Europese Hof van Justitie: Bibliotheken kunnen ebooks uitlenen onder het leenrecht (maar wel onder bepaalde voorwaarden)

leenrechtOp 10 november 2016 heeft het Europese Hof van Justitie uitspraak gedaan (C-174/15) over de prejudiciële vragen die door de Haagse Rechtbank aan het Europese Hof van Justitie waren gesteld over het (kunnen) uitlenen van ebooks. Het Hof oordeelt dat het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken inderdaad kan vallen onder de richtlijn inzake het verhuur- en het uitleenrecht. Onder bepaalde omstandigheden.

Met deze uitspraak komt een einde aan een langlopende discussie tussen de openbare bibliotheken en uitgevers over de mogelijkheden voor bibliotheken om ebooks te kunnen uitlenen op dezelfde manier als dat ze al meer dan honderd jaar papieren boeken uitlenen. Het betekent echter niet dat bibliotheken nu onbeperkt ebooks kunnen inkopen en gaan uitlenen. Het Hof verbindt namelijk meerdere voorwaarden aan het digitale uitlenen door bibliotheken die de komende jaren nog uitgewerkt zullen moeten worden. De Vereniging van Openbare Bibliotheken is daarom blij met de uitspraak (PDF) maar ook (terecht) voorzichtig met het doen van uitspraken over wat deze uitspraak gaat betekenen voor de toekomstige dienstverlening van bibliotheken.

Hoe is deze hele kwestie begonnen? Wat heeft het Europese Hof van Justitie nu precies bepaald? En wat zijn de overwegingen die een rol (kunnen) spelen in het vervolgtraject om ook daadwerkelijk alle ebooks uit te kunnen lenen?

Hoe begon het?

De juridische discussie over het uitlenen van ebooks kreeg eind februari 2013 breed de aandacht toen het voor de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) teleurstellende nieuws door minister Bussemaker naar buiten werd gebracht in de aanloop naar de nieuwe Bibliotheekwet. Zij concludeerde, met een uitgebreid onderzoeksrapport als basis, dat er geen wettelijke grondslag is voor het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken. Hoewel het uitlenen van fysieke boeken onder het leenrecht (of beter gezegd, de leenrechtexceptie) valt, zou dat niet gelden voor het uitlenen van ebooks. Bibliotheken konden geen ebooks uitlenen onder het leenrecht en deze moesten dus expliciet afspraken gaan maken met (alle) uitgevers om dit wel te doen.

Dat is precies wat de bibliotheken deden en in januari 2014 werd het huidige ebookplatform geïntroduceerd met op dit moment een aanbod van ca. 11.000 titels, een kwart van de ebooks die ook verkocht worden. Desondanks startte de VOB op 19 juni 2013 een proefprocedure bij de Haagse rechtbank tegen de Stichting Leenrecht om een principiële uitspraak te krijgen over het kunnen uitlenen van ebooks onder het leenrecht.

Leenrecht en uitputting van het distributierecht

Aanleiding voor deze procedure was een arrest van het Europese Hof van Justitie waarin het Europese Hof verder verhandelen van aangeschafte software als legaal beoordeelde, het zogenaamde UsedSoft/Oracle arrest. Dit arrest ging over het kunnen overdragen van het eigenaarschap van een softwarelicentie en maakte het onder specifieke voorwaarden, mogelijk om het gebruiksrecht/licentie van gedownloade software over te dragen aan een ander.

Het bijzondere aan deze uitspraak was dat voor het eerst vastgesteld werd dat uitputting van het distributierecht ook voor digitale goederen kon gelden. De VOB ziet ebooks als vergelijkbare digitale goederen en vandaar de vordering van de VOB dat het verkopen van ebooks ook gewoon onder het distributierecht zou moeten vallen. Uitgevers zouden daarmee helemaal geen zeggenschap meer hebben over ebookexemplaren die ze al verkocht hebben waardoor bibliotheken ze zonder bezwaren kunnen uitlenen.

Uitputting van het distributierecht is bepalend voor het kunnen uitlenen van papieren boeken bij bibliotheken. Als iemand een exemplaar van een (papieren) boek aanschaft dan is die persoon ook de eigenaar van dat exemplaar. Dat exemplaar kan je doorverkopen, weggeven of uitlenen aan een ander zonder dat de auteur of uitgever zich daar tegen kan verzetten. Het distributierecht – het auteursrecht van een rechthebbende om te bepalen hoe een exemplaar verspreid mag worden – komt te vervallen zodra het exemplaar verkocht door de rechthebbende of met diens toestemming (door een uitgever). Dankzij dit uitgeputte distributierecht ontstaat de mogelijkheid voor bibliotheken om gekochte boeken uit te lenen zonder dat auteurs of uitgevers daar bezwaar tegen kunnen maken.

Maar omdat het (grootschalig) uitlenen van exemplaren door bibliotheken kan botsen met de verkoop van dezelfde titels, is er – in 1996 – een wettelijke grondslag ingebouwd in (artikel 15c van) de Auteurswet die een vergoeding toekent aan de rechthebbenden als hun boeken uitgeleend worden via de bibliotheken: het leenrecht. Sinds die tijd regelt een collectieve beheersorganisatie, de Stichting Leenrecht, het innen van de leenrechtvergoedingen bij de bibliotheken en het weer afdragen ervan aan de rechthebbenden. Auteurs ontvangen dus via de Stichting Leenrecht een vergoeding op basis van de uitleencijfers van de door hen geschreven boeken. Een regeling die uiteindelijk dus gebaseerd is op het feit dat de rechten uitgeput zijn van boeken.

Proefprocedure

De Nederlandse Auteurswet biedt geen enkel aanknopingspunt en daarom zat er niets anders op dan het Europese Hof van Justitie te verzoeken om opnieuw naar de Europese auteursrechtrichtlijn (2001/29) en de Europese richtlijn over het verhuurrecht en leenrecht (2006/115) te kijken vanuit de vraag of het uitlenen van ebooks hier nu wel of niet onder valt. Het antwoord geldt dan ook meteen voor de auteurswetgeving in alle Europese landen aangezien die wetgeving daar (verplicht) van afgeleid is.

