Juridische kwesties: Een vernieuwde beperking voor mensen met een leesbeperking

In de nieuwe Europese auteursrechtrichtlijn zal het beschikbaar maken van werken voor (visueel) gehandicapten eindelijk beter geregeld gaan worden. Dat was de boodschap van de EU begin oktober toen ze zich officieel aansloot bij het Marrakesh Verdrag.

De meeste mensen zullen niet stil staan bij de gedachte om even een willekeurig boek of tijdschrift te gaan lezen. Toch is dat voor mensen met een visuele beperking, zoals blinden, slechtzienden en dyslectici, helemaal niet zo vanzelfsprekend. Gewoon een boek kopen in de winkel of lenen bij de bibliotheek is er niet bij want voor het lezen hebben ze eigen unieke versies nodig. Digitale versies bijvoorbeeld die voorgelezen kunnen worden door voorleessoftware, maar ook brailleboeken of audioboeken die speciaal gemaakt worden voor deze gebruikersgroep.

Veel werk

Omdat de productie van deze edities arbeidsintensief is, wordt slechts een klein deel van het boeken- en tijdschriftenaanbod beschikbaar gemaakt voor visueel gehandicapten. Daar komt nog eens bij dat het in beginsel een inbreuk vormt op het auteursrecht van de makers van de boeken en tijdschriften. Je mag immers niet zonder toestemming een kopie maken en verder verspreiden. En een brailleversie of digitale voorleesversie is gewoon een kopie.

Wettelijk geregeld

De Auteurswet heeft hier een speciale uitzondering voor opgenomen, een beperking op het auteursrecht van een maker. Artikel 15i lid 1 Aw stelt: ‘Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de verveelvoudiging of openbaarmaking die uitsluitend bestemd is voor mensen met een handicap, mits deze direct met de handicap verband houdt, van niet commerciële aard is en wegens die handicap noodzakelijk is’. Oftewel, als je werken kopieert of omzet naar een ander formaat, dan mag dat zonder toestemming van rechthebbenden – mits het werk niet verspreid wordt buiten de doelgroep van visueel gehandicapten (en het dus niet de reguliere verkoop door uitgevers kan schaden).

In Nederland is Dedicon de grootste organisatie van materialen voor blinden, slechtzienden en dyslectici. Dankzij de beperking in de Auteurswet en de afspraken die ze met uitgevers hebben, kunnen zij (studie)boeken en andere werken omzetten en beschikbaar maken voor de doelgroep.

Er is meer nodig

In Nederland is het dus redelijk goed geregeld, maar in vele andere landen is dat niet het geval. Er is meer dan twintig jaar gewerkt aan een verdrag dat de toegang tot gepubliceerde werken voor mensen met een visuele beperking moet garanderen. Ongeacht in welk land ze wonen.

In 2013 konden alle lidstaten van de World Intellectual Property Organisation (WIPO) – onderdeel van de Verenigde Naties – zich uiteindelijk vinden in een definitieve formulering van het verdrag. De Marrakesh Treaty to Improve Access to Published Works for Persons who are Blind, Visually Impaired, or otherwise Print Disabled was daarmee een feit.

Door zich aan te sluiten bij het Marrakesh Verdrag verplicht een land zich om niet alleen een wettelijke uitzondering in de eigen auteurswetgeving op te nemen, maar ook om de in eigen land geproduceerde materialen beschikbaar te maken voor visueel gehandicapten in alle overige aangesloten landen. Een uitgebreidere beperking op de rechten van uitgevers dus om te komen tot een uitgebreider aanbod voor mensen met een leesbeperking.

Het ratificeren van het Marrakesh Verdrag in het Europees Parlement heeft vijf jaar gekost, maar op 1 oktober 2018 sloot de EU, en daarmee de 28 lidstaten, zich formeel aan bij het verdrag. Dit betekent dat de vernieuwde beperking in de Europese auteursrechtenrichtlijn opgenomen zal worden en die vervolgens ook een plek in de auteurswetten van de Europese landen zal moeten krijgen in 2019 of op een later moment.

Opvallend is dat zelfs president Trump de voordelen van deze nieuwe wetgeving lijkt in te zien. Op 10 oktober tekende hij de Marrakesh Treaty Implementation Act die de Amerikaanse Copyright Act aanpast. Daardoor kunnen visueel gehandicapten in de VS vanaf nu rekenen op een beter aanbod van materiaal. In Europa zullen we nog even geduld moeten hebben.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 8 (2018).

#

Juridische kwesties: Foto’s van internet niet zomaar te hergebruiken

Wie op een website foto’s publiceert die al eerder elders op internet geplaatst zijn, maakt inbreuk op het auteursrecht van de fotograaf. Dat heeft het Europese Hof van Justitie onlangs bepaald. Inderdaad, je mag niet zomaar foto’s van internet overnemen en zonder toestemming gebruiken. Maar dat wist je al, toch?

