Juridische kwesties: De onmogelijke auteursrechtspagaat

Archiefinstellingen hebben, na een verloren rechtszaak van een uitgever tegen Erfgoed Leiden over auteursrecht, massaal honderdduizenden foto’s van hun websites verwijderd. Volgens rechthebbenden en auteursrechtenorganisatie Pictoright moeten archieven dit ‘dan maar beter regelen’, maar in de huidige auteursrechtwetgeving is dat onmogelijk.

Erfgoed Leiden is niet de eerste archiefinstelling waartegen een rechtszaak is aangespannen. In 2015 verloor het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) een zaak over het openbaar maken van 221 foto’s van een fotograaf die achteraf zijn recht kwam halen. In datzelfde jaar stonden ook Pictoright – namens de rechthebbenden – en het Stadsarchief Rotterdam tegenover elkaar bij de rechter en werd het Stadsarchief veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding voor 30 inbreuken.

Leiden in last

Erfgoed Leiden beschikt, net zoals bijna alle archieven, over een beeldbank waarin duizenden beelden – tekeningen en foto’s – uit verschillende collecties opgenomen zijn. Deze zijn via een website te bekijken en te downloaden vanuit de maatschappelijke en wetenschappelijke doelstellingen om digitaal erfgoed publiek beschikbaar te maken.

In deze beeldbank bevonden zich 25 gedigitaliseerde prentbriefkaarten met daarop historische foto’s uit voornamelijk de jaren dertig en veertig. En daar ging het vervolgens mis. Eind 2016 meldde zich een uitgever die claimde over de auteursrechten te beschikken van de foto’s; hij wilde praten over een vergoeding voor het gebruik van die foto’s. Erfgoed Leiden betwistte dat de opname in de beeldbank inbreuk maakte op de rechten en deze zaak kwam uiteindelijk voor de rechter.

Geen probleem

Het gaat te ver om hier alle details te beschrijven, maar het belangrijkste aspect van deze zaak is dat de 25 prentbriefkaarten destijds in omloop zijn gebracht zonder dat daar de naam van de betreffende fotograaf op vermeld is. De Auteurswet stelt dat in zo’n geval de instelling die het werk openbaar maakt de rechthebbende is (artikel 8 Aw) en dat het auteursrecht 70 jaar na die openbaarmaking verloopt (artikel 38 Aw).

Oftewel, Erfgoed Leiden had geen reden om aan te nemen dat ze überhaupt iets moesten gaan regelen met eventuele rechthebbenden. Het auteursrecht was, op één prentbriefkaart uit 1953 na, immers verlopen.

Uitgever Voet uit Rotterdam toverde echter een konijn uit zijn hoge hoed. Hij bleek in 1982 een overeenkomst met de fotograaf gesloten te hebben, waarin het auteursrecht van de 25 foto’s overgedragen is aan de uitgever. Inclusief alle negatieven.

Toch niet goed geregeld

Met die overeenkomst – en negatieven – in de hand kon de uitgever aantonen dat de foto’s dus niet van een anonieme maker zijn, maar van de hand waren van de fotograaf. De maker was weliswaar overleden in 2000, maar de auteursrechtelijke bescherming loopt door tot 1 januari 2071.

De Rechtbank Den Haag behandelt de zaak zoals die dat behoort te doen: aan de hand van de juridische feiten. En die zijn simpel. Uitgever Voet beschikt over de rechten en Erfgoed Leiden had een regeling moeten treffen met deze uitgever om de foto’s te mogen gebruiken. Ook al konden ze niet weten dat de foto’s nog auteursrechtelijk beschermd waren, laat staan bij wie ze de rechten moesten afkopen. Het archief wordt uiteindelijk veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding voor de 25 foto’s (en de aanzienlijke proceskosten).

En nu?

De advocaat van de uitgever heeft inmiddels ook alle andere archieven benaderd voor een vergoeding voor andere foto’s. Als reactie daarop hebben de archieven honderdduizenden foto’s verwijderd. Ondertussen staat Pictoright in verwarring aan de zijlijn toe te kijken: aangezien de rechter niet eens gerefereerd heeft aan zijn collectieve afkoopregeling voor digitalisering van foto’s, is het maar de vraag of archiefinstellingen hier in de praktijk iets aan hebben.

