De Easy Access afkoopregeling voor auteursrecht in het hbo

Sinds ruim tien jaar sluit de Vereniging Hogescholen (VH), en daarvoor de HBO-Raad, met de stichting Uitgevers
voor Onderwijs (UvO, vroeger PRO geheten) driejaarlijks een overeenkomst over het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken in het onderwijs. Deze Readerregeling is een concrete uitwerking van de mogelijkheden die in de onderwijsexceptie in de Auteurswet geboden worden en bevat afspraken over hoeveel er overgenomen mag worden door docenten en wat de bijbehorende vergoedingen zijn. Deze Readerregeling is (met terugwerkende kracht) per 1 januari 2021 vervangen door een Easy Access regeling die meer mogelijkheden biedt voor het (hbo) onderwijs en veel oude problemen moet oplossen.

Van Readerregeling naar Easy Access

De readerregeling heeft een lange geschiedenis die nog veel verder terug gaat dan 10 jaar. De oorspronkelijke readerregeling regelde weliswaar precies hetzelfde – hoeveel er overgenomen mocht worden uit boeken en tijdschriften – maar dit was in een tijd waarin papieren readers en syllabi de boventoon voerden en de repro-afdelingen van hogescholen eenvoudig konden registreren & doorgeven wat er gebruikt werd.

Zo rond 2008, 2009 werd een eerste poging gedaan om de regeling te actualiseren aangezien overnames meer en meer in digitale leeromgevingen kwamen te staan en het aantal readers/syllabi geleidelijk begon af te nemen. Die poging was nogal karig want het stelde niet meer voor dan het 1 op 1 doorzetten van wat er in papieren readers toegestaan was naar modules in de ELO. Het bleven overnames waarbij er woorden en afbeeldingen geteld moesten worden – want zo ging dat op papier – ook al waren er geen repro-afdelingen meer betrokken. Die plaatsen en beheren geen digitale leeromgevingen natuurlijk.

Vragen over wat er qua auteursrecht mogelijk was, inclusief de ondankbare taken om daar toezicht op te houden, kwamen ineens bij de bibliotheken van de hogescholen terecht. Die verenigden zich in 2010 in het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo en zetten zich sindsdien in om adviezen over auteursrechtkwesties aan hun docenten en onderzoekers te geven maar ook om een betere regeling te bewerkstelligen die zowel voor de hogescholen als uitgevers minder rompslomp oplevert.

En dat is een lange route gebleken. Al in de zomer van 2017 begonnen de eerste gesprekken tussen de Vereniging Hogescholen en de uitgevers over hoe de nieuwe regeling er uit zou moeten zien. Het uitgangspunt ‘high trust, low control’ bleek niet gemakkelijk toepasbaar te zijn op de vele uitwerkingen en veranderingen die nodig waren. In tegenstelling tot de oude regelingen konden nu alle voorstellen direct getoetst worden aan de praktijk via de adviezen van het NAI-hbo en ook al heeft het ruim 3 jaar geduurd, er ligt nu een betere versie van de afkoopregeling dan ooit tevoren.

Easy Access afkoopregeling

Met een nieuwe regeling komt een nieuwe naam. Nou ja, niet helemaal nieuw want de universiteiten kennen al sinds 2017 een Easy Access regeling die op het eerste oog ook nog eens lijkt op die van het hbo. In beide wordt de overname van boeken opgehoogd van het oorspronkelijke 10.000 woorden naar maximaal 50 pagina’s (tot max. 25% van het werk) en geldt die paginagrens ook voor de tijdschriften.

Maar verder zijn de beide Easy Access regelingen redelijk verschillend.

