open science open publiceren

Open publiceren in het hbo: een uitwerking

Bijna 4 jaar nadat open access in de Auteurswet geregeld is heeft het hoger onderwijs besloten om actief gebruik te gaan maken van deze mogelijkheid. Onder de noemer ‘You share, we take care‘ hebben de Nederlandse universiteiten besloten om middels een pilot open access een extra impuls te geven. De hogescholen focussen zich echter op het open (access) beschikbaar maken van de kennisproducten uit hun instellingen en de Vereniging Hogescholen komt daarom met een handreiking over open publiceren in het hbo.

Open access of open science, het zijn beide brede principes die voortkomen uit het idee dat met publieke middelen gefinancierde kennisproducten en onderzoeksresultaten vrij toegankelijk moeten zijn.

Hoewel ik snap dat de focus het eerst en automatisch op wetenschappelijk onderzoek ligt (als zijnde onderzoek dat al decennia lang met publieke middelen gefinancierd wordt en waarvan de resultaten alleen tegen hoge kosten beschikbaar zijn), verbaas ik me al vele jaren over de energie die er gestoken wordt in het zoeken naar de verschillen met alle andere soorten van onderzoek en kennisproducten die eveneens met publieke middelen bekostigd worden.

Concreet heb ik het dan over de discussies die bij juristen, de VSNU maar ook bij de hogescholen zelf plaatsvinden als het gaat over de toepasbaarheid en definities van open access en de bijbehorende bepaling in de Auteurswet op de (toegepaste) onderzoekspublicaties en vakpublicaties in de hogescholen.

Mag je wel spreken over een kort werk van wetenschap (zoals in artikel 25fa staat) als je het over vakpublicaties hebt? Zorgt de invulling van het werkgeversauteursrecht in het hbo niet voor onoverkomelijke problemen? Juridische vraagstukken die als potentiële beren op de weg worden gezet door het hoger onderwijs zelf en waarmee we alleen onszelf beperkingen opleggen. Het hbo doet niet structureel aan wetenschappelijk onderzoek nee maar de achterliggende principes van open access zijn identiek. Net zoals de Auteurswet, met zowel open access bepaling als het artikel over het werkgeversauteursrecht, voor allebei van toepassing is.

De geschiedenis en de praktijk van het open access publiceren in het hbo wijkt echter wel substantieel af van die van de universiteiten. Er zijn nog veel misverstanden binnen hogescholen over wat er zelfs bedoeld wordt met open access/open science en waarom het iets is om na te streven als kennisinstellingen.

Het zijn goede redenen denk ik om als hogescholen niet meteen mee te gaan in de VSNU pilot maar eerst meer duidelijkheid te creëren over wat open access/open science is, wat er onder kennisproducten verstaan wordt en vooral, hoe hogescholen die kennisproducten open kunnen publiceren.

De tijdelijke werkgroep, bestaande uit Astrid Wiktor (Fontys Hogescholen), Hans de Brouwer (Saxion), Ageeth Tuut (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen), Jort Diekerhof (Vereniging Hogescholen) en mezelf hebben daarom precies dat gedaan: een handreiking over open publiceren in het hbo gemaakt. Het zal zeker niet het einde van de discussies zijn maar hopelijk wel het begin van meer bewustwording om ook daadwerkelijk tot meer open publicaties vanuit de hogescholen te komen.


Definities

In deze uitwerking worden de volgende definities en termen gehanteerd.

  • Kennisproducten

Onder kennisproducten worden in het hbo uitkomsten van praktijkgericht onderzoek verstaan, die neerdalen in overdraagbare producten. Hierbij gaat het zowel om publicaties in vakbladen en peer-reviewed journals, als om andere kennisproducten van praktijkgericht onderzoek. Zoals artefacten, protocollen, prototypes, publicaties in vakbladen, apps en andere digitale tools, etc.

  • Repository

Een repository is een digitale plek waarin kennisproducten, of in geval deze enkel een fysieke verschijningsvorm kent een digitale representatie, duurzaam worden bewaard en op één of meerdere plekken kunnen worden ontsloten..

