Ken je auteursrechten

Je hebt tegenwoordig ook in het onderwijs al snel te maken met (auteurs)rechten en de mogelijke problemen die kunnen ontstaan als je daar onzorgvuldig mee omgaat. Je hoeft echt geen jurist te worden maar het is handig als je weet wat het auteursrecht inhoudt.

Overal waar je kennis en informatie deelt met anderen heb je te maken met rechten. Gaat het om iets dat je zelf gemaakt hebt, zoals een artikel of zelfgeschreven lesmateriaal? Dan wil je vast dat anderen daar ook netjes mee om gaan. Dus dat ze het niet zo maar voor hun eigen lessen gaan gebruiken of zonder te vragen alles gaan aanpassen. Andersom betekent het ook dat anderen het niet zullen waarderen als jij zonder toestemming hun artikelen, boeken, foto’s of lesmateriaal gebruikt in de klas of leeromgeving.

Auteursrecht

Iedereen die een werk maakt heeft automatisch het auteursrecht daarop. De lat ligt laag want zolang je dat artikel, boek, foto of video maar zelf gemaakt hebt – en het origineel is – ben je meteen de auteursrechthebbende. Dat klinkt sjiek maar wil niets anders zeggen dan dat jij mag bepalen wat er met dat werk gaat gebeuren. Anderen hebben dus jouw toestemming nodig als ze bijvoorbeeld een foto van jou willen gebruiken. Op dezelfde manier heb jij dus toestemming nodig als je een artikel, boek, foto of video van een ander wilt gebruiken in jouw les.

Een wettelijk recht

In de Auteurswet staat kort beschreven dat het auteursrecht het recht is om te bepalen hoe iets openbaar gemaakt (gepubliceerd) mag worden en wat er vervolgens mee mag gebeuren. De rest van de Auteurswet is gevuld met allerlei uitzonderingen op het auteursrecht. Deze uitzonderingen zijn bedoeld om er voor te zorgen dat het auteursrecht ook werkbaar blijft. Zo kun je bijvoorbeeld zonder toestemming een kopie maken van een artikel of een dvd als je dat alleen voor jezelf gebruikt (de thuiskopie-exceptie) en kunnen blinden en slechtzienden zonder permissie boeken laten omzetten naar audio.

Voor bibliotheken zijn er zelfs meerdere uitzonderingen te vinden in de Auteurswet. Het uitlenen van boeken en tijdschriften mag dankzij de leenexceptie zonder toestemming van de uitgevers maar de bibliotheken moeten daar wel een vergoeding per uitlening voor betalen. Tenzij je een schoolbibliotheek bent want dan hoef je zelfs geen leenvergoeding af te dragen.

Exceptioneel onderwijs

Ook ten behoeve van het onderwijs zijn er meerdere excepties te vinden in de Auteurswet. Het citaatrecht maakt het mogelijk dat je onder bepaalde voorwaarden korte stukjes uit een tekst mag gebruiken in je eigen werk. Terwijl de vertoningsbeperking juist de rechten beperkt van een filmmaker als je een film of video wilt laten zien in de les. Als je een film of video vanaf dvd vertoont in een klaslokaal mag dit zonder dat je daar iets voor hoeft te regelen. Nou ja, je moet een tv en dvdspeler regelen natuurlijk.

De belangrijkste uitzondering voor het onderwijs is degene die er naar vernoemd is: de onderwijsexceptie. Die staat in de Auteurswet omdat de overheid het gebruik van materialen ten behoeve van het onderwijs zo laagdrempelig mogelijk wil maken. Dat is wel wat anders dan een vrijbrief (helaas) want in de onderwijsexceptie staat vermeld dat korte delen uit werken zonder toestemming gebruikt mogen worden als onderwijsmateriaal maar dat er nog steeds wel een vergoeding voor betaald moet worden. Oftewel, je mag een deel van een boek in een syllabus of gedigitaliseerd in de leeromgeving gebruiken maar daar moet nog steeds wel voor betaald worden. Hiervoor hebben de MBO Raad, de Vereniging Hogescholen en de VSNU afspraken gemaakt met de uitgevers en zijn er afkoopregelingen getroffen. Deze regelingen beschrijven hoeveel een ‘kort deel’ precies is en wat de onderwijsinstelling moet betalen aan de rechthebbenden daarvoor.

