Gebruik van beeldmateriaal ter toelichting bij het onderwijs – wat mag binnen de readerovereenkomst?

gebruik van beeldmateriaal ter toelichting bij het onderwijs
Dit jaar is een nieuwe readerovereenkomst (voor het hbo) van kracht geworden. Dit is een praktische invulling van de onderwijsexceptie in de Auteurswet die het mogelijk maakt om, ter toelichting bij het onderwijs, korte overnames uit boeken en tijdschriften te mogen gebruiken als onderwijsmateriaal zonder daarvoor toestemming van de rechthebbenden te hoeven vragen. Middels een afkoopregeling wordt het gebruik van deze korte overnames geregeld en in de readerovereenkomst wordt nauwkeurig omschreven wat de definities van een korte overname is.

Tot zo ver niets aan de hand. Behalve dat de laatste jaren steeds meer beeldmateriaal – foto’s, tekeningen en afbeeldingen – in het onderwijsmateriaal opgenomen wordt. Niet alleen datgene dat je tussen de tekst in boekhoofdstukken en artikelen terug vindt maar ook losse foto’s, tekeningen en afbeeldingen die vooral in (Powerpoint- of Prezi-)presentaties gebruikt worden ter illustratie van, en toelichting op, de lesstof.

Is dat ook geregeld in de Auteurswet?

Voor het gebruik van beeldmateriaal gelden in beginsel dezelfde regels als voor teksten uit boeken en tijdschriften: je hebt op 1 of andere manier toestemming nodig van de rechthebbende tenzij je je kunt beroepen op een uitzondering in de Auteurswet.

De onderwijsexceptie houdt in lid 2 gelukkig ook rekening met andere werken die ter toelichting bij het onderwijs gebruikt mogen worden. Daar staat namelijk:

Waar het geldt een kort werk of een werk als bedoeld in artikel 10, eerste lid onder 6°., onder 9°. of onder 11°. mag voor hetzelfde doel en onder dezelfde voorwaarden het gehele werk worden overgenomen.

De werken waar naar gerefereerd wordt in artikel 10, eerste lid onder 6°, 9° en 11° zijn dus afbeeldingen, foto’s en tekeningen. Het komt er op neer dat het bij beeldmateriaal toegestaan is om het volledige werk te mogen gebruiken ter toelichting bij het onderwijs in plaats van een (kort) deel ervan.

In de readerovereenkomst wordt dit in de toelichting ook aangegeven inclusief de toevoeging dat er wel restricties zijn in de hoeveelheid werken die je van één maker mag gebruiken:

Ook voor foto’s en tekeningen geldt krachtens artikel 16 lid 2 Auteurswet dat deze als kort werk voor hetzelfde doel en onder dezelfde voorwaarden geheel mogen worden overgenomen. Op grond van artikel 16 lid 3 Auteurswet geldt daarbij dat voor het overnemen in een reader van dezelfde maker (fotograaf, tekenaar of beeldend kunstenaar) niet meer mag worden overgenomen dan enkele van zijn werken.

Gemakshalve worden foto’s en afbeeldingen meegeteld in de berekening van korte overnames en tellen ze mee voor 200 woorden per stuk. Logisch als je een foto bij een overgenomen tekst plaatst in een reader maar niet heel erg handig als je (alleen) losse foto’s in een presentatie wilt zetten. Als een korte overname – van een artikel – maximaal 8000 woorden mag bevatten, is het dan zo dat je 40 foto’s mag gebruiken in een presentatie? En hoeveel mogen er dan maximaal van één en dezelfde maker zijn? Hoeveel is ‘niet meer dan enkele van zijn werken’?

Dat vragen we na bij de rechthebbenden!

Zoals Stichting PRO de belangen behartigt van uitgevers als het gaat om teksten (boeken en tijdschriften), zo doet Pictoright dat namens de beeldmakers voor beeldmateriaal. Of je nou gedigitaliseerde foto’s uit je archief online wilt zetten of foto’s ter toelichting bij het onderwijs in een presentatie wilt gebruiken, daar zul je afspraken met de rechthebbenden over moeten maken. Met Pictoright dus.

Het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo is daarom om tafel gaan zitten met Stichting PRO en Pictoright om de afspraken in de readerovereenkomst concreter te verduidelijken. Wat mag een docent aan beeldmateriaal gebruiken ter toelichting bij het onderwijs? Onder welke voorwaarden? En hoeveel foto’s en afbeeldingen van één en dezelfde maker mogen er in een presentatie opgenomen worden?