  • Open science en Open Access

Er zijn diverse definities van Open Science en Open Access in omloop, maar ten behoeve van het delen van kennisproducten binnen het hbo wordt de volgende definitie gehanteerd: “anderen, naast de werknemer van de hogeschool,  zijn in de gelegenheid om kennisproducten te raadplegen en deze te (her)gebruiken voor eigen (onderzoeks)doeleinden”. Dit vereist, naast het beschikbaar maken van het kennisproduct zelf, ook het verstrekken van een gebruiksrecht waarmee de toestemming wordt verleend het kennisproduct te hergebruiken.

  • Gebruiksrecht

Een auteursrechthebbende kan ten aanzien van een kennisproduct een gebruiksrecht (licentie) verlenen aan een derde. De meest uitgebreide vorm van een gebruiksrecht is: het verlenen aan een derde van een  onherroepelijk wereldwijd recht op toegang tot een werk en het recht een werk te kopiëren, te gebruiken, te distribueren, te verzenden, publiekelijk te vertonen en het maken en distribueren van afgeleide werken. Er zijn verschillende gradaties van gebruiksrechten mogelijk. Waarbij aan de ene kant verspreiden en hergebruik voor iedereen mogelijk is en aan de andere kant men alleen via een bepaald (betaald) kanaal toegang heeft tot de informatie waarbij verspreiden en hergebruik niet toegestaan is. Binnen Open Science worden hiervoor met name de creativecommons-licenties gebruikt. Zie https://creativecommons.nl/uitleg/.

(Werkgevers)auteursrecht

Alvorens over te kunnen gaan naar routes van publiceren is het van belang vast te stellen wie werken mag publiceren. Met andere woorden, waar ligt het auteursrecht op werken, gemaakt binnen een hbo-context.

De Auteurswet kent het zogenaamde werkgeversauteursrecht. Voor het hbo is dit nader uitgewerkt in artikel E-7 van de cao-hbo. Deze regeling houdt in dat het auteursrecht voortvloeiend uit het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet toekomt aan de werkgever (de hogeschool), indien het vervaardigen van dit werk door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de hogeschool. Het is mogelijk dat de hogeschool en de werknemer voor bepaalde, door de werknemer te vervaardigen werken, hiervan afwijkende afspraken maken waardoor het auteursrecht ten aanzien van die werken bij de werknemer komt te liggen. Ook kan het in kader van samenwerkingstrajecten met derden vervaardigde werken, gewenst, dan wel noodzakelijk zijn dat andere afspraken over het auteursrecht worden gemaakt. Deze afspraken kunnen dan vastgelegd worden in de overeenkomst die partijen ten behoeve van de samenwerking aangaan.

Bovenstaande geldt voor alle werknemers van hogescholen waarmee een arbeidsovereenkomst is gesloten, waarop de cao-hbo van toepassing is verklaard. Het auteursrecht op werken van freelancers, uitzendkrachten en andere partijen komt niet automatisch toe aan de hogeschool waarmee zij een overeenkomst hebben gesloten. Het is in dat geval raadzaam om in die overeenkomst heldere afspraken over het auteursrecht op te nemen.

Daarnaast zijn studenten zelf auteursrechthebbende van de werken die zij in het kader van hun opleiding vervaardigen. Werken van studenten vallen verder buiten de reikwijdte van deze uitwerking.

Op het moment dat het auteursrecht op een werk aan een hogeschool toekomt, dan wel door de hogeschool is overgedragen aan de werknemer, en de hogeschool, dan wel werknemer, dus auteursrechthebbende is, betekent dit dat deze het uitsluitend recht heeft om dit werk openbaar te maken, te verveelvoudigen en te hergebruiken. Indien een werk vervolgens zonder nadere voorwaarden wordt gepubliceerd, houdt dit in dat alle rechten zijn voorbehouden en derden dit werk niet zonder toestemming mogen verspreiden en hergebruiken. Wanneer de auteursrechthebbende juist wel beoogt om hergebruik, dan wel verveelvoudiging door derden toe te staan (bijv. in het kader van Open Science), dan dient aan het gepubliceerde werk een licentie te worden gekoppeld, zoals hierna in de verschillende publicatieroutes is uitgewerkt.