Voor het hbo hebben we behalve het uitgangspunt ‘high trust, low control’ ook vastgehouden aan het gegeven dat een nieuwe regeling niet alleen maar het maken van afspraken met uitgevers dient te zijn als uitwerking van de onderwijsexceptie. Nee, het is een afkoopregeling en daarin regel je normaliter de zaken op een dermate wijze dat je het gemakkelijker voor jezelf maakt. In plaats van heel veel moeite doen om elke individuele overname te verantwoorden in een reader, ELO module of Microsoft Team omgeving, koop je dat af zodat je niet al die moeite hoeft te doen. Je betaalt om het overgrote (reguliere) gebruik van overnames in het onderwijs geregeld te hebben zonder dat docenten met formulieren, aanvraagprocedures en administratieve rompslomp geconfronteerd moeten worden. Afkopen van het reguliere gebruik en faciliteren van wat extra nodig is. Plus voorkomen en bestrijden van excessen.

Wat is dan regulier gebruik?

Dat is een beetje lastig te bepalen natuurlijk maar kijkend naar huidige overnames (en wat uitgevers hier maximaal in willen doen) kom je voor boeken (voorlopig) uit op maximaal 50 pagina’s uit 1 (studie)boek. Tot een maximum van 25% van het boek. Dat trekken we gelijk met de tijdschriften en dus mogen daar ook 50 pagina’s uit gebruikt worden onder de nieuwe regeling.

Afbeeldingen gebruiken in Powerpoints (en ELO modules) was al mogelijk in het hbo dankzij afspraken met Stichting Pictoright maar deze zijn verruimd en ook rechtstreeks opgenomen in de Easy Access regeling: maximaal 50 afbeeldingen in een (Powerpoint)presentatie, maximaal 25 uit het oorspronkelijk werk en maximaal 10 werken van dezelfde maker.

Bladmuziek heeft ook een forse uitbreiding gekregen aangezien de oude overnamegrens onwerkbaar was. Bladmuziek valt nu onder dezelfde limiet van 50 pagina’s waarmee in de praktijk 25% van de bladmuziek gebruikt kan worden ter toelichting in het onderwijs.

Niet alleen wat maar vooral HOE

Inhoudelijk is de Easy Access regeling zeker niet spannend. Het grote verschil met de eerdere regeling – en de Easy Access regeling van de universiteiten – is dat het vooraf en achteraf verantwoording afleggen verdwenen is. Docenten hoeven niet meer allerlei afspraken en procedures te volgen om overnames in hun onderwijsmateriaal te gebruiken en er worden geen controles van de digitale leeromgevingen uitgevoerd door Stichting UvO.

Dit is/wordt vervangen door een set aan afspraken en samenwerking tussen de Auteursrechten Informatie Punten van de hogescholen en Stichting UvO. Hierbij ligt de focus op het zelf inzichtelijk krijgen van overnames binnen de eigen hogeschool en het inzage geven/melden van overnames aan Stichting UvO die de omvang overstijgen zoals die in de Easy Access afkoopregeling afgesproken zijn. Docenten kunnen overnames tot 50 pagina’s/25% van het werk vrijelijk doen en kunnen grotere overnames via het eigen Auteursrechten Informatie Punt aanvragen. Of die dan via UvO, met een rechtstreekse licentie, eventuele open access beschikbaarheid of op een andere manier gefaciliteerd kunnen worden, daar gaan we de komende jaren mee aan de slag. Een werkgroep van het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten zal periodiek met Stichting UvO om de tafel gaan om deze nieuwe samenwerkingsroute vorm te geven.

#

Juridische kwesties: Internetconsultatie nieuwe EU auteursrechtenrichtlijn

De overheid publiceerde voor de zomervakantie een concept-implementatiewetsvoorstel dat de vernieuwde EU-auteursrechtenrichtlijn moet verwerken in de Nederlandse wetgeving. In juli en augustus konden het publiek en belangenorganisaties hierop reageren in een internetconsultatie. Wat is hier uitgekomen?

Op 17 mei werd de definitieve tekst van de nieuwe EU-richtlijn inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt officieel gepubliceerd. Deze richtlijn moet beter rekening houden met de nieuwe soorten gebruik die digitale technologieën nu mogelijk maken.

