open science open publiceren

Open publiceren in het hbo: een uitwerking

Bijna 4 jaar nadat open access in de Auteurswet geregeld is heeft het hoger onderwijs besloten om actief gebruik te gaan maken van deze mogelijkheid. Onder de noemer ‘You share, we take care‘ hebben de Nederlandse universiteiten besloten om middels een pilot open access een extra impuls te geven. De hogescholen focussen zich echter op het open (access) beschikbaar maken van de kennisproducten uit hun instellingen en de Vereniging Hogescholen komt daarom met een handreiking over open publiceren in het hbo.

Open access of open science, het zijn beide brede principes die voortkomen uit het idee dat met publieke middelen gefinancierde kennisproducten en onderzoeksresultaten vrij toegankelijk moeten zijn.

Hoewel ik snap dat de focus het eerst en automatisch op wetenschappelijk onderzoek ligt (als zijnde onderzoek dat al decennia lang met publieke middelen gefinancierd wordt en waarvan de resultaten alleen tegen hoge kosten beschikbaar zijn), verbaas ik me al vele jaren over de energie die er gestoken wordt in het zoeken naar de verschillen met alle andere soorten van onderzoek en kennisproducten die eveneens met publieke middelen bekostigd worden.

Concreet heb ik het dan over de discussies die bij juristen, de VSNU maar ook bij de hogescholen zelf plaatsvinden als het gaat over de toepasbaarheid en definities van open access en de bijbehorende bepaling in de Auteurswet op de (toegepaste) onderzoekspublicaties en vakpublicaties in de hogescholen.

Mag je wel spreken over een kort werk van wetenschap (zoals in artikel 25fa staat) als je het over vakpublicaties hebt? Zorgt de invulling van het werkgeversauteursrecht in het hbo niet voor onoverkomelijke problemen? Juridische vraagstukken die als potentiële beren op de weg worden gezet door het hoger onderwijs zelf en waarmee we alleen onszelf beperkingen opleggen. Het hbo doet niet structureel aan wetenschappelijk onderzoek nee maar de achterliggende principes van open access zijn identiek. Net zoals de Auteurswet, met zowel open access bepaling als het artikel over het werkgeversauteursrecht, voor allebei van toepassing is.

De geschiedenis en de praktijk van het open access publiceren in het hbo wijkt echter wel substantieel af van die van de universiteiten. Er zijn nog veel misverstanden binnen hogescholen over wat er zelfs bedoeld wordt met open access/open science en waarom het iets is om na te streven als kennisinstellingen.

Het zijn goede redenen denk ik om als hogescholen niet meteen mee te gaan in de VSNU pilot maar eerst meer duidelijkheid te creëren over wat open access/open science is, wat er onder kennisproducten verstaan wordt en vooral, hoe hogescholen die kennisproducten open kunnen publiceren.

De tijdelijke werkgroep, bestaande uit Astrid Wiktor (Fontys Hogescholen), Hans de Brouwer (Saxion), Ageeth Tuut (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen), Jort Diekerhof (Vereniging Hogescholen) en mezelf hebben daarom precies dat gedaan: een handreiking over open publiceren in het hbo gemaakt. Het zal zeker niet het einde van de discussies zijn maar hopelijk wel het begin van meer bewustwording om ook daadwerkelijk tot meer open publicaties vanuit de hogescholen te komen.


Definities

In deze uitwerking worden de volgende definities en termen gehanteerd.

  • Kennisproducten

Onder kennisproducten worden in het hbo uitkomsten van praktijkgericht onderzoek verstaan, die neerdalen in overdraagbare producten. Hierbij gaat het zowel om publicaties in vakbladen en peer-reviewed journals, als om andere kennisproducten van praktijkgericht onderzoek. Zoals artefacten, protocollen, prototypes, publicaties in vakbladen, apps en andere digitale tools, etc.

  • Repository

Een repository is een digitale plek waarin kennisproducten, of in geval deze enkel een fysieke verschijningsvorm kent een digitale representatie, duurzaam worden bewaard en op één of meerdere plekken kunnen worden ontsloten..