Reikwijdte

Bij open publiceren wordt meestal alleen gedacht aan digitale publicaties zoals artikelen en rapporten. Het is goed om te vast te stellen dat ook de niet-publicaties zoals prototypes, fysieke objecten enz. die voortkomen uit praktijkgericht onderzoek, onderdeel uitmaken van de kennisproducten in het hbo. Deze vallen dan ook binnen de ambitie om kennisproducten publiek toegankelijk en beschikbaar te maken. In sommige gevallen kunnen data ook beschouwd worden als kennisproduct. Deze zouden dan in voorkomende gevallen onder het FAIR [Findable, Accessible, Interoperable, Reusable] principe kunnen worden gepubliceerd. Publicatie van data valt niet onder de reikwijdte van deze handreiking maar wordt binnen de VH via een andere thematische lijn verder uitgewerkt.

Taverne of Open Access bepaling (artikel 25fa van de Auteurswet)

Een gebruiksrecht bij een kennisproduct kan alleen verleend worden door de auteursrechthebbende. Voor werknemers, die een arbeidsovereenkomst hebben met een hogeschool waarop de cao-hbo van toepassing is, geldt het werkgeversauteursrecht (zie de paragraaf werkgeversauteursrecht). Hierbij is de hogeschool in beginsel de auteursrechthebbende. In het geval de hogeschool zijn auteursrecht ten behoeve van de exploitatie overdraagt aan de werknemer die het werk vervaardigd heeft, dan kan artikel 25fa van de Auteurswet van toepassing zijn.

Dit artikel is in juli 2015 toegevoegd aan de Auteurswet teneinde Open Access publiceren te stimuleren (het artikel is vernoemd naar Joost Taverne die het betreffende amendement indiende). Dit wetsartikel stelt : ‘De maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld.’ Hierbij maakt het geen verschil of het auteursrecht is overgedragen aan een uitgever of niet.

In het bovenstaande schuingedrukte gedeelte zijn niet alle begrippen even eenduidig. In het Nationaal Platform Open Science (NPOS) hebben universiteiten deze begrippen verder uitgewerkt. Op basis van eventuele  jurisprudentie kunnen deze uitgangspunten aangescherpt worden.   

  1. Het werk wordt gedeeld in de definitieve, gepubliceerde versie.
  2. Als redelijk termijn wordt een uniforme standaard van 6 maanden gehanteerd, ongeacht het vakgebied.
  3. ‘Eerste openbaarmaking’ betreft de datum waarop het artikel in de uitgegeven versie voor het eerst online beschikbaar komt
  4. Kort wetenschappelijk werk betreft zowel artikelen als conference papers en losse hoofdstukken in ‘edited collections’. Monografieën en hoofdstukken van monografieën vallen hier niet onder.
  5. De landelijke uitgangspunten gelden ongeacht of het een Nederlandse of buitenlandse uitgever betreft
  6. Het betreft zowel auteurschap als co-auteurschap
  7. De hierboven genoemde uitgangspunten gelden voor alle onderzoekers wiens werk geheel of gedeeltelijk is gefinancierd met Nederlandse publieke middelen, ongeacht de vraag hoe het auteursrecht is vastgesteld en/of auteursrecht is overgedragen.

De bovenstaande uitgangspunten zijn verdedigbaar in het hbo. Wel vergen twee uitgangspunten een verdere vertaling naar de hbo-context.  

  • 4:Kort werk van wetenschap

Ten aanzien van kort werk van wetenschap kan nog expliciet vermeld worden dat sommige artikelen in vaktijdschriften ook tot kort werk behoren. Gezien de grote verscheidenheid aan verschillende kennisproducten in het hbo, valt niet op een éénduidige wijze aan te geven welke producten wel of niet onder deze definitie vallen. Temeer omdat het bedrijven van praktijkgericht onderzoek niet, in juridische zin, altijd valt onder het bedrijven van wetenschap. 