Behalve de veelbediscussieerde bescherming van online perspublicaties en het niet meer vrijelijk kunnen uploaden van content naar bijvoorbeeld YouTube (uploadfilter), zijn in de richtlijn ook aangepaste en nieuwe uitzonderingen te vinden. Denk daarbij aan uitzonderingen voor tekst- en datamining, onderwijsdoeleinden en voor behoud van het cultureel erfgoed. Verder introduceert de richtlijn eindelijk maatregelen om collectieve licentieverlening mogelijk te maken, zodat erfgoedinstellingen de rechten kunnen gaan regelen zonder elke individuele rechthebbende op te hoeven sporen.

Van richtlijn naar wet

Hoewel de richtlijn duidelijke doelstellingen geeft, worden deze niet concreet als wetgeving geformuleerd. Dat is namelijk aan de lidstaten zelf. Tot 7 juni 2021 hebben ze de tijd hebben om hun eigen auteursrechtwetgeving aan te passen in overleg met betrokken partijen.

In Nederland heeft de overheid dit vlot opgepakt: op 2 juli lag al het implementatievoorstel klaar die de richtlijn verwerkt met (beoogde) wijzigingen in de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten en de Databankenwet.

Dit implementatievoorstel is, inclusief een Memorie van toelichting, gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl/auteursrecht. Tot 2 september kon iedereen reageren.

De reacties

Zoals je zou verwachten bij een voorstel waarin meerdere grote en gespecialiseerde onderwerpen aan bod komen, zijn de 57 reacties heel divers. Van een korte repliek met weinig of geen onderbouwde argumentatie door particulieren tot hele documenten waar uitgebreid ingegaan wordt op bijna alle aspecten die in het implementatiewetsvoorstel genoemd worden.

Een aantal Nederlandse erfgoedinstellingen, bibliotheken en archieven hebben een gezamenlijke reactie ingediend. Hierin stellen ze onder andere vragen over de reikwijdte, randvoorwaarden en beveiligingsmaatregelen van de nieuwe tekst- en datamininguitzonderingen. Tevredenheid is er alom over de nieuwe, dwingende, preserveringsexceptie, al blijft er nog wel één vraag staan: is het straks ook wettelijk mogelijk om hard- en software te emuleren om bijvoorbeeld games en websites toegankelijk te houden? Ook zijn de erfgoedinstellingen blij met de invoering van een wettelijke basis voor Extended Collective Licensing, waarbij via één rechtenorganisatie de auteursrechten voor bijvoorbeeld digitalisering van foto’s in één overeenkomst geregeld kan worden in plaats van alle individuele rechthebbenden op te moeten sporen. Benadrukt wordt wel dat er nog veel geregeld moet worden om dit in de praktijk te laten werken.

Eén onderdeel van de richtlijn blijkt echter onderbelicht te blijven in het implementatiewetsvoorstel – en dat was voor ondergetekende reden om zelf ook een uitgebreide reactie in te dienen namens het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo. De onderwijsexceptie wordt namelijk weliswaar een klein beetje aangepast, maar de vele problemen uit de praktijk van de afgelopen jaren worden er niet mee opgelost.

Theorie en praktijk

Dat nobele doelstellingen en wetgeving niet (altijd) aansluiten op de praktijk is de beste samenvatting van alle reacties. De rode draad is dan ook het aanbod van de indieners om betrokken te worden in de stakeholderdialogen die het ministerie van Justitie en Veiligheid kan organiseren naar aanleiding van alle inhoudelijke feedback. Zodat de belangen van zowel rechthebbenden als die van de gebruikers van hun werken ook daadwerkelijk in balans kunnen worden gebracht. En dat het ook in de praktijk beter gaat werken voor iedereen.

Want daar was het tenslotte allemaal om te doen.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 7 (2019).

#

Reactie op de internetconsultatie implementatiewetsvoorstel EU auteursrechtrichtlijn

Vlak voor de zomervakantie is het implementatiewetsvoorstel Richtlijn auteursrecht in de digitale eengemaakte markt aan het publiek voorgelegd op internetconsultatie.nl/auteursrecht. Dit is de beoogde aanpassing van de Auteurswet (plus Databankenwet plus Wet op de naburige rechten) naar aanleiding van de nieuwe Europese auteursrechtrichtlijn 2019/790 die eerder dit jaar goedgekeurd werd in het Europees Parlement.