De hieronder genoemde aantallen en afspraken zullen volgend jaar formeel worden vastgelegd in de tekst van de readerovereenkomst maar zijn wel met onmiddellijke ingang van toepassing:

In Powerpoint- en Prezi-presentaties mogen tot 25 foto’s, afbeeldingen of andersoortig beeldmateriaal worden opgenomen zonder aanvullende toestemming, waarvan tot 5 foto’s van dezelfde maker afkomstig mogen zijn. Vanaf 26 afbeeldingen moet er toestemming worden gevraagd aan de beeldmaker;

Een naamsvermelding, bestaande uit de vindplaats van de foto of afbeelding en naam van de maker, dient opgenomen te worden in de Powerpoint- of Prezi-presentatie. Dit kan zowel rechtstreeks bij de foto, als voetnoot op de betreffende dia of gebundeld op een aparte dia voor- of achterin de presentatie.

Komen de foto’s en tekeningen uit boeken of tijdschriften? Dan worden ze onveranderd meegenomen in de berekening van het aantal woorden voor een korte overname en tellen ze voor 200 woorden mee.

Wat betekent dit nu praktisch?

Als je foto’s, grafieken, tekeningen of andere afbeeldingen in je Powerpoint of Prezipresentatie wilt gebruiken dan kun je het beste op zoek gaan naar beeldmateriaal op één van de vele fotosites die gebruik maken van Creative Commons licenties.

Sites als Pixabay, Pexels, Unsplash maar ook (een groot deel van het aanbod bij) Flickr hebben vele tienduizenden foto’s waarbij de maker al vooraf toestemming gegeven heeft voor hergebruik. Handig want je hebt dan meteen de informatie over de vindplaats en de naamsvermelding. Aangezien je toestemming hebt via een Creative Commons licentie hoef je ook niet te letten op de regels binnen de readerovereenkomst.

Datzelfde geldt ook als je gebruik kunt/wilt maken van een beelddatabank. Dat zijn betaalde databanken vol met foto’s en afbeeldingen en hierbij moet je ofwel zelf een klein bedrag per foto betalen of heeft je onderwijsinstelling dit (hopelijk) al geregeld. Enkele instellingen bieden bijvoorbeeld Britannica ImageQuest aan. Hierbij is de toestemming dan ook geregeld en is het zeer gemakkelijk om de naamsvermelding over te nemen in de presentatie.

Heb je niet iets kunnen vinden bij de fotosites of beelddatabanken? Dan kun je dus binnen de readerovereenkomst maximaal 25 foto’s of afbeeldingen gebruiken zonder dat daarvoor aanvullende toestemming geregeld hoeft te worden. Dat kunnen illustraties, foto’s en grafieken uit een studieboek zijn maar ook foto’s die je elders op internet gevonden hebt.  Hierbij geldt dan wel dat er niet meer dan vijf van dezelfde maker (uit dezelfde bron!) gebruikt mogen worden en dat je (soms) op zoek zult moeten gaan naar de precieze gegevens om ook netjes de naamsvermelding en vindplaats te kunnen vermelden in de presentatie.

#

Over gebruiksrecht, licenties en de readerovereenkomst: wat mag je nou met die dure content?

gebruiksrechtIn de nieuwe readerovereenkomst voor het hbo wordt nu eindelijk duidelijk gesteld dat alle afspraken/procedures – m.b.t. het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken als/in onderwijsmateriaal – alleen van toepassing zijn op korte overnames voor zover daarin al niet via licenties of andere wijze is voorzien. Is er al een gebruiksrecht verkregen via een content- of Creative Commons-licentie, is het materiaal sowieso niet auteursrechtelijk (meer) beschermd of heb je rechtstreeks toestemming gekregen van een uitgever of andere rechthebbende, dan hoef je overnames niet nog een keer aan te melden. Het zou anders twee keer betalen kunnen betekenen.

Maar in hoeverre is in contentlicenties nou eigenlijk voorzien in die toestemming? Bibliotheken geven enorme bedragen uit aan tientallen of zelfs honderden databanken vol met digitale content voor hun studenten, docenten, medewerkers en onderzoekers. In de overeenkomsten (de licenties) met leveranciers staan een groot aantal afspraken waar zowel de leverancier en (vooral) de afnemer van de content zich aan moeten houden maar verrassend genoeg blijken de afspraken over het gebruiksrecht – wat mag je als betalende afnemer met die content doen? – niet altijd duidelijk te zijn.