  • 7: reikwijdte

In de hbo context is het wel degelijk van belang hoe het auteursrecht tussen werkgever en werknemer is vastgesteld. In het hbo dient een hogeschool het auteursrecht aan de werknemer over te dragen, alvorens de werknemer aanspraak kan maken op Taverne.

Gebruiksrecht middels Creative Commons-licenties

Een kennisproduct voldoet volledig aan de definitie van Open Science als deze ook een gebruiksrecht verleent aan degene die het kennisproduct wil verwerken binnen zijn eigen onderzoek. Op deze manier kan er verder voortgebouwd worden op eerder onderzoek. Binnen Open Science worden vaak Creative Commons-licenties gebruikt waarmee op uniforme wijze vooraf toestemming gegeven wordt voor specifieke manieren van hergebruik terwijl het auteursrecht bij de maker blijft. Creative Commons-licienties bestaan uit vier verschillende bouwstenen: naamsvermelding van de auteur, niet commercieel, geen afgeleiden werken en gelijk delen. Deze 4 bouwstenen leiden tot een zestal verschillende licenties. Voor een uitgebreide toelichting zie https://creativecommons.nl/uitleg/

Niet alle creativecommons-licenties lenen zich voor Open Science. De volgende twee licenties worden als ‘open’ licenties beschouwd:

  1. Creative Commons Naamsvermelding
  2. Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen

Overige Creative Commons-licenties bevatten onderdelen die commercieel hergebruik of het creëren van afgeleide werken expliciet niet toestaan. Om het publiceren te stimuleren binnen hogescholen kan er desondanks voor gekozen worden om de volgende licenties te gebruiken:

  • Creative Commons Naamsvermelding NietCommercieel
  • Creative Commons Naamsvermelding NietCommercieel GelijkDelen

Het streven bij open publiceren is echter wel om één van de twee ruimste licenties (1&2) toe te passen.

Publicatieroutes

Er wordt op veel manieren gepubliceerd binnen de hogescholen. Niet alle publicatieroutes leveren echter een openscience-publicatie op. Hieronder worden – op hoofdlijnen – de verschillende publicatieroutes beschreven. Schematisch worden hieronder deze routes weergegeven in het stroomdiagram. Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt in:

  • publicatieroutes die leiden tot publicaties die volgens de openscience-principes gedeeld en hergebruikt kunnen worden
  • publicatieroutes die middels een beroep op de openaccess-bepaling in de Auteurswet na enige tijd alsnog gedeeld maar niet hergebruikt mogen worden
  • publicaties die niet verder gedeeld en hergebruikt kunnen worden.
open publiceren publicatieroutes

Voordat overgegaan kan worden tot het publiceren van een kennisproduct zal eerst bekeken moeten worden of publiceren wel is toegestaan. Wettelijke bepalingen of vertrouwelijke (bedrijfs)gegevens kunnen publiceren onmogelijk maken, omdat het zou leiden tot overtreding van een wettelijke bepalingen (zoals overtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming) of tot contractbreuk (m.n. indien er contractuele afspraken zijn gemaakt over vertrouwelijkheid).

Publicatieroute 1:

De auteursrechthebbende besluit om zelf het kennisproduct te publiceren en maakt gebruik van een gebruikslicentie. Meestal wordt gebruik gemaakt van een creativecommons-licentie. Voor software wordt vaak een aparte gebruiks­licentie gebruikt zoals de MIT License of de GNU General Public License. Het auteursrecht wordt niet overgedragen. Publicatie vindt meestal plaats vanuit een instellingsrepository via de publicatiesite van de instelling of via kennisportals van het hoger onderwijs (zoals het te ontwikkelen Nationaal Platform Praktijkgericht Onderzoek, de HBO Kennisbank of NARCIS). Deze route is een openscience-publicatieroute. 