Hoewel bijna alle aandacht voor deze richtlijn ging naar de nieuwe regels rondom gebruik van nieuwsartikelen online (de zogenaamde link tax) en het aansprakelijk stellen van internetplatformen voor de door gebruikers geuploade content (uploadfilter), is ook de onderwijsexceptie vernieuwd.

Helaas lijkt het er op dat in Nederland geen input is geweest voor het onderwijsexceptie-deel van het wetsvoorstel dat de Auteurswet moet gaan implementeren. Iets dat ik heel erg betreur want waar in de memorie van toelichting van het implementatiewetsvoorstel doodleuk wordt gesteld dat de huidige onderwijsexceptie in de praktijk goed functioneert, is die praktijk toch echt compleet anders. Het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo (NAI-hbo), waar ik tegenwoordig 1 van de twee voorzitters van ben, is nu bijna tien jaar geleden opgericht door juist de vele problemen die onderwijsinstellingen hadden – en hebben – met de onderwijsexceptie en het effectief hergebruik van werken in het onderwijs.

Namens het NAI-hbo, die alle hbo instellingen als lid heeft, hebben we daarom een uitgebreide reactie over alleen de onderwijsexceptie ingediend. Aangezien we helaas de enige zijn (van de in totaal 57 openbare reacties) die op dit deel reageerden deel ik de volledige reactie ook hier op mijn blog in de hoop een bredere discussie en dialoog te kunnen voeren over de verbetering van dit aspect van de wet- en regelgeving.

Reactie NAI-hbo implementatiewetsvoorstel EU auteursrechtrichtlijn

Deze reactie is geschreven door (de voorzitters van) het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo (NAI-hbo). Het NAI-hbo is een netwerkorganisatie die in samenwerking met haar leden (37 HBO instellingen) het publiek beschikbaar maken van onderwijs- en onderzoek content afkomstig uit het HBO stimuleert en daarvoor juridische handvatten en tools aandraagt. Naast eigen gepubliceerd materiaal (bijv. door een lector, docent of student) richt het netwerk zich expliciet ook op rechtmatig hergebruik van materiaal dat door derden is ontwikkeld.

Het NAI-hbo dankt zijn bestaan, sinds 2010, aan het niet goed functioneren in de praktijk van de onderwijsexceptie (artikel 16 Aw) bij de hogescholen in Nederland. Tot 2010 bestond het hergebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal voornamelijk uit papieren readers en syllabi die door docenten samengesteld en voorgeschreven werden.

Met de transitie naar het gebruik van digitale werken in de elektronische leeromgevingen kwam het toezicht en de controle door de repro-afdelingen te vervallen en bleek zowel de onderwijsexceptie als de implementatie middels de zogeheten readerregeling – een overeenkomst tussen de uitgevers, vertegenwoordigd door Stichting PRO (thans UvO) en de Vereniging Hogescholen – niet meer aan te sluiten op de ontstane dagelijkse praktijk. Docenten zijn zelf beheerder van hun digitale modules en hielden geen rekening met de limieten van de readerregeling die bedoeld waren voor papieren readers.

Het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo is ontstaan vanuit de wens en noodzaak om ondersteuning en voorlichting te bieden aan de docenten binnen de hogescholen. De 37 hogescholen, veelal vertegenwoordigd door hun bibliotheken, hebben alle een Auteursrechten Informatie Punt in het leven geroepen waar docenten, onderzoekers en studenten terecht kunnen voor alle vragen over hergebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Het NAI-hbo deelt kennis hierover onderling, draagt deze kennis en ervaring uit naar leden en brancheorganisaties, en heeft periodiek overleg met Stichting UvO om de praktijkafspraken te verbeteren en te actualiseren. Sinds 2015 adviseert en onderhandelt het NAI-hbo samen met de Vereniging Hogescholen over de regelingen met Stichting UvO en de uitgevers.

