ebooks zou kunnen uitleggen in de richtlijnen en overige verdragen, expres in het voordeel uit. Dit is een wat wankele constructie maar het Hof brengt een iets solidere bodem aan door te wijzen op het belang en prioriteit om de belangen van auteurs te beschermen: Het zou voorts indruisen tegen het algemene beginsel van een hoog beschermingsniveau voor auteurs wanneer digitale uitlening volledig zou worden uitgesloten van de werkingssfeer van richtlijn 2006/115 (#46).

Daarmee navigeert het Hof naar een hele andere onderbouwing van een bevestigend antwoord op de eerste vraag dan waar de Haagse rechtbank van uitging. Het Hof zet de argumenten over het afbakenen van de categorieën ebooks en dat van de uitputting van het distributierecht op de achtergrond en focust zich, in navolging van de conclusie van de Advocaat-Generaal in juni van dit jaar, op de auteursrechtelijke belangen van auteurs en de culturele rol van de bibliotheek.

Gezien het belang van de openbare uitlening van digitale boeken en om zowel de nuttige werking van de in artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 vervatte afwijking ten behoeve van openbare uitlening (hierna: „uitzondering voor openbare uitlening”) als de bijdrage van deze uitzondering aan de bevordering van culturele activiteiten te beschermen, kan dus niet worden uitgesloten dat artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 ook van toepassing is in gevallen waarin de door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek verrichte handeling, met name met het oog op de in artikel 2, lid 1, onder b), van die richtlijn vervatte voorwaarden, kenmerken vertoont die in wezen vergelijkbaar zijn met die van de uitlening van gedrukte werken.(#51)

Dankzij de afbakening die de Haagse rechtbank zelf al gedaan had om van een one copy, one user model uit te gaan ziet het Europese Hof grote gelijkenis met het uitlenen van fysieke boeken. En komt tot het antwoord dat het uitlenen van ebooks onder het leenrecht gerekend kan worden als het one copy, one user model gevolgd wordt:

Gelet op een en ander dient op de eerste vraag te worden geantwoord dat artikel 1, lid 1, artikel 2, lid 1, onder b), en artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 aldus moeten worden uitgelegd dat het begrip „uitlening” in de zin van deze bepalingen mede de uitlening omvat van een digitale kopie van een boek waarbij deze kopie op de server van een openbare bibliotheek wordt geplaatst en het mogelijk wordt gemaakt dat een gebruiker die kopie door middel van downloaden op zijn eigen computer reproduceert, zodanig dat tijdens de uitleenperiode slechts één kopie kan worden gedownload en de door deze gebruiker gedownloade kopie na afloop van die periode door hem niet meer kan worden gebruikt.(#54)

Tweede vraag

Ook bij het beantwoorden van de tweede vraag gaat het Hof bewust een andere kant op dan waar in de vraagstelling op aangestuurd werd. In plaats van uitspraak te doen over de vraag of het uitlenen van ebooks is toegestaan met ebookexemplaren waar het distributierecht van is uitgeput, trekt het Hof die connectie juist uit elkaar. Het Hof constateert dat het vraagstuk over uitputting van distributierecht losstaat van het leenrecht zelf (#57). Het idee hierachter is wederom de bescherming van de belangen van de auteur die in de leenrechtrichtlijn toestemming moet geven danwel gecompenseerd dient te worden.

Die belangen van de auteur worden wel degelijk gediend door voor het leenrecht uit te gaan van een exemplaar dat door de auteur zelf in omloop is gebracht en het Hof kan ondanks de afwijkende route daarom ook bevestigend antwoorden op de tweede prejudiciële vraag:

Gelet op een en ander dient op de tweede vraag te worden geantwoord dat het Unierecht, en met name artikel 6 van richtlijn 2006/115, aldus moet worden uitgelegd dat dit recht er niet aan in de weg staat dat een lidstaat aan de toepassing van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 de voorwaarde verbindt dat de door de openbare bibliotheek ter beschikking gestelde digitale kopie van een boek in het verkeer is gebracht door een eerste verkoop of andere eigendomsovergang van die kopie in de Unie door de houder van het distributierecht of met zijn toestemming in de zin van artikel 4, lid 2, van richtlijn 2001/29 (#65).

Het Hof lijkt met deze formulering vooral geprobeerd te hebben om geen expliciete uitspraak te doen over uitputting van distributierecht voor ebooks hoewel het bevestigende antwoord op de hele specifieke vraag dat nog steeds wel sterk impliceert natuurlijk.