Publicatieroute 2:

De auteursrechthebbende publiceert het kennisproduct via een uitgever, maar het gebruik is geregeld met een aan het kennisproduct gekoppelde gebruikslicentie. Meestal wordt gebruik gemaakt van een creativecommons-licentie. Deze manier van publiceren vindt plaats in full-openaccess-tijdschriften of gebruikmakend van de Open Access optie in hybride tijdschriften. Het auteursrecht wordt niet overgedragen. In veel gevallen brengt de uitgever kosten in rekening voor het verwerken en publiceren van het kennisproduct, de zogenoemde article processing charge (apc).  Deze route wordt gebruikt voor (wetenschappelijke) publicaties. Deze route is een openscience-publicatieroute. 

Publicatieroute 3:

De auteursrechthebbende publiceert het kennisproduct via een uitgever. Het auteursrecht wordt overgedragen aan de uitgever. De uitgever staat echter, soms onder voorwaarden, toe dat de pre-print (en soms de post-print of uitgeversversie) door de auteursrechthebbende wordt opgeslagen in een instellingsrepository en van daaruit wordt gepubliceerd via de publicatiesite van de instelling. Deze route wordt gebruikt voor (wetenschappelijke) publicaties. Deze route is een openscience-publicatieroute. 

Publicatieroute 4:

De auteursrechthebbende publiceert het kennisproduct via een uitgever. Het auteursrecht wordt overgedragen aan de uitgever. De uitgever staat niet toe dat de pre-print, post-print of uitgeversversie wordt opgeslagen in een instellingsrepository en van daaruit wordt gepubliceerd. Indien sprake is van een werk dat voldoet aan de criteria genoemd in artikel 25fa van de Auteurswet (beschreven onder het onderdeel Taverne) dan mag de auteursrechthebbende na redelijke termijn het werk in Open Access beschikbaar stellen. Deze route is een beperkte openscience-publicatieroute. Beperkt vanwege de termijn die verstreken moet zijn voordat het werk mag verschijnen, maar ook vanwege beperking in het soort werk (alleen kort werk van wetenschap). Het geldt dus niet voor alle andere kennisproducten. Tevens is het beperkt, omdat de auteursrechthebbende het werk alleen beschikbaar (zonder een cc-licentie die hergebruik bevordert) mag stellen met vermelding van de bron van eerste openbaarmaking. 

Publicatieroute 5:

De auteursrechthebbende publiceert het kennisproduct via een uitgever. Het auteursrecht wordt overgedragen aan de uitgever en er is geen gebruikslicentie. De uitgever staat ook niet toe dat de pre-print, post-print of uitgeversversie wordt opgeslagen in een instellingsrepository en van daaruit wordt gepubliceerd. Ook kan geen gebruik worden gemaakt van de beperking van artikel 25fa van de Auteurswet. Deze route wordt gebruikt voor (wetenschappelijke) publicaties. Deze route is geen openscience-publicatieroute en draagt daarbij niet bij aan het wezelijken van de gezamenlijke ambities op het gebied van Open Science.

De bovenstaande tekst is bijna integraal overgenomen uit de handreiking open publiceren. De inleiding en een passage over juridische aansprakelijkheid zijn weggelaten.
Open Science headerafbeelding door Open Knowledge met CC BY 3.0

#

Juridische kwesties: Wat maakt open access nou open?

Een openhartige informatieprofessional vraagt:

Een Tilburgse promovenda had haar proefschrift uitgegeven zonder een expliciete copyright-verklaring met “Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave… enz”) en verkeerde in de veronderstelling dat ze het daarmee in open access beschikbaar had gemaakt. Maar op deze manier publiceren is toch geen open access?

Raymond Snijders antwoordt: Wereldwijd is er steeds meer aandacht voor het publiceren van (vak)artikelen en proefschriften in open access. Het achterliggende idee hierbij is dat met publieke middelen gefinancierde onderzoeksresultaten ook weer beschikbaar gemaakt moeten worden voor het publiek zonder enige vorm van restricties.