Erfgoed Leiden heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan, ondersteund door brancheorganisatie KVAN/BRAIN. In de hoop een juridische oplossing te vinden waarmee archieven en erfgoedinstellingen hun digitaal erfgoed online kunnen zetten zonder in die onmogelijke auteursrechtspagaat te belanden.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 5 (2018).

#

rechtszaken header werkstukken

Conclusie van Advocaat-Generaal Europees Hof van Justitie: foto’s in werkstukken op een schoolwebsite zijn geen mededeling aan het publiek

In een Duitse rechtszaak van een fotograaf tegen een school, die nu bij het Europese Hof van Justitie ligt, concludeert de Advocaat-Generaal dat het publiceren van foto’s in werkstukken niet per se inbreuk maakt op het auteursrecht van een fotograaf als de foto’s al eerder met toestemming gepubliceerd zijn. Zou dit ook gevolgen kunnen hebben voor het gebruik van foto’s in het onderwijs in Nederland?

Het valt eigenlijk nog wel tegen hoeveel auteursrechtzaken er voorbij komen op de rol van het Europese Hof van Justitie. Sinds vorig jaar is er echter een langslepende rechtzaak tussen een Duitse fotograaf en een school in Waltrop (de deelstaat Nordrhein-Westfalen) doorverwezen naar de Europese rechter die heel interessante gevolgen kan hebben voor het educatief gebruik van foto’s in geheel Europa.

Wat speelt er?

Een leerlinge van de Gesamtschule Waltrop in de deelstaat Noordrijn-Westfalen van Duitsland vond op internet een foto van de Spaanse stad Cordoba, die zij gebruikte in een werkstuk voor het vak Spaans. Nadat zij haar werkstuk had voltooid, uploadde zij het (in 2009) op de website van de school.

Onder de afbeelding, die door de leerlinge was gekopieerd van de website www.schwarzaufweiss.de (die toebehoort aan een digitaal reismagazine met dezelfde naam), had de leerlinge de verwijzing naar die website opgenomen, zonder de naam van de fotograaf te vermelden.

De professionele fotograaf die de foto had gemaakt, Dirk Renckhoff, ontdekte dat deze foto zonder zijn toestemming was gebruikt en meende dat zijn auteursrecht was geschonden. Hij verzocht om de foto offline te halen en eiste een schadevergoeding. Dat kwam voor de rechter en die wees die eis gedeeltelijk toe. De foto moest worden verwijderd en Renckhoff zou een schadevergoeding van 300 euro moeten krijgen.

Beide partijen gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak en daar richtte de hogere rechter zich ineens op een deelaspect van de auteursrechtelijke handeling: namelijk het niet mogen kopiëren van de foto teneinde deze te uploaden. Dat leidde feitelijk tot een verbod om deze (en feitelijk alle foto’s) te mogen gebruiken op de website en daar gingen wederom beide partijen tegen in beroep. De deelstaat omdat ze dat verbod van tafel wilden hebben en de fotograaf omdat die zijn eigen vordering volledig gegrond wilde laten verklaren.

Het Bundesgerichthof (de hoogste rechter in Duitsland) kan niet terug naar de basisvraag of het zonder toestemming openbaar maken van de foto een inbreuk is op het auteursrecht van de fotograaf en kijkt ook verder naar het deelaspect van het kopiëren van de foto. Het Hof twijfelt eraan of het kopiëren van het beschermde werk op een computer en het uploaden ervan naar de schoolwebsite onder het begrip “mededeling aan het publiek” valt zoals dat in de Europese auteursrechtrichtlijn staat en stelt een prejudiciële vraag aan het Europese Hof van Justitie:

Moet het plaatsen van een op een website van een derde met toestemming van de houder van het auteursrecht voor alle internetgebruikers vrij toegankelijk werk op een eigen openbaar toegankelijke website worden beschouwd als beschikbaarstelling voor het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn [2001/29], wanneer het werk in eerste instantie op een server wordt gekopieerd en van daaruit op de eigen website wordt geüpload?

Analyse en conclusie

Voordat het Europese Hof van Justitie uitspraak doet – later dit jaar – geeft Advocaat-Generaal Campos Sanchez-Bordona echter zijn analyse en conclusie over deze zaak.

