Disintermediation of over de rollen van hogeschoolbibliotheken, uitgevers en eindgebruikers

disintermediationAls je als Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken 10 jaar bestaat dan moet dat natuurlijk gevierd worden. Daarom vond afgelopen vrijdag, 21 juni, een feestelijke bijeenkomst plaats om stil te staan bij dit feit. En ook al was het gemakkelijk geweest om alleen maar terug te kijken op de afgelopen 10 jaar, de focus van het programma lag vooral op de uitdagingen die hogeschoolbibliotheken nog voor zich hebben liggen en hoe die het beste in gezamenlijkheid aangepakt zouden kunnen worden. Je bent niet voor niets een samenwerkingsverband, nietwaar?

Bestaat de hogeschoolbibliotheek nog over 10 jaar?
Ook al zijn de onderlinge verschillen groot tussen de meer dan 30 hogeschoolbibliotheken, dat betekent niet dat je niet na moet denken over je (eenduidige) rol als onderwijsbibliotheek. Sterker nog, die grote verschillen benadrukken juist dat er geen duidelijk verhaal, geen duidelijke visie is, over wat een hogeschoolbibliotheek precies kan betekenen voor hbo instellingen en hbo onderwijs. En als je niet exact weet wat je rol is (of zou moeten zijn) in die keten van informatievoorziening, dan is het ook lastig om te gaan met alle veranderingen, ontwikkelingen en bedreigingen. Moet je daar iets mee en zo ja, wat dan precies? Voor welk belang strijd je dan eigenlijk?

In een tijdperk waarin informatieleveranciers zoveel mogelijk rechtstreeks naar eindgebruikers (docenten en studenten) willen leveren in steeds meer exclusieve en gesloten distributiemodellen kun je je dan afvragen hoe je als hogeschoolbibliotheek je rol nog kunt oppakken. Traditioneel bemiddelden de bibliotheken tussen het aanbod van de markt en de vraag vanuit het onderwijs maar met de explosieve groei van digitale informatiebronnen moet je niet meer (alleen) willen sturen op een goede bibliotheekcollectie. Studenten hebben toegang tot gigantische hoeveelheden informatie, ontsloten via Google en andere leveranciers, waarbij hogeschoolbibliotheken zich op andere manieren moeten gaan onderscheiden. Als ze dit niet doen, dan dreigt er disintermediation: het wegvallen van je rol als intermediair tussen eindgebruikers en die informatieleveranciers. Ik blogde daar al eerder over.

Ontdek je plekje
Nu maak ik me zelf weinig zorgen over disintermediation. Hoe meer aanbod er komt, hoe meer informatieleveranciers zich op eindgebruikers gaan richten en hoe complexer de digitale informatievoorziening wordt, des te meer behoefte ontstaat er aan duiding, betere selectie en juist vereenvoudiging. Ik geloof stellig dat de rol van intermediair alleen maar essentiëler wordt maar dat hogeschoolbibliotheken die wel beter en opnieuw moeten gaan invullen. Niet meer gericht op het bij elkaar brengen van – het aanbod van – informatieleveranciers en de eindgebruikers maar om samen met die eindgebruikers te verkennen waar ze echt behoefte aan hebben. Om dat vervolgens te gaan realiseren in samenwerking met uitgevers en andere informatieleveranciers. Om gericht content op maat toegankelijk te krijgen voor het onderwijs zodat het optimaal gebruikt kan worden. Om van content van anderen daadwerkelijk onderwijsmateriaal te maken. Van sourceware naar courseware.

De dralende driehoek
Nu zou het fijn zijn als het onderwijs zelf met die behoefte kwam aanzetten. En dat uitgevers bij hogeschoolbibliotheken de vraag – en eis – zouden neerleggen om hun veranderende afzetmarkt goed in kaart te brengen samen met dat onderwijs. Dan hoefde je alleen maar te luisteren naar je klanten en je leveranciers om je rol in te gaan vullen. Maar het onderwijs is geen expert in informatievoorziening en ziet de noodzaak niet (altijd) in om dit goed te gaan regelen. Uitgevers zitten weliswaar in de keten van informatievoorziening maar hebben niet de intermediairsfunctie. Ze verzorgen het aanbod en zoeken naar openingen in de markt om tot goede (omzet)resultaten te komen.