Maar wat wordt er dan bedoeld met ‘beschikbaar maken zonder restricties’? De voor velen enige logische invulling hiervan is dat een artikel of proefschrift full-text beschikbaar gemaakt wordt zonder dat iemand hoeft te betalen om er bij te kunnen. Voorheen werden proefschriften namelijk helemaal niet beschikbaar gemaakt terwijl artikelen alleen te lezen waren in dure tijdschriften.

Als je vervolgens de definitie leest op openaccess.nl dan lijkt dat ook voldoende te zijn:

Open access is een brede internationale academische beweging die streeft naar vrije, gratis online toegang tot wetenschappelijke informatie, zoals publicaties en data. Als iedereen de inhoud kan lezen, downloaden, kopiëren, distribueren, printen, indexeren, in het onderwijs gebruiken, ernaar en erin zoeken, of anderszins gebruiken binnen de wettelijk geldende afspraken, wordt de publicatie ‘open access’ genoemd.

Toch is alleen het full-text beschikbaar maken van publicaties geen open access. In de definitie staat ‘of anderszins gebruiken binnen de wettelijk geldende afspraken’ en daar zit de essentie. Het moet bij een open access publicatie mogelijk zijn dat een ander die publicatie kan hergebruiken voor eigen doeleinden. Om bijvoorbeeld delen ervan op te nemen in een eigen publicatie of als basis te gebruiken voor een eigen onderzoek. Dat gaat verder dan alleen maar mogen lezen van de publicatie zelf.

Door geen nadruk te leggen op je auteursrechten bij het beschikbaar maken van een proefschrift maak je het echter niet mogelijk dat een ander de publicatie kan hergebruiken. Het auteursrecht ontstaat namelijk automatisch en alle rechten komen toe aan de promovenda, ook zonder dat het er expliciet bij vermeld wordt. Je hebt dan nog steeds toestemming nodig als je als gebruiker iets met die publicatie wil doen.

In plaats van (g)een copyright-verklaring is er juist een expliciete gebruiksrecht-verklaring nodig voor open access. Met zo’n verklaring geeft een rechthebbende vooraf toestemming voor het vrijelijk gebruiken van zijn of haar werk. Door (bijv.) een Creative Commons Naamsverklaring licentie in het werk op te nemen is dat meteen netjes geregeld.

Twijfel je of dat wel echt nodig is? Lees dan de inleiding van de Berlin Declaration on Open Access to Knowledge in the Sciences and Humanities uit 2003 die door de universiteiten, onderzoeksinstellingen en hogescholen getekend is.

Open access contributions must satisfy two conditions:1. The author(s) and right holder(s) of such contributions grant(s) to all users a free, irrevocable, worldwide, right of access to, and a license to copy, use, distribute, transmit and display the work publicly and to make and distribute derivative works […] 2. A complete version of the work and all supplemental materials, including a copy of the permission as stated above […] is deposited (and thus published) in at least one online repository.

De open in open access staat dus voor de vrije/gratis toegang maar ook voor het gebruiksrecht zodat anderen het werk mogen gebruiken zoals ze willen.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 9 (2017).

#

Open data biedt kansen om nieuwe toepassingen met informatie te ontwikkelen

De Koninklijke Bibliotheek verzorgt op het KNVI Jaarcongres vier sessies over open data. In een ervan gaat Annemarie Beunen, senior auteursrechtjurist bij de KB, in op de juridische aspecten van open data. Voor de KNVI congresspecial sprak ik uitgebreid met Annemarie en beantwoordde ze na afloop een aantal vragen over haar sessie tijdens het Jaarcongres. Zoals waarom niet alleen auteursrechtdeskundigen maar vooral ook informatiespecialisten veel moeten weten over open data.