Boeken of artikelen in het onderwijs

Bij een afkoopregeling hoort ook een controle en dat is de reden dat er periodiek gekeken wordt of scholen zich wel aan de afspraken houden. Vroeger ging het dan om controles van papieren readers en syllabi maar tegenwoordig wordt meestal de elektronische leeromgeving gecontroleerd. Zo wordt gekeken of de overgenomen delen uit (werk)boeken en tijdschriften niet te lang zijn en of er niet complete boeken digitaal aangeboden worden. Gebeurt dit wel dan moet er alsnog betaald worden en dat kan soms flink in de papieren lopen.

Dat je behalve naar de inhoud van je lesmateriaal ook nog rekening moet houden met het auteursrecht is niet altijd even efficiënt of praktisch maar dus wel belangrijk op het moment dat je een artikel of delen uit een (werk)boek wilt gebruiken in de leeromgeving. Informeer dus naar de afspraken die voor jouw school gelden. Je kunt daarnaast ook eens kijken naar open leermaterialen. Dat is onderwijsmateriaal dat door andere leraren en docenten gemaakt is en dat vrijelijk gedeeld wordt met iedereen die het zou willen gebruiken. Je hebt dan dus toestemming van je collega die het gemaakt heeft en je hoeft je dan dus niet aan de beperkingen uit de afkoopregeling te houden. En vanzelfsprekend geldt dat ook voor alles wat je zelf aan lesmateriaal maakt!

Gebruik van foto’s

Ook foto’s worden beschermd door het auteursrecht. Het is in de praktijk echter lastiger om het gebruik ervan goed te regelen ten behoeve van het onderwijs. Dat heeft als voordeel dat rechthebbenden niet eenvoudig kunnen controleren of hun foto’s of video’s zonder toestemming gebruikt worden – lekker gemakkelijk! – maar als nadeel dat je het snel verkeerd kunt doen met soms vervelende consequenties.

Bij foto’s spelen meerdere auteursrechten. Behalve met het auteursrecht van de fotograaf heb je ook te maken met het portretrecht van degene die op de foto staan en kan privacy eveneens een rol spelen. Vooral als er leerlingen op de foto’s staan.

Fotografen zijn tegenwoordig heel alert op schending van hun auteursrechten omdat ze er hun brood mee verdienen. Op het moment dat een leraar of instelling foto’s zichtbaar maakt voor de buitenwereld kan een fotograaf daar bezwaar tegen maken en alsnog een factuur sturen.

Onderwijsgerelateerde blogs hebben steeds vaker te maken met fotografen die claims indienen. Zo ontving een docente die een toelichting op haar weblog had geschreven voor haar studenten een dreigende brief omdat ze enkele foto’s uit Google Afbeeldingen had gebruikt. Inclusief schikkingsvoorstel van meer dan 1000 euro.

Wil je foto’s gebruiken die de buitenwereld ook te zien krijgt via een website of blog? Gebruik dan geen Google Afbeeldingen maar maak gebruik van één van de vele stockfotosites die met zogenaamde Creative Commons licenties werken. Dat betekent dat fotografen vooraf al toestemming hebben gegeven voor het hergebruik van hun foto’s. Je vindt tienduizenden foto’s met Creative Commons licentie bij Flickr maar ook gespecialiseerde stockfotosites als Pixabay en Pexels hebben een ruim aanbod.

Video in het onderwijs

De vertoningsbeperking in de Auteurswet maakt het mogelijk om zonder problemen een video of film te tonen in een klaslokaal. Het kan echter veel complexer worden als je digitale video wilt gebruiken. Zo mag je zonder toestemming niet zelf een videoband of dvd digitaliseren om de video te kunnen gebruiken in de leeromgeving. Staat de video echter op YouTube of een andere videodienst op internet? Dan kun je wel zonder problemen de video embedden in de leeromgeving of in een Powerpointpresentatie. Je mag namelijk altijd linken naar video’s die al op internet te vinden zijn.

Maak je zelf video’s of laat je je leerlingen video’s maken? Dan moet je wel weer goed oppassen. Net als bij foto’s heb je met video’s te maken met meerdere auteursrechten. Mensen die in beeld gebracht worden kunnen bezwaar maken als de video op YouTube staat en door de hele wereld bekeken kan worden. Als je bij het maken van de video andermans muziek gebruikt (of fragmenten uit commerciële films) dan kan de video zelfs geweigerd worden door YouTube. Of voorzien worden van ongewenste reclameboodschappen.