Een van de grootste misverstanden over auteursrecht die ik bijna dagelijks tegenkom, is het idee dat je een foto op internet ‘gratis en voor niets’ voor jezelf kunt gebruiken. De achterliggende gedachte is dan dat de fotograaf de foto zelf online heeft gezet en dat je dan ‘vanzelfsprekend’ niet nog eens toestemming hoeft te vragen om die foto online te mogen gebruiken.

Zo werkt het auteursrecht echter niet. Auteursrecht geeft de maker van een werk het uitsluitend recht om dat werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Aldus artikel 1 van de Auteurswet. Dit betekent dat alleen de maker van een foto mag bepalen of die foto ergens gepubliceerd en gekopieerd mag worden. Voor elke openbaarmaking en voor elke kopieerhandeling moet hij of zij dus apart toestemming geven. In de praktijk blijkt het vaak anders opgevat te worden.

Geëscaleerd

Waarom bemoeit het Europese Hof zich ermee? Een Duitse rechtszaak is geëscaleerd naar het hoogste Europese Hof om voor eens en altijd antwoord te geven op de vraag of er echt opnieuw toestemming nodig is om een foto van internet te hergebruiken.

Een leerlinge van een Duitse middelbare school vond op internet een foto van de Spaanse stad Cordoba. Deze gebruikte ze in een werkstuk en na afronding werd haar werk geüpload naar de website van de school.

De foto in kwestie was gemaakt door een professionele fotograaf die aan de website van een digitaal reismagazine een licentie had gegeven om de foto te mogen gebruiken. Hij ontdekte zijn foto op de website van de school en verzocht de school de foto te verwijderen en een schadevergoeding te betalen. Toen de school dit weigerde, kwam dit voor de rechter – en de fotograaf bleek in zijn gelijk te staan.

Toch ging de school tegen deze uitspraak in beroep. Ze vond dat de foto ‘openbaar’ op internet stond; bovendien waren er geen technische maatregelen genomen door de website om het downloaden ervan tegen te gaan.

Deze kwestie zorgde ervoor dat de hoogste rechtbank in Duitsland (het Bundesgerichtshof) zich ging focussen op de vraag of het opnieuw plaatsen van de foto ook een nieuwe openbaarmaking inhoudt. Of in de verwoording in de Europese auteursrechtrichtlijn: is het opnieuw publiceren van een foto die al op internet stond een nieuwe mededeling aan het publiek? Die vraag stelde het Bundesgerichtshof vervolgens aan het Europese Hof.

Nieuw publiek?

De Europese auteursrechtrichtlijn kijkt naar twee aspecten als het gaat om het vaststellen of iets een mededeling aan een publiek is. Enerzijds moet het een handeling zijn die een werk verspreidt naar anderen en anderzijds moet die mededeling gericht zijn op een (nieuw) publiek.

Een foto online zetten zodat hij voor het publiek beschikbaar komt, is logischerwijs al een handeling. Wil er echter sprake zijn van een mededeling aan het publiek, dan moet dit ofwel een nieuwe verschijningsvorm zijn (digitaal versus een originele papieren versie bijvoorbeeld) dan wel gericht zijn op een nieuw publiek. Aangezien de foto op de reiswebsite een specifieke doelgroep heeft en de website van een school zich op een andere doelgroep richt, oordeelt het Europese Hof dat het wel degelijk een nieuwe mededeling is.

De maker bepaalt

Het uitgangspunt van het Europese auteursrecht is dat er een hoog beschermingsniveau geboden wordt aan de makers. Het Europese Hof van Justitie bevestigt met deze uitspraak dat een maker altijd zelf kan bepalen wie zijn of haar werk gebruikt. Het downloaden van een foto en het vervolgens weer uploaden ervan is dus echt een inbreuk.

Ongeacht of je dat als gebruiker logisch vindt of niet.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 7 (2018).

#

In april 2018 gaf Advocaat-Generaal Campos Sanchez-Bordona overigens zijn eigen conclusie over deze kwestie als advies aan het Europese Hof. De AG liet het uitgangspunt van sterke bescherming van auteursrechthebbenden los en stelde een mix van argumenten samen die vooral bedoeld leek om de leerlinge en het gebruik van foto’s in onderwijscontext te ontzien. Hij keek ook vooral naar de status van de foto als een beschermd werk maar ook of het gebruik ervan onder de onderwijsbeperking zou kunnen vallen. Ik schreef destijds over zijn bevindingen hier op Vakblog.
Zijn conclusie was dat het plaatsen van de foto op de website van een school zonder winstoogmerk en met bronvermelding geen mededeling aan een nieuw publiek oplevert. Een advies dat door het Europese Hof uiteindelijk dus niet overgenomen is.

