Wij zijn pas content als u dat bent

Wij zijn pas content als u dat bent. Een oude slogan uit een reclamespotje die je nog steeds prima kunt gebruiken. Zo ook voor hogeschoolbibliotheken. Wij zijn pas content als u dat bent. Met onze content. Die wij u aanbieden omdat we nu eenmaal onderwijsbibliotheken zijn en we het als onze taak zien om zo veel mogelijk fysieke content (we zijn dol op vroeger) en ook digitale content  over u uit te strooien.

Vroeger leverde al die tijd en energie die we staken in de fysieke collectie ook echt wat op. Elk boek, elk tijdschrift, elk rapport dat aangeschaft werd bouwde de collectie, het bezit en het aanbod van de bibliotheek verder uit. En omdat je niet onbeperkt ruimte had moest je daar goed over nadenken. Wat voegt echt wat toe, wat is inmiddels minder relevant geworden en waar kunnen we eigenlijk wel zonder? Natuurlijk moest er afgestemd worden met je gebruikers maar bibliothecarissen investeerden in hun collecties en op hun expertise konden de gebruikers vertrouwen.

Meer is niet beter
Tegenwoordig verdrinkt iedereen in het aanbod van digitale content. Bibliotheken hebben moeten leren om anders tegen hun collecties aan te kijken. Niet meer gebaseerd op bezit dat een immer stijgende waarde vertegenwoordigt maar op toegang. Toegang tot digitale content dat in het bezit is van externe leveranciers. Die ook vinden dat het een immer stijgende waarde vertegenwoordigt maar dat vooral tonen in immer stijgende prijzen die bibliotheken moeten betalen om hun gebruikers toegang te geven tot die content. Content die nog steeds beheerd moet worden, die ingepast moet worden in het kader van collectiekeuzes die een bibliotheek wil maken maar bovenal content die onmiddellijk kan verdwijnen als je er niet meer voor wilt (of kunt) betalen.

En dat laatste gaat steeds vaker gebeuren. Doordat onderwijsbibliotheken het als hun taak zien om, net als bij hun fysieke collecties, digitale content aan al hun gebruikers aan te bieden onderhandelen ze al vanaf het begin met leveranciers en uitgevers voor instellingsbrede campuslicenties. En dus wordt dezelfde digitale collectie instellingsbreed aangeboden aan eerstejaars studenten van lerarenopleidingen, medewerkers van de technische opleidingen en afstudeerders bij economische opleidingen. Maar in tegenstelling tot de fysieke collectie betalen bibliotheken dus ook al vanaf het begin voor de niet-gebruikers van de digitale collectie. Een databank met medische artikelen wordt niet gebruikt door studenten van een informatica opleiding maar je betaalt er desalniettemin voor. Bij instellingsbrede licenties betaal je nu eenmaal een bedrag per student van die instelling.

Helaas is dat niet het enige dat op één hoop gegooid wordt. Ook het zorgvuldig opbouwen van je eigen collectie door je eigen keuzes te maken over wat je daarin opneemt is eigenlijk verleden tijd. Leveranciers en uitgevers doen niet aan content op maat maar aan gigantische bundelingen van content. En dus betaal je niet alleen voor alle niet-gebruikers maar ook nog eens voor bergen content die je helemaal niet wilt aanbieden aan je gebruikers. Het mes is bot aan twee kanten zeg maar.

Natuurlijk proberen we die messen wel te slijpen. Duizenden uren worden gestoken in het bevragen van gebruikers wat ze precies willen, analyseren van gebruikstatistieken, het bijeenbrengen van alle hogeschoolbibliotheken voor dat gezamenlijk belang (want we doen allemaal hetzelfde) en het onderhandelen met uitgevers via hun vertegenwoordigers. Maar dat hele proces is een doodlopende weg en het is een spel dat niet te winnen is. Als één opleiding toegang wil tot databank A, drie opleidingen graag databank B willen en 20 opleidingen perse databank C moeten gebruiken dan zal de bibliotheek een licentie moeten nemen op alle drie de databanken voor alle studenten van alle opleidingen. Hoezo keuze en hoezo onderhandelingspositie? Uitgevers weten dat ze zelf de spelregels kunnen bepalen.