Auteursrechten zijn overal

Auteursrecht en onderwijs zijn in de praktijk dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je kent vast en zeker je onderwijs maar ken je ook je auteursrechten?

Bovenstaand artikel verscheen eerder in Vives 147 (15 november 2015). Ik had het genoegen om in dit tijdschrift te mogen schrijven over auteursrechten in het onderwijs. En dan eens een keer niet alleen voor het hoger onderwijs aangezien de Vives zich vooral richt op onderwijsinnovatie en ict in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en MBO.

#

MOOCs, je moet het zelf eens meemaken

Voor SURFspace schreef ik in september de wekelijkse gastcolumn. Deze keer over mijn eigen ervaring met een MOOC en waarom ik vind dat iedereen die in het hoger onderwijs werkt er eigenlijk eentje zou moeten volgen. Met terugwerkende kracht heb ik deze nu ook op mijn eigen blog gezet.

Hoezo MOOCs?

In de herfst van 2011 stelde Sabastian Thrun zijn module over kunstmatige intelligentie (op Stanford University) open voor de hele wereld en trok daarmee meer dan 160.000 studenten aan. Dit succesverhaal kreeg al snel navolging in het (Amerikaanse) hoger onderwijs en de Massive Open Online Courses (MOOCs) waren geboren.

Natuurlijk is daar al drie jaar lang veel over gezegd en geschreven. Over de hoge deelnemersaantallen die schril afsteken tegen de lage aantallen deelnemers die daadwerkelijk courses afronden. Over de kwaliteit en het (maximaal te behalen) niveau van het geboden online onderwijs. Over hoe je er nou echt iets aan kunt verdienen en daar aan gerelateerd, over de toetsing en hoe je deelnemers daarmee het gevoel kunt geven dat het volgen van een MOOC ook een toegevoegde waarde voor ze heeft.

Maar maak je geen zorgen, over al die onderzoeken, rapporten en meningen-van-experts ga ik het verder niet hebben. Ook al lijken die na drie jaar vooral aan te tonen dat het percentage volhouders en afronders alleen maar verder daalt en ook al lees ik steeds vaker dat een rechtstreekse interactie met een (vakkundige) docent en medestudenten met node gemist wordt door de deelnemers.

Nee, ik wilde zelf eens weten hoe het is om een MOOC te volgen. Zodat ik zelf een beeld kon gaan vormen over hoe het is om alleen via weblectures onderwijs te krijgen, wat ik vind van de kwaliteit van het ondersteunende onderwijsmateriaal, hoe er getoetst wordt en of/hoe je tot enige interactie komt met je docenten en medestudenten. Die kans kreeg ik in de zomervakantie toen ik vier weken lang bij Coursera de course “Copyright for Educators and Librarians” kon gaan volgen. Voor mij een goede keuze omdat ik affiniteit heb met het onderwerp en daarom verwachtte relatief eenvoudig de eindstreep te kunnen halen.

Zelf meemaken om mee te kunnen praten

Maandag 21 juli gingen de virtuele deuren van het klaslokaal open en konden de deelnemers aan de slag. Wekelijks ca. zes weblectures die totaal ca. 70 minuten duurden, enkele tientallen pagina’s leesvoer en een forum waar zo te zien door het merendeel van de maar liefst 8000 deelnemers werd gediscussieerd over een drietal onderwerpen die door de docenten voorbereid waren. De nadruk bij deze MOOC lag zeer sterk op zelfstudie met heel weinig feedback en toetsing. De drie wekelijkse quizzen waren weliswaar ruim voldoende om te toetsen of je de behandelde lesstof ook echt bestudeerd had maar voor het doorvragen op specifieke situaties was je toch primair aangewezen op het (te drukke) forum en je medestudenten. Dat stoorde me niet omdat ik zelf goed genoeg in de materie zit om daar elders verdere antwoorden bij te gaan zoeken maar heb je die affiniteit niet (of minder), dan kan ik me wel voorstellen dat je wat meer begeleiding en interactie nodig hebt dan wat hier geboden werd.

