Over discovery tools en het gebruik van Google Scholar in bibliotheken

Web scale discovery services, of discovery tools zoals ze in goed Nederlands meestal genoemd worden, bestaan al een aantal jaren. Ze zijn ontstaan vanuit het idee dat – vooral in academische (onderwijs)instellingen – gebruikers moeite hebben om alle content terug te vinden waar de bibliotheken een licentie op genomen heeft. In plaats van tientallen databanken en bijbehorende zoekinterfaces aan te bieden, inclusief het uitleggen van de subtiele verschillen qua inhoud en de grote verschillen qua interface en mogelijkheden, beloofden discovery tools een soort metazoekmachine te zijn voor al die bronnen. Inclusief de eigen catalogus voor het (beter) vindbaar maken van de fysieke collectie. 

Dat doen discovery tools niet door als een schil bovenop al die databanken te fungeren en de zoekactie in zoveel mogelijk bronnen tegelijk uit te laten voeren – want de eerdere federated searchtools bleken daar niet heel goed in te zijn – maar door zelf één index te maken van alles wat er *in* die databanken zit die je als bibliotheek hebt gelicenseerd.

“Web scale discovery” refers to a class of products that index a vast number of resources in a wide variety formats and allow users to search for content in the physical collection, print and electronic journal collections, and other resources from a single search box. Search results are displayed in a manner similar to Internet searches, in a relevance ranked list with links to online content. (bron)

Federated search vs. discovery

Met federated search tools moest je noodgedwongen genoegen nemen met de grootste gemene deler van alle databanken die je er mee wilde doorzoeken. Uiteindelijk deed het maar één ding en dat was de zoekactie in de overkoepelende zoekmachine vertalen naar zoekacties in de onderliggende databanken, deze uitvoeren en vervolgens alle zoekresultaten in één lijst verzamelen. Dat klinkt ideaal maar in de praktijk werkte het een stuk minder. Een titel en auteursveld hebben de meeste databanken wel maar hoe diverser de databanken waren die je wilde doorzoeken, hoe lastiger het was om die zoekactie correct te vertalen. Er waren connectoren nodig die de vertaalslag maakten tussen de zoekinterface van de federated zoekmachine en die van een databank en bij elke wijziging bij een leverancier moest dat weer aangepast worden.

Discovery tools hebben daar geen last van want ze indexeren de inhoud van alle databanken waardoor de zoekmachine eigenlijk een zelf samengestelde databank wordt. Dat heeft grote voordelen maar ook weer nadelen. Om de inhoud te kunnen indexeren moet de discovery tool toegang krijgen tot de inhoud in de databanken en daar kunnen & willen niet alle leveranciers van databanken aan meewerken. De uitdaging van het werkend krijgen van alle connectoren bij federated search tools is bij discovery tools vervangen door het beschikbaar proberen krijgen van de metadata bij de leveranciers van alle databanken.

Alle databanken?

Alle soorten databanken op één hoop gooien en tegelijkertijd willen doorzoeken bleek al lastig te zijn met federated search. Je zoekt nu eenmaal op hele andere velden als je naar jurisprudentie zoekt, bedrijfsgegevens, video’s, krantenartikelen, handboeken, ebooks of (wetenschappelijke) artikelen. Met discovery tools gaat dat wel een beetje beter maar behoud je het probleem dat 1 index en 1 zoekinterface maken toch echt een stuk beter werkt naar mate je niet al te veel verschillende soorten materiaalsoorten door elkaar mengt in die index. Op die manier zorg je er voor dat je beter en sneller vindt wat je zoekt (doordat er geen duizenden treffers op een zoekterm zijn) en kan de zoekmachine ook beter de zoekresultaten ontdubbelen.

Het is ongetwijfeld ook één van de redenen geweest dat de eerste universiteitsbibliotheek (van Utrecht), die in Nederland een discovery tool implementeerde, er voor koos om deze alleen te gebruiken voor het beter vindbaar maken van wetenschappelijke full-text artikelen. Niet alleen is het helder voor een gebruiker wat er wel en niet te vinden is maar het vermeed ook het probleem dat voor een groot deel van alle (andersoortige) databanken gold dat ze niet eens opgenomen konden worden.