De VOB stuurde aan op het rechtstreeks vragen kunnen stellen aan het Europese Hof van Justitie met de proefprocedure tegen de Stichting Leenrecht en, nadat LIRA, Pictoright en het Nederlands Uitgeversverbond zich in deze rechtszaak aansloten, vond op 27 mei 2014 de zitting plaats bij de Haagse rechtbank. Met het UsedSoft arrest in de hand vroeg de VOB de Haagse rechtbank om prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie om zo die principiële uitspraak en (definitieve) interpretatie te krijgen.

Daar ging de Haagse rechtbank in mee en ook al bleken de verschillende partijen ieder hun eigen vragen te willen stellen, uiteindelijk volgde dan het vonnis op 1 april 2015 met de prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie. De rechtbank bakende zelf al de gewenste situatie voor het kunnen uitlenen van ebooks af. Door o.a. specifiek (en alleen) prejudiciële vragen te stellen over het mogen uitlenen van downloadbare romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur (zodat studieboeken er buiten bleven).

Daarnaast stuurde de rechtbank expliciet op een one copy, one user-model, waarbij een ebook niet meer beschikbaar is voor anderen indien dit uitgeleend is omdat dit overeenkomt met de belangrijkste voorwaarde in het UsedSoft/Oracle arrest: bij (tijdelijke) overdracht van het eigenaarschap heeft slechts één persoon toegang tot het digitale materiaal. Een schril contrast overigens met het one copy, multiple user model dat door de bibliotheken op het huidige ebookplatform wordt gebruikt en waarbij een ebooktitel onbeperkt geleend kan worden.

De prejucidiële vragen aan het Europese Hof van Justitie

De Haagse Rechtbank stelde de volgende prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie:

1. Dienen de artikelen 1 lid 1,2 lid 1 sub b en 6 lid 1 van richtlijn 2006/115 aldus te worden uitgelegd dat onder “uitlening” als daar bedoeld mede is te verstaan het zonder direct of indirect economisch of commercieel voordeel via een voor het publiek toegankelijke instelling voor gebruik ter beschikking stelten van auteursrechtelijk beschermde romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur:
– door een kopie in digitale vorm (reproductie A) op de server van de instelling te plaatsen en het mogelijk te maken dat een gebruiker die kopie door middel van downloaden kan reproduceren op zijn eigen computer (reproductie B),
– waarbij de kopie die de gebruiker tijdens het downloaden maakt (reproductie B), na verloop van een beperkte termijn niet meer bruikbaar is, en
– waarbij andere gebruikers gedurende die termijn de kopie (reproductie A) niet kunnen downloaden op hun computer?

Het one copy one user model wordt in processtapjes uitgeschreven ter illustratie om duidelijk te maken dat dezelfde voorwaarde als in het UsedSoft/Oracle arrest gevolgd wordt. Het is echter wel meteen de kern van de zaak: kan het uitlenen van ebooks (middels het one copy one user model) worden aangemerkt als uitlenen in de zin van de Europese Leenrechtrichtlijn?

2. Als vraag 1. bevestigend moet worden beantwoord, staat artikel 6 van richtlijn 2006/115 en/of een andere bepaling van het Unierecht eraan in de weg dat lidstaten aan de toepassing van de in artikel 6 van richtlijn 2006/115 opgenomen beperking op het uitleenrecht de voorwaarde stellen dat de door de instelling ter beschikking gestelde kopie van het werk (reproductie A) in het verkeer is gebracht door een eerste verkoop of andere eigendomsovergang van die kopie in de Unie door de rechthebbende of met zijn toestemming in de zin van artikel 4 lid 2 van richtlijn 2001/29?

Hier komt de uitputting van het distributierecht expliciet aan bod (artikel 4, lid 2 van de Auteursrechtrichtlijn) terwijl artikel 6 van de Leenrechtrichtlijn regelt dat auteurs een vergoeding ontvangen voor de uitleningen. In het geval dat het uitlenen van ebooks inderdaad toegestaan is onder het leenrecht, geldt dan dezelfde voorwaarde (net als bij papieren boeken) dat het uitlenen alleen mag plaatsvinden met een exemplaar dat via verkoop of andere eigendomsoverdracht door de rechthebbende al op de markt is gebracht? Want alleen dan is het distributierecht uitgeput en kunnen bibliotheken ‘aan de slag’.

3. Als vraag 2. ontkennend moet worden beantwoord, stelt artikel 6 van richtlijn 2006/115 andere eisen aan de herkomst van de door de instelling ter beschikking gestelde kopie (reproductie A), zoals bijvoorbeeld de eis dat die kopie is verkregen uit legale bron?

Mocht het Hof niet mee willen gaan in het scheppen van de voorwaarde dat een eerste verkoop van een ebook voldoende is om het uit te kunnen (mogen) lenen, biedt artikel 6 van de Leenrechtrichtlijn ruimte om andere eisen te stellen aan waar een uitleenbaar ebook vandaan mag komen? Deze is vraag komt vooral voort uit de vrees van uitgevers die willen voorkomen dat doorverkochte/gedoneerde/illegale of op andere wijze verkregen ebooks door bibliotheken uitgeleend kunnen worden en er afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van een ebook(titel).

4. Als vraag 2. bevestigend moet worden beantwoord, dient artikel 4 lid 2 van richtlijn 2001/29 aldus te worden uitgelegd dat onder de eerste verkoop of andere eigendomsovergang van materiaal als daar bedoeld mede wordt verstaan het op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van een digitale kopie van auteursrechtelijk beschermde romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur?

Mocht het Hof wel vinden dat de voorwaarde van een eerste verkoop voldoende is, dan wil de Haagse Rechtbank expliciet weten of met de verkoop van een ebook(exemplaar) het distributierecht uitgeput is. Dit is, behalve interessant voor het kunnen uitlenen van ebooks, vooral bepalend in de discussie over het eigenaarschap van een ebook. Indien het Hof dit bepaalt dan zouden ebooks ook doorverkocht kunnen worden en dat is de essentie van de rechtszaken tegen Tom Kabinet.

De antwoorden van het Europese Hof van Justitie

Het is allereerst belangrijk om te beseffen dat het Europese Hof van Justitie nooit algemeen geldende ‘generieke’ uitspraken doet maar zich juist altijd beperkt tot het beantwoorden van de vragen zoals die voor die exacte casus gelden. Een uitspraak van het Hof in een enkele zin samenvatten, zoals de koppen op nieuwssites dat altijd neigen te doen, is daarmee ook nutteloos want zo’n uitspraak moet altijd in het licht gezien worden van de specifieke vragen die het Hof heeft gekregen.