Dat werd vooral duidelijk bij de eindopdracht die bestond uit het produceren van een analyse van een behoorlijk complex (gemaakt) vraagstuk. Op welke van de subvragen je nou allemaal wel of niet antwoord gaf in die analyse was aan jezelf en hoewel ik zeer tevreden was over mijn eindresultaat, kreeg je niet rechtstreeks een beoordeling van je analyse. Met duizenden deelnemers was het niet mogelijk voor de drie docenten om alle analyses te beoordelen en was je ook hier aangewezen op het publiceren van je antwoorden op het forum en de feedback van andere studenten daarop. Achteraf kon je jouw antwoorden nog vergelijken met de analyse die de docenten zelf beschikbaar stelden.

Lessons learned

De belangrijkste les die ik heb overgehouden aan het volgen van deze MOOC is dat je de feedback, interactie en daarmee ook je eigen motivatie zelf moet organiseren als student. En dat je dit proces als docent ook moet faciliteren. Dat zag je gebeuren op het forum van de module waar de docenten wekelijks twee discussies startten en waar je met studiepunten beloond werd bij participatie. Er ontstonden meerdere groepen op het forum, zoals alle bibliothecarissen van K12 scholen (primair en voortgezet onderwijs), die de behandelde onderwerpen toepasten op hun eigen situatie en elkaar daar feedback op gaven. Ik heb nog gezocht naar andere Nederlandse deelnemers maar ik moest het zonder een eigen groepje zien te rooien :)

De grootste uitdaging was, mede hierdoor denk ik, dan ook om elke week de tijd vrij te maken om de videolectures te bekijken, daar ook zelf aantekeningen bij te maken, achtergrondmateriaal te lezen en op tijd de quizzen en eindopdracht af te ronden. Ik was er op voorbereid en toch moest ik mezelf enkele keren overtuigen om het ook af te maken. Zonder ‘druk’ van medestudenten of docenten en met geen hele concrete beoordeling/beloning in het vooruitschiet is het toch verbazingwekkend gemakkelijk om het erbij te laten zitten. Helemaal als het ook nog eens 8 uur per week vraagt, i.p.v. de 2 tot 3 uur die als indicatie vooraf gegeven werd.

Daarmee ben ik volgens mij tegen alle hordes aangelopen die er maar zijn bij het volgen van online onderwijs, zelfs in die paar weken tijd. Het heeft me er in ieder geval van overtuigd dat de MOOCs van nu echt voor een klein publiek geschikt zijn. Hoe goed je het onderwijsmateriaal en de weblectures ook maakt, het kan nooit echt de studenten betrekken bij het vak en motiveren de course af te ronden. Ik ben echt benieuwd of toekomstige courses meer aandacht gaan besteden aan die betrokkenheid, die engagement, op een zodanige manier dat het ook nog het niveau van de behandelde stof hoog (genoeg) houdt. Daar moet, met de ervaringen uit het traditionele onderwijs, toch wat voor te bedenken zijn.

Maar eerlijk is eerlijk, het voelt dan toch wel heel goed als je het ondanks alles afmaakt en het bewijs daarvoor krijgt. Het volgen van mijn eerste MOOC was in vele opzichten een leerzame ervaring. En zou wat mij betreft een verplicht nummer moeten zijn voor iedereen die in een onderwijsinstelling werkt.

#

Iedereen is dol op zijn eigen rechten. Maar waarom heb je dan niet meer aandacht voor die van een ander?

Voor SURFspace schreef ik begin van deze maand één van de wekelijkse gastcolumns. Deze worden afwisselend door gastauteurs uit het (hoger) onderwijs geschreven en kunnen over alle onderwerpen gaan zolang er maar een rode draad van (een ontwikkeling in het) onderwijs zichtbaar is. De mijne ging over het belang van auteursrechten bij onderwijscontent in de digitale leer- en werkomgevingen van onderwijsinstellingen. 

–//–

Meer eigen onderwijsmateriaal (al dan niet OER), meer gebruik van andermans materiaal, afstandsleren en opnemen van hoorcolleges. In het onderwijs wordt steeds meer kennis geproduceerd, wordt steeds meer gebruik gemaakt van kennis van anderen en verandert de vorm en invulling van het proces van kennisoverdracht mede dankzij nieuwe technologieën. Het is niet voor niets dat onderwijsinstellingen zich steeds nadrukkelijker profileren als kennisinstellingen.