De ervaringen van de afgelopen 9 jaren doen ons concluderen dat het implementatiewetsvoorstel m.b.t. de onderwijsexceptie geen recht doet aan de intentie die uit de EU auteursrechtrichtlijn spreekt en (nog steeds) niet de problemen adresseert waar hoger onderwijsinstellingen al bijna een decennium mee worstelen als het gaat om hergebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in het onderwijs. We herkennen ons niet en verbazen ons daarom over de constatering uit de Memorie van Toelichting (p6) dat Nederland al een onderwijsexceptie kent die in de praktijk goed functioneert.

We maken ons ernstige zorgen over de balans tussen de bescherming van belangen van rechthebbenden en de belangen van onderwijsgevers om kwalitatief onderwijsmateriaal in te kunnen zetten. In deze reactie gaan we hier uitgebreid op in.

We staan tot uw beschikking bij het beantwoorden van vragen naar aanleiding van onze reactie en zijn beschikbaar voor verdere stakeholderdialogen.

Namens het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo,

Raymond Snijders, Voorzitter Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo
Cynthia Halfwerk, Voorzitter Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo

Algemeen

Deze reactie focust zich op het gebruik van werken en andere materialen in digitale en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten op basis van de EU auteursrechtrichtlijn 2019/790, de memorie van toelichting, het implementatiewetsvoorstel, de bredere juridische kaders en de ervaringen die het NAI-hbo in de praktijk heeft met de huidige onderwijsexceptie.

Op 20 februari 2019 heeft de Nederlandse overheid – samen met Luxemburg, Polen, Italië en Finland – een brief gestuurd naar de permanente vertegenwoordiging en de raad van de Europese Unie. In deze brief stelt de Nederlandse overheid dat de balans tussen de bescherming van rechthebbenden en de belangen van EU-burgers en bedrijven in het gedrang zijn bij deze richtlijn.

Hoewel de aandacht en focus hierbij vooral gericht lijkt op de artikelen 15 (bescherming van perspublicaties met betrekking tot onlinegebruik) en 17 (gebruik van beschermde content door aanbieders van een onlinedienst voor het delen van content), ziet het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo ook een verstoorde balans tussen de bescherming van rechthebbenden en de onderwijsdoelstellingen waar artikel 5 een verbeterslag voor dient te zijn conform de overwegingen 19 t/m 24 uit de auteursrechtrichtlijn.

We betreuren dan ook dat het implementatiewetsvoorstel t.a.v. de onderwijsexceptie slechts het minimale overneemt uit de richtlijn zonder de onderwijsdoelstellingen en ervaringen uit de (onderwijs)praktijk te evalueren waarvoor deze exceptie dient.

De EU auteursrechtrichtlijn biedt de mogelijkheid – in artikel 25 ‘Verband met in andere richtlijnen bepaalde uitzonderingen en beperkingen’ – om opnieuw te kijken naar deze balans. We nodigen de Nederlandse overheid uit om gebruik te maken van deze mogelijkheid en met stakeholders uit lager, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs maar ook auteurs en uitgevers deze balans te (her)vinden. Het NAI-hbo biedt zich nadrukkelijk aan om deel te nemen aan een dergelijk proces.

Artikel 5 EU richtlijn 2019/790 & artikel 16 Auteurswet – Gebruik van werken en andere materialen in digitale en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten.

Een goede toegang tot kwalitatief onderwijsmateriaal is essentieel voor kwalitatief onderwijs en daarmee de kennissamenleving. Dit uitgangspunt vormt de basis voor de verplichting om te voorzien in een uitzondering op of beperking van de rechten van rechthebbenden om digitaal gebruik van werken mogelijk te maken dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs.

De wetgever heeft er destijds voor gekozen om deze uitzondering in de Auteurswet op te nemen met de formulering dat het hier om ‘verveelvoudiging of openbaarmaking van gedeelten [van werken]’ kan gaan mits er aan een vijftal voorwaarden voldaan wordt.