In die analyse en conclusie gebeuren er een aantal hele interessante zaken. Ik ben geen jurist maar ben inmiddels wel redelijk thuis in de auteursrechtwetgeving en heb genoeg ervaring met auteursrechtkwesties in het (hoger) onderwijs. De vraag of je een auteursrechtelijk beschermd werk (een foto) zonder toestemming op de website van een school mag zetten is niet lastig te beantwoorden want het is letterlijk een schoolvoorbeeld van hoe het auteursrecht werkt: de fotograaf is de maker van de foto en die moet toestemming geven voor het gebruik ervan tenzij het gebruik onder één van de beperkingen valt.

Er is echter geen beperking die hier op van toepassing is – je kunt voor werkstukken nog pogen het onder het citaatrecht of de onderwijsbeperking te scharen maar dat is best lastig – en dus heeft de fotograaf hier het gelijk aan zijn kant. Zou je denken.

De AG gaat namelijk ook niet terug naar de basis van de auteursrechtrichtlijn (de sterke bescherming van auteursrechthebbenden) maar stelt een mix van argumentatie samen die vooral bedoeld lijkt om de leerlinge en het gebruik van foto’s in onderwijscontext te ontzien.

Bij de opmerkingen vooraf (punten 50-52) bakent de AG de scope al af naar de vraag of het publiceren van de foto op de schoolwebsite een mededeling aan een nieuw publiek is en verruimt het belang van de uitspraak “gezien het belang van de zaak voor het dagelijkse leven van miljoenen scholieren in Europa”. Om die reden kijkt de AG ook naar de status van de foto als een beschermd werk, of dit inderdaad een mededeling aan het publiek is maar ook of het onder de onderwijsbeperking zou kunnen vallen.

Om een lange uitspraak kort te houden vindt de AG eigenlijk dat de foto van de stad Cordoba niet eens kwalificeert als een auteursrechtelijk beschermd werk (punten 53-58) maar moet erkennen dat het in deze zaak geen overweging is.

Vervolgens komt de AG met een mix van factoren (punt 66) waarvan hij vindt dat ze een rol spelen: het feit dat de foto een bijkomstig karakter heeft in het werkstuk (punten 67-68, eigenlijk dus citaatrecht), het feit dat de foto al eerder met toestemming op de website van het reismagazine stond en dus niet duidelijk was dat er opnieuw toestemming gevraagd moest worden (punten 69-79 die ik met grote verbazing las) en dat er geen winstoogmerk was bij de leerlinge en de school (punten 80-85). Stuk voor stuk geen nieuwe factoren in auteursrechtzaken maar mijns inziens wel heel uniek bij elkaar gemixed in deze zaak.

Aan het eind van de conclusie stelt de AG ook nog eens dat het gebruik van foto’s in werkstukken – gepubliceerd en al – volgens hem onder de onderwijsbeperking moet vallen (punten 109-117).

M.b.t. de prejudiciële vraag gaat de AG uitgebreid in op de vraag of het plaatsen van de foto ook een nieuw publiek bereikt (punten 95-108) en komt daar o.a. tot de conclusies dat er geen nieuw publiek wordt bereikt nadat de foto al eerder – met toestemming – op een andere website heeft gestaan en dat van de fotograaf verwacht mag worden dat die gebruikers wijst op zijn auteursrecht als zijn foto online wordt geplaatst. De fotograaf houdt zeggenschap (en mag dus eisen dat de foto van de website wordt gehaald) maar kan niet absoluut stellen dat de handeling een inbreuk op zijn auteursrecht oplevert.

De conclusie: Het plaatsen op de website van een school, zonder winstoogmerk en met bronvermelding, van een werkstuk dat een voor alle internetgebruikers vrij en kosteloos toegankelijke foto bevat, vormt, wanneer die foto zich reeds zonder waarschuwing betreffende beperkingen op het gebruik ervan op de website van een reismagazine bevond, geen beschikbaarstelling voor het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschapp?.

Wat betekent dit?

Natuurlijk is dit een antwoord op een hele specieke vraag die niet meteen breed geïnterpreteert kan worden en is het afwachten of het Europese Hof van Justitie deze conclusie overneemt.

Toch zitten in deze conclusie van Advocaat-Generaal Campos Sanchez-Bordona meerdere argumenten en interpretaties die heel interessant kunnen zijn voor het gebruik van foto’s in het onderwijs. De AG geeft duidelijk meer ruimte aan scholieren (en studenten?) om foto’s (en andere auteursrechtelijke beschermde werken?) in werkstukken te kunnen gebruiken.

