Alle woorden tellen mee: hoe tel je het aantal woorden in een PDF document?

woorden tellen“Je moet op je woorden letten. Je moet te allen tijde op je woorden letten.”, schreef Youp van ‘t Hek in zijn bundel Mooie woorden. Dat betekent niet alleen dat je zorgvuldig in je keuze van woorden moet zijn maar ook dat je soms moet letten op hoeveel woorden je gebruikt.

Als je ze aan het schrijven bent – omdat je een column of artikel aan het schrijven bent voor een (wetenschappelijk) tijdschrift en dat bijna altijd aan een maximum aantal woorden gebonden is – is het tellen van de woorden geen probleem. Elke tekstverwerker laat je in het document zien hoeveel woorden je nog van de woordengrens verwijderd bent.

Lastiger wordt het als je een bestaand artikel of tekst wilt hergebruiken en wilt weten uit hoeveel woorden die tekst bestaat. Artikelen worden bijna altijd als PDF documenten verspreid maar de software om PDF’s mee te lezen (zoals Adobe Reader) hebben geen woordenteller aan boord waarmee je dit snel kunt nakijken. En dat terwijl het soms belangrijk kan zijn om precies te weten uit hoeveel woorden zo’n tekst bestaat.

Korte overnames ten behoeve van het onderwijs

Bijvoorbeeld als het gaat om het overnemen van tijdschriftartikelen en gedeelten van boeken in readers of de digitale leeromgeving. De onderwijsexceptie in de Auteurswet zorgt er weliswaar voor dat ‘verveelvuldiging of openbaarmaking van gedeelten’ van auteursrechtelijk beschermde werken ter toelichting van het onderwijs geen inbreuk vormt op het auteursrecht maar er moet nog steeds wel een vergoeding betaald worden aan de rechthebbende(n). Dat wordt praktisch door de onderwijsinstellingen geregeld middels een afkoopregeling met het Nederlands Uitgeversverbond (NUV) en de Stichting PRO.

Deze regeling behelst het afkopen van het gebruik van korte gedeelten zodat docenten deze zonder bijkomende vergoedingen kunnen gebruiken in hun onderwijsmateriaal. Natuurlijk moet je vervolgens dan wel benoemen wat als een korte overname gerekend wordt en dat doet de afkoopregeling ook: maximaal tienduizend woorden uit een boek en maximaal achtduizend woorden uit een tijdschrift.

Maar ja, niemand gaat natuurlijk handmatig alle woorden tellen van een tijdschriftartikel of een hoofdstuk uit een boek. En dat betekent dat er een ruwe schatting gemaakt wordt. Een gemiddelde boekpagina bevat ca. 400 woorden en als je dus onder de 25 pagina’s zit zal het waarschijnlijk wel onder de tienduizend woorden zitten. Bij artikelen verschilt het aantal woorden per pagina enorm onderling, afhankelijk van de opmaak, en moet je dus ook vaak een beetje gokken. Gelukkig zijn de meeste artikelen onder de achtduizend woorden maar dat is zeker niet altijd het geval.

Automatisch woorden tellen in een PDF document

 

woorden tellenOok al beschikt PDF software niet over een woordenteller, je kunt met behulp van bepaalde software wel het PDF document snel converteren naar een Word document. Hiervoor ondergaat het document een scanproces waarbij de tekst weer herkend kan worden. En Word gewoon kan laten zien hoeveel woorden dat document bevat.

Optie 1: Openen van het PDF document in Microsoft Word

De makkelijkste optie is om het PDF document rechtstreeks te openen in Word. Vanaf versie 2013 kan Word zelf het PDF document omzetten naar een bewerkbaar document. Dat duurt zelfs voor grote documenten slechts een tiental seconden en je kunt vervolgens meteen in de linkeronderhoek zien hoeveel woorden het document bevat.

Het “nadeel” van deze methode is dat je de PDF moet openen vanuit Word 2013 omdat Windows bestanden met een .pdf extensie niet aan Word koppelt. En niet iedereen gebruikt de 2013 versie natuurlijk.

Optie 2: Converteren van PDF naar Word in de (betaalde) PDF software

Gratis PDF leessoftware – zoals Adobe Reader of Foxit Reader – kunnen alleen maar PDF documenten openen maar heb je de volledige (en betaalde) PDF software tot je beschikking, dan kun je hiermee ook snel PDF’s converteren naar Word documenten.

woorden tellen AdobeAcrobat

In Adobe Acrobat Pro kun je het PDF document eenvoudig opslaan als Word document.

woorden tellen ABBYY PDF Transformer+

In ABBYY PDF Transformer+ converteer je het PDF document naar een Word document met een knop in de menubalk.

