google dataset search header

Google Dataset Search: googelen naar onderzoeksdata

Deze week kwam Google met een nieuwe zoekmachine: Google Dataset Search. Deze zoekmachine moet de miljoenen datasets die in duizenden datarepositories wereldwijd opgenomen zijn (en tegenwoordig ook door overheden openbaar gemaakt worden) nu eindelijk eenvoudig vindbaar gaan maken. 

Van gesloten naar open

Er wordt wereldwijd enorm veel onderzoek verricht. Dat onderzoek levert natuurlijk heel veel onderzoeksresultaten op. Dat zijn vaak artikelen die in (dure) vaktijdschriften gepubliceerd worden en die door wetenschappelijke uitgevers in (al net zo dure) databanken gestopt worden die vervolgens door universiteiten en onderzoeksinstellingen weer afgenomen worden.

Maar ja, dat betekent dat al die onderzoeksresultaten in databanken opgesloten zit en dat je er alleen maar aan kunt komen als jouw instelling toegang gekocht heeft tot de artikelen van de specifieke uitgever waar die artikelen ooit door gepubliceerd zijn.

Nou is er al jaren een beweging gaande om alle onderzoeksresultaten, die met publieke middelen gefinancierd zijn, vrij toegankelijk te maken voor iedereen. Open access publiceren betekent dat artikelen in repositories van onderwijs- en onderzoeksinstellingen geplaatst kunnen worden (en gratis te raadplegen zijn) maar ook dat wetenschappelijke uitgevers de artikelen vrij toegankelijk maakt voor iedereen die daar in geïnteresseerd is. Dat laatste gaat overigens nog met grote tegenzin van de uitgevers en leidde deze week ook al tot de aankondiging door 11 Europese onderzoeksfinanciers dat open access publiceren nu een verplichting wordt.

Los van de uitdaging om open access publiceren te stimuleren ontstaat er ook een uitdaging om al die publicaties eenvoudig te kunnen vinden. Immers, als deze in duizenden repositories en op duizenden websites geplaatst worden, hoe vind je ze dan terug? De ultieme oplossing is er eigenlijk niet maar met Google Scholar doet Google in elk geval zijn best. Google indexeert de websites sowieso al natuurlijk en door gebruik te maken van de webstandaarden voor de repositories kan Google ook de metadata van de publicaties in de repositories meenemen.

Onderzoeksdata

Voordat er een publicatie (of welk onderzoeksresultaat er uit onderzoek voortvloeit) tot stand komt, wordt er echter ook data geproduceerd in onderzoek. Heel veel data zelfs. Alle resultaten van metingen, gesprekken/interviews, statistieken, enquêtes enz die gedaan worden tijdens het onderzoek bijvoorbeeld.

Tegenwoordig wordt onderzoeksdata ook steeds vaker beschikbaar gemaakt in datarepositories (zoals EASY) vanuit hetzelfde open access idee en maken (lokale) overheden de door hun verzamelde data ook vrij toegankelijk voor iedereen. De rijksoverheid heeft zelfs een apart dataportaal ingericht waar je de meest uiteenlopende datasets kunt vinden. Van de omzet van importeurs van personenwagens tot een register van toegekende telefoonnummers.

Vanzelfsprekend is het geweldig dat er zo veel datasets op het internet staan. Ze kunnen door onderzoekers (voor nieuw onderzoek) en/of door journalisten (voor de onderbouwing bij onderzoeksjournalstiek) gebruikt worden. Mits ze eenvoudig gevonden kunnen worden en dat was altijd een probleem. Datasets zijn vaak meerdere bestanden, in een grote verscheidenheid aan bestandsformaten, die gebundeld zijn in een ZIP bestand. Een zoekmachine kan deze niet herkennen als datasets zonder dat ze met metadata expliciet zijn gemarkeerd als datasets.

Gestandaardiseerd

Nou bestaat er wel degelijk een metadata standaard die specifiek voor datasets ontwikkeld is. Schema.org – een initiatief dat in 2011 door o.a. Microsoft en Google is gestart – houdt zich bezig met het ontwikkelen van standaarden voor gestructureerde gegevens op het web en heeft de metadata voor datasets gestandaardiseerd in een eigen schema.