Nou valt het gebruik van foto’s, afbeeldingen en illustraties natuurlijk onder de thuiskopie-exceptie voor eigen oefening, studie en gebruik als werkstukken alleen maar ingeleverd worden bij de eigen docent. Maar het is al jaren de gewoonte om goede werkstukken, opdrachten of scripties te presenteren aan de buitenwereld en daarvoor geldt de thuiskopie-exceptie dan niet meer. Geen probleem als je fysieke werkstukken in een klaslokaal, gang of bibliotheek etaleert maar wel als je ze op je eigen website plaatst?

Het is waar de AG zijn conclusie ook mee opent (punten 1-2): Nog niet zo lang geleden maakten leerlingen in scholen werkstukken over een bepaald thema op kartonnen platen, die zij gewoonlijk met foto’s, afbeeldingen en tekeningen uit boeken en tijdschriften illustreerden. Wanneer deze werkstukken klaar waren, werden zij in de scholen tentoongesteld (tot genoegen van de ouders), gewoonlijk zonder dat de auteurs van die afbeeldingen voor dat gebruik een vergoeding eisten. Thans maken leerlingen gebruik van de huidige technologie en illustreren zij hun werkstukken ook met foto’s en tekeningen, met dit verschil dat die werkstukken en de afbeeldingen die zij voor de uitvoering ervan gebruiken, digitaal zijn. Op internet zijn er duizenden grafische mogelijkheden om een schoolwerkstuk te voorzien van afbeeldingen en is het redelijk eenvoudig om dat werkstuk, wanneer het klaar is, te uploaden naar een voor alle internetgebruikers toegankelijke website.

Je wilt voorkomen dat onderwijsinstellingen en scholieren/studenten ineens bestookt worden met claims op het moment dat ze een onderwijsproduct in de etalage zetten op hun eigen website, zonder dat er zelfs maar een tegenargument mogelijk is.

En op dat punt voel ik helemaal met de AG mee. Niet alleen miljoenen scholieren hebben hier potentieel last van omdat je niet van ze kunt verwachten dat ze voor een werkstuk voor school auteursrechtelijke afwegingen moeten gaan maken die alleen gelden als dat werkstuk op een website belandt, maar dat geldt ook voor iedereen die een scriptie of ander eindwerk schrijft in het hoger onderwijs.

Sinds 2006 hebben ‘we’ in het hbo de HBO Kennisbank waarin tienduizenden scripties zijn opgenomen. In de meerderheid van al deze scripties zitten foto’s en andere afbeeldingen die strikt genomen inbreuk maken op het auteursrecht van de makers ervan. Ze mochten dankzij de thuiskopie-exceptie gebruikt worden in de scriptie zoals die ingeleverd is als eindproduct maar leveren potentieel een inbreuk op als ze gepubliceerd worden in de repository van de hogeschool.

Het is volslagen onwerkbaar om elke scriptie te screenen op mogelijke inbreukmakende afbeeldingen en foto’s. Windesheim heeft dat, samen met de studente, gedaan voor een prijswinnende scriptie en dat bleek een traject van vele weken te zijn om opnieuw toestemming te regelen danwel alternatieven te vinden. Het zou ook veel logischer zijn om dit onder een ‘modernere’ interpretatie van de onderwijs-exceptie te laten vallen en op die manier problemen met rechthebbenden te voorkomen zodra/als de bots van auteursrechtenorganisaties in staat zijn de inhoud van de HBO Kennisbank te doorzoeken bijvoorbeeld.

Ongeacht wat de uiteindelijke uitspraak van het Bundesgerichthof over de Cordoba foto gaat zijn, de conclusie van Advocaat-Generaal Campos Sanchez-Bordona geeft mijns inziens ruimte voor onderwijsinstellingen om met tegenargumenten te komen als het gaat om het educatieve gebruik van foto’s in werkstukken en scripties.

#

Juridische kwesties: Auteursrechtinbreuken in cyberboek

De media berichtten begin februari uitgebreid over het plagiaat in De wereld van cybersecurity en cybercrime van oud-minister Willem Vermeend en Rian van Rijbroek. Onderbelicht bleef de kwestie dat de boekauteurs ook auteursrechtinbreuk pleegden.