Eerste vraag

Dat gezegd hebbende zit het Europese Hof deze keer overduidelijk een beetje te worstelen met de letterlijke aanpak die ze normaliter zou hanteren en waarbij er puur naar de letter van de wet gekeken wordt. Het Hof kan er namelijk niet om heen dat in de Leenrechtrichtlijn onstoffelijke voorwerpen en niet-vastgelegde exemplaren, zoals digitale kopieën, uitgesloten worden omdat de hele wetgeving is geformuleerd en gebaseerd op stoffelijke/fysieke producten. Dit was nou net de reden waarom de Nederlandse regering op hun voor de bibliotheken ongunstige standpunt uitkwam.

Het Hof laat echter – mijns inziens – een fraai staaltje tekst-tovernarij los op de wetteksten wat er ongeveer op neerkomt dat nergens in de relevante wetgeving digitale uitlening van digitale boeken expliciet uitgesloten wordt. Eigenlijk legt het Hof alles wat je ten nadele van het uitlenen van ebooks zou kunnen uitleggen in de richtlijnen en overige verdragen, expres in het voordeel uit. Dit is een wat wankele constructie maar het Hof brengt een iets solidere bodem aan door te wijzen op het belang en prioriteit om de belangen van auteurs te beschermen: Het zou voorts indruisen tegen het algemene beginsel van een hoog beschermingsniveau voor auteurs wanneer digitale uitlening volledig zou worden uitgesloten van de werkingssfeer van richtlijn 2006/115 (#46).

Daarmee navigeert het Hof naar een hele andere onderbouwing van een bevestigend antwoord op de eerste vraag dan waar de Haagse rechtbank van uitging. Het Hof zet de argumenten over het afbakenen van de categorieën ebooks en dat van de uitputting van het distributierecht op de achtergrond en focust zich, in navolging van de conclusie van de Advocaat-Generaal in juni van dit jaar, op de auteursrechtelijke belangen van auteurs en de culturele rol van de bibliotheek.

Gezien het belang van de openbare uitlening van digitale boeken en om zowel de nuttige werking van de in artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 vervatte afwijking ten behoeve van openbare uitlening (hierna: „uitzondering voor openbare uitlening”) als de bijdrage van deze uitzondering aan de bevordering van culturele activiteiten te beschermen, kan dus niet worden uitgesloten dat artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 ook van toepassing is in gevallen waarin de door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek verrichte handeling, met name met het oog op de in artikel 2, lid 1, onder b), van die richtlijn vervatte voorwaarden, kenmerken vertoont die in wezen vergelijkbaar zijn met die van de uitlening van gedrukte werken.(#51)

Dankzij de afbakening die de Haagse rechtbank zelf al gedaan had om van een one copy, one user model uit te gaan ziet het Europese Hof grote gelijkenis met het uitlenen van fysieke boeken. En komt tot het antwoord dat het uitlenen van ebooks onder het leenrecht gerekend kan worden als het one copy, one user model gevolgd wordt:

Gelet op een en ander dient op de eerste vraag te worden geantwoord dat artikel 1, lid 1, artikel 2, lid 1, onder b), en artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 aldus moeten worden uitgelegd dat het begrip „uitlening” in de zin van deze bepalingen mede de uitlening omvat van een digitale kopie van een boek waarbij deze kopie op de server van een openbare bibliotheek wordt geplaatst en het mogelijk wordt gemaakt dat een gebruiker die kopie door middel van downloaden op zijn eigen computer reproduceert, zodanig dat tijdens de uitleenperiode slechts één kopie kan worden gedownload en de door deze gebruiker gedownloade kopie na afloop van die periode door hem niet meer kan worden gebruikt.(#54)

Tweede vraag

Ook bij het beantwoorden van de tweede vraag gaat het Hof bewust een andere kant op dan waar in de vraagstelling op aangestuurd werd. In plaats van uitspraak te doen over de vraag of het uitlenen van ebooks is toegestaan met ebookexemplaren waar het distributierecht van is uitgeput, trekt het Hof die connectie juist uit elkaar. Het Hof constateert dat het vraagstuk over uitputting van distributierecht losstaat van het leenrecht zelf (#57). Het idee hierachter is wederom de bescherming van de belangen van de auteur die in de leenrechtrichtlijn toestemming moet geven danwel gecompenseerd dient te worden.

Die belangen van de auteur worden wel degelijk gediend door voor het leenrecht uit te gaan van een exemplaar dat door de auteur zelf in omloop is gebracht en het Hof kan ondanks de afwijkende route daarom ook bevestigend antwoorden op de tweede prejudiciële vraag:

Gelet op een en ander dient op de tweede vraag te worden geantwoord dat het Unierecht, en met name artikel 6 van richtlijn 2006/115, aldus moet worden uitgelegd dat dit recht er niet aan in de weg staat dat een lidstaat aan de toepassing van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 de voorwaarde verbindt dat de door de openbare bibliotheek ter beschikking gestelde digitale kopie van een boek in het verkeer is gebracht door een eerste verkoop of andere eigendomsovergang van die kopie in de Unie door de houder van het distributierecht of met zijn toestemming in de zin van artikel 4, lid 2, van richtlijn 2001/29 (#65).

Het Hof lijkt met deze formulering vooral geprobeerd te hebben om geen expliciete uitspraak te doen over uitputting van distributierecht voor ebooks hoewel het bevestigende antwoord op de hele specifieke vraag dat nog steeds wel sterk impliceert natuurlijk.

Derde vraag

Het Hof kan eindelijk gerust ademhalen want voor het beantwoorden van de derde vraag kan letterlijk verwezen worden naar eerdere uitspraken. In de leenrechtrichtlijn wordt weliswaar niet uitdrukkelijk melding gemaakt van een vereiste dat de door de openbare bibliotheek ter beschikking gestelde kopie een legale oorsprong heeft maar in een eerder arrest (C-435/12, het arrest dat in Nederland zorgde voor het downloadverbod) had het Hof al bepaald dat voor een thuiskopie ook geen gebruik mag worden gemaakt van een ongeloorloofde kopie.

Bibliotheken zouden bij het uitlenen van ongeoorloofde kopieën ook piraterij aanmoedigen en daar is het Hof geen voorstander van:

Gelet op een en ander dient op de derde vraag te worden geantwoord dat artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 aldus moet worden uitgelegd dat deze bepaling eraan in de weg staat dat de daarin vervatte uitzondering voor openbare uitlening wordt toegepast op de terbeschikkingstelling van een digitale kopie van een boek door een openbare bibliotheek ingeval die kopie uit illegale bron is verkregen (#72).