  • Open science en Open Access

Er zijn diverse definities van Open Science en Open Access in omloop, maar ten behoeve van het delen van kennisproducten binnen het hbo wordt de volgende definitie gehanteerd: “anderen, naast de werknemer van de hogeschool,  zijn in de gelegenheid om kennisproducten te raadplegen en deze te (her)gebruiken voor eigen (onderzoeks)doeleinden”. Dit vereist, naast het beschikbaar maken van het kennisproduct zelf, ook het verstrekken van een gebruiksrecht waarmee de toestemming wordt verleend het kennisproduct te hergebruiken.

  • Gebruiksrecht

Een auteursrechthebbende kan ten aanzien van een kennisproduct een gebruiksrecht (licentie) verlenen aan een derde. De meest uitgebreide vorm van een gebruiksrecht is: het verlenen aan een derde van een  onherroepelijk wereldwijd recht op toegang tot een werk en het recht een werk te kopiëren, te gebruiken, te distribueren, te verzenden, publiekelijk te vertonen en het maken en distribueren van afgeleide werken. Er zijn verschillende gradaties van gebruiksrechten mogelijk. Waarbij aan de ene kant verspreiden en hergebruik voor iedereen mogelijk is en aan de andere kant men alleen via een bepaald (betaald) kanaal toegang heeft tot de informatie waarbij verspreiden en hergebruik niet toegestaan is. Binnen Open Science worden hiervoor met name de creativecommons-licenties gebruikt. Zie https://creativecommons.nl/uitleg/.

(Werkgevers)auteursrecht

Alvorens over te kunnen gaan naar routes van publiceren is het van belang vast te stellen wie werken mag publiceren. Met andere woorden, waar ligt het auteursrecht op werken, gemaakt binnen een hbo-context.

De Auteurswet kent het zogenaamde werkgeversauteursrecht. Voor het hbo is dit nader uitgewerkt in artikel E-7 van de cao-hbo. Deze regeling houdt in dat het auteursrecht voortvloeiend uit het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet toekomt aan de werkgever (de hogeschool), indien het vervaardigen van dit werk door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de hogeschool. Het is mogelijk dat de hogeschool en de werknemer voor bepaalde, door de werknemer te vervaardigen werken, hiervan afwijkende afspraken maken waardoor het auteursrecht ten aanzien van die werken bij de werknemer komt te liggen. Ook kan het in kader van samenwerkingstrajecten met derden vervaardigde werken, gewenst, dan wel noodzakelijk zijn dat andere afspraken over het auteursrecht worden gemaakt. Deze afspraken kunnen dan vastgelegd worden in de overeenkomst die partijen ten behoeve van de samenwerking aangaan.

Bovenstaande geldt voor alle werknemers van hogescholen waarmee een arbeidsovereenkomst is gesloten, waarop de cao-hbo van toepassing is verklaard. Het auteursrecht op werken van freelancers, uitzendkrachten en andere partijen komt niet automatisch toe aan de hogeschool waarmee zij een overeenkomst hebben gesloten. Het is in dat geval raadzaam om in die overeenkomst heldere afspraken over het auteursrecht op te nemen.

Daarnaast zijn studenten zelf auteursrechthebbende van de werken die zij in het kader van hun opleiding vervaardigen. Werken van studenten vallen verder buiten de reikwijdte van deze uitwerking.

Op het moment dat het auteursrecht op een werk aan een hogeschool toekomt, dan wel door de hogeschool is overgedragen aan de werknemer, en de hogeschool, dan wel werknemer, dus auteursrechthebbende is, betekent dit dat deze het uitsluitend recht heeft om dit werk openbaar te maken, te verveelvoudigen en te hergebruiken. Indien een werk vervolgens zonder nadere voorwaarden wordt gepubliceerd, houdt dit in dat alle rechten zijn voorbehouden en derden dit werk niet zonder toestemming mogen verspreiden en hergebruiken. Wanneer de auteursrechthebbende juist wel beoogt om hergebruik, dan wel verveelvoudiging door derden toe te staan (bijv. in het kader van Open Science), dan dient aan het gepubliceerde werk een licentie te worden gekoppeld, zoals hierna in de verschillende publicatieroutes is uitgewerkt.