In de hogeschoolbibliotheek

Ook hogeschoolbibliotheken zijn de laatste paar jaren druk bezig met het aanschaffen en implementeren van discovery tools. Dat komt vooral voort uit de wens om die ene zoekmachine te creëren voor studenten waarin met een eenvoudige zoekbalk – a la Google – in één keer de gehele digitale collectie doorzocht kan worden. Maar daar lopen de hogescholen wederom tegen het probleem aan van de diversiteit van alle databanken die gezamenlijk hun digitale collecties vormen. Want zelfs na bijna vier jaar discovery tools in Nederland zijn er nog bijna geen Nederlandse leveranciers die de metadata uit hun databanken kunnen/willen aanleveren aan de leveranciers van de discovery tools.

En daar waar universiteitsbibliotheken vooral wetenschappelijke bronnen met full-text artikelen hebben, hebben hogeschoolbibliotheken vooral vakinhoudelijke databanken met inhoud die varieert per leverancier en meestal ook uniek is voor die ene leverancier. De vraag die je als bibliotheek dan moet beantwoorden is welk probleem je nou precies aan het oplossen bent door een discovery tool in te richten.

In een discovery tool kun je niet meteen zien uit welke databank een gevonden item afkomstig is en de term ‘discovery’ slaat dan ook niet op het ontdekken van de individuele databanken maar op de inhoud ervan. Dat suggereert – bij mij tenminste – dat je diè (databanken met) inhoud moet opnemen in een discovery tool die je gebruikers anders moeilijk kunnen vinden. Niet om maar simpelweg alles in 1 zoekmachine te willen proppen omdat gebruikers liever niet willen weten in welke databank datgene zit dat ze zoeken. Ook als dat iedere keer eigenlijk maar één vakinhoudelijke databank is waar die inhoud als enige in zit.

“Onze studenten willen een Google zoekbalkje”

Dat zei iemand van een andere hogeschoolbibliotheek tegen mij. Ik vroeg hoe dat paste in hun informatievaardighedenbeleid om studenten te leren informatie te verwerven en te verwerken uit databanken en bronnen die ze ook in de beroepspraktijk tegen gaan komen. Maar ik kreeg daar geen antwoord op. Wel verzuchtte een andere collega bij weer een andere hogeschoolbibliotheek dat er toch echt wat meer druk gezet moest worden op die leveranciers om hun metadata aan te leveren voor de discovery tools van de hogescholen. Die gaf me wel een antwoord toen ik vroeg wat hun idee was over welke databanken dan in hun discovery tool moesten. Gewoon allemaal.

En waarom heb ik net het bovenstaande allemaal zitten tikken? Om mijn eigen mening te vormen over welk probleem discovery tools nou echt oplossen. Om te proberen te begrijpen waarom diverse hogeschoolbibliotheken er voor gekozen hebben er eentje aan te schaffen. Omdat ik niet snap waarom je een eigen versie van Google wilt maken terwijl het overduidelijk onwaarschijnlijk is dat je ooit alle databanken uit je collectie kunt toevoegen aan zo’n eigen zoekmachine. En ik denk dat het haaks staat op je eigen taak van informatievoorziening en informatievaardigheden in het hbo.

Google doet dat namelijk al beter dan je ooit zelf zou kunnen

Leuk zo’n Google zoekbalkje maar dat doet Google zelf met hun zoekmachine veel beter dan een discovery tool het gaat doen. Sterker nog, ze hebben al jaren lang hun eigen discovery tool met Google Scholar. Die wordt goed gebruikt door onderzoekers bij hogescholen en wordt in de academische wereld als een volwaardig alternatief gezien voor de door de bibliotheken aangeboden discovery tools. De Universiteit van Utrecht heeft inmiddels zelfs afscheid genomen van hun discovery tool en focust zich nu op Google Scholar.

En wij van Windesheim?

Toen Windesheim twee maanden geleden besloot meerdere wetenschappelijke databanken te licenseren ten behoeve van onderzoekers, medewerkers en studenten hoefden we niet lang na te denken. Het maakt gebruikers niet uit of een wetenschappelijk artikel in Science Direct staat of in Wiley of in Springerlink. Dus lag het voor de hand om ze op te nemen in een eigen discovery tool zodat je ook een zoekmachine hebt waarin je de artikelen vindt waar je ook echt toegang tot hebt. Natuurlijk wilden we ze eveneens doorlinken vanuit Google Scholar maar Scholar verwijst ook naar miljoenen artikelen die niet in één van onze databanken zit. Het één doen en het ander niet laten.