Uitgevers kunnen gerust zijn, bibliotheken mogen geen illegale kopieën uitlenen.

Vierde vraag

En de vierde vraag hoeft het Hof niet te beantwoorden want dat zou alleen maar nodig zijn als bij de tweede vraag het niet mogelijk was geweest om het uitlenen van ebooks te koppelen aan de eerste verkoop of andere eigendomsovergangvraag van een kopie. Het Hof gaat daarom dus ook niet verder in op het vraagstuk van uitputting van het distributierecht bij ebooks.

Het Hof verklaart officieel voor recht

1)      Artikel 1, lid 1, artikel 2, lid 1, onder b), en artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom, moeten aldus worden uitgelegd dat het begrip „uitlening” in de zin van deze bepalingen mede de uitlening omvat van een digitale kopie van een boek waarbij deze kopie op de server van een openbare bibliotheek wordt geplaatst en het mogelijk wordt gemaakt dat een gebruiker die kopie door middel van downloaden op zijn eigen computer reproduceert, zodanig dat tijdens de uitleenperiode slechts één kopie kan worden gedownload en de door deze gebruiker gedownloade kopie na afloop van die periode door hem niet meer kan worden gebruikt.

2)      Het Unierecht, en met name artikel 6 van richtlijn 2006/115, moet aldus worden uitgelegd dat dit recht er niet aan in de weg staat dat een lidstaat aan de toepassing van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 de voorwaarde verbindt dat de door de openbare bibliotheek ter beschikking gestelde digitale kopie van een boek in het verkeer is gebracht door een eerste verkoop of andere eigendomsovergang van die kopie in de Europese Unie door de houder van het distributierecht of met zijn toestemming in de zin van artikel 4, lid 2, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschapp?.

3)      Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling eraan in de weg staat dat de daarin vervatte uitzondering voor openbare uitlening wordt toegepast op de terbeschikkingstelling van een digitale kopie van een boek door een openbare bibliotheek ingeval die kopie uit illegale bron is verkregen.

En wat betekent dit nu?

Het zijn ingewikkelde bewoordingen maar de essentie is gelukkig eenvoudig: het uitlenen van ebooks is toegestaan onder het leenrecht als dit gebeurt op basis van het one copy, one user model en daarbij de auteurs gecompenseerd worden. Deze ebooks moeten door verkoop of andere eigendomsoverdracht verkregen zijn en niet uit illegale bron.

Dit betekent dat – in beginsel – bibliotheken, net als bij papieren boeken, exemplaren van ebooks kunnen gaan inkopen die één op één uitgeleend kunnen (moeten) gaan worden. Hierbij moeten er dus net zo veel legale exemplaren worden ingekocht van een ebooktitel als dat er nodig zijn om uitgeleend te gaan worden want 1 ebookexemplaar kan slechts 1 gelijktijdige lener hebben. Net als bij de fysieke collecties ga je dus uitgeleende ebooks krijgen die gereserveerd moeten worden bijvoorbeeld.

Voor die categorie uitleningen geldt dat een leenrechtvergoeding per uitlening betaald moet worden aan de auteurs. Die vergoeding is al vastgesteld en afgestemd met de Stichting Leenrecht als het om fysieke boeken gaat maar bestaat nog niet voor ebooks. Dit zal dus door de bibliotheken, Stichting Leenrecht en LIRA met elkaar afgesproken moeten gaan worden.

Ook al is deze kwestie aangekaart door de openbare bibliotheken en wordt er in het arrest specifiek over openbare bibliotheken gesproken, het leenrecht is eveneens van toepassing op onderwijs- en onderzoeksbibliotheken die echter vrijgesteld zijn van het betalen van leenrechtvergoedingen. De praktijk is dat er in deze sector al decennia gewerkt wordt met licenties om (ook) ebooks af te nemen en dat de onderwijs- en onderzoeksbibliotheken niet beschikken over een ebookplatform waarmee voldaan kan worden aan de vereisten van een one copy, one user model. Ook deze bibliotheken zouden echter vervolgacties kunnen ondernemen aan de hand van dit Europese arrest.

Eén discussie eindigt maar tientallen nieuwe gaan beginnen

Op papier is het simpel en zou je wellicht verwachten dat alle stoplichten op groen staan om zo snel mogelijk alle ruim 40.000 Nederlandse ebooks te gaan uitlenen.

Het Europese Hof heeft echter alleen geconstateerd dat het juridisch mogelijk is om ebooks uit te gaan lenen onder dezelfde leenrechtregeling die voor fysieke boeken geldt.

Daar is de VOB natuurlijk blij mee maar de uitgevers juist absoluut niet omdat ze vrezen voor verstoring van de markt en hun omzet als bibliotheken goedverkopende ebooks ook kunnen uitlenen. De auteurs zijn ook verheugd omdat ze nu een vergoeding gaan krijgen voor uitleningen van ebooks want dat is in de huidige situatie met het ebookplatform veelal niet zo (omdat die vergoedingen bij de uitgevers belanden).

De praktijk is een heel stuk ingewikkelder. De bibliotheken willen waarschijnlijk niet hun bestaande ebookplatform en -dienstverlening totaal op de kop zetten. Ze hebben nu weliswaar de mogelijkheid om zonder toestemming van uitgevers ebooks te gaan uitlenen maar dit is aan stevige restricties onderhevig van het one copy, one user model. De 11.000 titels die nu – veel gebruiksvriendelijker – worden aangeboden wil de bibliotheek waarschijnlijk onder de huidige afspraken blijven aanbieden zodat ze geen extra exemplaren hoeven in te kopen of leners moeten gaan uitleggen waarom de digitale titel die ze willen lenen ineens uitgeleend is. Het ebookplatform zal hoe dan ook aangepast moeten worden om het one copy, one user model te ondersteunen maar dit zal voor een nieuwe titel niet de eerste keus zijn. De KB bevestigt dat ze de nieuwe mogelijkheden bij voorkeur met de bestaande afspraken willen combineren.