Reikwijdte

Bij open publiceren wordt meestal alleen gedacht aan digitale publicaties zoals artikelen en rapporten. Het is goed om te vast te stellen dat ook de niet-publicaties zoals prototypes, fysieke objecten enz. die voortkomen uit praktijkgericht onderzoek, onderdeel uitmaken van de kennisproducten in het hbo. Deze vallen dan ook binnen de ambitie om kennisproducten publiek toegankelijk en beschikbaar te maken. In sommige gevallen kunnen data ook beschouwd worden als kennisproduct. Deze zouden dan in voorkomende gevallen onder het FAIR [Findable, Accessible, Interoperable, Reusable] principe kunnen worden gepubliceerd. Publicatie van data valt niet onder de reikwijdte van deze handreiking maar wordt binnen de VH via een andere thematische lijn verder uitgewerkt.

Taverne of Open Access bepaling (artikel 25fa van de Auteurswet)

Een gebruiksrecht bij een kennisproduct kan alleen verleend worden door de auteursrechthebbende. Voor werknemers, die een arbeidsovereenkomst hebben met een hogeschool waarop de cao-hbo van toepassing is, geldt het werkgeversauteursrecht (zie de paragraaf werkgeversauteursrecht). Hierbij is de hogeschool in beginsel de auteursrechthebbende. In het geval de hogeschool zijn auteursrecht ten behoeve van de exploitatie overdraagt aan de werknemer die het werk vervaardigd heeft, dan kan artikel 25fa van de Auteurswet van toepassing zijn.

Dit artikel is in juli 2015 toegevoegd aan de Auteurswet teneinde Open Access publiceren te stimuleren (het artikel is vernoemd naar Joost Taverne die het betreffende amendement indiende). Dit wetsartikel stelt : ‘De maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld.’ Hierbij maakt het geen verschil of het auteursrecht is overgedragen aan een uitgever of niet.

In het bovenstaande schuingedrukte gedeelte zijn niet alle begrippen even eenduidig. In het Nationaal Platform Open Science (NPOS) hebben universiteiten deze begrippen verder uitgewerkt. Op basis van eventuele  jurisprudentie kunnen deze uitgangspunten aangescherpt worden.   

  1. Het werk wordt gedeeld in de definitieve, gepubliceerde versie.
  2. Als redelijk termijn wordt een uniforme standaard van 6 maanden gehanteerd, ongeacht het vakgebied.
  3. ‘Eerste openbaarmaking’ betreft de datum waarop het artikel in de uitgegeven versie voor het eerst online beschikbaar komt
  4. Kort wetenschappelijk werk betreft zowel artikelen als conference papers en losse hoofdstukken in ‘edited collections’. Monografieën en hoofdstukken van monografieën vallen hier niet onder.
  5. De landelijke uitgangspunten gelden ongeacht of het een Nederlandse of buitenlandse uitgever betreft
  6. Het betreft zowel auteurschap als co-auteurschap
  7. De hierboven genoemde uitgangspunten gelden voor alle onderzoekers wiens werk geheel of gedeeltelijk is gefinancierd met Nederlandse publieke middelen, ongeacht de vraag hoe het auteursrecht is vastgesteld en/of auteursrecht is overgedragen.

De bovenstaande uitgangspunten zijn verdedigbaar in het hbo. Wel vergen twee uitgangspunten een verdere vertaling naar de hbo-context.  

  • 4:Kort werk van wetenschap

Ten aanzien van kort werk van wetenschap kan nog expliciet vermeld worden dat sommige artikelen in vaktijdschriften ook tot kort werk behoren. Gezien de grote verscheidenheid aan verschillende kennisproducten in het hbo, valt niet op een éénduidige wijze aan te geven welke producten wel of niet onder deze definitie vallen. Temeer omdat het bedrijven van praktijkgericht onderzoek niet, in juridische zin, altijd valt onder het bedrijven van wetenschap. 

  • 7: reikwijdte

In de hbo context is het wel degelijk van belang hoe het auteursrecht tussen werkgever en werknemer is vastgesteld. In het hbo dient een hogeschool het auteursrecht aan de werknemer over te dragen, alvorens de werknemer aanspraak kan maken op Taverne.