Eind juli kondigde Google aan deze standaard nu te implementeren in de zoekmachine zodat ook datasets (beter) getoond worden in de zoekresultaten maar deze week kwamen ze onverwachts ook met een aparte zoekmachine die zich specifiek en alleen richt op het vindbaar maken van datasets: Google Dataset Search. Het heeft als doel om alle datarepositories – die voldoen aan de dataset standaard en vindbaar zijn voor Google – te indexeren zodat je op één plek miljoenen datasets kunt doorzoeken.

Google Dataset Search

Een eigen subdomeinnaam heeft Google Dataset Search nog niet en in de aankondiging gebruikt Google ook een redirect url g.co/datasetsearch om te verwijzen naar de zoekmachine die thans op toolbox.google.com/datasetsearch te vinden is.

google dataset search
De interface is, zoals je van Google gewend bent, extreem eenvoudig zonder mogelijkheid om geavanceerd te zoeken. Er worden twee voorbeeldzoekacties gegeven waar je uit kunt afleiden dat in elk geval de datasets van de National Oceanic and Atmospheric Administration te vinden zijn maar verder is het onduidelijk welke repositories/instellingen er wel of niet zijn opgenomen.

google dataset search

Begin je echter met het tikken van een (Nederlandstalige) zoekterm, dan blijken er meer dan alleen Amerikaanse datarepositories opgenomen te zijn. Ik heb niet geprobeerd om een uitputtende lijst te maken maar EASY (DANS) en de datasets van de Nederlandse gemeentes en overheid lijken vindbaar te zijn in Dataset Search.

google dataset search
De weergave van de zoekresultaten is eveneens redelijk summier. De websites/repositories waar de dataset te vinden is wordt meteen onder de titel aangegeven [1] zodat je gelijk kunt doorklikken en als de dataset onder een andere titel elders te vinden is dan krijg je in de linkerkolom de overige vindplaats(en) te zien [2].

Verder zie je de standaard metadatavelden, mits ze aanwezig zijn, zoals o.a. de publicatiedatum, gebruikslicentie, downloadformaten en de beschrijving van de dataset.

Google roept ook iedereen op om hun datarepositories maar vooral ook eigen websites met datasets vindbaar te maken voor Dataset Search en verwijst naar meer informatie hierover voor beheerders en webmasters. Er is zelfs een tool beschikbaar waarmee bijvoorbeeld onderzoekers zelf hun eigen website kunnen (laten) voorzien van de HTML tags om datasets vindbaar te maken voor Google.

Nog maar het begin

Google benadrukt dat Dataset Search een pilot is dat de komende maanden en jaren nog verder vorm moet krijgen. Het ligt dan ook voor de hand dat de interface, wat er en hoe het getoond wordt en ook de URL allemaal nog gaan veranderen.

Hoewel het op één plek kunnen vinden van datasets een enorm voordeel kan zijn, wil dit niet zeggen dat Google Dataset Search nu al de beste plek is om onderzoeksdata te vinden. De dataset uit het hierboven gebruikte voorbeeld van de bodeminformatie onderzoeken is afkomstig van het dataportaal van de gemeente Breda en daar verwijst Google ook keurig naar. Dezelfde dataset is echter ook ontsloten via het dataportaal van de Nederlandse overheid die je de gegevens meteen laat downloaden zonder verdere verwijzingen.

Google heeft nog wel werk te verrichten maar Dataset Search gaat ongetwijfeld net zo bekend worden als Scholar dat nu is. Je kunt nu immers eindelijk googelen naar onderzoeksdata.

#

Over Green Open Access, NWO voorwaarden en trusted repositories

green open access NWO repositories

Open Access publiceren

Je zou bijna gaan denken dat staatssecretaris Sander Dekker met het idee van Open Access is gekomen. Onzin natuurlijk want de Open Access-beweging maakt zich al heel wat jaren sterk voor het vrij toegankelijk maken van (actuele) wetenschappelijke informatie. Onderzoeksinstellingen en universiteiten steunen de Berlin Declaration – dat oproept om onderzoeksresultaten in open access te publiceren – en datzelfde geldt ook voor het hbo.

Binnen het Open Access publiceren worden er twee routes onderscheiden: de gouden route (Gold Open Access) waarbij artikelen door de uitgever zelf in Open Access gepubliceerd worden. Dat kan in volledig OA Journals of in hybride tijdschriften die zowel artikelen bevatten die vrij toegankelijk zijn als artikelen die alleen voor abonnees toegankelijk zijn – de auteur, diens werk- of subsidiegever betaalt dan een Article Processing Charge (APC).