En dat komt natuurlijk omdat kennis waarde heeft. Praktisch, theoretisch, voor de beroepspraktijk en voor onderzoek. Al die digitale kennisproducten komen bij elkaar op de plek waar zich ook het digitale onderwijs zich afspeelt: in de digitale leer- en werkomgeving van een instelling. Daar vind je de artikelen, Powerpoints, readers en al het overige materiaal dat zelf gemaakt is of dat van anderen is overgenomen. Samengesteld door docenten, bedoeld voor studenten. Bedoeld voor het eigen onderwijs.

Maar het is niet alleen maar een kwestie van het bijeen sprokkelen van interessant en geschikt digitaal materiaal om dat vervolgens voor je onderwijs te gebruiken. Nee, docenten krijgen dan ook ineens te maken met auteursrechten. Was dat vroeger beperkt tot het invullen van formuliertjes om readers te laten drukken, nu vullen docenten hun modules vaak met digitale artikelen die ze op internet gevonden hebben, ingescande boeken en worden documentaires en ander beeldmateriaal rijkelijk gebruikt ter illustratie van de gegeven lessen. Veelal zonder zich bewust te zijn dat daarvoor eigenlijk toestemming nodig is van de eigenaren van die specifieke kennisproducten. En als ze zich het wel beseffen, dan wordt het bij voorkeur genegeerd.

Tenminste, dat ervaar ik zo de laatste jaren in het hbo. En dat terwijl er – van buitenaf – veel aandacht wordt besteed aan het onderwerp van digitale rechten. Het onderwijs speelt zich niet meer onzichtbaar voor die buitenwereld af tussen de vier muren van een klaslokaal. Het is beter zichtbaar in de DLWO’s en het overstijgt de grenzen van de eigen instelling via afstandsleren en weblectures. Dat betekent ook dat andere (externe) rechthebbenden, hun belangenorganisaties en zelfs de maatschappij als geheel kritisch oordelen over de mate waarin kennisinstellingen zelf verantwoord omgaan met de kennisproducten van anderen. Het is lastig uit te leggen wat je eigen waarde is als je de waarde van anderen niet respecteert, nietwaar?

En laat het niet gezegd zijn dat we dat bij Windesheim niet netjes willen doen. Dus geef ik al bijna 2 jaar voorlichting aan docenten hoe ze wel correct andermans materiaal kunnen gebruiken voor hun eigen onderwijs en waar ze op moeten letten als ze iets willen overnemen. Of als ze zelf iets willen publiceren. Zowel de docenten als de onderzoekers zien het nut ervan in.

Maar ja, auteursrechten zijn lastig. Ook al gaat het vooral om bewustwording en hoeft dat niet veel tijd te kosten, de noodzaak ontbreekt nog steeds. Er zijn zoveel prioriteiten en dan is nadenken over digitale rechten niet prioriteit genoeg. Waarom dan niet de weg van de minste weerstand kiezen, de weg die het minste werk oplevert en gewoon verder gaan met al het andere werk dat je nog hebt liggen? Het onderwijs gaat immers door en er zijn lessen te geven.

Ook de komst van een nieuwe DLWO brengt hier vooralsnog geen verandering in. Windesheim gaat over van Blackboard naar N@Tschool de komende maanden. Een schone lei in september in een nieuwe elektronische leeromgeving. Met nieuwe mogelijkheden voor het onderwijs. Nog meer multimediale content en koppelingen met sociale media. Maar met de oude onderwijscontent en de oude werkwijzen want er is weinig tijd voor aanpassing. Het is geen prioriteit.

Natuurlijk snap ik dat. Maar soms moet je je herbezinnen op die prioriteiten, ook al vereist dat vervolgens inspanningen waar je niet meteen de resultaten van ziet. En ook al is het auteursrechtelijk op orde krijgen van je onderwijscontent zeker geen spannende bezigheid, je wilt er minimaal voor zorgen dat je weer jaren vooruit kunt met niet alleen de techniek van je DLWO maar ook de inhoud ervan. Het is een essentiële voorwaarde wil je daarna aan de slag met weblectures, open educational resources of MOOC’s.

Je kunt je nog zo willen focussen op verbeteringen, kwaliteit en innovatie maar zoals mijn vader ooit eens zei: zonder een goede fundering storten vernieuwende gebouwen ook gewoon in.

Ook in het onderwijs.

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top