Hoezo moeten we het daar over hebben?

Dat is ergens wel te begrijpen. Vergelijk het in licentie nemen van een nieuwe digitale informatiebron maar eens met het leasen van een auto. Als je op zoek bent naar een nieuwe auto dan heb je daar verwachtingen en wensen bij. Verwachtingen over het model auto, hoe zuinig die is, welke kleur maar vooral over de betaalbaarheid ervan. Je zoekt een auto die aan je verwachtingen voldoet en onderhandelt hoogstens nog over de prijs. Op geen enkel moment verwacht je dat je na de aankoop te horen krijgt dat je met je geleasde auto alleen maar mag rijden op snelwegen. Of dat je alleen maar zelf achter het stuur mag zitten nadat je een cursus van de autofabrikant succesvol afgerond hebt. Of nog erger, dat je er alleen maar naar mag kijken en helemaal niet mee mag rijden.

Een belachelijke vergelijking? Niet echt want als je een steekproef neemt door de passages over het gebruiksrecht van enkele tientallen licentie-overeenkomsten nader te bestuderen, dan kom je af en toe rare voorwaarden tegen.

Kijken mag natuurlijk wel van iedereen want het zou lastig zijn als dat niet zo was: The Subscriber and its Authorized Users may access, search, browse and view the Subscribed Products

Samenvatten, bewerken of vertalen van de content, dat vinden de meeste uitgevers echter minder leuk: the Subscriber and its Authorized Users may not abridge, modify, translate or create any derivative work based on the Subscribed Products without the prior written permission

Maar mag je dan tenminste wel zonder verdere restricties de (duur gekochte) content gebruiken in/als onderwijsmateriaal? Niet in alle gevallen: [Toegestaan is] “het zonder te betalen van een nadere billijke vergoeding opnemen van niet substantiële delen van Content in elektronische dan wel papieren publicaties die worden gemaakt als toelichting bij het onderwijs, mits aan de wettelijke bepalingen van de onderwijsexceptie wordt voldaan.”

Die ‘sigaar uit eigen doos’ voorwaarden kom je frequent tegen. Uitgevers die je feitelijk een gebruiksrecht toestaan die al in de Auteurswet geregeld is. Zo is bij velen het downloaden en/of kopiëren en/of uitprinten van “niet substantiële delen van de Content” toegestaan voor eigen oefening en gebruik (wat je sowieso al mag zonder toestemming dankzij de thuiskopie-exceptie). In bijna alle licenties word je een uitgebreid gebruiksrecht verstrekt die het linken naar de content mogelijk maakt in een digitale leeromgeving (linken naar rechtmatig gepubliceerde werken vormt echter geen inbreuk en vereist dus ook geen toestemming dus hoezo een gebruiksrecht?). En in het voorbeeld uit de vorige paragraaf krijg je dus doodleuk het gebruiksrecht om de content uit de databank te gebruiken als onderwijsmateriaal zolang je je maar aan de afspraken van de readerovereenkomst houdt. Waarmee je dus voor lange overnames twee keer betaalt: 1 keer via de licentie en 1 keer via het gebruik van die content in een reader of leeromgeving.

Het kan nog erger want er is zelfs een voorbeeld te vinden van een licentie waarin het gebruik van de content als onderwijsmateriaal simpelweg niet toegestaan is. Tenzij het onder de readerovereenkomst valt.

“Uitsluitend gedurende [..] is onder de Gebruiksrechten tevens begrepen het zonder te betalen van een nadere billijke vergoeding opnemen van delen van de Content in elektronische dan wel papieren publicaties die worden gemaakt als toelichting bij het onderwijs. Partijen komen echter uitdrukkelijk overeen dat dit Gebruiksrecht vervalt […] en dat na deze datum het gebruik van de Content voor dit doel niet langer deel uitmaakt van deze Overeenkomst.”

Je zou je moeten afvragen waarom je als onderwijsbibliotheek een licentie wilt afsluiten met een voorwaarde erin die stelt dat je eigen gebruikers het materiaal niet mogen gebruiken voor het onderwijs.

De uitzondering bevestigt de regel?

Al komen de ‘sigaar uit eigen doos’ voorwaarden veel voor, de licenties die beperkingen opleggen aan het realistisch te verwachten gebruik van de content zijn gelukkig zeldzaam. In de meeste gevallen is er een gebruiksrecht voor het “zonder te betalen van een nadere billijke vergoeding opnemen van delen van Content in elektronische dan wel papieren publicaties die worden gemaakt als toelichting bij het onderwijs”.