In het streven naar het kunnen uitlenen van ebook bestsellers hebben zowel de bibliotheken als de uitgevers een flinke stok in handen gekregen. Ja, de bibliotheken kunnen dat nu doen zonder toestemming van de uitgevers maar deze kunnen gemakkelijk met nieuwe (dure) licentiemodellen komen voor het afnemen van een pakket met meerdere exemplaren omdat er verplicht met het one copy, one user model gewerkt moet worden. Als je bedenkt dat bijv. de bestsellers uit de Bestseller 60 ongetwijfeld honderdduizenden uitleningen op jaarbasis zullen genereren dan gaan vermoedelijk de inkoopkosten en de leenrechtvergoedingen gezamenlijk het ebookbudget volledig opsouperen.

En over leenrechtvergoedingen gesproken: hoe hoog gaan die worden? Wat is realistisch? Maar bovenal, hoe ga je dit in hemelsnaam registreren? Het Hof heeft niet gezegd dat alle ebookuitleningen verplicht onder het leenrecht moeten vallen. Als bibliotheken voor het hybride model gaan waarbij er enerzijds zo veel mogelijk overeenkomsten met uitgevers gemaakt worden (de huidige situatie) en anderzijds de “moeilijke” titels op basis van het leenrecht uitgeleend gaan worden, dan krijgen auteurs alleen maar een vergoeding voor die tweede categorie uitleningen en niet de eerste. Dat creëert de bijzondere situatie dat auteurs er naar streven om hun boeken door bibliotheken te laten uitlenen onder het leenrecht terwijl het voor bibliotheken en uitgevers wenselijk kan zijn om overeenkomsten af te sluiten die beter zijn voor hun beider belangen buiten het leenrecht om.

Alle partijen beraden zich nu op vervolgstappen maar de Haagse rechtbank zal zich eerst nog moeten uitspreken in de proefprocedure. Met de antwoorden van het Europese Hof op de gestelde vragen zal dat vermoedelijk niet heel spannend worden en zijn vervolgens in eerste instantie de bibliotheek (de KB feitelijk) en de uitgevers aan zet.

De uitgevers willen marktverstoring voorkomen en zullen ongetwijfeld aansturen op een window (embargoperiode) waarbij nieuwe en/of zeer goedverkopende titels niet door de bibliotheek uitgeleend gaan worden. En daar zou de KB eveneens over na moeten denken want niet alleen levert dat een betere onderhandelingspositie op om afspraken te maken over onbeperkte uitleen van de iets oudere titels, het zorgt er tevens voor dat de kosten binnen de perken blijven. Een onderwerp dat ook vast stof voor discussie zal zijn binnen de VOB.

Zodra duidelijk is hoe deze verhoudingen komen te liggen zal gekeken moeten worden naar de herinrichting van het ebookplatform voor het one copy one user model, zullen afspraken gemaakt moeten worden over de leenrechtvergoedingen en nagedacht kunnen worden over hoe dit geregistreerd kan worden. En ongetwijfeld zal het complexer blijken dan vooraf ingeschat.

Ook al heeft het Europese Hof van Justitie zich nu definitief uitgesproken over het kunnen uitlenen van ebooks, de uitwerking voor de Nederlandse situatie gaat nu pas beginnen.

Afbeelding via Pixabay met CC0 verklaring
Meer lezen? Uitspraak van het Europese Hof van Justitie 10 november 2016 // Statement van de KB over uitspraak Europees Hof inzake Leenrecht op e-books // Reactie van de VOB // Reactie van het NUV // Reactie van LIRA // Reactie van Pictoright

#

Laat je stem horen in de publieke consultatie over lager btw-tarief voor ebooks (en andere digitale publicaties)

De Europese Commissie houdt van 25 juli t/m 19 september 2016 een publieke consultatie over de voorgenomen plannen om het btw-tarief voor ebooks te verlagen en wil graag van uitgevers, auteurs en lezers weten hoe dit nieuwe beleid er uit zou kunnen zien. Laat dus ook weten wat jij er van vindt!

Hoezo btw?

Btw – ofwel de belasting over de toegevoegde waarde – is een indirecte belasting die een overheid heft op de verkoop van producten of diensten. Het is indirect in de zin dat die belasting niet rechtstreeks en apart betaald wordt door een consument maar dat het in de prijs van een product of dienst inbegrepen is. De producenten en leveranciers zijn degenen die het achteraf afdragen aan de overheid in de vorm van omzetbelasting.

De overheid bepaalt hoe hoog het btw-tarief voor producten en goederen is en dat heeft een rechtstreekse (en forse) impact op de inkomsten van de overheid. Er kunnen echter uitzonderingen gemaakt worden voor specifieke (groepen) producten en diensten waarvoor dan een verlaagd tarief geldt. Door die uitzonderingen te maken worden die producten en diensten financieel aantrekkelijker voor consumenten en kan de overheid bijvoorbeeld die branche of sector te hulp schieten zoals de afgelopen jaren in de bouw heeft plaatsgevonden.

Een land als Nederland is in beginsel vrij in het zelf bepalen van de btw-tarieven en welke uitzonderingen er gemaakt kunnen worden voor producten en diensten. Maar er zijn wel degelijk randvoorwaarden aan verbonden. Europese landen hebben zich namelijk te houden aan de Europese richtlijnen en btw-wetgeving. Een Europees land mag bijvoorbeeld maar maximaal twee lage btw-tarieven hebben en de EU benoemt verschillende producten en diensten die juist wel of juist niet in het verlaagde tarief mogen komen te vallen. Hier is zelfs een aparte Europese richtlijn voor (2006/112/EG).

Boeken en ebooks

De EU stelt dat papieren boeken onder het verlaagde btw-tarief mogen vallen van een land wegens het belang dat boeken hebben voor cultuur, onderwijs en kennisdeling. Dat is ook precies wat 26 van de 28 Europese lidstaten gedaan hebben (op Bulgarije en Denemarken na). In 2009 breidde de EU dat ‘mandaat’ uit om boeken op alle fysieke media onder die regeling te laten vallen waardoor audioboeken op cd en ebooks op een usbstick er ook onder vielen.

Ebooks zijn echter, volgens de Europese richtlijn, digitaal geleverde goederen/diensten en zijn daarmee niet uitgezonderd van dat reguliere (hoge) tarief. In bijna alle Europese landen is het btw-tarief voor ebooks dus aanzienlijk hoger dan dat voor papieren boeken.

