Weer eens over bibliotheken, ebooks, licenties en geld

Als het gaat om openbare bibliotheken ben ik al somber gestemd over de kans dat er ooit nog een fatsoenlijk en breed aanbod aan ebooks zal komen. In het beste scenario komt er een beperkt aanbod dat tot de tanden beveiligd zal zijn met DRM om zowel het tijdelijke ‘uitlenen’ als de belangen van de uitgevers te faciliteren. Dat legitieme aanbod vereist dan dat je als gebruiker door zoveel hoepels moet gaan springen dat het mijns inziens vooraf al gedoemd is om te mislukken. Die gebruikers vinden zelf wel een dvd’tje met illegale ebooks en die doos van Pandora, die krijg je toch niet meer dicht.

Voor HBO bibliotheken is dat ‘beste’ scenario al wel in zicht. Je kunt bij diverse leveranciers een brede collectie ebooks aanschaffen die je als hogeschoolbibliotheek vervolgens tjokvol met DRM mag aanbieden aan je gebruikers. Daar waar voor openbare bibliotheken echter een breed aanbod relevant is, is dit voor HBO bibliotheken eerder een nadeel. Bibliotheken in het onderwijs hebben andere criteria voor wat ze willen en moeten aanbieden: het moet gerelateerd zijn aan het curriculum en het is zelfs onwenselijk dat iedereen in een onderwijsinstelling bij de ebooks kan want je betaalt voor een ieder die toegang heeft, niet voor diegene die een ebook daadwerkelijk gebruikt. Als onderwijsbibliotheek moet je het niet eens willen om die gigantische bundels met duizenden ebooks aan te bieden aan je gebruikers terwijl je zeker weet dat slechts een fractie relevant is en gebruikt wordt (door een enkeling).

Dat onderwijsbibliotheken hun fysieke en digitale collecties zo breed mogelijk dienen aan te bieden is een traditionele gedachte die nog bij veel leveranciers (en bibliotheken zelf!) leeft. Het is er echter eentje die volledig onhoudbaar en onwerkbaar is geworden. Ook al betekent het een omslag bij zowel de bibliotheek zelf en de leverancier, de rol van de bibliotheek krijgt veel meer invulling daardoor dan vroeger. Niet simpelweg een licentie afsluiten waarmee duizenden ebooks -die je zelf niet kunt kiezen- beschikbaar komen voor iedereen maar zorgen dat studenten over die specifieke titels kunnen beschikken die ze nodig hebben voor de studie of het vak die ze volgen.

Safari Books
Een aardig voorbeeld is Safari Books Online. Ruim 4 jaar geleden hebben we een licentie hierop genomen vanuit het idee dat vooral ICT studenten gebruik zullen maken van ebooks. Centraal aangeboden, meer dan 1000 titels maar met serieuze restricties op de toegankelijkheid om het nog enigszins betaalbaar te houden. Een brede en onbeperkte toegang voor alle studenten zou meer dan 100.000 euro gekost hebben en dus kozen we ervoor om het te beperken tot slechts twee gelijktijdige gebruikers. Een prachtige (DRM vrije) collectie waar je dus in lesverband eigenlijk geen gebruik van kunt maken want als er twee mensen in zoeken kan de rest er niet meer in.

Inmiddels begint ons nieuwe beleid, van gericht informatiebronnen aan het curriculum te relateren, toch vruchten af te werpen. Docenten willen graag Safari Books gebruiken in hun lessen en studenten verwijzen naar relevante ebooks die er te vinden zijn. En dan is er dus een probleem. Foutmeldingen en waarschuwingen zodra studenten proberen in te loggen. Negatieve reclame voor de rol van de bibliotheek!

Fixen
Ook Safari Books Online zullen we zeer waarschijnlijk binnenkort niet meer centraal, als bibliotheek, aanbieden. Om het bruikbaar te maken in het onderwijs zou er onbeperkte toegang moeten zijn (of minstens 30 gelijktijdige gebruikers) en daar zit een prijskaartje aan dat simpelweg onbetaalbaar is. Een oplossing zou kunnen zijn om meer te kijken naar het faciliteren van een individuele of groepstoegang waarbij (alleen) studenten die een bepaald vak volgen via een eigen inlog op Safari Books toegang krijgen tot alleen die 5 of 10 boeken die ze voor dat vak nodig hebben. Dat hoeft niet eens per se betaald te worden door de bibliotheek (een dergelijk abonnement kan voorgeschreven worden vanuit het onderwijs) maar we moeten wel verder kijken dan alleen maar klakkeloos te accepteren wat een leverancier aanbiedt.

