Hoe kun je als bibliothecaris bijdragen aan open access en open onderwijs?

open access

Onderwijsbibliotheken, en ik focus me hier even op hogeschoolbibliotheken want daar werk ik nu eenmaal, staan op de drempel van grote veranderingen. Natuurlijk, de leeromgeving (de studieplekken) en de collecties blijven onverminderd belangrijk voor deze bibliotheken maar in een tijdperk van grootscheepse bezuinigingen en een overdaad aan vrijelijk beschikbare informatiebronnen op internet valt het nog niet mee om je meerwaarde aan te (blijven) tonen. Wat dat betreft verschillen alle soorten bibliotheken uiteindelijk maar weinig van elkaar.

Oude taken maar nieuwe rollen
Hoe bijzonder is het dan dat onderwijsbibliotheken nu de gelegenheid krijgen om zichzelf opnieuw te definiëren? Om een nieuwe rol te pakken voor het onderwijs? Onderwijsinstellingen zijn tegenwoordig namelijk steeds drukker met het produceren van (open) onderwijsmateriaal en onderzoekspublicaties. Niet alleen wordt er meer en meer gewerkt met kennisproducten van anderen in het onderwijs, er wordt ook steeds meer zelf gemaakt. Onderwijsinstellingen zijn kennisinstellingen. Of willen dat heel graag zijn.

Nou zou elke medewerker van een dergelijke kennisinstelling idealiter prima in staat moeten zijn om ook adequaat, zorgvuldig en verantwoord om te kunnen gaan met al die kennisproducten. De realiteit dat dit niet het geval is – en het ook nooit zo gaat worden – geeft de bibliotheek een perfecte plek in een dergelijke instelling. Nietwaar?

In het trendrapport Open Educational Resources 2013 ziet Cora Bijsterveld wel nieuwe rollen voor juist de onderwijsbibliotheken. Die ziet ze vooral als content curator voor al het open onderwijsmateriaal dat inmiddels beschikbaar is maar in hetzelfde trendrapport gaat het ook over open leermiddelen, open access en de rol van uitgevers. De conclusies die Saskia de Rijk en Paul Vermeulen hierin maken sluiten prima aan bij mijn eigen: zowel het onderwijs als de bibliotheken moeten meer doen met hun eigen materiaal. Onderwijs- en onderzoeksmateriaal wordt aan de lopende band geproduceerd en het is aan de instellingen en bibliotheken zelf om hier het optimale uit te halen. Kennisproducten die niet bij uitgevers beschikbaar zijn en die zeker niet even via Google te vinden zijn. Een unieke monopoliepositie zo je wilt.

Eerlijk delen en beschikbaar stellen
Dat wil niet zeggen dat je er al bent als je besluit dat dit je nieuwe gat in de markt is. Want al die medewerkers van onderwijsinstellingen zijn niet zo ideaal als het gaat om het (willen) delen van al het materiaal dat ze produceren. Iedereen wil graag andermans materiaal gebruiken maar delen, daar zijn toch snel redenen voor te vinden om niet meteen het achterste van je tong te laten zien. In, jawel, datzelfde trendrapport schetsen Wilfred Rubens en Wim Didderen maar liefst 12 van dat soort redenen die belemmerend werken voor medewerkers in het onderwijs als het op delen aankomt.

Goed voorbeeld doet volgen?
De bibliotheek heeft een mooie uitdaging om samen met die medewerkers, ondersteund door te ontwikkelen beleid van de onderwijsinstellingen, aan de slag te gaan met het verwerven en beschikbaar maken van al dat materiaal. Ook als individuele bibliothecaris kun je nu al het goede voorbeeld geven. Niet alleen door zelf gebruik te maken van open access publicaties, materiaal met een Creative Commons licentie of publicaties uit een repository. Maar vooral door zelf je kennis te delen met anderen. En je eigen kennisproducten actief beschikbaar te maken voor anderen. Ook voor bibliothecarissen/informatiespecialisten is het niet perse vanzelfsprekend om dat te doen heb ik de afgelopen jaren ervaren.

Wat kan ik NU zelf doen?