Derde vraag

Het Hof kan eindelijk gerust ademhalen want voor het beantwoorden van de derde vraag kan letterlijk verwezen worden naar eerdere uitspraken. In de leenrechtrichtlijn wordt weliswaar niet uitdrukkelijk melding gemaakt van een vereiste dat de door de openbare bibliotheek ter beschikking gestelde kopie een legale oorsprong heeft maar in een eerder arrest (C-435/12, het arrest dat in Nederland zorgde voor het downloadverbod) had het Hof al bepaald dat voor een thuiskopie ook geen gebruik mag worden gemaakt van een ongeloorloofde kopie.

Bibliotheken zouden bij het uitlenen van ongeoorloofde kopieën ook piraterij aanmoedigen en daar is het Hof geen voorstander van:

Gelet op een en ander dient op de derde vraag te worden geantwoord dat artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 aldus moet worden uitgelegd dat deze bepaling eraan in de weg staat dat de daarin vervatte uitzondering voor openbare uitlening wordt toegepast op de terbeschikkingstelling van een digitale kopie van een boek door een openbare bibliotheek ingeval die kopie uit illegale bron is verkregen (#72).

Uitgevers kunnen gerust zijn, bibliotheken mogen geen illegale kopieën uitlenen.

Vierde vraag

En de vierde vraag hoeft het Hof niet te beantwoorden want dat zou alleen maar nodig zijn als bij de tweede vraag het niet mogelijk was geweest om het uitlenen van ebooks te koppelen aan de eerste verkoop of andere eigendomsovergangvraag van een kopie. Het Hof gaat daarom dus ook niet verder in op het vraagstuk van uitputting van het distributierecht bij ebooks.

Het Hof verklaart officieel voor recht

1)      Artikel 1, lid 1, artikel 2, lid 1, onder b), en artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom, moeten aldus worden uitgelegd dat het begrip „uitlening” in de zin van deze bepalingen mede de uitlening omvat van een digitale kopie van een boek waarbij deze kopie op de server van een openbare bibliotheek wordt geplaatst en het mogelijk wordt gemaakt dat een gebruiker die kopie door middel van downloaden op zijn eigen computer reproduceert, zodanig dat tijdens de uitleenperiode slechts één kopie kan worden gedownload en de door deze gebruiker gedownloade kopie na afloop van die periode door hem niet meer kan worden gebruikt.

2)      Het Unierecht, en met name artikel 6 van richtlijn 2006/115, moet aldus worden uitgelegd dat dit recht er niet aan in de weg staat dat een lidstaat aan de toepassing van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 de voorwaarde verbindt dat de door de openbare bibliotheek ter beschikking gestelde digitale kopie van een boek in het verkeer is gebracht door een eerste verkoop of andere eigendomsovergang van die kopie in de Europese Unie door de houder van het distributierecht of met zijn toestemming in de zin van artikel 4, lid 2, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschapp?.

3)      Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling eraan in de weg staat dat de daarin vervatte uitzondering voor openbare uitlening wordt toegepast op de terbeschikkingstelling van een digitale kopie van een boek door een openbare bibliotheek ingeval die kopie uit illegale bron is verkregen.

En wat betekent dit nu?

Het zijn ingewikkelde bewoordingen maar de essentie is gelukkig eenvoudig: het uitlenen van ebooks is toegestaan onder het leenrecht als dit gebeurt op basis van het one copy, one user model en daarbij de auteurs gecompenseerd worden. Deze ebooks moeten door verkoop of andere eigendomsoverdracht verkregen zijn en niet uit illegale bron.

Dit betekent dat – in beginsel – bibliotheken, net als bij papieren boeken, exemplaren van ebooks kunnen gaan inkopen die één op één uitgeleend kunnen (moeten) gaan worden. Hierbij moeten er dus net zo veel legale exemplaren worden ingekocht van een ebooktitel als dat er nodig zijn om uitgeleend te gaan worden want 1 ebookexemplaar kan slechts 1 gelijktijdige lener hebben. Net als bij de fysieke collecties ga je dus uitgeleende ebooks krijgen die gereserveerd moeten worden bijvoorbeeld.