Bibliotheken krijgen, ook bij Safari Books, een extreem hoog tarief gerekend omdat ze een volledig aanbod dienen af te nemen die ze aan vele duizenden studenten beschikbaar maken. Die aannames zijn verkeerd voor onderwijsbibliotheken en ze leveren tarieven op die niet betaald kunnen worden. Tijd om die aannames open te breken en duidelijk te maken wat in het onderwijs wel gevraagd wordt. Geen breed aanbod maar een selectie van (relevante) titels. Geen brede toegang maar een gerichte toegang voor die studenten en docenten die specifieke titels nodig hebben. Geen exorbitante tarieven maar realistische prijzen en alleen betalen voor wat je gebruikt.

#

Bibliotheken in het hoger onderwijs: de accreditatie als meetlat

Ruim 4 jaar geleden ben ik anders gaan kijken naar de rol van een bibliotheek binnen hoger onderwijsinstellingen. Of misschien moet ik zeggen dat ik me toen (echt) begon te beseffen dat er een uiterste houdbaarheidsdatum zat op het hele fenomeen hogeschoolbibliotheek als we verder zouden gaan zoals we dat altijd al deden.

Dat kwam allemaal niet zomaar uit de lucht vallen natuurlijk. Twee jaar daarvoor, in 2006, had het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) een verkenning laten uitvoeren waarin een viertal scenario’s waren beschreven voor de hogeschoolbibliotheek in 2016. Vier hele verschillende scenario’s waarin diverse, toen al gaande, ontwikkelingen waren geëxtrapoleerd naar de toekomst toe. Vier scenario’s die variëerden van een vernieuwde rol voor de bibliotheek tot het volledig verdwijnen van de zelfstandige hogeschoolbibliotheek. Scenario’s die -en zo interpreteerde ik ze- vooral afhankelijk waren van de mate waarin hbo bibliothecarissen, de informatiespecialisten, in staat zouden blijken om hun klassieke rollen achter zich te laten en compleet nieuwe taken en rollen op zich te nemen. Maar die, minstens net zo belangrijk, afhankelijk waren van de onderwijsinstellingen en de opleidingen zelf die verder moesten kijken naar hun bibliotheek- en informatievoorzieningen dan alleen die knusse ruimte met boeken, tijdschriften en databanken.

Zoals gezegd, in 2008 kwam dat voor mij eindelijk een beetje bij elkaar. T.b.v. het vieren van het eerste lustrum organiseerde het SHB een symposium waarin de blik meer richting het onderwijs ging dan richting de hogeschoolbibliotheken zelf. Natuurlijk, er werd stil gestaan bij de eigen SHB activiteiten (ik mocht zelf ook nog een korte presentatie geven over de SHB benchmark) maar er werd de bibliotheken ook een externe spiegel voorgehouden. Doekle Terpstra, toen nog voorzitter van de HBO raad, drong aan op betere verbindingen met het onderwijs waarvoor de bibliotheken nu eenmaal zouden moeten werken. Het was echter Karl Dittrich vanuit zijn rol als voorzitter van de NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie) die ook kritisch durfde te zijn over ambities en doelstellingen van het hoger onderwijs en de daaraan gekoppelde rollen die de bibliotheken zouden kunnen vervullen. Maar dat slechts in zeer beperkte mate al deden.

Ook tijdens de forumdiscussie bleef Dittrich kritisch over de intenties en plannen van bibliotheken en miste hij de harde link met het onderwijs. Hoe hij het allemaal precies verwoordde is voor mij minder relevant maar wat ik er aan over heb gehouden is het besef dat bibliotheken in het hoger onderwijs op moeten houden met bibliotheekje te spelen en gaan insteken op al die zaken waar het onderwijs echt op zit te wachten, maar niet associëren met een bibliotheek. Ook daar zit nog veel ruis op de lijn maar dat kun je wel bespreekbaar maken vanuit het meest praktische aspect waar alle opleidingen in het hoger onderwijs mee te maken krijgen.

Accreditaties.

Alle opleidingen in Nederland (en Vlaanderen) worden periodiek beoordeeld op een groot aantal aspecten die in beoordelingskaders zijn vastgelegd. De kwaliteit van het onderwijsprogramma, studeerbaarheid, relatie tussen het curriculum en het beroepenveld, de kwaliteit van afstudeerwerken en nog tientallen andere aspecten worden onder de loep genomen en beoordeeld. Scoor je als opleiding hier slecht op, dan heb je een probleem van de allerhoogste categorie. In het slechtste geval verlies je je accreditatie wat inhoudt dat de opleiding opgeheven zal worden.