  • Ga bloggen, twitteren, Googleplussen etc. en schrijf, twitter en update iedereen over de onderwerpen waar je iets over te vertellen hebt. Bibliothecarissen zijn traditioneel vraagbaken geweest en kunnen dat nog steeds zijn maar je moet jezelf wel laten zien!
  • Deel het onderwijsmateriaal dat je zelf gemaakt hebt voor trainingen, workshops en presentaties. Denk aan Slideshare voor je presentaties en wees niet te bescheiden om naar Wikiwijs te kijken om je workshopmateriaal te delen. Ook jij produceert producten waar anderen gebruik van zouden kunnen maken.
  • Deel je teksten, afbeeldingen, wat voor content dan ook onder een Creative Commons Naamsvermelding licentie of een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen licentie. Het zijn de twee ruimste Creative Commons licentie waarbij een hergebruiker zelf verder kan bouwen op je content en alleen een naamsvermelding verplicht is (en dat bewerkt materiaal alleen verspreid mag worden met een soortgelijke licentie). Wat me doet beseffen dat ik de CC licentie van dit blog dan ook moet versoepelen eigenlijk.

Door zelf te delen, te delen en nog eens te delen. Zo kun je als bibliothecaris bijdragen aan zowel de ontwikkelingen binnen je onderwijsinstelling als de toekomst van de bibliotheek waar je werkt. Dat zou ons als informatieprofessionals toch heel eenvoudig moeten afgaan.

Nietwaar?

@foto: Carlos Maya via photopin cc

#

Onderzoek alles en behoud het goede tijdens het SURF Research and Innovation Event 2013

Waarom alle evenementen en grote gebeurtenissen altijd op dezelfde dag lijken te vallen weet ik niet maar volgende week donderdag 28 februari is kennelijk zo’n knooppunt. Niet alleen kun je er voor kiezen om – ademloos ongetwijfeld – toe te kijken op tv hoe de Paus terugtreedt maar er zijn voor informatieprofessionals twee gelijktijdige evenementen die als zaligmakend alternatief kunnen dienen: het SURF Research and Innovation Event 2013 en de Vogin-IP-lezing.

De Vogin-IP-lezing, bestaande uit workshops en lezingen over zoeken op internet, ligt misschien net iets meer in mijn straatje maar nieuwe dingen leren kun je volgens mij beter doen als het over onderwerpen gaat waar je maar nauwelijks iets van af weet. Het SURF Research and Innovation Event 2013 past met het programma definitief binnen die doelstelling. Omgaan met onderzoeksdata en andere grote dataverzamelingen is een terugkerend thema in het programma en hoewel onderzoek binnen het HBO nog geen hele grote rol speelt, groeit deze wel. Ook voor informatiespecialisten wordt het dan tijd om zich er verder in te verdiepen.

Programma
Het programma voor de #srie13 is opgebouwd uit meerdere tracks en twee keynotes. Ik moet mijn eigen programma nog samenstellen maar het zullen vooral onderdelen uit track 1 en track 4 worden die wat algemener over onderzoeksdata en social media data gaan. De onderwerpen uit de beide overige tracks spreken me minder aan.

Bloggen
Het is al helemaal lastig om nee te zeggen als ze ook nog specifiek bloggers zoeken om verslag te doen van het SURF Research and Innovation Event 2013. Kennis delen door te bloggen blijft eigenlijk toch ook een innovatie vind ik. Hopelijk wordt er ook veel geblogd over de Vogin-IP-lezing want dan heeft iedereen het beste uit twee werelden.

Zelfs diegenen die naar het aftreden van de paus willen kijken.

#

Samenwerken in hoger onderwijs en onderzoek met EDUgroepen

Het ging er zelfs nog wel een beetje om spannen maar EDUgroepen is een kleine twee maanden voordat de ‘oude’ samenwerksomgeving SURFgroepen definitief stopt nu dan toch beschikbaar voor alle studenten en medewerkers van hoger onderwijsinstellingen en onderzoeksinstituten. Daar waar SURFgroepen gebaseerd was op teamsites in een Sharepoint 2007 omgeving is EDUgroepen gebouwd op een Sharepoint 2010 omgeving. Dat betekent weliswaar wederom teamsites en alle andere soorten lijsten maar daar was eigenlijk ook helemaal niks mis mee.

Behalve met de vernieuwingen die samen gaan met de update die Microsoft zelf al aan Sharepoint 2010 gaf -het uiterlijk is behoorlijk veranderd ten opzichte van de 2007 versie- is er ook nog wel meer gesleuteld aan EDUgroepen. Ook al is de look and feel onmiskenbaar die van Sharepoint 2010, er is toch zo veel mogelijk een kleurrijke en geheel eigen vormgeving meegegeven die in elk geval positief afsteekt tegen de oude SURFgroepen uitstraling.