Het gebruik van terminologie als “billijke vergoeding” en “delen van content” in een gebruiksrecht die je toestemming zou moeten geven voor het gebruik van de content in het onderwijs, is echter wel ongelukkig. Het zijn namelijk ook termen die in de onderwijsexceptie en readerovereenkomst gebruikt worden terwijl je het bij (duur)betaalde content niet meer hoeft te hebben over een additionele “billijke vergoeding” en het niet gaat om delen van een boek of tijdschrift. Het leidt nu af en toe tot misverstanden bij uitgevers die een gebruiksrecht interpreteren als het moeten verstrekken van de wettelijke mogelijkheden die hun klanten hebben. En vooral niks meer dan dat.

In een formulering van een gebruiksrecht moet echter minimaal staan dat je de gelicenseerde content mag gebruiken in digitale en papieren publicaties ter toelichting van het onderwijs. Daarmee is de readerovereenkomst niet meer van toepassing en hoeven we het daar ook niet meer over te hebben.

Dat kan anders en dat kan beter

De komende jaren zal veel meer dan voorheen de aandacht op het gebruiksrecht moeten komen te liggen. Wat wil een docent of onderzoeker *kunnen doen* met de content die bibliotheken willen aanbieden aan de eigen gebruikers? In elk geval moet het zo zijn dat als je als bibliotheek een licentie afsluit, je daarmee ook het gebruiksrecht en de toestemming hebt om het gelicenseerde te kunnen gebruiken in het onderwijs. En zou het toch ook zo moeten zijn dat je de lat wel wat hoger legt dan een setje aan gebruiksrechten waar al lang door de Auteurswet in voorzien wordt. Wat als je instelling zich bijv. bezig houdt met open online onderwijs en docenten daar onderwijsmateriaal voor moeten maken? Daar voorziet de readerovereenkomst sowieso niet in en dat moet je dus op een andere manier regelen.

De nieuwe readerovereenkomst voor het hbo is dus eigenlijk het begin van een veel langer traject waarin hogescholen (de bibliotheken met name) betere afspraken moeten maken met uitgevers en de eigen docenten als het gaat om het mogen gebruiken van content als/in onderwijsmateriaal zonder daar alsnog de readerovereenkomst op los te moeten laten met alle (financiële) consequenties van dien. Bibliotheken moeten kunnen aantonen – naar o.a. Stichting PRO – dat als er aangetroffen artikelen of andere materialen uit bepaalde databanken afkomstig zijn, daar dus een gebruiksrecht voor opgenomen is in de licentie. Idealiter moeten ze ook kunnen aangeven richting docenten en onderzoekers welke content uit welke databanken *wel* en welke content *niet* zomaar gebruikt mogen worden in de digitale leeromgevingen of readers. En uit kunnen leggen natuurlijk waarom ze een dure licentie afgesloten hebben als docenten en onderzoekers het gekochte niet mogen gebruiken.

Dit is dus ook waar ik mee aan de slag wil gaan. Samen met (de juriste van) SURFmarket kijken naar een veel duidelijkere formulering van de gebruiksrechten zodat je weet wat je met de gelicenseerde content wel en niet mag doen. Zonder onnodige verwijzingen naar rechten die je toch al hebt volgens de wet en met een verwoording die zekerheid geeft dat de readerovereenkomst niet van toepassing is voor die betreffende licentie. En natuurlijk wil ik samen met de andere bibliotheken die lat hoger neerleggen in toekomstige onderhandelingen met de uitgevers zodat de beter geformuleerde gebruiksrechten ook in de nieuwe licenties terecht gaan komen.

We willen natuurlijk wel dat onze docenten en onderzoekers kunnen rijden in die mooie geleasde auto, nietwaar?

@afbeelding via Pixabay met een CC0 verklaring

#

Foto’s, afbeeldingen en tekeningen in het onderwijs gebruiken. Hoe regel je dat nou netjes?

foto's afbeeldingen en tekeningen in het onderwijs
Bij het gebruik van andermans werken in het onderwijs ligt de nadruk meestal op artikelen en (delen uit) boeken die door docenten in readers, syllabi en in de digitale leeromgevingen als onderwijsmateriaal worden gebruikt. Dat is historisch zo gegroeid omdat ‘in het papieren tijdperk’ het onderwijsmateriaal nu eenmaal niet multimediaal was en bijna exclusief bestond uit overgenomen artikelen en hoofdstukken uit boeken. Als je dan naar het (auteursrechtelijk) correct gebruiken van dit materiaal kijkt, dan had – en heb – je het over de readerovereenkomst waarin het hoger onderwijs sinds halverwege jaren 80 afspraken maakt met de rechthebbenden. En aangezien er net een nieuwe readerovereenkomst (voor het hbo) van kracht is geworden zou je kunnen denken dat daarmee alles geregeld is.