En dus wachten we een beetje af. We wachten op elkaar. We proberen vanuit een eigen perspectief eens wat nieuwe dingen maar de drie partijen komen niet bij elkaar. Nieuw digitaal aanbod van uitgevers is meestal niet op maat en creëert niet automatisch een behoefte bij eindgebruikers. Die eindgebruikers formuleren meestal niet wat ze echt nodig hebben – en hoe ze die content willen hebben – en lijken de beperkingen en prijzen te accepteren voor wat ze zijn. Om vervolgens hun oude vertrouwde werkwijzen door te zetten. En hogeschoolbibliotheken lijken vooral te wachten tot of het onderwijs of de uitgevers met iets concreets komen in plaats van dat proces op gang te helpen en daarmee hun eigen rol duidelijker – en zekerder – te krijgen in die driehoek van informatievoorziening.

In gesprek gaan en je rol pakken
Terug naar die bijeenkomst van afgelopen vrijdag. Daar stond ik na de theepauze op een veel te warm podium met een uitgever – Wirt Soethorst van Boom Uitgevers Den Haag – te discussiëren over het bovenstaande. Of eigenlijk moet ik zeggen dat we vooral elkaars vuurtjes zaten op te stoken (alsof het niet warm genoeg was) want we stonden maar nauwelijks stil bij hoe we nou ervoor konden zorgen zelf uit dat gedraal te komen.

Ja, ik vond en vind dat uitgevers niet zo aanbodgericht moeten zijn en minder de nadruk moeten leggen op business- en verdienmodellen. En meer flexibel content (kunnen) aanbieden die ook op maat prijzen (verdienmodellen) met zich meebrengen zodat hogeschoolbibliotheken ook de tools hebben om naar het onderwijs duidelijk te maken wat er mogelijk is.

En ja, Wirt had ook gelijk met zijn mening dat onderwijs en hogeschoolbibliotheken eens duidelijk moeten zijn in wat ze nu echt van een uitgever willen. En daar naar gaan handelen. Opeens was ik aan het discussieren met de enige uitgever die – eenzijdig weliswaar – tenminste nog met een voor het onderwijs werkbaar product is gekomen terwijl ik het niet oneens met hem was. Wel over de gedachte erachter maar vanuit het perspectief van een uitgever snap ik die ook wel natuurlijk.

Nee, disintermediation is niet de echte bedreiging voor de hogeschoolbibliotheken. Maar het laten voortbestaan van die afwachtende houding en de verantwoordelijkheid & invulling van je eigen rol volledig neerleggen bij wat het onderwijs wil of waar de uitgevers en informatieleveranciers mee komen, dat kon nog wel eens zeer problematisch gaan worden als we niet uitkijken.

Als hogeschoolbibliotheken niet precies weten waar ze voor zijn, dan kan je dat het onderwijs ook niet uitleggen. Laat staan de uitgevers. Er is nog genoeg werk aan de winkel de komende 10 jaren, dat is dan tenminste wel duidelijk.

#

De bibliotheken beginnen hun eigen muziekdienst met eMuziek

emuziek
Bibliotheken lenen (natuurlijk) niet alleen boeken uit. Ik herinner me nog heel goed toen de muziekafdeling van de bibliotheek in mijn geboorteplaats officieel werd geopend en hoewel ik nog cassettebandjes heb geleend, zijn het vooral de muziekcd’s die in de jaren 90 enorm populair waren. Bij alle openbare bibliotheken in Nederland.