Juridische kwesties: Auteursrechtrichtlijn vol controverses

De Commissie Juridische Zaken (JURI) van het Europees Parlement stemde net voor de zomer voor een tweetal controversiële artikelen in de nieuwe Europese Auteursrechtrichtlijn. Het Europees Parlement greep echter in en dwong een nieuwe algemene stemming in september af. Maar waarom?

In december 2015 kwam de Europese Commissie met haar eerste plannen voor een nieuwe Europese auteursrechtrichtlijn. Zij wilde onder andere de onderwijsexceptie verruimen, een nieuwe uitzondering voor Tekst en Datamining (TDM) introduceren en het mogelijk maken dat erfgoedinstellingen hun collecties kunnen digitaliseren.

Dat klonk allemaal heel positief. Toch? Totdat in september 2016 de eerste versie van de voorgestelde richtlijn werd gepresenteerd. Onmiddellijk ging alle aandacht uit naar een tweetal onderwerpen die zeer controversieel bleken te zijn.

Linken wordt link

In het voorstel voor de nieuwe richtlijn krijgen uitgevers een eigen auteursrecht op perspublicaties die ze online beschikbaar maken. Net zoals de auteurs ook hebben. Daarmee hebben de uitgevers het alleenrecht om perspublicaties openbaar te maken en te verspreiden. Wil je dus straks een (deel van een) nieuwsberichtje van een krantenuitgever delen met anderen? Dan heb je toestemming van die uitgever nodig – en moet je hiervoor een vergoeding betalen.

Gelukkig geldt dit niet voor het simpelweg linken naar een journalistieke publicatie. Toch biedt artikel 11 van de voorgestelde richtlijn, waarin dit specifieke onderdeel is beschreven, uitgevers nog altijd de mogelijkheid om concurrerende nieuwssites en platformen als Facebook en Google te te verbieden om (samen met een kort tekstje) te linken naar nieuwsartikelen.

Nieuw is dit idee niet. In Spanje besloot de overheid een vergelijkbare wetgeving in te voeren. Nieuwsuitgevers werden gedwongen geld te gaan vragen aan Google voor het mogen gebruiken van fragmenten uit nieuwsartikelen. Als reactie sloot de zoekgigant Google News en zagen de Spaanse nieuwsuitgevers hun bezoekersaantallen kelderen. Duitse collega-uitgevers probeerden vervolgens met een eigen variant op de wetgeving Google te blokkeren – en ook zij zagen hun bezoekersaantallen fors dalen. De maatregel werd snel teruggedraaid.

Uploadfilter

Het zijn niet alleen de nieuwsuitgevers die extra beschermd worden in de nieuwe auteursrechtrichtlijn. Alle rechthebbenden moeten volgens de Europese Commissie extra beschermd worden aangezien iedereen zomaar hun auteursrechtelijk beschermde werken kan uploaden naar online platformen en diensten.

Op dit moment is het zo geregeld dat hostingproviders en platformeigenaren niet aansprakelijk zijn voor de content die door eindgebruikers op hun servers wordt geplaatst. Ze moeten wel een procedure hebben waarmee rechthebbenden onrechtmatig geüpload materiaal kunnen laten verwijderen maar de platformen hoeven niet vooraf te controleren wat voor content er online wordt gezet.

Artikel 13 van het voorstel maakt hostingproviders en platformeigenaren juist wel aansprakelijk. Platformen moeten volgens de nieuwe richtlijn gaan controleren of geüploade werken wel gepubliceerd mogen worden. Dat kan alleen geautomatiseerd worden met behulp van een filter zoals je dat nu bijvoorbeeld al bij YouTube hebt als je een video uploadt.

Het probleem met dit voorstel is dat het onmogelijk is om eenduidig vast te stellen of een werk geüpload mag worden. Als je gebruikmaakt van een uitzondering in de Auteurswet (voor bijvoorbeeld een parodie, voor onderwijs of als je een citaat wilt gebruiken), dan is dat wettelijk toegestaan. Maar een filter kan hier onmogelijk rekening mee houden.

Heftige gevolgen

Nadat de Commissie Juridische Zaken op 20 juni jl. instemde met beide artikelen in het wetsvoorstel, kwamen er zoveel negatieve reacties uit de Europese landen dat het onderwerp in een plenaire zitting van het Europees Parlement besproken werd op 5 juli. Besloten werd dat het volledige Parlement in september alsnog over de beide artikelen gaat discussiëren zodat de definitieve tekst nog kan worden aangepast.

Of alle Europese burgers straks te maken krijgen met uploadfilters voor de online diensten die ze gebruiken valt dus nog te bezien. Net als de mogelijkheid om bijvoorbeeld op social media te kunnen linken naar fragmenten van nieuwsberichten zonder in de juridische problemen te komen.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 6 (2018).

#

  • © 2006- 2018 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top