Gebruiksrecht middels Creative Commons-licenties

Een kennisproduct voldoet volledig aan de definitie van Open Science als deze ook een gebruiksrecht verleent aan degene die het kennisproduct wil verwerken binnen zijn eigen onderzoek. Op deze manier kan er verder voortgebouwd worden op eerder onderzoek. Binnen Open Science worden vaak Creative Commons-licenties gebruikt waarmee op uniforme wijze vooraf toestemming gegeven wordt voor specifieke manieren van hergebruik terwijl het auteursrecht bij de maker blijft. Creative Commons-licienties bestaan uit vier verschillende bouwstenen: naamsvermelding van de auteur, niet commercieel, geen afgeleiden werken en gelijk delen. Deze 4 bouwstenen leiden tot een zestal verschillende licenties. Voor een uitgebreide toelichting zie https://creativecommons.nl/uitleg/

Niet alle creativecommons-licenties lenen zich voor Open Science. De volgende twee licenties worden als ‘open’ licenties beschouwd:

  1. Creative Commons Naamsvermelding
  2. Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen

Overige Creative Commons-licenties bevatten onderdelen die commercieel hergebruik of het creëren van afgeleide werken expliciet niet toestaan. Om het publiceren te stimuleren binnen hogescholen kan er desondanks voor gekozen worden om de volgende licenties te gebruiken:

  • Creative Commons Naamsvermelding NietCommercieel
  • Creative Commons Naamsvermelding NietCommercieel GelijkDelen

Het streven bij open publiceren is echter wel om één van de twee ruimste licenties (1&2) toe te passen.

Publicatieroutes

Er wordt op veel manieren gepubliceerd binnen de hogescholen. Niet alle publicatieroutes leveren echter een openscience-publicatie op. Hieronder worden – op hoofdlijnen – de verschillende publicatieroutes beschreven. Schematisch worden hieronder deze routes weergegeven in het stroomdiagram. Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt in:

  • publicatieroutes die leiden tot publicaties die volgens de openscience-principes gedeeld en hergebruikt kunnen worden
  • publicatieroutes die middels een beroep op de openaccess-bepaling in de Auteurswet na enige tijd alsnog gedeeld maar niet hergebruikt mogen worden
  • publicaties die niet verder gedeeld en hergebruikt kunnen worden.
open publiceren publicatieroutes

Voordat overgegaan kan worden tot het publiceren van een kennisproduct zal eerst bekeken moeten worden of publiceren wel is toegestaan. Wettelijke bepalingen of vertrouwelijke (bedrijfs)gegevens kunnen publiceren onmogelijk maken, omdat het zou leiden tot overtreding van een wettelijke bepalingen (zoals overtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming) of tot contractbreuk (m.n. indien er contractuele afspraken zijn gemaakt over vertrouwelijkheid).

Publicatieroute 1:

De auteursrechthebbende besluit om zelf het kennisproduct te publiceren en maakt gebruik van een gebruikslicentie. Meestal wordt gebruik gemaakt van een creativecommons-licentie. Voor software wordt vaak een aparte gebruiks­licentie gebruikt zoals de MIT License of de GNU General Public License. Het auteursrecht wordt niet overgedragen. Publicatie vindt meestal plaats vanuit een instellingsrepository via de publicatiesite van de instelling of via kennisportals van het hoger onderwijs (zoals het te ontwikkelen Nationaal Platform Praktijkgericht Onderzoek, de HBO Kennisbank of NARCIS). Deze route is een openscience-publicatieroute. 

Publicatieroute 2:

De auteursrechthebbende publiceert het kennisproduct via een uitgever, maar het gebruik is geregeld met een aan het kennisproduct gekoppelde gebruikslicentie. Meestal wordt gebruik gemaakt van een creativecommons-licentie. Deze manier van publiceren vindt plaats in full-openaccess-tijdschriften of gebruikmakend van de Open Access optie in hybride tijdschriften. Het auteursrecht wordt niet overgedragen. In veel gevallen brengt de uitgever kosten in rekening voor het verwerken en publiceren van het kennisproduct, de zogenoemde article processing charge (apc).  Deze route wordt gebruikt voor (wetenschappelijke) publicaties. Deze route is een openscience-publicatieroute. 

Publicatieroute 3:

De auteursrechthebbende publiceert het kennisproduct via een uitgever. Het auteursrecht wordt overgedragen aan de uitgever. De uitgever staat echter, soms onder voorwaarden, toe dat de pre-print (en soms de post-print of uitgeversversie) door de auteursrechthebbende wordt opgeslagen in een instellingsrepository en van daaruit wordt gepubliceerd via de publicatiesite van de instelling. Deze route wordt gebruikt voor (wetenschappelijke) publicaties. Deze route is een openscience-publicatieroute. 