In 26 van de 28 Europese landen geldt een (fors) lager btw-tarief voor papieren boeken. Deze tarieven lopen uiteen van 0% (Verenigd Koninkrijk) tot 12% (Litouwen). Voor ebooks geldt dus altijd het standaard btw-tarief, dat varieert tussen de 17% en 27%. In Nederland is dat standaardtarief 21% en geldt het lager tarief van 6% voor papieren boeken.

Maar de schoen wringt al een tijdje

Dat de verschijningsvorm van een boek (of een krant of tijdschrift) bepaalt of er wel of niet een laag btw-tarief gerekend kan worden is nogal onlogisch en levert dus rare situaties op waarbij er verhoudingsgewijs meer betaald moet worden voor de digitale versie. Dat was ook reden voor Frankrijk en Luxemburg om de richtlijn aan hun laars te lappen en wel hun lage btw-tarief te rekenen voor ebooks. In Frankrijk is dat 5,5% en in Luxemburg slechts 3%, wat de reden is dat Apple, Barnes and Noble, Amazon en Kobo jaren geleden hun respectievelijke Europese hoofdkwartieren in het groothertogdom gevestigd hebben. Het stelde ze in staat slechts 3% btw in rekening te brengen bij de verkoop van ebooks en andere digitale publicaties.

Europa wilde een einde maken aan deze oneerlijke concurrentie tussen bedrijven die het wel en niet konden veroorloven zich in Luxemburg te vestigen. Per 1 januari 2015 werd de Europese btw-wetgeving daarom aangepast. De nieuwe regels stellen dat bij de aankoop van digitale goederen (waaronder ebooks) dan het btw-tarief geldt van het land waarin de *koper* zich bevindt en niet meer het land waar de verkoper (juridisch) in gevestigd is. In 2015 oordeelde het Europese Hof van Justitie ook nog eens dat Frankrijk en Luxemburg niet meer ebooks onder het lage tarief mochten scharen.

Vereenvoudiging van de btw-wetgeving voor de Digital Single Market

De grote onderlinge verschillen in btw-tarieven tussen de Europese lidstaten passen echter, net als de recent aangepaste btw-wetgeving, niet in de plannen van de Europese Commissie voor een Digital Single Market. Met name kleinere internetwinkels hebben veel last om klanten buiten hun land te bedienen doordat ze btw aangifte in alle landen moeten doen waar ze klanten hebben zitten. En een digitale Europese markt stimuleer je ook niet door digitale producten en diensten onder het hogere btw-tarief te laten.

Dat zijn allemaal redenen waarom de Europese Commissie nu de regels en wetgeving wil aanpassen. De EC is aan het inventariseren of het wenselijk is om lidstaten de mogelijkheid te geven ook digitale publicaties zoals ebooks, digitale tijdschriften en digitale kranten onder het gunstige lagere btw-tarief te plaatsen.

En dat inventariseren doen ze mede door het uitschrijven van een publieke consultatie waarbij iedere Europese burger, organisatie en bedrijf zijn stem kan laten horen.

De consultatie bestaat uit een korte en overzichtelijke vragenlijst (21 verplichte vragen en een aantal optionele) en gaat vooral in op de verwachte consequenties van het lagere tarief voor e-publicaties. De Europese Commissie roept zoveel mogelijk stakeholders op om hun mening te laten horen: Readers, authors, businesses (particularly those engaged in publishing, printing, or distributing books, newspapers and periodicals), retailers, trade/business/professional organisations, researchers, public authorities. De Europese Commissie verwacht nog voor het einde van het jaar met concrete voorstellen en plannen te komen en lijkt daarmee dus niet af te vragen *of* het lage tarief voor ebooks er moet komen maar alleen maar *hoe*.

De vragenlijst kan ingevuld worden tot 19 september 2016. Vul hem in als je ook een mening hebt over lagere kosten voor ebooks en digitale tijdschriften of kranten.

Meer lezen? Exceldocument met de wereldwijde btw-tarieven / Public Consultation on reduced VAT rates for electronically supplied publications / VragenlijstVAT/GST on Books & E-books rapport van de International Publishers Association (PDF)

@foto in de header via Pixabay met CC0-verklaring

#

Conclusie van Advocaat-Generaal Europees Hof van Justitie: bibliotheken kunnen ebooks uitlenen onder het leenrecht

uitlenen van ebooksVandaag, 16 juni 2016, heeft Advocaat-Generaal Szpunar van het Europese Hof van Justitie zijn conclusie (PDF) uitgesproken over de vier prejudiciële vragen die door de Haagse Rechtbank aan het Europese Hof van Justitie waren gesteld over het (kunnen) uitlenen van ebooks. Szpunar is van mening dat het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken inderdaad kan vallen onder de richtlijn inzake het verhuur- en het uitleenrecht. 

Hoewel dit natuurlijk goed nieuws is voor bibliotheken is het niet zo dat bibliotheken nu al aan de slag kunnen want de definitieve uitspraak van het Europese Hof van Justitie zelf volgt pas later dit jaar. Maar zelfs als het Europese Hof het advies van de Advocaat-Generaal overneemt zijn er nog flink wat hordes te nemen om tot een praktische uitvoering te komen. Ik kijk daarom eerst terug op de hele aanleiding voor deze discussie, bespreek de conclusie van Szpunar en ga een beetje speculeren op wat de mogelijke consequenties zouden kunnen zijn.

Hoe begon het ook alweer?

De juridische discussie over het uitlenen van ebooks kreeg eind februari 2013 breed de aandacht toen het voor de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) teleurstellende nieuws door minister Bussemaker naar buiten werd gebracht in de aanloop naar de nieuwe Bibliotheekwet. Zij concludeerde, met een uitgebreid onderzoeksrapport als basis, dat er geen wettelijke grondslag is voor het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken. Hoewel het uitlenen van fysieke boeken onder het leenrecht (of beter gezegd, de leenrechtexceptie) valt, zou dat niet gelden voor het uitlenen van ebooks. Bibliotheken kunnen geen ebooks uitlenen onder het leenrecht en deze moesten dus expliciet afspraken gaan maken met (alle) uitgevers om dit wel te doen.

En zo geschiedde – met het huidige ebookplatform als resultaat – maar de VOB startte desalniettemin op 19 juni 2013 een proefprocedure bij de Haagse rechtbank tegen de Stichting Leenrecht om een principiële uitspraak te krijgen over het kunnen uitlenen van ebooks onder het leenrecht.

Leenrecht, uitputting van het distributierecht en ebooks?