Optie 3: De woordenteller van Stichting PRO

Sinds 15 september 2015 biedt Stichting PRO een online woordenteller aan. Hierbij kan iedereen een PDF document uploaden naar de site en krijg je binnen 10 minuten een rapportje in je mailbox waarin vermeld staat hoeveel woorden het PDF document bevat.

woorden tellen stichting pro
Deze tool wordt door Stichting PRO ook gebruikt bij de controles van de elektronische leeromgevingen en dus weet je gelijk of je binnen of buiten de woordengrenzen valt met jouw overname. Het grote voordeel van de online woordenteller is dat je geen aparte software hoeft te gebruiken en je met elke browser je document kunt uploaden.

Wel valt na enkele testen met meerdere PDF documenten op dat de Stichting PRO woordenteller 5% tot 10% meer woorden lijkt te detecteren dan als je het document via Word 2013 of één van de PDF pakketten verwerkt. Er wordt weliswaar aangegeven dat eigen tellingen af kunnen wijken van de tellingen van Stichting PRO maar het zou niet zo moeten zijn lijkt me dat de online woordenteller structureel 5 tot 10 procent meer woorden herkent. Ondanks de verklaring van Stichting PRO dat hun telling leidend is zou dit nog wel tot discussies kunnen leiden.

@foto via Flickr met CC Naamsvermelding 2.0 licentie

#

Meer privacy op internet met een VPN-dienst

privacy VPN-dienstJe hoeft helemaal niets te verbergen te hebben om toch tegenwoordig voorzichtig te zijn met wat je allemaal prijsgeeft via internet. De door Edward Snowden gelekte documenten schetsen een beeld van overheidsorganisaties die op grote schaal zo veel mogelijk informatie over burgers verzamelen maar ook op kleinere schaal blijkt het kinderspel te zijn voor hackers om aan je gegevens te komen zodra je gebruik maakt van een openbaar wifinetwerk, zoals je ze steeds vaker ziet in horecagelegenheden en in de trein.

Omdat je door simpelweg online te gaan tevens je locatie verraadt kunnen internetdiensten dat ook nog eens tegen je gebruiken door geografische restricties in te stellen waardoor je in een bepaald land geen gebruik kunt maken van bepaalde diensten. Dat kan de Amerikaanse of Engelse variant van Netflix zijn maar ook de toegang tot Twitter als je de pech hebt om in Turkije te wonen. Eigenlijk zou je niet alleen met meer beveiliging moeten kunnen internetten – zeker als je van een openbaar wifinetwerk gebruik maakt – maar ook nog eens op een manier die het onmogelijk maakt te weten waar je pc, telefoon of tablet zich precies bevindt.

Eén van de manieren om dat te doen is gebruik maken van een VPN-dienst.

VPN-dienst

Een VPN (een Virtual Private Network of Virtueel Particulier Netwerk) is een gesloten netwerk dat via internet twee netwerken (of een netwerk en een individuele pc) met elkaar verbindt op een manier dat beiden ook gesloten zijn voor het internet zelf. Het werd (en wordt) enorm veel gebruikt door bedrijven en instellingen om de thuispc’s van werknemers te koppelen aan de eigen bedrijfsnetwerken of om bijvoorbeeld de bedrijfsnetwerken van vestigingen aan elkaar te knopen tot 1 gesloten netwerk. Dat gaat gepaard met een stevige extra laag beveiliging en maakt bijvoorbeeld de thuispc’s van werknemer letterlijk onderdeel van dat bedrijfsnetwerk. Voor de buitenwereld -het internet- is die pc dan ook niet meer rechtstreeks bereikbaar terwijl die pc dan wel de toegang heeft tot alles (applicaties, informatie enz) waar je normaliter binnen je bedrijf ook toegang tot hebt. In alle bedrijfstakken waar met gevoelige informatie gewerkt wordt – en welk bedrijf doet dat niet tegenwoordig? – zie je VPN’s terugkomen.