De interpretatie hiervan in de praktijk is volledig gestoeld op de papieren readers en syllabi die in het onderwijs gangbaar waren in die tijd. De definitie van ‘gedeelten’ werd door uitgevers beperkt tot maximaal 10.000 woorden uit boeken en artikelen van maximaal 8.000 woorden. Het bleek een werkbare definitie te zijn voor papieren readers en syllabi die door hun aard van nature al vele beperkingen kennen (handmatig samenstellen, vermenigvuldigen en beschikbaar maken aan studenten of scholieren). Readers en syllabi werden door repro-afdelingen geproduceerd die ook eenvoudig het overzicht konden houden en voor de afdracht van de billijke vergoedingen zorgden.

Met de opkomst van elektronische/digitale leeromgevingen in het onderwijs stapten docenten en leraren af van papieren readers en syllabi. Artikelen, boekhoofdstukken maar ook multimediale producties konden en werden rechtstreeks door docenten in eigen modules geplaatst ter toelichting van hun eigen onderwijs.

Sindsdien is de werkbaarheid van de readerregelingen en daarmee de onderliggende exceptie sterk verminderd. Tien jaar lang zijn hbo en wo brancheorganisaties, ondersteund door de Auteursrechten Informatiepunten, met uitgevers/Stichting UvO bezig geweest om de fundamenteel op papier geënte implementatie van de onderwijsexceptie werkbaar te maken in het digitale tijdperk.

Deze gesprekken en onderhandelingen tussen de Vereniging Hogescholen, NAI-hbo en de uitgevers, vertegenwoordig door Stichting UvO, verlopen zeer moeizaam. Uitgevers zijn van mening dat de definitie van ‘gedeelten van werken’ weliswaar opgerekt kan worden tot maximaal 50 pagina’s (ruwweg het dubbele van de 10.000 woorden) maar zijn huiverig om grotere overnames onder de regeling te brengen.

Uitgevers beschouwen de inkomsten, die uit de repartitie van de readerregeling voortkomen, als onderdeel van de exploitatie van de werken die ze op de markt brengen. Ze zijn van mening dat overnames, voortvloeiend uit de regeling/exceptie, in de digitale leeromgevingen een dermate negatieve impact hebben op de verkoop van studieboeken dat niet toegestaan kan worden om meer dan 50 pagina’s uit een werk te gebruiken ter toelichting van het onderwijs. Ook al kan niet aangetoond worden hoe, of, en in welke mate er een dergelijke relatie bestaat.

Deze patstelling, veroorzaakt door een eenzijdig aangebrachte restrictie van uitgevers, leidt tot de situatie waarin hogescholen – die streven naar het gebruik van maximaal 1/3 deel van het werk ter toelichting bij het onderwijs– gedwongen worden een arbeidsintensief systeem in stand te houden (en zelfs verder te ontwikkelen) waarin alle overnames langer dan 50 pagina’s geregistreerd en verantwoord moeten worden door alle instellingen. Iets dat haaks staat op afweging 24 van de auteursrechtrichtlijn waarin expliciet aangegeven wordt dat deze systemen onderwijsinstellingen geen administratieve last mogen bezorgen. De afgelopen tien jaren worden juist gekenmerkt door een enorme administratieve rompslomp voor instellingen en docenten.

De constatering in de Memorie van Toelichting (pagina 6) dat Nederland al een onderwijsexceptie kent die in de praktijk goed functioneert laat helaas zien dat er geen input vanuit de experts en ervaringsdeskundigen uit die onderwijspraktijk is geweest voor het implementatiewetsvoorstel. Ons inziens is dit een verkeerde constatering. We hopen met deze reactie alsnog een bijdrage te kunnen leveren zodat over een paar jaar wel deze conclusie getrokken kan worden.

Het NAI-hbo is blij dat de richtlijn en het implementatiewetsvoorstel het gebruik van digitale werken in de digitale onderwijsactiviteiten/-systemen expliciteert en codificeert. Al leverde dit aspect de afgelopen jaren eigenlijk geen discussies op omdat digitale onderwijsactiviteiten gemeengoed zijn geworden en de praktijk dit dus al lang reflecteert.