En dat is precies wat we gedaan hebben. Vanaf vandaag is WindeSearch (discovery tool Summon van leverancier Serials Solutions) beschikbaar als een zoekmachine voor alle (wetenschappelijke) full-text artikelen in onze digitale collectie. Uit de gelicenseerde databanken, aangevuld met Open Access tijdschriften. En natuurlijk kunnen onze gebruikers rechtstreeks naar die databanken toe om ze te doorzoeken maar ik weet eigenlijk wel zeker dat het zoeken (en vinden) via Google Scholar de meest populaire weg zal zijn naar die artikelen.

scholar windesheim discovery tools
WindeSearch bevat niet de inhoud van onze bibliotheekcatalogus want we hebben bijna geen wetenschappelijke boeken in onze fysieke collectie. Ook hebben we vooralsnog niet het voornemen om de vakinhoudelijke databanken op te nemen in de index. Waarom zouden we? Voor die vakinhoudelijke databanken maken we afspraken met de opleidingen over het gebruik ervan. Omdat ze nodig zijn in het onderwijs en omdat het databanken zijn die studenten later ook moeten kunnen gebruiken als ze afgestudeerd zijn. Dan heb je er weinig aan dat je hebt leren zoeken naar informatie in een bron die uniek voor Windesheim is en waar je niet eens in te zien kreeg uit welke databank die informatie oorspronkelijk kwam.

En dat die vakinhoudelijke databanken niet eens allemaal opgenomen *kunnen* worden is daarmee een probleem geworden waar wij in elk geval geen oplossing voor hoeven zoeken.

Verder lezen: Testing web-scale discovery services: how well do they work? (Usable Libraries blog) / Articles on discoveryHeads they win, tails we lose: Discovery tools will never deliver on their promiseWeb scale discovery & search (Flipboard magazine)

#

Kluwer bronnen (en meer) doorzoeken via Legal Intelligence

Als je toegang hebt tot de Kluwer bronnen via Kluwer Navigator dan kun je die behalve het eigen portal van Kluwer ook raadplegen via portals/sites die een groot aantal gratis en betaalde juridische bronnen doorzoekbaar maken. Twee van dit soort contentintegratiesystemen zijn Rechtsorde (tegenwoordig overgenomen door SDU) en Legal Intelligence die sinds eind 2011 onderdeel uitmaakt van Kluwer. Beide zijn zoeksystemen om met één zoekactie alle juridische bronnen (tegelijk) te kunnen doorzoeken.

Er zijn meerdere voordelen om Legal Intelligence te gebruiken in plaats van de Kluwer Navigator portal, ook al zoek je specifiek naar content uit een Kluwer bron. Allereerst wordt Legal Intelligence gebruikt bij veel advocatenkantoren en bedrijven en richt het zich ook specifiek op medewerkers en studenten van hogescholen en universiteiten. Voor het hoger onderwijs is Legal Intelligence ook gratis beschikbaar en kun je de vrij beschikbare (Nederlandse) wet- en regelgeving via deze zoekmachine doorzoeken. Heeft je onderwijsinstelling ook toegang tot de juridische bronnen van de SDU en/of Kluwer, dan kunnen deze bronnen dus geïntegreerd worden in Legal Intelligence.

Legal Intelligence voorziet ook in een aparte loginmogelijkheid voor het hoger onderwijs. Hierbij wordt gebruik gemaakt van SURFconext om studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen met hun eigen instellingsinloggegevens toegang te geven tot alle bronnen waar ze via hun instelling bij moeten kunnen. Studenten en medewerkers hoeven dus geen nieuwe accounts aan te maken en ze hebben automatisch toegang tot (alleen) de content waar ze ook daadwerkelijk bij mogen.

legal intelligence
Ook Legal Intelligence heeft al geruime tijd een eigen app voor de iPad. Die app kun je activeren door je mailadres op te geven van de instelling die een abonnement heeft op Legal Intelligence. Je ontvangt binnen enkele seconden een activatiecode waarmee je de app kunt activeren en waarmee ook alle bronnen beschikbaar komen die bij het instellingsabonnement horen. Activeer je de app niet dan kun je nog steeds in de gratis bronnen met Nederlandse en Europese wet- en regelgeving, rechtspraak en kamerstukken zoeken. Je moet ook minstens 1 keer per maand inloggen op de site van legalintelligence.com om de app geactiveerd te houden. Doe je dat niet dan moet je opnieuw een activeringscode aanvragen.

legal intelligence
In mijn eerdere bespreking van de LI app begin 2011 was mijn enig kritiekpunt dat je niet kon zien welke bronnen je specifiek doorzocht met een zoekactie. Dat is ergens in de afgelopen 2,5 jaar verholpen want je kunt nu keurig in de app bladeren in alle beschikbare titels en zelfs specifiek binnen één (of meerdere) bron(nen) zoeken. Alle Kluwer bronnen die via Kluwer Navigator worden aangeboden zijn daar –  voor mij – dan ook allemaal terug te vinden.