Die populariteit nam – na vele jaren – enigszins af toen de mp3 zijn opwachting maakte en hoewel er nog steeds bibliotheken zijn met een collectie muziekcd’s is de dienst van het uitlenen van die cd’s al geruime tijd gecentraliseerd en bij de Centrale Discotheek Rotterdam belegd. Muziekweb heet deze landelijke dienst van de bibliotheken. Bibliotheekleden kunnen daar kiezen uit (honderd)duizenden cd’s, muziek-dvd’s en lp’s die vervolgens verstuurd worden naar je ‘eigen’ bibliotheek in de buurt.

eMuziek
Enigszins tot mijn verrassing lanceerden de bibliotheken en Muziekweb vandaag eMuziek: een nieuwe muziekdienst die een deel van het aanbod van Muziekweb streamend beschikbaar maakt voor alle leden van de openbare bibliotheken. eMuziek is opgezet als pilot waarbij op dit moment zo’n 20% van de 4,5 miljoen nummers van Muziekweb in de catalogus beschikbaar zijn gemaakt. Log in met het pasnummer van je bibliotheekkaart (en bijbehorend wachtwoord) en je kunt gaan grasduinen en luisteren naar muziek. Er kan gebladerd worden op muziekstijl, genre en subgenres maar ook kan er vanzelfsprekend rechtstreeks gezocht worden naar artiesten of nummers.

emuziek

Maar er zitten wel enkele restricties aan het gebruiken van eMuziek.

Hoewel de rechten voor een deel van de catalogus geregeld zijn (er is toestemming van Universal Music) gaat het dus om een relatief ‘klein’ aanbod van zo’n 900.000 nummers. Dat is natuurlijk nog steeds wel veel maar – om de onvermijdelijke vergelijking met andere streaming muziekdiensten toch te maken – valt het enigszins in het niet bij de 13 tot 20 miljoen nummers die bij Grooveshark en Spotify in het aanbod zitten.

Gebruiksrecht
In de gebruiksvoorwaarden (lezen en niet meteen wegklikken!) valt te lezen aan welke afspraken het gebruik van eMuziek onderhevig is:

BNL [Bibliotheek.nl] biedt maximaal 40.000 leden van Nederlandse openbare bibliotheken de mogelijkheid om maximaal 150 tracks per lid per maand te streamen voor persoonlijk niet-commercieel gebruik op een PC, met voor ieder lid een maximum van vijf afspeelbeurten per track per jaar. Niet gebruikte credits kunnen niet worden overgeheveld naar een volgende periode.

[…]

De streaming te beluisteren muziek wordt geboden op basis van het ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ principe. Bij het bereiken van het maximum aantal van 40.000 leden-gebruikers kan BNL nieuwe leden-gebruikers helaas geen toegang bieden tot de streaming muziek. De toegang tot de te beluisteren muziek vervalt nadat een maand geen muziek is beluisterd, zodat andere leden muziek kunnen beluisteren op eMuziek.nl.

Er kunnen dus 40.000 leden tegelijk een actief account hebben. Heb je een maand lang geen muziek geluisterd dan vervalt je toegang en komt je ‘plekje vrij’ voor een ander lid. Je kunt maximaal 150 nummers per maand luisteren – wat overigens pas telt als je langer dan 20 seconden luistert naar een nummer – en een los nummer kan maximaal 5 keer per jaar beluisterd worden. Wil je meer of vaker kunnen luisteren, dan wordt er bij elk album verwezen naar iTunes om het album of nummer aan te schaffen. Dat is overigens wel de enige concessie die naar Apple wordt gedaan want aangezien de site Flash gebruikt voor het afspelen van de muziek, is eMuziek niet op een iPhone of iPad te gebruiken.

Al deze limieten zorgen er ook voor dat eMuziek ook eigenlijk geen concurrent of alternatief is voor Spotify, Deezer, Rdio, Sony’s Music Unlimited of Xbox Music van Microsoft. eMuziek wordt vooral als een dienst neergezet om gebruikers muziek te laten (her)ontdekken. Bladeren door muziekstijlen en genres, artiesten en nummers vinden en daar naar kunnen luisteren om te bepalen of het wat voor je is. Wil je meer, dan kun je de muziek kopen via iTunes of natuurlijk een (betaald) account nemen bij één van de grotere muziekdiensten waar je wel toegang hebt tot die vele miljoenen nummers zonder dergelijke restricties.

