publiek domeindag header

Publiek domeindag 2019: over werken die niet meer auteursrechtelijk beschermd zijn

Auteursrechtelijke bescherming is tijdelijk en elk jaar komen daardoor op 1 januari werken beschikbaar die niet meer auteursrechtelijk beschermd worden. 1 januari is daarom Publiek Domeindag en in Nederland zijn de werken van auteurs die in 1948 overleden nu vrij te gebruiken. In Amerika is er zelfs iets heel bijzonders aan de hand dit jaar …

Soms lijkt het wel alsof werkelijk alle afbeeldingen, foto’s, teksten, video’s, boeken enzovoorts auteursrechtelijk beschermd zijn. En in de praktijk komt het daar ook gewoon op neer. De Auteurswet beschermt elk werk dat gemaakt wordt automatisch en geeft de maker ervan exclusieve rechten en zeggenschap over dat werk. Dat betekent dat je dus toestemming moet hebben om een foto, boek of film te mogen gebruiken voor je eigen doeleinden zolang die bescherming van kracht is.

Helaas is de duur van de auteursrechtelijke bescherming in de loop van de eeuwen nogal uit de hand gelopen. Het begon in de 18e eeuw ooit met 14 jaar na het publiceren van het werk. Inmiddels is de termijn in bijna alle landen vastgesteld op 70 jaar na het overlijden van de maker. Ook in Nederland is dat de termijn, zoals uit artikel 37 van de Auteurswet blijkt: ‘Het auteursrecht vervalt door verloop van 70 jaren, te rekenen van de 1e januari van het jaar, volgende op het sterfjaar van de maker.’

Publiek Domeindag

Elk jaar loopt op 1 januari dus de auteursrechtelijke bescherming af op werken van auteurs die dan 70 jaar geleden overleden zijn. Zodra dit gebeurt, vallen de werken in het zogeheten publiek domein: iedereen kan ze zonder toestemming of vergoeding voor eigen doeleinden gebruiken.

Internationaal wordt sinds 2010 aandacht besteed aan deze Publiek Domeindag en sinds vorig jaar doet ook Nederland mee met de website publiekdomeindag.nl, waar onder andere de KB, Creative Commons Nederland en Wikimedia Nederland aan meewerken.

Via deze website is te zien dat bijvoorbeeld het Rijksmuseum kunstwerken van 59 mensen die in 1948 overleden zijn in de collectie heeft. De werken van deze kunstenaars worden in de komende tijd op hoge resolutie beschikbaar gemaakt op de website van het Rijksmuseum.

Met boeken ligt het helaas een beetje lastiger want hoewel een titel inderdaad in het publiek domein komt als de in 1948 overleden persoon de enige auteur was, kan er ook vaak sprake zijn van gedeeld auteursrecht met mede-schrijvers, illustratoren of andere makers. De Koninklijke Bibliotheek heeft een lijst opgesteld met 121 auteurs die in 1948 overleden zijn en heeft onderzoek gedaan naar titels die 100% zeker vrij van auteursrechten zijn omdat alle betrokkenen (meer dan 70 jaar) overleden zijn.

Morgen, 3 januari 2019, is er een hele bijeenkomst gewijd aan al deze makers en de werken die sinds gisteren in het publiek domein vallen. Een feestje voor het cultureel erfgoed en daarmee een feestje voor ons allemaal toch?

Only in America

Op de lijst met Nederlandse auteurs staan niet heel veel bekende namen. Tenminste, voor mij zijn het geen bekende namen en de vraag die je zou kunnen stellen is of ook in Amerika werken in het publiek domein zijn gekomen. De Amerikaanse entertainmentindustrie heeft in de jaren 30 en 40 veel ‘bekende’ werken voortgebracht natuurlijk.

Alleen werkt het dus heel anders in Amerika. In Amerika wordt voor werken uit de entertainmentindustrie een termijn gerekend vanaf het moment dat het werk openbaar is gemaakt. De zogenaamde corporate authorship. Tot 1998 was die termijn – door de eeuwen heen opgerekt naar – 75 jaar. Maar toen Mickey Mouse in het publiek domein dreigde te gaan komen in 2003 – de eerste tekenfilm van de Disneymuis stamt uit 1928 – werd er een stevige lobby gevoerd om deze termijn te verlengen.

Er kwam uiteindelijk een nieuwe wet die zowel de reguliere beschermingstermijn (tot dat moment 50 jaar na het overlijden van de maker) als die van het corporate authorship met 20 jaar verlengde.