Datzelfde geldt ook voor de eisen van de beveiligde leeromgeving. Correcte en adequate authenticatie en autorisatie van gebruikers – studenten en docenten – zijn basisvereisten van elke leeromgeving en het zijn deze leeromgevingen die de afgelopen 10 jaren al de locaties waren van de controles die onderdeel uitmaken van de readerregelingen.  

Wel maken we ons zorgen over de locatie van het gebruik van de uitzondering in het implementatiewetsvoorstel. In artikel 16 lid 5 wordt alleen gesproken over toegang via een beveiligde elektronische omgeving terwijl de praktijk is dat onderwijsactiviteiten in toenemende mate buiten de gebouwen van de onderwijsinstelling plaatsvindt. In overweging 22 van de auteursrechtrichtlijn wordt dit ook benoemd als expliciete mogelijkheid en onderdeel van de beoogde exceptie maar dit aspect is niet opgenomen in het implementatiewetsvoorstel noch terug te vinden in de Memorie van Toelichting.

Hoewel we het toejuichen dat artikel 5(2) van de auteursrechtrichtlijn niet geïmplementeerd wordt en dat het gebruik van de exceptie dus niet ingeperkt of geheel geblokkeerd kan worden via een overeenkomst, willen we wel benadrukken dat de huidige en verwachte toekomstige mogelijkheden onder deze exceptie dermate restrictief zijn dat het als een pyrrusoverwinning aanvoelt.

Hbo instellingen onderhandelen al meer dan 10 jaar rechtstreeks met uitgevers voor de toegang tot en een gebruiksrecht voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermde content in bibliotheken en leeromgevingen aangezien de onderwijsexceptie onvoldoende mogelijkheden biedt. Oftewel, de noodzaak om overeenkomsten met uitgevers af te sluiten voor het gebruik van hun werken in het onderwijs zal niet minder worden door de beoogde aanpassing van de onderwijsexceptie.

Hoewel de wetgever niet verantwoordelijk is voor de interpretatie en implementatie van wetgeving in de praktijk wil het NAI-hbo pleiten om gebruik te maken van artikel 25 van de auteursrechtrichtlijn, die de mogelijkheid biedt om opnieuw te kijken naar de balans tussen de belangen van rechthebbenden en die van onderwijsdoelstellingen.

Specifiek pleiten we voor het schrappen van het beperkende ‘gedeelten’ in artikel 16 lid 1 en voor het expliciet opnemen van de term “verveelvoudiging of openbaarmaking van substantiële gedeelten ervan“. Substantieel is de term die in overweging 19 van de auteursrechtrichtlijn wordt gebruikt voor het gebruik van een databank ter illustratie van het onderwijs en is bij digitale onderwijsactiviteiten beter van toepassing dan de oude ‘gedeelten’ term die sterk geassocieerd wordt met papieren readers en syllabi. Om een nieuwe discussie over de definitie van substantieel te voorkomen zou 1/3 deel van het werk expliciet genoemd kunnen worden als afbakening.

Samenvattend: Het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo is van mening dat de gewijzigde onderwijsexceptie weliswaar op hoofdpunten correct de EU auteursrechtrichtlijn implementeert maar dat er onvoldoende gekeken is naar het functioneren ervan. Daar waar de onderwijsexceptie een beperking op de rechten van de rechthebbenden zou moeten zijn om kwalitatief hoogstaand onderwijs(materiaal) mogelijk te maken, hebben uitgevers de onderwijsexceptie getransformeerd naar een inkomstenmodel op basis van de billijke vergoedingen waar zij zelf de regels en voorwaarden voor bepalen. Van enige balans en gelijkwaardigheid is aantoonbaar geen sprake en het is dan ook deze balans die hersteld moet worden voordat gesproken kan worden over een goed werkende onderwijsexceptie in Nederland.

#

  • © 2006- 2021 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top