De VOB was het dus niet eens met het standpunt van de minister en vorderde bij de Haagse rechtbank ten eerste dat de uitlening van ebooks onder het leenrecht valt, ten tweede dat het voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van ebooks een verkoop is in de zin van de bepalingen inzake het distributierecht, en ten derde dat ebooks uitlenen door openbare bibliotheken tegen een billijke uitleenvergoeding geen inbreuk op het auteursrecht vormt.

Bij papieren boeken heb je te maken met uitputting van het distributierecht heet. Als iemand een exemplaar van een (papieren) boek aanschaft dan is die persoon ook de eigenaar van dat exemplaar. Dat exemplaar kan je doorverkopen, weggeven of uitlenen aan een ander zonder dat de auteur of uitgever zich daar tegen kan verzetten. Het distributierecht – het auteursrecht van een rechthebbende om te bepalen hoe een exemplaar verspreid mag worden – komt te vervallen zodra het exemplaar verkocht door de rechthebbende of met diens toestemming (door een uitgever). Dankzij dit uitgeputte distributierecht ontstaat de mogelijkheid voor bibliotheken om gekochte boeken uit te lenen zonder dat auteurs of uitgevers daar bezwaar tegen kunnen maken.

Maar omdat het (grootschalig) uitlenen van exemplaren door bibliotheken kan botsen met de verkoop van dezelfde titels, is er – in 1996 – een wettelijke grondslag ingebouwd in (artikel 15c van) de Auteurswet die een vergoeding toekent aan de rechthebbenden als hun boeken uitgeleend worden via de bibliotheken: het leenrecht. Sinds die tijd regelt een collectieve beheersorganisatie, de Stichting Leenrecht, het innen van de leenrechtvergoedingen bij de bibliotheken en het weer afdragen ervan aan de rechthebbenden. Auteurs ontvangen dus via de Stichting Leenrecht een vergoeding op basis van de uitleencijfers van de door hen geschreven boeken. Een regeling die uiteindelijk dus volledig gebaseerd is op het feit dat de rechten uitgeput zijn van boeken.

Waarom is de discussie over het distributierecht nou zo essentieel? Nou omdat in de Auteursrechtrichtlijn geen rekening is gehouden met het bestaan van digitale goederen en er al flinke discussies en rechtszaken zijn geweest hierover. Of het nou gaat om software of ebooks, de uitgevers hanteren het principe dat ze een gebruiksrecht aan klanten verkopen en niet dat het eigendom wordt van de koper. Oftewel, volgens uitgevers blijven ze zeggenschap houden over elk verkocht exemplaar/licentie en is er geen sprake van uitputting van distributierecht. Het vormt ook de basis van de diverse rechtszaken tussen de Nederlandse uitgevers en Tom Kabinet want ook het kunnen doorverkopen van tweedehands ebooks is op dezelfde discussie over uitputting van het distributierecht gestoeld.

Tom Kabinet voerde echter, net als de VOB, een eerdere uitspraak op van het Europese Hof van Justitie die specifiek over de vraag ging of het distributierecht geldt voor digitale goederen. Het UsedSoft/Oracle arrest ging weliswaar over het kunnen overdragen van een exemplaar van software maar de uitspraak is gebaseerd op de interpretatie door het Europese Hof van Justitie van artikel 4 over uitputting uit dezelfde Europese auteursrecht-richtlijn 2001/29/EG. Het maakt het, onder specifieke voorwaarden, mogelijk om het gebruiksrecht/licentie van gedownloade software over te dragen aan een ander en dat is volgens de VOB niet anders voor ebooks. Vandaar de vordering van de VOB dat het verkopen van ebooks ook gewoon onder het distributierecht valt en dat uitgevers dus helemaal geen zeggenschap meer hebben over verkochte exemplaren.

Het Nederlandse recht bleek ook uitgeput

In de Nederlandse auteursrechtwetgeving is niets opgenomen over het distributierecht of uitlenen van ebooks en het is de reden waarom de minister tot de conclusie kwam dat het in Nederland niet mogelijk is voor bibliotheken om onder gelijke voorwaarden als fysieke boeken ebooks aan te schaffen en uit te lenen. De Nederlandse regering kan hier niets aan veranderen en dat betekent dat ofwel het Europese auteursrechtenbeleid – waar de Nederlandse Auteurswet op gebaseerd is – gewijzigd moet worden of dat het Europese Hof van Justitie het huidige beleid anders moet gaan interpreteren.

De VOB stuurde aan op het laatste met de proefprocedure tegen de Stichting Leenrecht en nadat LIRA, Pictoright en het Nederlands Uitgeversverbond zich in deze rechtszaak aansloten vond op 27 mei 2014 de zitting plaats bij de Haagse rechtbank. Met het UsedSoft arrest in de hand vroeg de VOB de Haagse rechtbank om prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie om zo die principiële uitspraak en (definitieve) interpretatie te krijgen.

Daar ging de Haagse rechtbank in mee en ook al bleken de verschillende partijen ieder hun eigen vragen te willen stellen, uiteindelijk volgde dan het vonnis op 1 april 2015 met de prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie. De rechtbank wilde specifiek (en alleen) prejudiciële vragen stellen over het mogen uitlenen van downloadbare romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur (om het af te bakenen qua consequenties). Daarnaast gaat het de rechtbank om het one copy, one user-model, waarbij een ebook niet meer beschikbaar is voor anderen indien dit uitgeleend is omdat overeenkomt met de belangrijkste voorwaarde in het UsedSoft/Oracle arrest.

De vragen aan het Europese Hof van Justitie

De Haagse Rechtbank stelde de volgende prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie:

1. Dienen de artikelen 1 lid 1,2 lid 1 sub b en 6 lid 1 van richtlijn 2006/115 aldus te worden uitgelegd dat onder “uitlening” als daar bedoeld mede is te verstaan het zonder direct of indirect economisch of commercieel voordeel via een voor het publiek toegankelijke instelling voor gebruik ter beschikking stelten van auteursrechtelijk beschermde romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur:
– door een kopie in digitale vorm (reproductie A) op de server van de instelling te plaatsen en het mogelijk te maken dat een gebruiker die kopie door middel van downloaden kan reproduceren op zijn eigen computer (reproductie B),
– waarbij de kopie die de gebruiker tijdens het downloaden maakt (reproductie B), na verloop van een beperkte termijn niet meer bruikbaar is, en
– waarbij andere gebruikers gedurende die termijn de kopie (reproductie A) niet kunnen downloaden op hun computer?