Die (Sonny Bono) Copyright Term Extension Act uit 1998, ook wel de Mickey Mouse Protection Act genoemd, zorgde er daarmee voor dat alle corporate werken die in 1998 nog auteursrechtelijk beschermd waren – alles van 1923 en daarna – pas vanaf 2019 in het publiek domein komen te vallen.

Publiek domeindag in Amerika

2019? Ja inderdaad. Voor het eerst in 20 jaar was het gisteren dus publiek domeindag in Amerika en zijn werken die in 1923 uitkwamen nu niet meer auteursrechtelijk beschermd.

Een lijst van werken vind je bij Duke Law university maar ook Hathi Trust (een samenwerkingsverband van universiteits- en onderzoeksbibliotheken) heeft al tienduizenden werken beschikbaar gemaakt online.

Hier zitten boeken bij van Edgar Rice Burroughs, Agatha Christie, Aldous Huxley, D.H. Lawrence, P.G. Wodehouse en Virginia Woolf maar ook een Charlie Chaplin film bijvoorbeeld.

Boing Boing kan niet nalaten om ook een lijstje op te noemen van werken – uit 1962- die in het publiek domein waren gekomen dit jaar als de wetgeving uit 1978 onveranderd was gebleven. Hier zitten hele bekende auteurs bij zoals Philip K. Dick en Ray Bradbury maar ook films als Dr. No en Lawrence of Arabia.

Maar helaas zullen de Amerikanen (en wij) nog flink wat jaren moeten wachten op werken uit de jaren 60. We komen wel elk jaar een stapje dichterbij met nieuwe werken die in het publiek domein komen en ik wens iedereen een fijne publiekdomeindag! Zowel dit jaar als voor volgend jaar.

#

Juridische kwesties: Over smaak valt wel te twisten

Hoewel het er soms op lijkt dat je overal auteursrecht op kunt claimen, blijkt dat niet altijd het geval te zijn. Het Europese Hof van Justitie bepaalde onlangs dat de smaak van kaas niet auteursrechtelijk beschermd is.

Met alle juridische discussies het afgelopen jaar overuploadfilters, privacywetgeving en de nieuwe EU-auteursrechtrichtlijn had ik bijna een leuke Nederlandse welles-nietesdiscussie over de beschermde status van de smaak van een product over het hoofd gezien. Het kwam zelfs tot prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie en die laatste kwam begin november tot een ongekende duidelijke uitspraak. Maar voordat ik die uitspraak toelicht, moeten we eerst even terug in de tijd.

Concurrentie
In 2007 kwam Heks’nkaas op de markt, een smeerdip met roomkaas en verse kruiden. In 2011 werd dit product, inclusief alle intellectuele eigendomsrechten, verkocht aan het bedrijf Levola in Hengelo die het sindsdien exploiteert. In 2012 is er een octrooi verleend voor het proces van het maken van deze kaas en wordt de bereidingswijze dus beschermd door het octrooirecht.

Dit weerhield concurrent Smilde er niet van om in 2014 voor een Nederlandse supermarktketen met een vergelijkbare ‘Witte Wievenkaas’ tekomen. En aangezien die best wel leek op Heks’nkaas, zal het niemand verrassen dat Levola een procedure startte bij de rechtbank. Levola vond dat de WitteWievenkaas inbreuk maakte op de auteursrechten op de smaak van Heks’nkaas. Ofzoals ze het zelf – prachtig – formuleerde: hun auteursrecht op de ‘totale doorconsumptie van een voedingsmiddel veroorzaakte impressie op de smaakzintuigen met inbegrip van het met de tastzin waargenomen mondgevoel’.

Hoger beroep
De rechtbank Gelderland wees de vorderingen van Lovola in juni 2015 echter af – zonder dat ze hierbij de vraag beantwoordde of de smaak van Heks’nkaas auteursrechtelijk beschermd kon zijn. In het hoger beroep dat volgde stond dan ook deze vraag centraal. Levola was van mening dat de smaak van een voedingsmiddel als een auteursrechtelijk beschermd werk van letterkunde, wetenschap of kunst kan worden aangemerkt. Smilde vond vanzelfsprekend dat het auteursrecht daar niet van toepassing op was.

Aangezien er eerdere uitspraken in de jurisprudentie te vinden waren voor beide standpunten, besloot het gerechtshof in mei 2017 deze kernvraag voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie.

