rechtszaken header werkstukken

Conclusie van Advocaat-Generaal Europees Hof van Justitie: foto’s in werkstukken op een schoolwebsite zijn geen mededeling aan het publiek

In een Duitse rechtszaak van een fotograaf tegen een school, die nu bij het Europese Hof van Justitie ligt, concludeert de Advocaat-Generaal dat het publiceren van foto’s in werkstukken niet per se inbreuk maakt op het auteursrecht van een fotograaf als de foto’s al eerder met toestemming gepubliceerd zijn. Zou dit ook gevolgen kunnen hebben voor het gebruik van foto’s in het onderwijs in Nederland?

Het valt eigenlijk nog wel tegen hoeveel auteursrechtzaken er voorbij komen op de rol van het Europese Hof van Justitie. Sinds vorig jaar is er echter een langslepende rechtzaak tussen een Duitse fotograaf en een school in Waltrop (de deelstaat Nordrhein-Westfalen) doorverwezen naar de Europese rechter die heel interessante gevolgen kan hebben voor het educatief gebruik van foto’s in geheel Europa.

Wat speelt er?

Een leerlinge van de Gesamtschule Waltrop in de deelstaat Noordrijn-Westfalen van Duitsland vond op internet een foto van de Spaanse stad Cordoba, die zij gebruikte in een werkstuk voor het vak Spaans. Nadat zij haar werkstuk had voltooid, uploadde zij het (in 2009) op de website van de school.

Onder de afbeelding, die door de leerlinge was gekopieerd van de website www.schwarzaufweiss.de (die toebehoort aan een digitaal reismagazine met dezelfde naam), had de leerlinge de verwijzing naar die website opgenomen, zonder de naam van de fotograaf te vermelden.

De professionele fotograaf die de foto had gemaakt, Dirk Renckhoff, ontdekte dat deze foto zonder zijn toestemming was gebruikt en meende dat zijn auteursrecht was geschonden. Hij verzocht om de foto offline te halen en eiste een schadevergoeding. Dat kwam voor de rechter en die wees die eis gedeeltelijk toe. De foto moest worden verwijderd en Renckhoff zou een schadevergoeding van 300 euro moeten krijgen.

Beide partijen gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak en daar richtte de hogere rechter zich ineens op een deelaspect van de auteursrechtelijke handeling: namelijk het niet mogen kopiëren van de foto teneinde deze te uploaden. Dat leidde feitelijk tot een verbod om deze (en feitelijk alle foto’s) te mogen gebruiken op de website en daar gingen wederom beide partijen tegen in beroep. De deelstaat omdat ze dat verbod van tafel wilden hebben en de fotograaf omdat die zijn eigen vordering volledig gegrond wilde laten verklaren.

Het Bundesgerichthof (de hoogste rechter in Duitsland) kan niet terug naar de basisvraag of het zonder toestemming openbaar maken van de foto een inbreuk is op het auteursrecht van de fotograaf en kijkt ook verder naar het deelaspect van het kopiëren van de foto. Het Hof twijfelt eraan of het kopiëren van het beschermde werk op een computer en het uploaden ervan naar de schoolwebsite onder het begrip “mededeling aan het publiek” valt zoals dat in de Europese auteursrechtrichtlijn staat en stelt een prejudiciële vraag aan het Europese Hof van Justitie:

Moet het plaatsen van een op een website van een derde met toestemming van de houder van het auteursrecht voor alle internetgebruikers vrij toegankelijk werk op een eigen openbaar toegankelijke website worden beschouwd als beschikbaarstelling voor het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn [2001/29], wanneer het werk in eerste instantie op een server wordt gekopieerd en van daaruit op de eigen website wordt geüpload?

Analyse en conclusie

Voordat het Europese Hof van Justitie uitspraak doet – later dit jaar – geeft Advocaat-Generaal Campos Sanchez-Bordona echter zijn analyse en conclusie over deze zaak.

In die analyse en conclusie gebeuren er een aantal hele interessante zaken. Ik ben geen jurist maar ben inmiddels wel redelijk thuis in de auteursrechtwetgeving en heb genoeg ervaring met auteursrechtkwesties in het (hoger) onderwijs. De vraag of je een auteursrechtelijk beschermd werk (een foto) zonder toestemming op de website van een school mag zetten is niet lastig te beantwoorden want het is letterlijk een schoolvoorbeeld van hoe het auteursrecht werkt: de fotograaf is de maker van de foto en die moet toestemming geven voor het gebruik ervan tenzij het gebruik onder één van de beperkingen valt.

Er is echter geen beperking die hier op van toepassing is – je kunt voor werkstukken nog pogen het onder het citaatrecht of de onderwijsbeperking te scharen maar dat is best lastig – en dus heeft de fotograaf hier het gelijk aan zijn kant. Zou je denken.

De AG gaat namelijk ook niet terug naar de basis van de auteursrechtrichtlijn (de sterke bescherming van auteursrechthebbenden) maar stelt een mix van argumentatie samen die vooral bedoeld lijkt om de leerlinge en het gebruik van foto’s in onderwijscontext te ontzien.