De kruik gaat net zo lang te water
Prijzen die elk jaar blijven stijgen. Steeds meer content afnemen en aanbieden als ware je alleen maar een doorgeefluik voor een uitgever. Steeds meer betalen voor niet-gebruik. Opleidingen die vragen om content zonder hierbij aan te geven waar hun belang precies zit. Bibliotheken maar ook opleidingen die geen keuzes (kunnen of willen) maken en de situatie laten voortbestaan. Het is een onhoudbare situatie geworden.

Met maatregelen als het opzeggen van te dure of te weinig gebruikte licenties kom je er niet. Het is tijd om te beseffen dat het aanbieden van alle content aan alle gebruikers niet meer mogelijk is. Onbetaalbaar. Maar leg je niet alleen met tegenzin neer bij deze realiteit want het is ook onnodig om maar alles aan te bieden aan iedereen.

Waarom veranderen we dat uitgangspunt van brede toegang niet? Naar alleen betalen voor de content die we daadwerkelijk willen aanbieden aan alleen die gebruikers die ook echt die content nodig hebben. Bemiddelen tussen dat idioot grote aanbod en de hele concrete vraag vanuit opleidingen. Waarbij je duidelijk bij je gebruikers gaat ophalen wat ze precies nodig hebben. En hoe ze dat nodig hebben. Waarom ze het nodig hebben en of er alternatieven zijn. Onder welke voorwaarden. En hoe dat bekostigd kan worden.

Dan pas ga je naar de uitgevers. Om met een duidelijk verhaal in de hand gaan praten hoe je die content beschikbaar kunt maken aan je gebruikers. Welke voorwaarden daar bij horen en wat je dus krijgt voor het geld dat je betaalt. Waarbij je dus niet extra gaat betalen voor al die gebruikers met wie je geen afspraken gemaakt hebt en die de content niet (hoeven) gebruiken. Allemaal extra duidelijkheid naar zowel je gebruikers als uitgevers toe die ook meteen de grenzen afbakenen. De grenzen die het punt zichtbaar maken van wanneer een bibliotheek niet meer meegaat in een onderhandeling en nee zal moeten zeggen. Om wat voor reden dan ook.

¡Viva la Revolución!
Te ver voor de muziek uitlopen. Te vooruitstrevend. Dat is wat ik soms terugkrijg als ik het met anderen over dit onderwerp heb. “Ook uitgevers mogen geld verdienen”, zei iemand laatst nog tegen mij. Natuurlijk maar je hoeft ze niet te laten graaien in jouw portemonnee. Wie is er nou de klant van wie? En zou die klant niet koning moeten zijn?

Dus moeten we ook als hogeschoolbibliotheken eens wat beter voor onze belangen opkomen. Niet alleen voor die van onze gebruikers (zonder daar echt naar te informeren) en zeker niet voor de belangen van uitgevers. Maar met een duidelijk nieuw uitgangspunt om namens onze gebruikers en met behulp van onze expertise aan tafel te gaan zitten met de uitgevers om die content te krijgen die onze gebruikers nodig hebben voor een prijs die wel redelijk en fair is.

En het idee los te laten van die instellingsbrede licenties als enig middel om toegang te (laten) geven. Door andere – meer flexibelere – soorten licenties te bespreken die beter passen bij dat nieuwe uitgangspunt. Op basis van gelijktijdige gebruikers, ook al betekent het dat soms gebruikers even geen toegang hebben omdat het ‘druk’ is. Met de mogelijkheid om nog steeds overeenkomsten voor meerdere jaren aan te gaan maar wel jaarlijks kunnen uitstappen omdat je gebruikers een databank niet meer nodig hebben. Of omdat je als bibliotheek andere keuzes wilt kunnen maken.