Langs de lat
Anderhalf jaar later legt het Europese Hof deze vraag langs de lat van de Europese auteursrechtrichtlijn. Om auteursrechtelijke bescherming te krijgen dient smaak als een ‘werk’ aangemerkt te kunnen worden in de zin van die richtlijn. En wordt de vraag dus of de smaak van een voedingsmiddel als een ‘werk’ gezien kan worden.

Nee, luidt het antwoord van het Europese Hof. Alleen uitdrukkingsvormen kunnen als werk bestempeld worden en niet denkbeelden, procedures, werkwijzen of wiskundige concepten. En iets kan alleen een uitdrukkingsvorm zijn als het voldoende nauwkeurig en objectief kan worden benoemd. Juist dat gaat niet op voor de smaak, want de smaakbeleving is voor iedereen anders en daardoor per definitie subjectief. Het Hof laat er geen twijfel over bestaan dat smaken (en met hetzelfde argument dus ook geuren) niet als werken aangemerkt kunnen worden en dus geen auteursrechtelijke bescherming genieten.

Of daarmee ook het laatste woord gezegd is in de rechtszaak tussen Levola en Smilde, zal nog moeten blijken. Nadat er jarenlang auteursrechtelijk wel over smaak getwist is zal Levola wellicht even moeten wennen aan dit bittere nasmaakje. 

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 9 (2018).
#

Gastcollege auteursrecht en privacywetgeving voor marketingcommunicatie

Vanochtend gaf ik een gastcollege aan een groep 4e jaars studenten Commerciële Economie in het kader van een reeks workshops die ingaan op de actualiteit. Aangezien auteursrecht altijd actueel is en met de AVG (plus de komende ePrivacy verordening) ook privacywetgeving flinke aandacht krijgt, kwamen deze thema’s natuurlijk terug in mijn verhaal.

Hoewel het geven van gastcolleges niet meer nieuw voor me is – ik gaf afgelopen maandag voor het vijfde achtereenvolgende jaar een gastcollege over IE- en consumentenrecht bij Windesheim Flevoland – moest ik wel even goed nadenken toen ik gevraagd werd om één van de workshops te verzorgen in Zwolle voor 4e jaars studenten CE over auteursrecht en privacywetgeving. Twee grote onderwerpen die bij voorkeur dan beknopt voorbij zouden moeten komen en waar studenten vervolgens ook nog zelf mee aan de slag mee zouden moeten middels een opdracht.

Daar kwam ik voor mezelf ook niet goed uit en ik besloot het dan ook op mijn eigen manier te doen. Niet beknopt en met veel voorbeelden uit de actualiteit van rechtszaken rondom auteursrechtkwesties en meldingen/incidenten over privacyschendingen.

Dat bleek achteraf ook de goede keuze te zijn want ik bleek in een collegezaal te zitten met plek voor 30 studenten die ook helemaal gevuld was. Zonder plek om een opdracht uit te voeren zeg maar.

Met een verhaal over auteursrecht in het eerste uur en privacywetgeving in het tweede uur – en met deze keer een pauze ingebouwd om op adem te komen – heb ik hopelijk de studenten kunnen bijbrengen dat ze bij de meeste online activiteiten onvermijdelijk tegen zowel auteursrecht als privacyzaken gaan aanlopen. Waar op te letten bij andermans auteursrecht op tekst en beeld en vooral om nooit zo maar andermans materiaal te gaan photoshoppen en aan te passen :)

De AVG, de cookiewet en de komende e-Privacy verordening moest ik in hoog tempo behandelen maar dat bleek ook echt nog wel onbekende materie te zijn. Nu de Autoriteit Persoonsgegevens heeft aangegeven de komende maanden te gaan beginnen met het handhaven (en opleggen van boetes) zal het echter een stuk concreter worden wat het betekent als je je niet aan de eisen van de AVG houdt.

Het wordt iedere keer als ik een gastcollege geef gemakkelijker om te focussen op het vertellen van een verhaal in plaats van de slides als leidraad te gebruiken. Dat maakt het wel wat nuttelozer voor anderen om de Powerpoint hierboven als vervanging van mijn verhaal te gebruiken want de voorbeelden werk ik daar niet uit. Ik denk echter wel dat het leuker maakt om naar mijn verhaal te luisteren dan simpelweg de Powerpoint terug te lezen.

Ik zag er best wel een beetje tegenop vanmorgen maar wat ben ik weer blij dat ik het gedaan heb. En dat het weer goed ging ;-)

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top