Bij de opmerkingen vooraf (punten 50-52) bakent de AG de scope al af naar de vraag of het publiceren van de foto op de schoolwebsite een mededeling aan een nieuw publiek is en verruimt het belang van de uitspraak “gezien het belang van de zaak voor het dagelijkse leven van miljoenen scholieren in Europa”. Om die reden kijkt de AG ook naar de status van de foto als een beschermd werk, of dit inderdaad een mededeling aan het publiek is maar ook of het onder de onderwijsbeperking zou kunnen vallen.

Om een lange uitspraak kort te houden vindt de AG eigenlijk dat de foto van de stad Cordoba niet eens kwalificeert als een auteursrechtelijk beschermd werk (punten 53-58) maar moet erkennen dat het in deze zaak geen overweging is.

Vervolgens komt de AG met een mix van factoren (punt 66) waarvan hij vindt dat ze een rol spelen: het feit dat de foto een bijkomstig karakter heeft in het werkstuk (punten 67-68, eigenlijk dus citaatrecht), het feit dat de foto al eerder met toestemming op de website van het reismagazine stond en dus niet duidelijk was dat er opnieuw toestemming gevraagd moest worden (punten 69-79 die ik met grote verbazing las) en dat er geen winstoogmerk was bij de leerlinge en de school (punten 80-85). Stuk voor stuk geen nieuwe factoren in auteursrechtzaken maar mijns inziens wel heel uniek bij elkaar gemixed in deze zaak.

Aan het eind van de conclusie stelt de AG ook nog eens dat het gebruik van foto’s in werkstukken – gepubliceerd en al – volgens hem onder de onderwijsbeperking moet vallen (punten 109-117).

M.b.t. de prejudiciële vraag gaat de AG uitgebreid in op de vraag of het plaatsen van de foto ook een nieuw publiek bereikt (punten 95-108) en komt daar o.a. tot de conclusies dat er geen nieuw publiek wordt bereikt nadat de foto al eerder – met toestemming – op een andere website heeft gestaan en dat van de fotograaf verwacht mag worden dat die gebruikers wijst op zijn auteursrecht als zijn foto online wordt geplaatst. De fotograaf houdt zeggenschap (en mag dus eisen dat de foto van de website wordt gehaald) maar kan niet absoluut stellen dat de handeling een inbreuk op zijn auteursrecht oplevert.

De conclusie: Het plaatsen op de website van een school, zonder winstoogmerk en met bronvermelding, van een werkstuk dat een voor alle internetgebruikers vrij en kosteloos toegankelijke foto bevat, vormt, wanneer die foto zich reeds zonder waarschuwing betreffende beperkingen op het gebruik ervan op de website van een reismagazine bevond, geen beschikbaarstelling voor het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschapp?.

Wat betekent dit?

Natuurlijk is dit een antwoord op een hele specieke vraag die niet meteen breed geïnterpreteert kan worden en is het afwachten of het Europese Hof van Justitie deze conclusie overneemt.

Toch zitten in deze conclusie van Advocaat-Generaal Campos Sanchez-Bordona meerdere argumenten en interpretaties die heel interessant kunnen zijn voor het gebruik van foto’s in het onderwijs. De AG geeft duidelijk meer ruimte aan scholieren (en studenten?) om foto’s (en andere auteursrechtelijke beschermde werken?) in werkstukken te kunnen gebruiken.

Nou valt het gebruik van foto’s, afbeeldingen en illustraties natuurlijk onder de thuiskopie-exceptie voor eigen oefening, studie en gebruik als werkstukken alleen maar ingeleverd worden bij de eigen docent. Maar het is al jaren de gewoonte om goede werkstukken, opdrachten of scripties te presenteren aan de buitenwereld en daarvoor geldt de thuiskopie-exceptie dan niet meer. Geen probleem als je fysieke werkstukken in een klaslokaal, gang of bibliotheek etaleert maar wel als je ze op je eigen website plaatst?

Het is waar de AG zijn conclusie ook mee opent (punten 1-2): Nog niet zo lang geleden maakten leerlingen in scholen werkstukken over een bepaald thema op kartonnen platen, die zij gewoonlijk met foto’s, afbeeldingen en tekeningen uit boeken en tijdschriften illustreerden. Wanneer deze werkstukken klaar waren, werden zij in de scholen tentoongesteld (tot genoegen van de ouders), gewoonlijk zonder dat de auteurs van die afbeeldingen voor dat gebruik een vergoeding eisten. Thans maken leerlingen gebruik van de huidige technologie en illustreren zij hun werkstukken ook met foto’s en tekeningen, met dit verschil dat die werkstukken en de afbeeldingen die zij voor de uitvoering ervan gebruiken, digitaal zijn. Op internet zijn er duizenden grafische mogelijkheden om een schoolwerkstuk te voorzien van afbeeldingen en is het redelijk eenvoudig om dat werkstuk, wanneer het klaar is, te uploaden naar een voor alle internetgebruikers toegankelijke website.