Maar ook de groene route (Green Open Access) waarbij artikelen na peer review maar vóór definitieve opmaak door of namens de auteur zelf gearchiveerd worden in een open repository (van de eigen instelling). Daar heeft een uitgever vaak een embargo-periode voor ingesteld. Dit heet self-archiving, is gratis en maakt vaak onderdeel uit van het beleid van het tijdschrift.

Dat er meer nodig is om onderzoekers hun publicaties (artikelen en boeken) vrij beschikbaar te laten maken dan alleen goede wil, is inmiddels echter ook wel duidelijk geworden. Wetenschappelijke uitgevers staan niet te trappelen om hun verdienmodellen te ontmantelen maar ook onderzoekers zelf zien weinig redenen om te stoppen met het “ouderwets” publiceren van hun artikelen in de vooraanstaande peer-reviewed tijdschriften. Alle goede intenties en principes ten spijt.

Doel voor ogen

Eind 2013 schreef staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn Open Access beleid aankondigde. Hiermee wilde hij de druk vergroten om nu ook echt eens werk te gaan maken van Open Access. In 2018 moet 60% en in 2024 moet zelfs 100% van de wetenschappelijke publicaties, die met publiek geld gefinancierd zijn, Open Access beschikbaar zijn.

Zijn eigen voorkeur gaat uit naar de gouden route en dat is ook de insteek geworden van de onderhandelingen die met de wetenschappelijke uitgevers gevoerd worden door de universiteiten. Met succes want met de meeste wetenschappelijke uitgevers (Elsevier, SAGE, Springer en Wiley) zijn inmiddels afspraken gemaakt om Open Access te kunnen publiceren.

Maar dat is niet het enige zichtbare resultaat want de laatste paar jaren zijn de ontwikkelingen rondom Open Access snel gegaan. Er komen steeds meer kwalitatief goede tijdschriften waarin onderzoekers volgens Open Access-standaarden kunnen publiceren en waar de kwaliteitsbewaking eveneens middels peer review plaats vindt. Daarnaast staan heel veel niet-Open Access tijdschriften self-archiving toe van artikelen en inmiddels is het recht om als onderzoeker je artikelen Open Access te publiceren zelfs opgenomen in de Auteurswet. Green Open Access draagt ook flink bij aan het halen van de doelstelling van Dekker.

Open Access (niet omdat het kan maar) omdat het moet

Maar hoe zorg je er nou voor dat Open Access publiceren van onderzoeksresultaten (min of meer) gegarandeerd wordt? Door het als voorwaarde op te nemen in de financiering van onderzoek!

Tenminste, dat is wat de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) per 1 december 2015 gedaan heeft. NWO wijzigde haar subsidievoorwaarden zodat alle publicaties, die voortkomen uit een ‘call for proposals’, op het moment van publicatie direct openbaar toegankelijk moeten zijn. Oftewel, maak je gebruik van onderzoeksfinanciering van NWO, dan moet je je ook aan de Open Access voorwaarden houden van NWO.

In het hbo wordt er veel gebruik gemaakt van subsidies van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA. SIA is onderdeel van NWO en hoewel het voor de hand ligt dat ook voor de SIA subsidieregelingen een Open Access voorwaarde gaat gelden, is dat op het moment van schrijven nog niet bevestigd. Dat geldt ook voor de subsidieregelingen van o.a. ZonMw (gezondheidsonderzoek).

Horizon 2020 is met het OpenAIRE initiatief inmiddels wel aangehaakt bij de Open Access doelstellingen en ook hier geldt een OA verplichting als je van hun subsidieregeling gebruik maakt.

NWO-voorwaarden

OK, je maakt dus gebruik van onderzoeksfinanciering van NWO maar wanneer voldoe je nou aan de voorwaarden voor Open Access publiceren? NWO zegt op haar site dat het dan om de volgende publicaties gaat:

  • Artikelen in Gold Open Access tijdschriften en boeken die op het moment van publicatie Open Access beschikbaar zijn;
  • Artikelen in abonnee-tijdschriften die meteen vrij beschikbaar gemaakt worden via betaling door de auteur of via een overeenkomst van de Nederlandse universiteiten met een uitgever;
  • Met het deponeren van een versie van de publicatie in een trusted repository, die op het moment van publicatie onmiddellijk voor iedereen toegankelijk is, wordt voldaan aan de NWO-voorwaarden.