Goh ik ben toch enthousiast
Mijn eerste gedachte was dat eMuziek met al die restricties en relatief kleine catalogus eigenlijk weinig tot niks toevoegde aan de bestaande muziekdiensten. Natuurlijk, voor al die andere diensten moet je betalen en behalve voor je bibliotheeklidmaatschap zijn er geen bijkomende kosten voor eMuziek maar ook een muziekdienst als Grooveshark is zonder kosten zeer goed te gebruiken. En staat je toe om min of meer onbeperkt naar muziek te luisteren.

Maar die insteek van muziek ontdekken, dat is waar het potentieel van eMuziek in zit. Dat is sowieso waar bibliotheken erg goed in (moeten) zijn. Als het gaat om boeken zorgen bibliotheken ervoor dat je als gebruiker laagdrempelig kennis kunt maken met schrijvers, titels en genres die je niet zou uitproberen als je de boeken zou moeten kopen. Je kunt ontdekken wat je leuk vindt en wat je smaak is.

Voor muziek geldt dat minstens net zo merk ik. Via Spotify blader ik eigenlijk nooit door genres en luister ik vooral naar muziek die ik al ken. Die ik in playlists gestopt heb. Als eMuziek zich vooral focust op die ontdek- en gidsfunctie, dan kan het een mooi vertrekpunt zijn voor tienduizenden bibliotheekleden om ook laagdrempelig kennis te maken met (nieuwe) digitale muziek.

Ik ga in ieder geval nu even bladeren door het aanbod in vocale jazz. Daar is zo te zien nog heel veel nieuws voor mij  te ontdekken.

#

U wilt iets nieuws gaan doen in de bibliotheek. Mag dat? Over ethiek, auteursrecht en een beetje lef

Bovenstaande afbeelding heb ik ooit gebruikt in een discussie over het imago van de bibliotheek. Minder knotje en wat meer attitude als het gaat over het beeld van de bibliothecaresse dat iedereen nog steeds associeert met de bibliotheeksector in zijn geheel. Een leren broek is optioneel wat mij betreft maar die houding aanmeten van ‘ik zie dat we een probleem hebben, ik weet wat er moet gebeuren en ik ga het doen ook!’, daar zou tijdens opleidingen en sollicitaties echt geen ontkomen aan moeten zijn idealiter.

Erkennen dat je een probleem hebt
Dat we problemen hebben als bibliotheken, daar kunnen we het allemaal wel over eens zijn. We komen slecht (of niet) los van de koppeling tussen bibliotheken en boeken, en als het gaat om vernieuwingen en innovatie blijkt te vaak dat we onze oude rollen ook helemaal niet los willen laten. We stoppen dan de oude wijn in nieuwe digitale zakken maar elke stap gaat gepaard met voorzichtig kijken of er iemand bezwaar maakt tegen de veranderende rol en taken die we willen gaan vervullen. En er zijn dan wel altijd meer redenen om iets niet te doen dan wel te doen helaas.

Dat is helaas want de digitale wereld biedt gigantisch veel kansen. Iedereen met een internetverbinding kan informatie vinden maar het goed kunnen zoeken, beoordelen, verwerken, interpreteren en toepassen van informatie zijn geen vaardigheden die een internetprovider bij een abonnement meelevert. Een goede kennis van bronnen is essentiëler dan ooit en juist met alle technische, multimediale en juridische aspecten die zo belangrijk zijn in de digitale informatievoorziening zou je met elkaar als beroepsgroep moeten experimenteren welke diensten hier uit kunnen voortvloeien. Welke kennis gedeeld zou moeten worden met je klanten, welke instructies er nodig zijn, welke vaardigheden je als bibliothecaris/informatiespecialist moet hebben en welke vaardigheden je wilt overbrengen. Wat je toegevoegde waarde is en wat je kan betekenen voor je klanten.