Maar er worden veel meer soorten werken in het onderwijs gebruikt, zeker nu de focus al lang niet meer alleen op teksten ligt. In Powerpoints, in digitale readers en in de digitale leeromgeving worden veel foto’s, afbeeldingen en tekeningen gebruikt. Meestal ter illustratie bij een tekst om een argument of verhaal te ondersteunen. Om het onderwijsmateriaal kwalitatief beter te maken. Mits een docent zorgvuldig dat beeldmateriaal selecteert natuurlijk.

Maar wat is zorgvuldig in het onderwijs?

Zorgvuldig betekent aan één kant dat de foto, afbeelding of tekening moet passen bij wat er aan onderwijs gegeven wordt. Het moet functioneel zijn, iets toevoegen en natuurlijk bedoeld zijn ter toelichting bij het onderwijs, niet om iets op te leuken. Aan de andere kant betekent zorgvuldig ook dat er, net als bij artikelen en hoofdstukken uit boeken, gelet moet worden op de auteursrechtelijke aspecten. Want ook foto’s, afbeeldingen en tekeningen zijn gewoon auteursrechtelijk beschermde werken. Met alle soms gecompliceerde gevolgen van dien.

Foto’s, afbeeldingen en tekeningen in de Auteurswet

De overeenkomsten tussen het auteursrechtelijk gebruik van beeldmateriaal en dat van teksten zijn groot. Dat is niet vreemd want de Auteurswet maakt geen onderscheid tussen de twee:

  • Teksten kun je conform de citaatexceptie (het citaatrecht) citeren mits er aan een aantal voorwaarden voldaan wordt maar dat geldt ook voor beeldmateriaal. Of je nou tekst citeert of een beeldcitaat gebruikt, voor beide gelden dezelfde regels;
  • Neem je teksten over voor eigen oefening, studie of gebruik? Dat mag onder de thuiskopie-exceptie zolang je het dus maar niet openbaar maakt. Het is niet anders voor foto’s, afbeeldingen of tekeningen;
  • De onderwijsexceptie maakt het mogelijk dat onder voorwaarden korte werken zonder toestemming gebruikt mogen worden ‘ter toelichting bij het onderwijs’. Bij de uitwerking ervan wordt bijna altijd uitgegaan van teksten maar lid 2 van dat artikel voegt daar iets aan toe. Een drietal categorieën van werken mogen onder diezelfde voorwaarden zelfs volledig overgenomen worden: schilder- en bouwwerken, foto’s en tekeningen/modellen. Foto’s, afbeeldingen en tekeningen mogen dus eveneens onder de onderwijs-exceptie gebruikt worden.

Maar hoe werkt dat nou in de praktijk?

Fijn dat de Auteurswet meerdere opties geeft voor het onderwijs om beeldmateriaal te gebruiken maar de praktijk is een stuk weerbarstiger. Minstens zo weerbarstig als met teksten want wanneer is iets nou wel of niet een correct citaat? Die definities zijn expres generiek geformuleerd in de Auteurswet maar dat maakt het ook meteen lastig om goed toe te passen.

Daarnaast kunnen docenten zich niet beroepen op de thuiskopie-exceptie als ze het onderwijsmateriaal breder beschikbaar willen maken (en dat is toch echt meestal de bedoeling). En welke opties de onderwijs-exceptie geeft, dat is ook niet duidelijk.

Sterker nog, in de readerovereenkomst zijn de afspraken rondom het gebruik van beeldmateriaal in het onderwijs min of meer verstopt in de toelichting:

Ook voor foto’s en tekeningen geldt krachtens artikel 16 lid 2 Auteurswet dat deze als kort werk voor hetzelfde doel en onder dezelfde voorwaarden geheel mogen worden overgenomen. Op grond van artikel 16 lid 3 Auteurswet geldt daarbij dat voor het overnemen in een reader van dezelfde maker (fotograaf, tekenaar of beeldend kunstenaar) niet meer mag worden overgenomen dan enkele van zijn werken. Om vast te stellen of een overname een kort gedeelte is, worden de foto’s en tekeningen tevens meegenomen in de berekening van het aantal woorden, foto of tekening wordt geacht de omvang te hebben van 200 woorden, respectievelijk een halve pagina. Net zoals bij grafieken geldt dat, in geval uitsluitend foto’s of tekeningen uit een uitgave worden overgenomen, iedere overgenomen foto of tekening wordt berekend als 200 woorden, respectievelijk een halve pagina.