T.a.v. de gouden route is de werkwijze relatief eenvoudig. De Gold OA tijdschriften en boeken zijn “bekend” en onderzoekers kunnen met een linkje naar het gepubliceerde artikel simpelweg aantonen dat aan de voorwaarde voldaan is. Dat geldt min of meer ook voor de artikelen in abonnee-tijdschriften want daar kan eveneens naar gelinkt worden door een auteur en als er een overeenkomst is tussen de universiteiten en de uitgever (zoals bij de vier hierboven genoemde wetenschappelijke uitgevers), dan voldoen alle publicaties in die tijdschriften automatisch aan de door NWO gestelde voorwaarden.

Voor de groene route geldt echter een extra voorwaarde. Het deponeren van (een versie van) de publicatie moet in een “trusted repository” gebeuren: een repository die zelf ook weer aan een aantal voorwaarden moet voldoen en die opgenomen moet zijn in de Directory of Open Access Repositories (DOAR). De repositories van de universiteiten lijken hier allemaal al in opgenomen te zijn maar die van de hbo instellingen zijn dat nog niet.

De hbo’s werken echter samen met het beschikbaar maken van de publicaties van hun eigen instellingen in de HBO Kennisbank. NWO ziet de HBO Kennisbank – gelukkig – ook als een trusted repository (A. Jolmers, persoonlijke mededeling, 8 december 2015) maar voegt er wel aan toe dat daarvoor idealiter de repositories van de instelingen ook zichtbaar moeten zijn in OpenDOAR.

Open Access in het hbo

Als er over Open Access gesproken wordt dan lijkt het automatisch (alleen) om wetenschappelijke onderzoekspublicaties te gaan bij universiteiten en onderzoeksinstellingen. Onderzoek en publicaties in het hbo worden veelal niet meegenomen in de dialoog over open access terwijl er vanzelfsprekend ook in het hbo veel werken gepubliceerd worden. De publicatierichtlijn van Windesheim legt bijvoorbeeld sterk de focus op open access van afstudeerwerken (van studenten), onderwijsmateriaal (studieboeken) en onderzoekspublicaties.

Zoals één van onze onderzoekers terecht opmerkte: er is maar één soort onderzoek en dat is goed onderzoek. De rare kunstmatige scheiding tussen wetenschappelijk onderzoek en praktijkgericht onderzoek heeft geen enkel nut. Kennis is kennis en dat is wat je vrij beschikbaar wilt/moet maken als het afkomstig is uit met (deels) publieke middelen gefinancierd onderzoek.

Dit jaar zullen de hbo-instellingen, samen met SURF, aan de slag (moeten) gaan om vast te stellen wat in het hbo onder open access verstaan wordt, welke doelen gezamenlijk nagestreefd worden en welke consequenties dit heeft voor de HBO Kennisbank (en instellingsrepositories).

Voor alle publicaties die afkomstig zijn uit door NWO (of Horizon 2020) gefinancierd onderzoek, betekent het o.a. nadenken over hoe je deze terugvindbaar kunt maken zodat er gemakkelijk naar verwezen kan worden en hoe deze publicaties zich – ook qua gebruiksrecht – onderscheiden van alle andere publicaties. En natuurlijk moeten er tientallen repositories aangemeld en opgenomen worden bij OpenDOAR. Voor de repository van Windesheim hebben we deze procedure inmiddels succesvol afgerond.

windesheim repository open access
Hoog tijd om nu eens echt werk te gaan maken van open access. Vooral in het hbo.

#

Auteurscontractenrecht: Open Access in de Auteurswet vastgelegd

auteurscontractenrecht
Eens in de zoveel tijd worden wetten aangepast aan de nieuwe mogelijkheden en vereisten die er aan wetgeving gesteld worden. Er zijn mensen die denken dat de Auteurswet – uit 1912 – in meer dan een eeuw niet aangepast is maar dat wordt vooral als (dom) argument gebruikt in discussies over nut en noodzaak van auteursrechtwetgeving. De Auteurswet wordt zeer regelmatig (licht) aangepast maar na vorige week lijkt er zelfs een hele uitgebreide toevoeging bij te komen want de Tweede Kamer stemde in met het wetsvoorstel auteurscontractenrecht.