Voor die categorie uitleningen geldt dat een leenrechtvergoeding per uitlening betaald moet worden aan de auteurs. Die vergoeding is al vastgesteld en afgestemd met de Stichting Leenrecht als het om fysieke boeken gaat maar bestaat nog niet voor ebooks. Dit zal dus door de bibliotheken, Stichting Leenrecht en LIRA met elkaar afgesproken moeten gaan worden.

Ook al is deze kwestie aangekaart door de openbare bibliotheken en wordt er in het arrest specifiek over openbare bibliotheken gesproken, het leenrecht is eveneens van toepassing op onderwijs- en onderzoeksbibliotheken die echter vrijgesteld zijn van het betalen van leenrechtvergoedingen. De praktijk is dat er in deze sector al decennia gewerkt wordt met licenties om (ook) ebooks af te nemen en dat de onderwijs- en onderzoeksbibliotheken niet beschikken over een ebookplatform waarmee voldaan kan worden aan de vereisten van een one copy, one user model. Ook deze bibliotheken zouden echter vervolgacties kunnen ondernemen aan de hand van dit Europese arrest.

Eén discussie eindigt maar tientallen nieuwe gaan beginnen

Op papier is het simpel en zou je wellicht verwachten dat alle stoplichten op groen staan om zo snel mogelijk alle ruim 40.000 Nederlandse ebooks te gaan uitlenen.

Het Europese Hof heeft echter alleen geconstateerd dat het juridisch mogelijk is om ebooks uit te gaan lenen onder dezelfde leenrechtregeling die voor fysieke boeken geldt.

Daar is de VOB natuurlijk blij mee maar de uitgevers juist absoluut niet omdat ze vrezen voor verstoring van de markt en hun omzet als bibliotheken goedverkopende ebooks ook kunnen uitlenen. De auteurs zijn ook verheugd omdat ze nu een vergoeding gaan krijgen voor uitleningen van ebooks want dat is in de huidige situatie met het ebookplatform veelal niet zo (omdat die vergoedingen bij de uitgevers belanden).

De praktijk is een heel stuk ingewikkelder. De bibliotheken willen waarschijnlijk niet hun bestaande ebookplatform en -dienstverlening totaal op de kop zetten. Ze hebben nu weliswaar de mogelijkheid om zonder toestemming van uitgevers ebooks te gaan uitlenen maar dit is aan stevige restricties onderhevig van het one copy, one user model. De 11.000 titels die nu – veel gebruiksvriendelijker – worden aangeboden wil de bibliotheek waarschijnlijk onder de huidige afspraken blijven aanbieden zodat ze geen extra exemplaren hoeven in te kopen of leners moeten gaan uitleggen waarom de digitale titel die ze willen lenen ineens uitgeleend is. Het ebookplatform zal hoe dan ook aangepast moeten worden om het one copy, one user model te ondersteunen maar dit zal voor een nieuwe titel niet de eerste keus zijn. De KB bevestigt dat ze de nieuwe mogelijkheden bij voorkeur met de bestaande afspraken willen combineren.

In het streven naar het kunnen uitlenen van ebook bestsellers hebben zowel de bibliotheken als de uitgevers een flinke stok in handen gekregen. Ja, de bibliotheken kunnen dat nu doen zonder toestemming van de uitgevers maar deze kunnen gemakkelijk met nieuwe (dure) licentiemodellen komen voor het afnemen van een pakket met meerdere exemplaren omdat er verplicht met het one copy, one user model gewerkt moet worden. Als je bedenkt dat bijv. de bestsellers uit de Bestseller 60 ongetwijfeld honderdduizenden uitleningen op jaarbasis zullen genereren dan gaan vermoedelijk de inkoopkosten en de leenrechtvergoedingen gezamenlijk het ebookbudget volledig opsouperen.

En over leenrechtvergoedingen gesproken: hoe hoog gaan die worden? Wat is realistisch? Maar bovenal, hoe ga je dit in hemelsnaam registreren? Het Hof heeft niet gezegd dat alle ebookuitleningen verplicht onder het leenrecht moeten vallen. Als bibliotheken voor het hybride model gaan waarbij er enerzijds zo veel mogelijk overeenkomsten met uitgevers gemaakt worden (de huidige situatie) en anderzijds de “moeilijke” titels op basis van het leenrecht uitgeleend gaan worden, dan krijgen auteurs alleen maar een vergoeding voor die tweede categorie uitleningen en niet de eerste. Dat creëert de bijzondere situatie dat auteurs er naar streven om hun boeken door bibliotheken te laten uitlenen onder het leenrecht terwijl het voor bibliotheken en uitgevers wenselijk kan zijn om overeenkomsten af te sluiten die beter zijn voor hun beider belangen buiten het leenrecht om.