Maar ook om uitgevers duidelijk te maken dat hogeschoolbibliotheken niet tot één optie beperkt willen zijn. Flexibiliteit betekent kunnen kiezen. Sommigen willen misschien alle content van een uitgever terwijl anderen specifieke titels uit dat aanbod willen. Eén maat past niet iedereen. Van je supermarkt zou je het niet pikken als ze pakken melk alleen verkochten in combinatie met flessen cola dus waarom pikken we het wel van uitgevers?

De wereld is natuurlijk tegenwoordig ook veel groter dan alleen de commerciële uitgevers en bibliotheken als het om toegang tot digitale informatie gaat. Er zijn ontzettend veel bedrijven (waaronder ook diverse uitgevers) die zich bezig houden met digitale content voor een persoonlijke digitale bibliotheek. Eindgebruikers zijn al heel lang niet meer aangewezen op bibliotheken om toegang te krijgen tot ebooks, digitale kranten en tijdschriften of muziek. Denk maar aan Spotify, Netflix, Google Play of Apple iTunes maar ook aan alle initiatieven rondom digitaal nieuws en uitgevers die eindgebruikersdiensten aanbieden. Als je voor een paar tientjes een eigen toegang kunt kopen tot digitale content, waarom zou je dat dan nog via een bibliotheek moeten doen? En andersom geredeneerd, waarom zou een bibliotheek een onbetaalbare licentie afsluiten op een databank als eindgebruikers een gunstige overeenkomst voor zichzelf kunnen aanschaffen? Het zou geen revolutionaire gedachte moeten zijn dat je als bibliotheek kijkt naar alle mogelijke opties in plaats van die ene. Waarom zou een bibliotheek zich bij licentieonderhandelingen niet hard kunnen maken om ook een rechtstreekse eindgebruikerslicentie tot de mogelijkheden te laten behoren? Zeker als de andere opties minder gunstig uit dreigen te pakken. Elke optie is beter dan simpelweg geen toegang, toch?

Wij zijn pas content als u dat bent. Maar wij moeten het nog eens goed hebben over hoe we u tevreden krijgen met ons aanbod van content.

#

Inholland streeft naar een digitale hogeschoolbibliotheek voor 2015. Maar wie zit daar op te wachten?

Ik had vorige week al vernomen dat de intentie er was van Inholland hogeschool om voor 2015 over te gaan naar een volledig digitale bibliotheek en dus afscheid te nemen van alle fysieke componenten die traditioneel bij een hogeschoolbibliotheek horen. Ik zou willen zeggen dat het een nieuw idee is maar enkele jaren geleden  was dat idee ook al bij mijn hogeschool gelanceerd. Met ongetwijfeld de gedachte in het achterhoofd dat het anno 2010 toch niet zo kan zijn dat je als bibliotheek uberhaupt nog afhankelijk bent van die fysieke collectie, studie- en werkplekken en uitleenapparatuur. Dat kan toch zeker allemaal wel digitaal? En bovenal, een stuk goedkoper? Vierkante meters zijn immers duur.

De feiten weerlegden deze gedachten gelukkig al snel. Een hogeschoolbibliotheek is gedienstig aan het onderwijs en niet (alleen) aan bezuinigingsvoorstellen. En dat onderwijs wil niet altijd digitale informatievoorziening. Als ze voor dat vakgebied uberhaupt al keuzes hebben overigens want de praktijk is dat het nog extreem karig gesteld is met het digitale aanbod van studieboeken en Nederlandstalige vaktijdschriften. Op het ene vakgebied zijn uitgevers er verder mee dan de andere.