–//–

Wat is open data precies?
‘De term “data” binnen het begrip open data vatten mijn KB-collega’s en ik voor onze sessie ruim op. Daaronder verstaan we niet alleen feitelijke gegevens, maar bijvoorbeeld ook de full-text van boeken, kranten en tijdschriften en afbeeldingen. Tim Berners-Lee heeft het begrip “open” in open data verduidelijkt met een vijfsterrensysteem: volgens de eerste ster moet de informatie niet alleen online vrij toegankelijk maar ook vrij te hergebruiken zijn en daartoe moet de informatie zijn uitgerust met een zogenaamde “open licentie”. Wil je informatie als open data kwalificeren, dan moet er dus een open licentie aan hangen. Een licentie is in feite een set gebruiksvoorwaarden die aan elke gebruiker duidelijk maakt wat hij/zij met de informatie mag doen. En een open licentie is een licentie die elk soort hergebruik toestaat, dus bijvoorbeeld ook voor commerciële doelen. Kort gezegd is open data dus informatie die iedereen gratis voor elk doel mag hergebruiken, zoals vermeld in de open licentie die eraan verbonden moet zijn.‘

Levert het auteursrecht bezwaren op bij open data?
‘Ja, dat is inderdaad het geval. In mijn sessie zal ik daarom eerst de grondbeginselen van het auteursrecht bespreken, zoals: wanneer rust er auteursrecht op een werk? Daarna zoom ik in op de relatie met open data. Zoals gezegd vergt open data een open licentie. En dat heeft alles met het auteursrecht te maken, want alleen de rechthebbende zelf kan zo’n open licentie aan zijn/haar werk verbinden.

Een veelvoorkomend misverstand is dat een bibliotheek, archief of museum denkt dat zij dit zelf kan doen. Men denkt: dit materiaal behoort tot onze eigen collectie, dus we mogen er alles mee doen, ook digitaliseren en online zetten. Maar fysiek eigendom geeft nog geen intellectueel eigendom/auteursrecht. Dat berust meestal nog steeds bij de maker van het werk zelf. En het auteursrecht beschermt de maker tegen hergebruik van zijn/haar werk – zoals reproduceren (inclusief digitaal kopiëren) en/of openbaar maken (zoals online verder verspreiden) – zonder diens voorafgaande toestemming. Anders gezegd: alleen de rechthebbende kan beslissen of hij anderen bij voorbaat méér wil toestaan, bijvoorbeeld door zijn werk middels een open licentie online aan te bieden als open data of door een bibliotheek toestemming te geven om dat te doen. Interessant genoeg hebben bibliotheken soms zélf de mogelijkheid om datasets online te zetten voor vrij hergebruik, namelijk als er geen rechten van derden meer op rusten (publiek domein) of als de bibliotheek als enige zelf de rechten op de datasets bezit. In onze track geven we daar ook een aantal KB-voorbeelden van.’

Hoe weet je wat je allemaal wel (en niet) mag met de datasets?
‘Voor informatie die zonder gebruiksvoorwaarden online staat, geldt het standaard auteursrecht: in principe mag men het niet zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende hergebruiken. Staat er wel een licentie bij, dan vertelt die de gebruiker welk hergebruik hij/zij mag maken. Zo somt het dataportaal van de Rijksoverheid diverse soorten licenties op, die overigens niet allemaal als open licenties te kwalificeren zijn omdat ze elk soort hergebruik niet altijd toestaan. Creative Commons-licenties zijn internationaal het meest bekend; in mijn sessie zal ik daarop nader ingaan.’

Waarom zou elke informatiespecialist nog meer over dit onderwerp moeten weten?
‘Informatie heeft geen waarde als men er niets mee zou mogen doen. Wanneer het online vrij toegankelijk is, is dat al mooi maar nog mooier is het als de informatie ook door iedereen te hergebruiken is. En juist dit hergebruik kan de rechthebbende reguleren met (al dan niet open) licenties. Open data is daarvan een belangrijk voorbeeld omdat het iedereen kansen biedt om er nieuwe toepassingen mee te ontwikkelen; ook informatiespecialisten kunnen daar hun voordeel mee doen.’

Dit artikel verscheen eerder in de KNVI congresspecial als onderdeel van IP 7 (2017).

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top