Alle partijen beraden zich nu op vervolgstappen maar de Haagse rechtbank zal zich eerst nog moeten uitspreken in de proefprocedure. Met de antwoorden van het Europese Hof op de gestelde vragen zal dat vermoedelijk niet heel spannend worden en zijn vervolgens in eerste instantie de bibliotheek (de KB feitelijk) en de uitgevers aan zet.

De uitgevers willen marktverstoring voorkomen en zullen ongetwijfeld aansturen op een window (embargoperiode) waarbij nieuwe en/of zeer goedverkopende titels niet door de bibliotheek uitgeleend gaan worden. En daar zou de KB eveneens over na moeten denken want niet alleen levert dat een betere onderhandelingspositie op om afspraken te maken over onbeperkte uitleen van de iets oudere titels, het zorgt er tevens voor dat de kosten binnen de perken blijven. Een onderwerp dat ook vast stof voor discussie zal zijn binnen de VOB.

Zodra duidelijk is hoe deze verhoudingen komen te liggen zal gekeken moeten worden naar de herinrichting van het ebookplatform voor het one copy one user model, zullen afspraken gemaakt moeten worden over de leenrechtvergoedingen en nagedacht kunnen worden over hoe dit geregistreerd kan worden. En ongetwijfeld zal het complexer blijken dan vooraf ingeschat.

Ook al heeft het Europese Hof van Justitie zich nu definitief uitgesproken over het kunnen uitlenen van ebooks, de uitwerking voor de Nederlandse situatie gaat nu pas beginnen.

Afbeelding via Pixabay met CC0 verklaring
Meer lezen? Uitspraak van het Europese Hof van Justitie 10 november 2016 // Statement van de KB over uitspraak Europees Hof inzake Leenrecht op e-books // Reactie van de VOB // Reactie van het NUV // Reactie van LIRA // Reactie van Pictoright

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (23) Write a comment

  1. helder, zo ver dat kan natuurlijk. :) Ik zou haast zeggen nu zijn juist de auteurs aan zet. Zij moeten als producent van al dat leesbaar spul het eens wat harder gaan spelen bij de Uitgevers. Zij moeten hun deel eisen van de vergoeding die nu aan de uitgevers wordt uitgekeerd en niet de bibliotheken onder druk zetten om hun boeken dmv de 2e variant onder de aandacht van het bibliotheekpubliek te krijgen. Het is toch eigenlijk van de gekke dat dit hele gedoe speelt tussen een tussenman en de bibliotheken. Die auteurs blijven mij veels te stil op dit punt.

    Reply

    • @Eric-Jan Het auteurscontractenrecht is 1 juli 2015 nou net geïntroduceerd als wijziging van de Auteurswet om de positie van auteurs in de overeenkomsten met uitgevers te verbeteren. Maar je hebt gelijk, ik mis ook de acties en daadkracht van auteurs (en dus ook LIRA) om uitgevers aan te spreken voor hun deel van de opbrengsten van de uitleenovereenkomsten van ebooks.

      Het zal ook niet anders meer kunnen straks want linksaf of rechtsaf, je gaat de situatie krijgen dat er zowel uitleningen via overeenkomsten als uitleningen via het leenrecht zullen zijn. En dan zijn de bibliotheken niet aan te spreken op die eerste categorie uitleningen en zal de discussie tussen auteurs en uitgevers alsnog moeten plaatsvinden voor een redelijke compensatie.

      Tenminste, dat denk ik :)

      Reply

  2. Normaal gesproken is er tussen uitgever en auteur een fatsoenlijke afspraak over de vergoeding van eboek uitleen.
    KB heeft dit vastgelegd in contracten met uitgevers.
    Laat in Godsnaam de Lira zich er niet mee gaan bemoeien. Voor de auteur de leenvergoeding voor papieren uitleen krijgt pakt Cedar 5 % en Lira 20% .uitgevers betalen maar 5 procent aan Cedar.De voorzitter van de Lira casht meer dan 80.000 Euro per jaar en zit in talloze besturen rond de schrijvers en journalisten wereld.
    KB betaalt ons de leenvergoeding en wij rekenen netjes elk kwartaal af met onze auteurs.
    Trouwens de VOB kan alle papieren boeken al inkopen, dis alles is al te leen.

    Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top