Maar digitaal betekent niet automatisch toegankelijk en inzetbaar
Digitaal is een toverwoord geworden. Er hangen zo veel onuitgesproken verwachtingen aan dat er met een roze bril naar gekeken wordt. Daardoor valt het misschien niet goed op dat een groot deel van het digitale aanbod nauwelijks of zelfs helemaal niet te gebruiken is door een (hogeschool)bibliotheek. Of het onderwijs. Lesmethoden zijn beperkt digitaal beschikbaar en waar ze het wel zijn voorziet die constructie niet in het breed aanbieden van die content aan een instelling maar is die gericht op individuele afname door studenten. Nederlandstalige (vak) tijdschriften zijn bijna niet full-text digitaal beschikbaar voor breed gebruik. Dit blijft beperkt tot individuele abonnees.

De ontwikkelingen rondom e-studieboeken komen nu pas een beetje op gang. Uitgevers zijn zoekende maar ook hier heb je te maken met het onderwijs die eigenlijk nog moet beginnen met nadenken over en formuleren van wat ze nodig hebben. En in welke vorm. En met welke randvoorwaarden voor de toegang. Ontwikkelingen die nog vele jaren nodig hebben voordat ze leiden tot een breed, representatief en bovenal bruikbaar aanbod waar je als bibliotheek gebruik van kunt maken richting het onderwijs.

Terug naar Inholland
Wat precies de achterliggende redenen zijn voor Inholland om te kiezen voor een volledig digitale bibliotheekvoorziening op korte termijn, daar kan ik alleen maar naar speculeren. Feit is dat gisteren Doekle Terpstra, de voorzitter van het college van bestuur van Inholland, via Twitter bevestigde dat het niet bij een voornemen blijft maar het als besluit genomen is.

Het lijkt me inderdaad een hele stevige opdracht. Prachtige innovatie? Sorry maar zoals alle vernieuwingen niet perse verbeteringen zijn, zo zijn digitaliseringstrajecten niet perse innovaties. Misschien zijn ze dat per definitie niet zelfs.

Bert Zeeman, van de Universiteit van Amsterdam, durfde zelfs de weddenschap met zijn lezers aan te gaan over het behalen van dit doel voor 2015. De vragen en overpeinzingen die hij daar bij heeft zijn stuk voor stuk al valide. Ik las diverse reacties die in verschillende mates van voorzichtigheid niet veel vertrouwen uitspraken over de kans van slagen. Het is bijna onmogelijk voor te stellen hoe je de kwaliteit van de informatievoorziening vanuit je hogeschoolbibliotheek in stand kunt houden als je genoodzaakt bent om niet te kijken naar de inhoud van die informatie maar puur en alleen naar de vorm. Een vorm waar de overgrote meerderheid van uitgevers die content leveren voor hogeschoolbibliotheken nog stevig mee worstelt.

Maar wat wil je nou als hogeschoolbibliotheek?
Digitaliseren is niet het doel van een hogeschoolbibliotheek. Sowieso is de term digitaliseren ongelukkig want het lijkt aan te geven dat je je bestaande fysieke collectie gaat inscannen en digitaal aanbieden. Wat natuurlijk niet toegestaan is want daar overtreed je meerdere wetten mee.

De hogeschoolbibliotheek is, ik zei het al eerder, gedienstig aan het onderwijs. Er moet een directe link zijn tussen wat het onderwijs – docenten en studenten- nodig hebben binnen de tientallen opleidingen/curricula en wat je als bibliotheek levert, ontsluit en toegankelijk maakt. In 2008 vertelde de toenmalige voorzitter van de HBO Raad, dezelfde Doekle Terpstra die nu bij Inholland zit, tijdens een lustrumbijeenkomst van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) over de noodzaak om betere verbindingen te maken met het onderwijs en de opleidingen waarvoor hogeschoolbibliotheken werken.

En ja, dat betekent dat je kritisch moet kijken naar je traditionele rol als bibliotheek. Andersoortige diensten en minder vanuit het belang van je bibliotheek handelen. Meer vanuit de belangen van je onderwijs(instelling). Minder focus op het hebben van een (fysieke) collectie en de aandacht verschuiven naar het toegankelijk maken van informatiebronnen voor die groepen binnen je instelling die deze bronnen ook daadwerkelijk nodig hebben.