Daarmee is het eigenlijk dus veel handiger om Kluwer en SDU bronnen mbv Legal Intelligence (site of app) te doorzoeken en niet rechtstreeks bij de uitgevers zelf. Niet alleen heb je alle gratis en betaalde bronnen in één zoekmachine bij elkaar, je hoeft geen nieuw account aan te maken want je kunt met je bestaande logingegevens van je onderwijsinstelling inloggen. Waarna je zowel op de site als in de geactiveerde app meteen alle bronnen tot je beschikking hebt waar je via je instelling ook toegang tot hebt.

Zoals het hoort.

#

Gebruik Kluwer Navigator thuis en op je iPad of Android tablet

kluwer navigator

Kluwer Navigator is de online portal van Kluwer waarin (afhankelijk van je abonnement) een selectie bronnen van de uitgever is opgenomen met o.a. wetgeving, uitspraken en commentaren. Vanuit het perspectief van bibliotheken bekeken (en helemaal als je degene bent die de licenties afsluit) is Kluwer Navigator mijns inziens een hoofdpijndossier. De indeling en interface veranderen periodiek, titels verdwijnen regelmatig naar andere abonnementen of erger nog, naar andere uitgevers en nieuwe licentieovereenkomsten tussen het hoger onderwijs en Kluwer duren vele maanden om tot stand te komen. Waarbij de licentievoorwaarden en prijs mij telkens weer doen afvragen waarom we Kluwer Navigator ook al weer aanbieden aan onze medewerkers en studenten.

Toch is de content bepalend natuurlijk en dat is de reden dat de bibliotheken van hogescholen en universiteiten met rechtenstudies Kluwer Navigator (blijven) aanbieden. Dat zijn zonder uitzondering instellingslicenties waarbij er op basis van een IP-range automatisch ingelogd wordt als je vanuit de onderwijsinstelling naar de databank toe wilt. Bijna alle bibliotheken maken vervolgens gebruik van een technische oplossing (een proxy server of een gerelateerd product als de Hidden Automatic Navigator) om hun medewerkers en studenten ook vanuit huis toegang te geven tot Kluwer Navigator en alle andere databanken waar de bibliotheken een licentie op hebben.

Mede daardoor was het mij ontgaan dat het tegenwoordig mogelijk is om als student of medewerker – van een onderwijsinstelling die een instellingsabonnement heeft – jezelf als eindgebruiker te registreren. Daarmee kun je dus met je eigen inloggegevens inloggen op Kluwer Navigator zonder afhankelijk te zijn van die thuistoegangoplossing van je onderwijsbibliotheek.

kluwer navigator
Hoe doe je dat? Als je thuis rechtstreeks naar de site gaat zonder gebruik te maken van de link die je bibliotheek aanbiedt, dan kom je bij het standaard inlogscherm terecht van Kluwer Navigator. Klik dan rechtsbovenaan op ‘Not registered?‘ om bij de Kluwer Gebruikersregistratie te komen. Hier dien je een mailadres in te vullen en dat moet dan een mailadres zijn dat je van je instelling hebt. In mijn geval dus mijn werkmailadres. Je krijgt dan een wachtwoord teruggemaild naar dat adres waarna je met je mailadres en dat wachtwoord kunt inloggen op de site. En toegang hebt tot de bronnen die volgens mij binnen het instellingsabonnement vallen. Ik heb dit ter bevestiging nog even nagevraagd bij de servicedesk van Kluwer maar nog geen antwoord terug gekregen.

Deze inloggegevens heb je ook nodig als je gebruik wilt maken van de mobiele Kluwer Navigator apps die Kluwer sindskort beschikbaar gemaakt heeft. Er is een app voor de iPad en ook kun je de Android versie voor tablets in de Play Store terugvinden. In beide versies van de app heb je dezelfde mogelijkheden als in de desktopversie van de portal en worden zowel de zoekgeschiedenis als de aangemaakte dossiers netjes gesynchroniseerd tussen de apps en de desktopversie.

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top