Publicatieroute 4:

De auteursrechthebbende publiceert het kennisproduct via een uitgever. Het auteursrecht wordt overgedragen aan de uitgever. De uitgever staat niet toe dat de pre-print, post-print of uitgeversversie wordt opgeslagen in een instellingsrepository en van daaruit wordt gepubliceerd. Indien sprake is van een werk dat voldoet aan de criteria genoemd in artikel 25fa van de Auteurswet (beschreven onder het onderdeel Taverne) dan mag de auteursrechthebbende na redelijke termijn het werk in Open Access beschikbaar stellen. Deze route is een beperkte openscience-publicatieroute. Beperkt vanwege de termijn die verstreken moet zijn voordat het werk mag verschijnen, maar ook vanwege beperking in het soort werk (alleen kort werk van wetenschap). Het geldt dus niet voor alle andere kennisproducten. Tevens is het beperkt, omdat de auteursrechthebbende het werk alleen beschikbaar (zonder een cc-licentie die hergebruik bevordert) mag stellen met vermelding van de bron van eerste openbaarmaking. 

Publicatieroute 5:

De auteursrechthebbende publiceert het kennisproduct via een uitgever. Het auteursrecht wordt overgedragen aan de uitgever en er is geen gebruikslicentie. De uitgever staat ook niet toe dat de pre-print, post-print of uitgeversversie wordt opgeslagen in een instellingsrepository en van daaruit wordt gepubliceerd. Ook kan geen gebruik worden gemaakt van de beperking van artikel 25fa van de Auteurswet. Deze route wordt gebruikt voor (wetenschappelijke) publicaties. Deze route is geen openscience-publicatieroute en draagt daarbij niet bij aan het wezelijken van de gezamenlijke ambities op het gebied van Open Science.

De bovenstaande tekst is bijna integraal overgenomen uit de handreiking open publiceren. De inleiding en een passage over juridische aansprakelijkheid zijn weggelaten.
Open Science headerafbeelding door Open Knowledge met CC BY 3.0

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (8) Write a comment

  1. Zeer interessant en verhelderend. Voor KPZ schrijf ik samen met Jacqueline van Dalfsen en Herma Slendebroek van de Mediatheek een Publicatiebeleid. Graag maken we gebruik van de inhoud van deze publicatie, uiteraard met bronvermelding!

    Reply

  2. Weer een verhelderend stuk Raymond. Bijna een ‘exegese’ op het Open Publiceren. Vraag die bij mij opkomt is welke publicatieroute van toepassing is wanneer de werkgever (lees de hogeschool) het auteursrecht NIET expliciet heeft overgedragen aan de vervaardiger? Wie publiceert er dan en met welke rechten? Of resten dan slechts de routes 1 (de hogeschool publiceert in repository en website) of 5 (geen gebruikslicentie)?

    Reply

  3. Het is op zich niet zo zeer de vraag welke publicatieroutes over blijven als het auteursrecht niet belegd wordt bij de auteur/maker zelf, maar meer wie bepaalt welke publicatieroute van toepassing is.

    Zonder een specifieke uitspraak van de hogeschool over het recht afspraken te maken over het gemaakte werk komt het auteursrecht in de meeste gevallen toe aan de hogeschool. En dat betekent dat een college van bestuur een gebruiksrecht moet geven (routes 1 en 2) of de rechten simpelweg moet overdragen (routes 3 t/m 5). Een auteur kan zich niet op Taverne beroepen om het na een eventuele overdracht alsnog open te publiceren want die rechten zitten dus bij de hogeschool.

    In de praktijk zal een college dus linksaf of rechtsaf altijd een mandaat moeten geven aan anderen als het over de auteursrechten van werken van werknemers gaat. Ofwel moet het gedelegeerd worden aan een juridische afdeling zodat deze alle afspraken met alle uitgevers kunnen maken namens de hogeschool danwel (een stuk handiger) eenvoudig de rechten overdragen naar de vervaardigers ervan.

    Dat laatste is de essentie van een publicatiebeleid. Zorg dat je als hogeschool je uitspreekt over hoe je wilt dat werknemers hun kennisproducten delen en beschikbaar maken … en geef ze de middelen om dat te doen door ze het auteursrecht van hun werken te laten beheren.

    Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top