Auteurscontractenrecht

Het wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven lag er al sinds juni 2012. Essentie van het voorstel is het versterken van de contractuele positie van auteurs en kunstenaars ten opzichte van degenen die hun werken exploiteren. Zoals filmmakers en de kabelmaatschappijen maar natuurlijk ook auteurs en hun uitgevers. Het gratis overdragen van hun auteurs- en exploitatierechten middels overeenkomsten wordt onmogelijk gemaakt aangezien de nieuwe wetsartikelen (PDF) het recht introduceren (art. 25c lid 1 Aw) op een billijke vergoeding voor het verlenen van de exploitatierechten (verplicht via een akte). Daarnaast ontstaat er een recht op een aanvullende vergoeding als de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding in geen enkele verhouding meer staat tot de opbrengst voor de exploitant. De zogeheten bestsellerbepaling van artikel 25d Aw.

Heb je als maker wel je rechten verkocht/overgedragen maar doet een uitgever of andere exploitant niks met dat werk? Dan heb je nu als maker het recht op ontbinding van die overeenkomst zodat je je exploitatierechten weer terug kunt krijgen. De zogeheten non-usus-bepaling of use-it-or-lose-it-bepaling van artikel 25e lid 1 Aw.

Verder kunnen onredelijke bepalingen in exploitatie-overeenkomsten worden vernietigd (knevel- of wurgcontracten), bijvoorbeeld als een auteur verplicht wordt het auteursrecht op al zijn toekomstige werken aan dezelfde uitgever over te dragen. Dat wordt geregeld in lid 1 en 2 van artikel 25f Aw, mits het gaat om (volledige) overdracht van rechten en exclusieve licenties (art. 25b lid 2 Aw). Tot slot is er een nieuwe regeling voor het filmauteurscontractenrecht (art. 45d Aw) waarbij alle makers een billijke vergoeding krijgen van de producent en is er de mogelijkheid van een laagdrempelige geschillencommissie vastgelegd om te voorkomen dat geschillen voor de rechter belanden.

Hoezo Open Access?

In het wetsvoorstel zelf is geen sprake van Open Access. Maar in januari 2014 voegde kamerlid Taverne van de VVD een amendement toe aan het wetsvoorstel dat voorziet in nog een nieuw artikel: artikel 25fa. Ik ging vorig jaar al uitgebreid in op dit amendement aangezien ik het een bijzonder goed idee vond om het recht op Open Access te regelen in de Auteurswet in plaats van in de Wet op het Hoger Onderwijs, zoals staatssecretaris Dekker in eerste instantie beoogde. Ook dit (licht gewijzigde) amendement van Taverne werd vorige week aangenomen, zoals je bovenaan kunt zien.

Artikel 25fa
De maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld.

Deze bepaling is deels geïnspireerd op artikel 38 lid 4 van de Duitse auteurswet zoals die per 1 januari 2014 is gaan gelden maar ook op auteursrechtwetgeving die inmiddels in o.a. Amerika van kracht is geworden.

Taverne beschrijft in de Toelichting wat het doel van artikel 25fa is:

Deze bepaling is erop gericht invulling te geven aan de groeiende behoefte om wetenschappelijk werk in de vorm van open access beschikbaar te stellen. De aanduiding “kort werk” houdt in dat het gaat om artikelen en niet om boeken. De term is ontleend aan artikel 16 lid 2 Auteurswet. Korte bijdragen aan (congres)bundels kunnen er ook onder vallen. Door deze bepaling behoudt de auteur het recht om zijn wetenschappelijk werk dat met publieke  middelen is gefinancierd gratis via internet in open access beschikbaar te stellen.

Werk van personen in dienst van een universiteit of ander door de overheid gefinancierde onderzoeksinstelling wordt geacht geheel of gedeeltelijk met publieke middelen te zijn bekostigd.  De term “voor het publiek beschikbaar stellen” verwijst naar de openbaarmakingsvorm waarbij materiaal per draad of draadloos voor leden van het publiek beschikbaar wordt gesteld op zodanige wijze dat zij daartoe op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang toe hebben. Dit is de internationaal gebruikelijke omschrijving van beschikbaarstelling via internet. Voorwaarden zijn dat de beschikbaarstelling geschiedt om niet, hetgeen een wezenskenmerk is van open access, en dat de bron van de eerste openbaarmaking, bijvoorbeeld het wetenschappelijke tijdschrift waarin het werk voor het eerst is gepubliceerd, wordt vermeld.