Je wilt voorkomen dat onderwijsinstellingen en scholieren/studenten ineens bestookt worden met claims op het moment dat ze een onderwijsproduct in de etalage zetten op hun eigen website, zonder dat er zelfs maar een tegenargument mogelijk is.

En op dat punt voel ik helemaal met de AG mee. Niet alleen miljoenen scholieren hebben hier potentieel last van omdat je niet van ze kunt verwachten dat ze voor een werkstuk voor school auteursrechtelijke afwegingen moeten gaan maken die alleen gelden als dat werkstuk op een website belandt, maar dat geldt ook voor iedereen die een scriptie of ander eindwerk schrijft in het hoger onderwijs.

Sinds 2006 hebben ‘we’ in het hbo de HBO Kennisbank waarin tienduizenden scripties zijn opgenomen. In de meerderheid van al deze scripties zitten foto’s en andere afbeeldingen die strikt genomen inbreuk maken op het auteursrecht van de makers ervan. Ze mochten dankzij de thuiskopie-exceptie gebruikt worden in de scriptie zoals die ingeleverd is als eindproduct maar leveren potentieel een inbreuk op als ze gepubliceerd worden in de repository van de hogeschool.

Het is volslagen onwerkbaar om elke scriptie te screenen op mogelijke inbreukmakende afbeeldingen en foto’s. Windesheim heeft dat, samen met de studente, gedaan voor een prijswinnende scriptie en dat bleek een traject van vele weken te zijn om opnieuw toestemming te regelen danwel alternatieven te vinden. Het zou ook veel logischer zijn om dit onder een ‘modernere’ interpretatie van de onderwijs-exceptie te laten vallen en op die manier problemen met rechthebbenden te voorkomen zodra/als de bots van auteursrechtenorganisaties in staat zijn de inhoud van de HBO Kennisbank te doorzoeken bijvoorbeeld.

Ongeacht wat de uiteindelijke uitspraak van het Bundesgerichthof over de Cordoba foto gaat zijn, de conclusie van Advocaat-Generaal Campos Sanchez-Bordona geeft mijns inziens ruimte voor onderwijsinstellingen om met tegenargumenten te komen als het gaat om het educatieve gebruik van foto’s in werkstukken en scripties.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (2) Write a comment

  1. Ik ben eigenlijk wel benieuwd of al die individualistische waanzin zoals die vanuit de VS over de wereld is verstrooid uiteindelijk wel stand kan houden. Er zijn zo ontzettend veel nadelen dat ze verdere ontwikkelingen en verspreidingen duidelijk tegenwerken.

    Nu is dit misschien nog wel te behappen als het om een illustratie in een werkstuk gaat, maar als je bedenkt dat verreweg de meeste publieke omroepen in Europa gedwongen worden om hun uitzendingen te coderen zodat andere Europeanen niet mee kunnen kijken (iets waar we vroeger nooit aan gedacht hebben!) dan wordt het al problematischer.

    Nog gekker wordt het ten aanzien van ontwerpersrechten. Mijn oudste dochter heeft haar destijds nieuw te bouwen flatwoning op basis van tekeningen gekocht. Eenmaal afgeleverd bleek dat de architect allerlei rechten had waar nu op waanzinnige wijze gebruik van wordt gemaakt. Zo vond hij het “mooier” om de houten buitenvloer verkeerd om te plaatsen, dus met de anti-slip gleuven naar beneden en de gladde kant naar boven – U kunt de gevolgen raden. Maar zijn recht op die vormgeving is kennelijk belangrijker dan het ongemak en gevaar waaraan de bewoners zijn blootgesteld. Ook mogen ze geen zonwering aanbrengen omdat dat in strijd zou zijn met zijn ontwerprecht. Dat hoewel ze als gezamenlijke eigenaren van de panden die architect allang vorstelijk hebben betaald voor zijn werk.

    Mijn grote flatscreen doet het niet goed meer, niet met de Ziggo kabeltuner en evenmin met de satellietontvanger. De reden? Op het laatste moment heeft de auteursrechten-lobby weten te bewerkstelligen dat er een soort retoursignaal van TV naar ontvanger moet haan, een zgn. handshake, die dan bevestigt dat er rechthebbend naar een bepaald programma wordt gekeken. Die “authorization” zit er op de doorsnee monitor niet dus mag je die monitor ineens weggooien omdat de auteursrechten-graaiers hun belangen veel interessanter vinden.

    Ik heb niets tegen het willen beschermen van primaire rechten, dwz het ervoor te zorgen dat iemand die werk verricht daar ook de vruchten van kan plukken. Maar of dat ten koste van alles moet kunnen? En of je ook een halve eeuw nadat je iets hebt gecreëerd nog steeds “kassa!” mag roepen is iets waar je wel eens over na zou kunnen denken. Tenslotte is de meeste andere arbeid iets wat binnen afzienbare tijd erna definitief beloond is (of niet indien er geen kopers voor zijn). Zeker in situaties waar het niet gaat om de vraag of er derden iets aan verdienen denk ik dat we helemaal op de verkeerde weg zijn geraakt.

    Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2018 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top