Het draait om samenwerken
Het belangrijkste van een samenwerksomgeving is natuurlijk niet het uiterlijk maar de functionaliteit. Ook al gebruik je binnen je eigen instelling wellicht al Sharepoint (2010), juist het samenwerken met mensen buiten je eigen instelling blijft vaak een hele uitdaging. Als het uberhaupt al mogelijk is. En dat is precies wat al prettig werkte bij SURFgroepen en nu met EDUgroepen zelfs verbeterd is. Ook al kon iedereen in het hoger onderwijs en onderzoek probleemloos een SURFgroepen account aanmaken, juist het feit dat je toch weer een apart account moest aanmaken was voor velen een belemmering. Zeker als je niet frequent gebruikt maakte van deze omgeving vergat je nog wel eens je inloggegevens.

EDUgroepen heeft nog steeds de mogelijkheid van een apart EDUgroepen account maar is ook gekoppeld aan SURFconext, de infrastructuur die door SURF nou net in het leven is geroepen om alle samenwerkingsomgevingen in het hoger onderwijs aan elkaar te knopen.

In de praktijk betekent dit dat je via SURFconext met de inloggegevens van je eigen instelling kunt inloggen op EDUgroepen. Dat is handig want dan hoef je geen aparte inloggegevens te maken en te onthouden. Zo’n apart account blijft echter wel noodzakelijk als je niet werkzaam bent bij een instelling voor hoger onderwijs en onderzoek. Je kunt weliswaar geen eigen teamsite aanmaken in EDUgroepen maar je kunt wel uitgenodigd worden voor een teamsite door iemand die wel eigenaar is. De grote kracht van EDUgroepen is dat je niet alleen eenvoudig kunt samenwerken met collega’s van andere onderwijs- en onderzoeksinstellingen maar dus ook mensen erbij kunt betrekken die daar niet werkzaam zijn.

Wat krijg je?
Sowieso krijg je waar voor je geld want het is gratis. Iedere gebruiker die inlogt krijgt de mogelijkheid om 20 teamsites aan te maken van elk 250 MB. Op die teamsites kunnen een onbeperkt aantal anderen worden uitgenodigd en dat betekent dus ook dat je misschien dan ‘slechts’ eigenaar kunt zijn van 20 teamsites maar dat je van een onbeperkt aantal teamsites lid kunt zijn.

Als je een site aanmaakt dan krijg je het bekende Sharepoint 2010 scherm waar bovenaan te zien is hoeveel sites je al aangemaakt hebt (en hoeveel je er dus nog kunt aanmaken). Je moet verplicht een titel geven aan je nieuwe site en optioneel een beschrijving waarna je je eigen url kunt kiezen/aanpassen. Standaard staat de taal op Engels en zelf zou ik dat zoveel mogelijk laten want in Sharepoint is alle gebruikte terminologie hoe dan ook Engelstalig.

Een nieuwe site kan standaard diverse en verschillende onderdelen bevatten zoals een documentbibliotheek of een agenda maar ook een blog hoort tot de mogelijkheden. Je kunt altijd later nieuwe bibliotheken en lijsten toevoegen maar door een specifiek template te kiezen kun je alvast een handige eerste selectie maken. Begin je een nieuwe site puur als vergaderplek, dan kun je dus beter een template uit het tabblad Meetings gebruiken bijvoorbeeld. Na het klikken op Create is je nieuwe site ook meteen gereed en kun je anderen uitnodigen.

Vanaf dit moment staan alle Sharepoint 2010 functies tot je beschikking en kun je je teamsite helemaal naar eigen smaak aanpassen. Meer of andere documentbibliotheken, een eigen logo of apart lettertype en achtergrondkleur, het kan allemaal. In de speciale publieke teamsite EDUgroepengebruikers vind je o.a. de veelgestelde vragen (en antwoorden), een InfoBank en een gebruikersforum. Ook is er een uitgebreide handleiding beschikbaar die alles uitlegt wat je als eigenaar met een site kunt doen.

Of je nu al wel ervaring had met SURFgroepen en zat te wachten op EDUgroepen of dat je er nog nooit van gehoord had, EDUgroepen is sowieso een mooie opvolger en een prima plek om samen te werken met collega’s binnen en buiten je onderwijsinstelling.

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top