Een paar maanden na het verschijnen van De wereld van cybersecurity en cybercrime nodigde het tv-programma Nieuwsuur Rian van Rijbroek als cyberexpert uit voor een interview. Dat tv-optreden werd geen hoogtepunt in haar carrière, want ze bleek minder deskundig te zijn dan verwacht.

Nieuwsuur en de NOS doken daarom wat verder in het boek en troffen tien passages aan die overgenomen waren uit artikelen in de Volkskrant, NRC Handelsblad, Wikipedia, security.nl en de site van jurist Arnoud Engelfriet, iusmentis.com. Overgenomen zonder erbij te vermelden dat de passages ergens uit ontleend waren en dus ook zonder opgave van de betreffende bronnen.

Plagiaat
Het gebruik van andermans werk en doen voorkomen alsof je dat zelf geschreven hebt wordt plagiaat genoemd. Het is een doodzonde in de literaire wereld, waar al menig auteur zijn of haar carrière op zag stranden. Het is gebruikelijk dat je bronnen raadpleegt, maar je wordt wel geacht de bron te benoemen als je teksten letterlijk overneemt.

Vermeend gaf meteen toe dat bij verschillende passages de bronvermelding ontbrak en uitgeverij EinsteinBooks nam het boek daarop uit de handel. Een week later werd een nieuwe druk aangekondigd – nu mét bronvermeldingen. Zijn daarmee alle problemen opgelost?

Citeren
Wanneer je grote stukken tekst overneemt, kun je niet volstaan met het opsommen van de bronnen. Dat is prima om niet van plagiaat beschuldigd te worden, maar je hebt als auteur ook met de Auteurswet te maken als je teksten van een ander overneemt.

Teksten zijn auteursrechtelijk beschermd en dat betekent dat je toestemming moet vragen om ze te gebruiken in een boek. Je kunt weliswaar gebruik maken van het citaatrecht – een uitzondering in de Auteurswet – om kleine hoeveelheden tekst over te nemen zonder toestemming, maar dit is wel aan voorwaarden gebonden.

Zo moet er een ‘noodzaak’ zijn om een citaat te gebruiken, bijvoorbeeld omdat je eigen tekst minder duidelijk is zonder dat citaat. Ook mag je niet meer tekst overnemen dan strikt noodzakelijk is. Het aantal woorden dat je mag gebruiken varieert per bron, maar over het algemeen is een citaat niet langer dan een alinea. Elke overgenomen passage in het boek van Vermeend en Van Rijbroek omvat echter meer dan één enkele alinea.

Auteursrechtinbreuk
Behalve van plagiaat kun je hier dus spreken van meervoudige inbreuken op het auteursrecht. Vermeend en Van Rijbroek hebben immers veel meer tekst opgenomen dan is toegestaan onder het citaatrecht. Het zijn daarmee dus geen citaten in auteursrechtelijke zin en de auteurs hadden om toestemming voor het gebruik ervan moeten vragen.

Bij Wikipedia en de blog van Arnoud Engelfriet ligt de zaak iets ingewikkelder. Door op hun site een Creative Commons Naamsvermelding – Gelijk Delen-licentie te plaatsen geven beide makers vooraf toestemming aan auteurs om hun werk over te nemen. Hierbij gelden de voorwaarden dat je de teksten alleen mag overnemen als je aan naamsvermelding doet én dat je je eigen werk deelt onder diezelfde voorwaarden. Gebruik van dit tekstmateriaal in een boek mag dus alleen als het boek dezelfde CC-licentie meekrijgt en dat is hier niet het geval. Het is dan ook de vraag of deze kwestie na het verschijnen van de herziene tweede druk van De wereld van cybersecurity en cybercrime alsnog een staartje gaat krijgen.

Toestemming
Hoe zorg je er voor om niet in dezelfde valkuil te stappen als je andermans teksten wilt gebruiken voor je boek? Kijk dan of die teksten onder een Creative Commons-licentie vallen en houd je aan de voorwaarden van die licentie. Geen CC-licentie of kun/wil je niet aan de voorwaarden voldoen? Vraag dan de schrijver van die tekst om toestemming om zijn of haar tekst te mogen gebruiken. En vergeet natuurlijk niet om erbij te vermelden van wie je die tekst overgenomen hebt.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 2 (2018).

#

Pagina 1 of 96123...153045...Laatste »
  • © 2006- 2018 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top