Dat is niet per se gemakkelijk. Dat is soms zelfs confronterend als je niet zeker weet of je zelf over de kennis en vaardigheden beschikt weet ik uit ervaring. Maar je moet je niet laten leiden door angsten, mensen die je boos zou kunnen maken of andermans belangen die je mogelijk zou kunnen schaden. Natuurlijk moet je over de ethiek in ons vak ook nadenken maar laten we eerlijk zijn, over de ethische aspecten van de informatievoorziening maakte zich niemand echt druk de afgelopen dertig jaar. Nu ineens zouden we dan de verantwoordelijkheid moeten dragen over wat anderen zouden doen met de informatie en vaardigheden die wij ze aandragen? Braaf binnen de veilige en afgebakende kaders blijven van waar niemand aanstoot aan ons neemt? Je verantwoordelijkheid nemen is belangrijk maar het moet geen beer op de weg worden om er zelfs maar niet aan te beginnen. We zijn informatiespecialisten, geen artsen dus die Hippocratische eed hoeven we niet af te leggen.

Hippocratisch of hypocriet?
Vorige week legde ik wederom aan een groep docenten uit hoe ze het beste konden zoeken in -en gebruik konden maken van- bronnen voor video en afbeeldingen. Wetende dat de meeste docenten (en studenten) alles op internet bij elkaar sprokkelen, legaal en illegaal. Ook al houd ik daar meteen een uitgebreid verhaal over auteursrechten en licenties bij. Moet ik mezelf beperken tot alleen de ‘goedgekeurde’ legale bronnen waar een gebruiker zo’n beetje niets verkeerds mee kan doen? Ben ik door mijn gekozen professie verantwoordelijk voor het naleven van de Auteurswet? Of is dat de verantwoordelijkheid van die gebruiker zelf om na te denken over hoe je iets gebruikt, ongeacht of die bron illegaal is of er bepaalde spelregels voor gelden?

Dat laatste natuurlijk. Ik wijs, en gelukkig vele collega’s met me, op die aspecten maar het blijft de verantwoordelijkheid van anderen om dit ook op te pakken. Dus ik verwijs mensen zonder problemen naar databanken die we aanbieden, ook al zijn enkele beperkt in hun licentie dat je de inhoud niet mag hergebruiken in het onderwijs. Ik wil mensen best uitleggen hoe je het beste kunt zoeken in Google, ook al leer ik je daarmee ook hoe je torrents kunt vinden. Ik vertel je niet precies waar je illegale ebooks kunt vinden maar doe ook niet alsof ze niet bestaan en dat ik ze zelf nooit heb gedownload. Ik geef je met plezier instructie hoe je een ereader kunt gebruiken maar wil je ook best daarbij uitleggen hoe je snel die DRM van je gekochte ebooks afkrijgt. Zodat je niet op zoek hoeft naar illegale ebooks.

Meer doen, minder denken
Waar zitten je gebruikers op te wachten? Wat zouden ze het liefste van je willen? Vragen waar je best wel het antwoord op weet en dus is de enige vraag van belang, waarom doe je dat dan niet? Er is plek voor een workshop over downloaden zolang dat in Nederland gewoon legaal is. Of een handleiding converteren en DRM vrij maken van ebooks, ook al is dat een zeer grijs gebied. Natuurlijk zal niet iedereen er blij mee zijn maar het is niet onze taak om iedereen blij te maken en te houden.

Laat die voorzichtigheid los die er voor zorgt dat als je een dienst wil gaan aanbieden aan je klanten om zelf hun eigen boeken te kunnen scannen, je eerste reactie is:

“Mag dat wel?”

@ foto: *eddie via photopin cc

#

  • © 2006- 2021 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top