Als bibliotheek moet je er mijns inziens ook naar toe een rol te spelen in het accreditatieproces. Niet meer jezelf beoordelen aan de hand van hoeveel werkplekken je in de bibliotheek hebt, hoeveel je open bent wekelijks, het aantal uitleningen en hoeveel duizenden digitale bronnen je wel niet aanbiedt. Grote ruimtes neerzetten en voor veel geld dingen aanschaffen, dat kunnen we inderdaad wel. Maar zorg er nu eens voor dat je samen met de opleidingen afgerekend wordt op die aspecten die er echt toe doen. Hoe kun je spreken van partnerschap en intensieve samenwerking met het onderwijs als zij alleen staan tijdens een accreditatieronde. Als ze alleen de lasten dragen van een mindere beoordeling maar ook alleen met een gloeiende positieve beoordeling in de hand staan? Wat is de toegevoegde waarde van een bibliotheek dan eigenlijk?

Nee, ik wil die samenwerking dus anders invullen. Niet meer alleen de bibliotheek als voorziening die kortstondig wordt bekeken door een commissie en waar je ‘geluk hebt’ als er een passage te vinden is in het accreditatierapport.

De mediatheek is centraal op de campus gevestigd en biedt naast een sortering boeken en tijdschriften digitale toegang tot diverse universiteitsbibliotheken en literatuurbestanden in binnen- en buitenland. Studenten kunnen gebruik maken van diverse zoeksystemen; zij hebben evenals de docenten digitaal toegang tot de mediatheek.

Dat is hoe de hogeschoolbibliotheek thans in het accreditatiekader gezien wordt. Als (primair een fysieke) voorziening waarbij niet eens gekeken wordt of de geaccrediteerde opleiding gebruik maakt van die voorzieningen! Dat kan anders. Dat moet anders!

De rol van informatievoorziening, informatievaardigheden, onderzoeksvaardigheden in het onderwijsprogramma. Dat zijn uitstekende ingangen voor een bibliotheek om samen met de opleidingen te kijken hoe dit naar een hoger platform kan worden getild. Maar ook het beeld en de visie op de geboden voorzieningen van en de ondersteuning door een bibliotheek kan en moet beter. Zodat je als opleiding en bibliotheek echt samenwerkt en samen trots kunt zijn op wat er geboden wordt aan studenten en het beroepsveld.

Laat dan die accreditatie maar komen en leg zowel de opleiding als de bibliotheek maar aan de meetlat.

@ foto via Flickr

#

Over publiceren van afstudeerwerken die vertrouwelijke informatie bevatten

Het probleem is eigenlijk van alle tijden voor een hbo bibliotheek. Scripties die niet in de bibliotheek geplaatst werden omdat ze vertrouwelijke informatie bevatten. Je kwam er nooit precies achter wat voor soort vertrouwelijke informatie er dan wel niet in zou moeten staan dat het betekende dat het niet in de bibliotheek mocht staan maar ja, vertrouwelijk he? Je kon dan nog wel wat tips geven om te voorkomen dat het niet geschikt was voor opname in de bibliotheekcollectie maar studenten, onderwijs en de organisaties waar afgestudeerd werd hadden weinig belang om daar acties op te ondernemen.

Toen in 2006 de HBO Kennisbank tot stand kwam veranderde daar niet veel aan. De hogescholen hadden natuurlijk toestemming nodig van de studenten om hun afstudeerwerken in de HBO Kennisbank te plaatsen en onderdeel van die toestemming was dat de organisatie waar de afstudeeropdracht was uitgevoerd geen bezwaar had tegen het openbaar maken van dat afstudeerwerk. En ook al zitten er (zeker tegenwoordig) veel voordelen aan voor een student, hogeschool en ook organisatie dat een afstudeerwerk gepubliceerd wordt, nog steeds nemen vele studenten het zekere voor het onzekere en publiceren ze het niet in de HBO Kennisbank.

Dat komt vooral omdat je nogal verschillend kunt kijken naar het begrip vertrouwelijke informatie. Dat concurrentiegevoelige jaarcijfers vertrouwelijk zijn, dat snapt iedereen. Maar zijn namen en/of telefoonnummers van medewerkers vertrouwelijk? Organisatorische gegevens dan? En productgegevens? Daar moet je niet achteraf over discussiëren, daar moet je vooraf als student afspraken over maken. Als student heb je zeker voordeel bij het publiceren van je afstudeerwerk. Het is je visitekaartje voor de arbeidsmarkt dat door toekomstige werkgevers bekeken kan worden. Het is jouw introductie waarmee je zichtbaar wordt voor vakgenoten en in je gekozen vakgebied. Als een student vooraf rekening houdt met dit aspect kan bijvoorbeeld de structuur van het verslag meteen zo ingericht worden dat publicatie van het afstudeerwerk én geheimhouding van vertrouwelijke informatie op een juiste manier samen kunnen gaan.