Dat zou pas prachtige innovatie zijn voor hogeschoolbibliotheken als je het mij vraagt.

Maar alle inspanningen, je gehele focus, toespitsen op digitale dienstverlening en hopen dat er voor 2015 voldoende digitaal aanbod is vanuit de markt om dat ook naar je gebruikers in je hogeschool aan te kunnen bieden? Vanuit je visie nee zeggen tegen het onderwijs als ze fysieke informatiebronnen nodig hebben, om wat voor reden dan ook? Digitale informatiebronnen van uitgevers min of meer klakkeloos aan gaan bieden, ook al zijn er (licentie)technische beperkingen, puur omdat het past in de digitaliseringsdoelstelling?

Niet alleen durf ik de weddenschap niet aan te gaan met Bert, ik vrees dat alleen al dit besluit van Inholland negatieve impact gaat hebben op de ontwikkeling van een toekomstbestendige visie van zowel HBO instellingen als hogeschoolbibliotheken op de rol die bibliotheken kunnen en moeten spelen in onderwijsinstellingen. Waarom zou je het nog over verbindingen met het onderwijs hebben als je als bibliotheek al besloten hebt dat je alleen nog maar digitale diensten wilt gaan leveren? 100% digitaal is 100% onrealistisch.

Hoe je er ook naar kijkt.

#

Het wordt nu echt tijd voor 1 digitale referentiebibliotheek

Het idee is al heel oud eigenlijk. Daar waar je bibliotheken met fysieke locaties zo decentraal mogelijk, zo dicht bij je klanten als maar mogelijk is, wilt organiseren is het omgekeerde het geval bij een digitale bibliotheek. Er zijn nauwelijks redenen te bedenken waarom je grote, algemene, veelgebruikte digitale informatiebronnen in elk dorpje, in elke gemeente en in elke provincie zou moeten aanbieden. Een logische invulling van een digitale bibliotheek is dat je dat centraal, landelijk, regelt en dat alle mensen laagdrempelig toegang krijgen middels bijvoorbeeld een abonnementsconstructie.

Hoewel ik nu ongetwijfeld de complexe werkelijkheid onacceptabel vereenvoudig meen ik toch wel te mogen concluderen dat de (openbare) bibliotheeksector, overheden en de leveranciers van die digitale informatiebronnen elkaar nu al vele jaren in een virtuele houdgreep geklemd houden. Leveranciers die zoeken naar voor hun acceptabele verdienmodellen en de bibliotheeksector & overheden die niet als 1 gezamenlijke partij tot zaken kunnen komen. Je kunt wel de zaken landelijk willen regelen maar bitter feit is dat de potjes met geld onlosmakelijk vermengd zijn met lokale en regionale belangen. Die belangen blijken niet verenigd te kunnen worden met de potjes geld er nog aan vast. Resultaat is dat in een tijdperk waar zoveel goede, kwalititatieve en soms zelfs essentiële digitale informatiebronnen bestaan, de bibliotheken daar nog steeds een ondergeschikte rol in spelen om die ook aan het grote publiek beschikbaar te kunnen maken.

Onderwijs- en onderzoeksbibliotheken
Voor onderwijs en onderzoek is het niet veel anders. Ook daar lagen 10 jaar geleden al plannen om -vergelijkbaar met enkele andere landen in Europa waar zoiets al bestond- te komen tot een nationale digitale bibliotheek voor het onderwijs. Een stuk of tien van de meestgebruikte databanken voor het hoger onderwijs waarvoor een landelijke licentie afgesloten zou kunnen worden. Waarom zou elke onderwijs- en onderzoeksbibliotheek die zelf afsluiten en aanbieden terwijl iedereen gebruik maakt van precies dezelfde content?