Aangezien de grens van een overname op 10.000 is gesteld voor teksten, zou je dit kunnen interpreteren als de mogelijkheid om net zo veel foto’s (die voor 200 woorden meetellen) toe te voegen aan je onderwijsmateriaal tot je – samen met de tekst – aan die limiet van 10.000 woorden komt. Maar ja, bij foto’s en afbeeldingen is juist geen sprake van een gedeeltelijke/korte overname dus waarom geldt die beperking alsnog? En wat moet je met die andere beperking van ‘niet meer mag worden overgenomen dan enkele van zijn werken’ als het om dezelfde maker gaat (die afkomstig is uit lid 3 van de onderwijs-exceptie?)

Maar er speelt nog iets anders bij beeldmateriaal. Meer dan bij teksten heerst er een hardnekkig misverstand bij mensen dat foto’s en plaatjes vrijelijk gebruikt mogen worden als je ze van internet haalt. Dat strekt zich ook uit tot docenten die denken dat je beeldmateriaal van het internet zonder problemen mag gebruiken in het onderwijs. Het is de reden waarom ik zelf docenten probeer te verwijzen naar foto’s met een Creative Commons licentie via sites als Unsplash, Pixabay, Skitterphoto of Pexels en naar beelddatabanken waar we als instelling de gebruiksrechten geregeld hebben zodat die foto’s in het onderwijs gebruikt mogen worden. Op die manier is alles netjes geregeld zonder dat je afhankelijk bent van het citaatrecht of de onderwijsexceptie.

Het is echter bijna niet meer uit te leggen

Een docent die enkele foto’s wil toevoegen aan een Powerpoint-presentatie, leeswijzer of syllabus raakt al snel het overzicht kwijt. Wat mag wel en niet? Wat moet die docent doen om dat volgens de regels te doen zonder dat het nodig is om een auteursrechtendeskundige te worden?

Het moet vereenvoudigd worden aan de ‘voorkant’ om antwoord te kunnen geven op die simpele vraag. Net zoals de readerovereenkomst een praktische uitwerking is van de onderwijsexceptie voor teksten – korte overnames tot 8000 woorden bij artikelen en tot 10.000 woorden bij boeken zijn toegestaan – zo moet dat ook voor beeldmateriaal gaan gelden. En dan niet zoals nu in vage bewoordingen in de toelichting maar met een eigen praktische uitwerking die handvaten meegeeft zodat er recht gedaan wordt aan de rechthebbenden maar ook het onderwijs er wat mee kan.

Om de tafel met Pictoright

Als je het hebt over de readerovereenkomst dan heb je te maken met auteursrechtenorganisatie Stichting PRO. Omdat er in artikelen en boeken natuurlijk ook foto’s, afbeeldingen en tekeningen gebruikt worden, is er in de readerovereenkomst dus iets over opgenomen in samenwerking met een andere auteursrechtenorganisatie die de beeldmakers vertegenwoordigt: Pictoright.

Wil je nu echter alsnog een betere, meer praktische en vooral concretere uitwerking van de onderwijsexceptie voor beeldmateriaal? Dan zul je dus met zowel Stichting PRO als Pictoright moeten gaan overleggen. Geen woorden maar daden :)

En dat is precies wat het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten van het hbo (NAI-hbo) gaat doen. Samen met de beide auteursrechtenorganisatie gaan we tot een betere en concretere uitwerking voor het gebruik van beeldmateriaal in het onderwijs komen binnen de onderwijsexceptie. Zodat we aan docenten precies kunnen vertellen hoeveel foto’s ze in een Powerpoint-presentatie kunnen gebruiken en hoe de naamsvermelding dan geregeld moet worden. Zodat we precies aan docenten kunnen uitleggen hoeveel foto’s van dezelfde maker/fotograaf ze mogen gebruiken. En zodat we precies aan docenten kunnen uitleggen in welke situaties ze beter beeldmateriaal met een Creative Commons-licentie of foto’s uit een beelddatabank kunnen gebruiken.

Auteursrecht is uiteindelijk net zo complex als dat je het zelf maakt.

#

  • © 2006- 2020 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top