Deze bepaling is echter wel een stuk flexibeler dan vergelijkbare bepalingen in de wetgeving van Duitsland en Amerika. Zo wordt de termijn, waarop een artikel Open Access gepubliceerd mag worden, niet gefixeerd maar is dat onderwerp van te maken afspraken zodat ook de (financiële) belangen van een wetenschappelijke uitgever bewaakt worden die immers wel moet investeren in het publiceren en het organiseren van peer review. En dan maakt het wel verschil met welke frequentie een tijdschrift artikelen publiceert en in welk vakgebied er gepubliceerd wordt.

Om tegemoet te komen aan de belangen van de uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften die hun investeringen moeten kunnen terugverdienen, dient een redelijke termijn in acht te worden genomen alvorens de beschikbaarstelling in open access plaatsvindt. De reden waarom een redelijke termijn in acht genomen moet worden is het gerechtvaardigde belang van de uitgevers die tijdschriften uitgeven en peer-review organiseren. De investeringen die daarvoor nodig zijn dienen in sommige gevallen door betaling van abonnements- of toegangsgelden te worden  terugverdiend, alvorens na ommekomst van een redelijke termijn het werk gratis voor een ieder beschikbaar komt. De duur van deze redelijke termijn zal per publicatievorm verschillen. De redelijke termijn kan ook nul zijn, indien het redelijk en niet bezwaarlijk is als een werk, eventueel in een van de formele publicatie afwijkende opmaak, onmiddellijk gratis online verschijnt. Het staat partijen vrij om hier nadere afspraken over te maken, maar de rechter zal uiteindelijk moeten beoordelen of een termijn redelijk is, in het licht van alle omstandigheden van het geval.

Het is belangrijk om te beseffen dat deze ‘Open Access-bepaling’ geen nieuwe uitzondering op het auteursrecht is maar een wezenlijk (nieuw) onderdeel van de persoonlijkheidsrechten van een auteur die niet over te dragen zijn aan een uitgever.

Dat betekent dat alle wetenschappelijke artikelen – van auteurs in onderzoeksinstellingen, universiteiten en hogescholen – dat geheel of gedeeltelijk gefinancierd is met (Nederlandse) publieke middelen na verloop van tijd (ook) Open Access gepubliceerd mogen worden. Mits daar de bron vermeld wordt van de oorspronkelijke publicatie en er een redelijke termijn met de uitgever afgesproken is.

In de Toelichting wordt vermeld dat er bij – de voor de hand liggende – geschillen over die redelijke termijn een rechter aan te pas kan komen maar ik hoop dat eveneens een plek kan krijgen in de geschillencommissie. Ook al betwijfel ik of een grote buitenlandse uitgever onder de indruk zal zijn van een dergelijke commissie.

Van dat recht *kan* een auteur niet eens afstand doen waarmee de noodzaak om het (opnieuw) Open Access publiceren van wetenschapsartikelen in bijv. een eigen instellingsrepository (de ‘groene route’) te regelen in een aparte overeenkomst met de uitgever kan komen te vervallen. Een wetenschappelijke auteur behoudt altijd zijn of haar recht om wetenschappelijke artikelen Open Access te publiceren.

Iets dat bijzonder goed past in het Open Access beleid dat op dit moment door staatssecretaris Dekker en de Nederlandse universiteitein bedreven wordt. En wat zeker ook voor hogescholen interessant is die een volgende stap aan het zetten zijn in hun eigen Open Access beleid.

De bepaling behelst geen beperking op het auteursrecht, maar slechts een beperking van de overdraagbaarheid van een deel van het auteursrecht. Zij legt slechts vast dat de auteur van een kort wetenschappelijk werk niet contractueel gedwongen kan worden afstand te doen van het recht om zijn werk, als hij dat wenst, na verloop van tijd gratis op internet te plaatsen. De auteur van het werk is overigens niet verplicht om zijn werk om niet op internet te plaatsen. Het ligt wel in de rede dat de overheid of een van overheidswege gefinancierde subsidiënt van een specifiek wetenschappelijk onderzoek in bepaalde gevallen zal overeenkomen of als voorwaarde voor financiering zal stellen dat door haar gefinancierd onderzoek direct of na verloop van een redelijke termijn gratis op internet beschikbaar wordt gesteld.

Met de instemming door de Tweede Kamer is dit wetsvoorstel (incl. amendement) weliswaar aangenomen maar is de vernieuwde wetgeving nog niet van kracht. Daarvoor zal het wetsvoorstel eerst ook nog door de Eerste Kamer moeten worden aangenomen. Naar verwachting zal dit echter al binnen enkele maanden gebeuren waarna de wijzigingen per 1 juli 2015 in werking treden.

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top