Ook dit plan kwam nooit tot een concrete uitwerking. Meestgebruikt wil niet zeggen dat iedereen er gebruik van maakt en centraal bekostigen van landelijke licenties vereiste dat er ook één centrale partij zou moeten zijn om zowel de belangen als een deel van de budgetten te behartigen. Die was er niet en het laat zich niet aanzien dat die er ooit gaat komen ook.

Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan
Ook al was een nette en formele oplossing te prefereren geweest, zoals het de afgelopen jaren gegaan is bij -in ieder geval- de HBO bibliotheken is ook geen houdbare situatie meer. Met nauwelijks stijgende (en veelal juist krimpende) budgetten zijn de HBO-bibliotheken niet meer in staat om een volwaardig en adequaat aanbod beschikbaar te stellen aan al hun onderwijsgebruikers. Kostbare algemene databanken met veel inhoud die wel goed gebruikt worden maar niet echt een rechtstreekse link hebben met het onderwijs. Kostbare (vak)specifieke databanken die eigenlijk door te weinig mensen gebruikt worden om de gemaakte kosten te rechtvaardigen. En daardoor eigenlijk verhullen dat die vakinformatie ook best geld mag kosten als je er gebruik van wilt/moet maken.

Dus moet je keuzes maken.

De keuze om alleen die digitale informatiebronnen breed aan te bieden die ook toegevoegde waarde hebben voor het onderwijs. De keuze om met je gebruikers afspraken te maken hoe ze informatiebronnen kunnen gebruiken die niet door een bibliotheek aangeboden kunnen worden. De keuze om met je leveranciers afspraken te maken om precies dat dan mogelijk te maken. Maar ook de keuze om die dure algemene databanken niet meer aan te bieden. Ook al bevatten ze veel content over veel onderwerpen. En worden ze goed gebruikt.

Daar zou je als bibliotheek moeten kunnen doorverwijzen naar een centrale, landelijke, digitale bibliotheek. Eentje waar je precies die digitale achtergrondinformatie zou moeten kunnen raadplegen. Zodat je als decentrale bibliotheek je kunt focussen op het gericht aanbieden van digitale informatie waar expliciete vraag en behoefte aan is.

De Koninklijke Bibliotheek
Het bijzondere is dat zo’n landelijke digitale bibliotheek al bestaat natuurlijk. De Koninklijke Bibliotheek fungeert als nationale bibliotheek en zowel de openbare bibliotheeksector, via het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB), als de onderwijs- en onderzoeksbibliotheken zien in de KB de perfecte partner voor die ene Digitale Bibliotheek. De Koninklijke Bibliotheek biedt al jaren de mogelijkheid aan om voor een laag bedrag lid te worden waarbij gebruik gemaakt kan worden van zowel de fysieke als de digitale collecties.

In die digitale collectie worden al vele databanken aangeboden die HBO bibliotheken bijvoorbeeld ook aanbieden. Die overlap is niet vreemd gezien de missie van de KB en de daaruit voortvloeiende doelstelling om een rol te spelen in de informatievoorziening voor het hoger onderwijs. Als je studeert aan een hoger onderwijs instelling, dan krijg je zelfs 50% korting op het lidmaatschap.

En als je als student voor de prijs van zo’n drie biertjes in een kroeg een jaar lang toegang kunt krijgen tot veel van dezelfde databanken die onderwijsbibliotheken zelf ook aanbieden, dan mag je toch concluderen dat je sommige keuzes als bibliotheek toch heel gemakkelijk kunt maken? Waarom je halve budget spenderen aan databanken die je klanten elders veel goedkoper zelf kunnen regelen? Waarom zoveel energie steken in alles zelf willen aanbieden en bekostigen terwijl je best weet dat je dat het volledig onmogelijk en onbetaalbaar is?

Die ene digitale referentiebibliotheek is er al lang. Nu moeten we nog durven door te verwijzen.

@ foto: dorena-wm via photopin cc

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top