Behalve voor en bij bedrijven zijn er ook een groot aantal VPN providers die hun diensten aanbieden aan particulieren. Daar zitten gratis aanbieders tussen maar wil je enige zekerheid over betrouwbaarheid en snelheden hebben dan ben je al snel aangewezen op commerciële aanbieders. Er zijn er letterlijk tientallen die zonder uitzondering allemaal via een abonnementstructuur werken en die je in staat stellen om van hun servers gebruik te maken. Je hebt dan wel je eigen internetverbinding nodig maar daarna log je in op één van de VPN servers en ben je onderdeel van dat netwerk dat er bij hoort. Voor zover het internet het ‘kan zien’ bevind je je in het land waar de VPN server staat en is de VPN aanbieder de enige die precies kan zien wat je op het internet doet.

Dat heeft dus grote voordelen als je naar de hierboven gestelde problemen rond privacy, beveiliging en toegang kijkt.

  • Een VPN server gebruiken voegt een laag beveiliging toe en versleutelt het internetverkeer waardoor het bijvoorbeeld in die trein met het open wifinetwerk niet zo eenvoudig is om je gegevens te pakken te krijgen. Zelf zet ik dus standaard in de trein een VPN aan als ik van de wifi gebruik maak en als je dat artikel in de Correspondent gelezen hebt, dan zie je waarom je dat ook bij alle andere openbare wifinetwerken moet doen;
  • Inloggen op een Amerikaanse VPN server maakt je onderdeel van een Amerikaans netwerk. Inloggen op een Britse VPN server maakt je onderdeel van een Brits netwerk, enzovoort. Geografische restricties vervallen dan en je kunt gebruik maken van internetdiensten alsof je je in dat land bevindt. Of beter gezegd in het geval van Twitter, alsof je je niet in Turkije bevindt.

Maar welke VPN-dienst dan?

Welke aanbieder, gratis of betaald, geschikt voor je is hangt sterk af waarvoor je het wilt gaan gebruiken. Je hebt ook niet altijd een VPN-dienst nodig zelfs. Wil je alleen de Amerikaanse variant van Netflix of de BBC iPlayer in je browser bekijken, dan zijn er gratis browserplugins zoals Mediahint en Hola die je ook zou kunnen gebruiken vanuit Turkije om twitter.com gewoon te kunnen gebruiken.

Wil je hetzelfde ook op een tablet, telefoon of ander apparaat doen dan kan een DNS-dienst ook volstaan. Een DNS-dienst kan beïnvloeden naar welke server (precies) je gestuurd wordt als je naar een URL gaat en het doen voorkomen alsof je uit het land waarin de DNS server staat afkomstig bent. Het heeft het voordeel dat je niet afhankelijk bent van de internetsnelheid van een andere server maar het nadeel dat het geen extra beveiliging en anonimiteit oplevert. Het helpt bovendien ook niet als een land als Turkije Twitter zou gaan blokkeren op IP-adres niveau.

Zoek je beveiliging, een mate van anonimiteit én toegang tot geblokkeerde internetdiensten, dan is een VPN-dienst definitief een oplossing. Hierbij is het vooral zaak om te kijken of de aanbieder VPN servers heeft staan in de landen waar de diensten zich bevinden waar je toegang tot wilt en natuurlijk of ze er eentje in Nederland of Duitsland hebben. Hoe dichterbij de VPN server geografisch is, hoe sneller de beveiligde verbinding gaat en dat is wel prettig als je alleen maar gebruik wilt maken van de mogelijkheid in de trein bijvoorbeeld.

Hoe gebruiksvriendelijk moet de aanbieder zijn? Bij veel VPN aanbieders moet je zelf de netwerkinstellingen aanpassen op je pc, Mac, smartphone of tablet en hoewel ze allemaal wel handleidingen daarvoor hebben kan het best zijn dat je liever met kant en klare apps werkt die alles voor je regelen. Private Internet Access heeft bijvoorbeeld applicaties voor PC, Mac en Android maar op je iPad, iPhone of Surface tablet moet je zelf alles instellen. Tunnelbear daarentegen heeft handige apps voor PC, Mac, Android en iOS, die je binnen enkele seconden kunt gebruiken zonder zelfs maar de naam van de server te zien, maar is iets duurder en stelt je niet in staat om bijvoorbeeld een ander – niet ondersteund – apparaat handmatig in te stellen.