Heb je als student toch te maken met vertrouwelijke informatie, dan kun je er o.a. voor kiezen om een aangepast en bewerkt afstudeerwerk aan te leveren waar je de voor het oorspronkelijke werk essentiële vertrouwelijke informatie uit verwijderd hebt. Hierbij kun je denken aan verschillende scenario’s om een aangepast afstudeerwerk te maken:

  1. Vertrouwelijke gegevens zo mogelijk niet opnemen.Het is altijd goed om eerst grondig te bekijken of opname van dit soort informatie in het afstudeerverslag überhaupt wel nodig is. Persoonlijke informatie als telefoonnummer of adres vormen geen onderdeel van het afstudeerverslag. Indien gewenst voor het bedrijf,  kan deze informatie als een apart inlegvel in het verslag gevoegd worden. Waarschijnlijk worden de begeleiders vanuit de opleiding in het afstudeerverslag genoemd. Maar ook van hen worden geen persoonlijke gegevens opgenomen en daarnaast ook bijv. geen interne telefoonnummers van de opleiding.
  2. Verwijderen van tekstdelen. Het verwijderen van tekstdelen kan vooral toegepast worden indien het om weinig vertrouwelijke gegevens gaat. Op de betreffende plaatsen komt dan een vermelding, dat de informatie vanwege vertrouwelijke aard verwijderd is.
  3. Vertrouwelijke gegevens in één bijlage, die niet gepubliceerd wordt. Gaat het om een grotere hoeveelheid vertrouwelijke gegevens, dan kunnen deze in een aparte bijlage geplaatst worden. Bij publicatie wordt die bijlage niet opgenomen;  in het verslag staat bij de vermelding van de bijlage dat deze wegens vertrouwelijkheid niet beschikbaar is.
  4. Anonimiseren. De naam en vestigingsplaats van het afstudeerbedrijf worden vervangen door een teken of eventueel een andere naam. Het kan zijn dat er naast gegevens van student, opleiding en bedrijf ook gegevens  van een vierde partij bij het afstudeerwerk betrokken zijn. De vertrouwelijkheid van privé-informatie van patiënten en cliënten kan gewaarborgd worden door het anonimiseren van de namen en woonplaatsen. Indien informatie eventueel toch nog ter herleiden zou zijn kan bij publicatie ook de naam van de betreffende instelling geanonimiseerd worden.
  5. Embargotermijn. Sommige informatie is slechts beperkte tijd vertrouwelijk en mag bijv. na het publiceren van een jaarverslag of een patentaanvraag wèl gepubliceerd worden. Het is dan mogelijk het afstudeerverslag te publiceren met inachtneming van een embargotermijn. De datum waarop deze embargotermijn verloopt kan aangegeven worden op het toestemmingsformulier voor de publicatie.
  6. Artikel voor een (branche)tijdschrift. Daarnaast is het vaak mogelijk om het afstudeerwerk te vertalen in een artikel voor bijv. een vaktijdschrift of brancheportaal. Bij gebruik van de licence to publish van Surf behoudt de student het recht om het artikel tegelijk ook in de eigen hogeschoolrepository te (laten) plaatsen.
  7. Kennisverslag. Naast of in plaats van het afstudeerverslag kan een kennisverslag gemaakt worden. Hierin wordt puur de verworven kennis beschreven; de context van het afstudeerbedrijf wordt daarbij weggelaten. De kennisvraag kan vanuit de eigen opleiding maar ook vanuit bijvoorbeeld een lectoraat komen. Een kennisverslag bevat hierdoor in de praktijk vaak weinig tot geen vertrouwelijke informatie.

Het is vooral belangrijk om bij de bespreking van de afstudeerstage of het -project, naast bovengenoemde suggesties, ook de ruimte te verkennen om je afstudeerwerk gepubliceerd te krijgen. “Onder welke voorwaarden kan het afstudeerwerk of delen hiervan beschikbaar gesteld worden voor publicatie?” Dit is een onderdeel van de stageafspraken waarin student, bedrijf en opleiding samen bepalen welke mogelijkheden er voor publicatie zijn en hoeveel ruimte er is.

Uiteindelijk is met het openbaar en beschikbaar maken van kennisproducten iedereen gebaat maar het gaat niet vanzelf en is niet vanzelfsprekend. Kritisch nadenken over het verantwoord omgaan met kennis en informatie speelt een belangrijke rol, ook voor een student!

@ foto via RGBstock, publicatiescenario’s met dank aan Diny in ‘t Groen, Avans Hogeschool

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top