Ervaringen en reviews zoeken van andere gebruikers (in Nederland) is uiteindelijk de beste manier om te bepalen welke VPN-dienst geschikt is. Je komt er op die manier eerder achter of VPN-diensten betrouwbaar zijn (zij zien immers wel al je gegevens dus wat doen ze er mee?), of ze een goede supportafdeling hebben en of ze wel snelle servers hebben. Je zult je er een beetje in moeten verdiepen waarbij je met wat geluk op die manier de slechte keuzes kunt vermijden.

Ik ben ook benieuwd met welke aanbieders je goede of juist slechte ervaringen hebt (gehad) dus laat dat hieronder bij de comments weten. En natuurlijk of ik met Tunnelbear de goede of verkeerde keuze heb gemaakt.

Lees verder: Five Best VPN Service Providers (Lifehacker artikel d.d. 23-03-2014) // How to access the blocked Twitter in Turkey (via gHacks) // Turkey goes to war against the Internet (via TechnoLlama)

#

Over kabeltjes, USB opladers en dromen over een universele oplader voor al je apparaten

opladers
“Heel hard schiet het nog niet op met het verminderen van die berg met kabels, usb opladers en apparaatspecifieke opladers”, bedacht ik me vanochtend toen ik bezig was met het labelen van al die dingen. Het nadeel van al die mobiele apparaten is toch nog steeds dat je er telkens weer een net-iets-andere oplaadmethodiek erbij krijgt en het inmiddels wel een uitdaging begint te worden om daar nog een beetje overzicht in te houden. Zodat je ook daadwerkelijk de goede oplader kunt vinden als je apparaat weer eens leeg is.

Die van de telefoon heeft een prominente plek in huis want zo’n ding moet je nou eenmaal zeer frequent opladen. De oplader van een iPad lukt ook nog wel maar ja, dat zijn er tegenwoordig ook twee verschillende want ik heb een iPad 3 en een iPad 4 en daar vond Apple het voor nodig om een nieuwe connector voor te maken. Je staat er van te kijken hoe vaak je in alle haast net de verkeerde gepakt hebt.

Maar ja, daar houdt het natuurlijk niet mee op. Mijn ereaders hebben tegenwoordig gelukkig dezelfde micro USB aansluiting en kun je behalve met een pc ook via een USB oplader in het stopcontact steken. Maar ja, het zijn wel weer meerdere kabeltjes en opladers die minder universeel werken dan je zou hopen.

Micro usb kabels lijken weliswaar nu de standaard te worden, zeker met mobiele telefoons, maar dat is een droom die nog in de toekomst ligt. Net zoals dat USB de nieuwe stopcontactstandaard gaat worden en je ipv een stekker gewoon een USB kabel rechtstreeks in de muur kunt pluggen.

Wanneer het zo ver zal zijn, zal er vast geen omruilactie plaatsvinden voor al die bestaande apparaten en dus blijft het nog wel even uitsorteren en labelen van de opladers voor mijn PSP, PS Vita, Sony Tablet S, Nexus 7, Gameboy Advance, Nintendo (3)DS en de geleende Surface tablet die stuk voor stuk hun eigen aansluiting of stekker nodig hebben om ze op te laden. Ik heb nu een aparte doos voor de opladers van de apparaten die ik niet meer (of af en toe) gebruik zoals de iLiad, BeBook One, mijn oudere telefoons en die paar verdwaalde Gameboy Colors. En dat is ook een mooie plek om die opladers in te gooien voor al die apparaten die ik al lang niet meer heb. Je weet maar nooit of je er nog iets aan hebt, nietwaar?

Elke paar maanden komen er weer totaal vernieuwde en verbeterde gadgets op de markt maar ik hoop toch echt dat er eindelijk eens wat meer aandacht komt voor de meer praktische zaken. Zoals een fatsoenlijke accuduur (waarom gaat zo’n fonkelnieuwe telefoon na al die jaren nog steeds maar nauwelijks een dag mee en kan een PS Vita het niet langer dan 4 uur volhouden?). En dus een standaard microUSB kabel voor het opladen van die dingen die je gewoon in elke USB oplader kunt stoppen zonder te moeten controleren dat die wel voldoende vermogen levert om dat specifieke apparaat op te laden.

Maar goed, tot die tijd komen de vaardigheden van een informatiespecialist in ieder geval van pas om nog wat orde in de chaos te scheppen. Ik ben blij dat ik nog steeds een goede lettertang in mijn bureaula bewaar. Voor het volgende kabeltje en/of stekker.

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top