Het one copy one user model wordt in jip-en-janneketaal uitgeschreven maar het is wel meteen de hamvraag: kan het uitlenen van ebooks (middels het one copy one user model) worden aangemerkt als uitlenen in de zin van de Europese Leenrechtrichtlijn?

2. Als vraag 1. bevestigend moet worden beantwoord, staat artikel 6 van richtlijn 2006/115 en/of een andere bepaling van het Unierecht eraan in de weg dat lidstaten aan de toepassing van de in artikel 6 van richtlijn 2006/115 opgenomen beperking op het uitleenrecht de voorwaarde stellen dat de door de instelling ter beschikking gestelde kopie van het werk (reproductie A) in het verkeer is gebracht door een eerste verkoop of andere eigendomsovergang van die kopie in de Unie door de rechthebbende of met zijn toestemming in de zin van artikel 4 lid 2 van richtlijn 2001/29?

Hier komt de uitputting van het distributierecht aan bod (artikel 4, lid 2 van de Auteursrechtrichtlijn) terwijl artikel 6 van de Leenrechtrichtlijn regelt dat auteurs een vergoeding ontvangen voor de uitleningen. In het geval dat het uitlenen van ebooks inderdaad toegestaan is onder het leenrecht, geldt dan dezelfde voorwaarde (net als bij papieren boeken) dat het uitlenen alleen mag plaatsvinden met een exemplaar dat via verkoop of andere eigendomsoverdracht door de rechthebbende al op de markt is gebracht?

3. Als vraag 2. ontkennend moet worden beantwoord, stelt artikel 6 van richtlijn 2006/115 andere eisen aan de herkomst van de door de instelling ter beschikking gestelde kopie (reproductie A), zoals bijvoorbeeld de eis dat die kopie is verkregen uit legale bron?

Mocht het Hof niet mee willen gaan in het scheppen van de voorwaarde dat een eerste verkoop van een ebook voldoende is om het uit te kunnen (mogen) lenen, biedt artikel 6 van de Leenrechtrichtlijn ruimte om andere eisen te stellen aan waar een uitleenbaar ebook vandaan mag komen? Hiermee willen de uitgevers vooral uitsluitsel krijgen en voorkomen dat doorverkochte/gedoneerde/illegale of op andere wijze verkregen ebooks door bibliotheken uitgeleend kunnen worden en er afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van een ebook(titel).

4. Als vraag 2. bevestigend moet worden beantwoord, dient artikel 4 lid 2 van richtlijn 2001/29 aldus te worden uitgelegd dat onder de eerste verkoop of andere eigendomsovergang van materiaal als daar bedoeld mede wordt verstaan het op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van een digitale kopie van auteursrechtelijk beschermde romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur?

Mocht het Hof wel vinden dat de voorwaarde van een eerste verkoop voldoende is, dan wil de Haagse Rechtbank expliciet weten of met de verkoop van een ebook(exemplaar) het distributierecht uitgeput is. Dit is zogezegd dus ook de kern van de rechtszaken tegen Tom Kabinet.

De antwoorden van de Advocaat-Generaal

Eerste prejudiciële vraag

In zijn uitgebreide conclusie gaat de Advocaat-Generaal in elk geval zeer flexibel om met de interpretatie van de diverse richtlijnen waar in de vragen aan gerefereerd wordt. Al bij de inleidende opmerkingen stapt hij onmiddellijk af van de door de rechtbank aangebrachte afbakening naar romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur en concludeert dat het antwoord op de vragen van toepassing is op alle categorieën werken die als ebook verschijnen (#22). Ook kiest hij voor een duidelijke stellingname dat de uitlegging van de richtlijnen moet beantwoorden aan de behoeften van de huidige moderne samenleving en wil hij niet vasthouden aan de letter van de richtlijnen die tientallen jaren geleden opgesteld zijn. Lang voordat er sprake was van commerciële exploitatie van ebooks (#23 en #25)

De AG ziet de uitlening van ebooks als een moderne equivalent van de uitlening van papieren boeken en is het niet eens met het argument dat er een fundamenteel verschil zou bestaan tussen de beide verschijningsvormen. Dat een gebruiker kennis wenst te nemen van de inhoud van het boek, zonder dat hij thuis een eigen exemplaar wil behouden, is waar het volgens hem om gaat (#31). Hij merkt ook fijntjes op dat de leenrechtrichtlijn notabene in het leven is geroepen om de markt voor verhuur van cassettes, cd’s en dvd’s te reguleren en dat die inmiddels ook vervangen zijn door online varianten (#28).

Vervolgens concludeert hij dat de belangrijkste doelstelling van het auteursrecht de bescherming van de belangen van auteurs is en dat het geen toeval is dat belangenorganisaties Lira en Pictoright het standpunt van de VOB ondersteunen: juist omdat bibliotheken nu met uitgevers moeten onderhandelen voor het uitlenen van ebooks gaan de vergoedingen naar de uitgevers en niet per se naar de auteurs. Terwijl leenrechtvergoedingen rechtstreeks ten goede komen aan die auteurs en dat ziet Szpunar als een uitstekende reden om een digitale uitlening onder het leenrecht te laten vallen: het is nou net waar het auteursrecht voor bedoeld is (#33 t/m #36)

Ook is Szpunar van mening dat bibliotheken in het digitale tijdperk in staat moeten zijn dezelfde rol te blijven vervullen ten aanzien van het bewaren en verspreiden van de cultuur (#38) en hij ziet het privilege van het leenrecht voor ebooks dan ook als een belangrijke voorwaarde om dat te kunnen doen als bibliotheken (#39).

De juridische tegenargumenten van NUV maar ook die van de Duitse en Franse regering (die later gereageerd hebben) komen feitelijk neer op een constatering dat ebooks uitlenen inbreuk zou maken op de auteursrechten van de maker en dat de terminologie van kopie in de wetgeving gebruikt wordt voor fysieke exemplaren. Daar kan de Advocaat-Generaal zich niet in vinden en hij verwijst naar het UsedSoft arrest (#51):

Zo heeft het Hof […] geoordeeld dat door het downloaden van internet wel degelijk een kopie van het werk – in dit geval een computerprogramma – beschikbaar wordt gesteld, en dat die download, indien daarbij een licentieovereenkomst voor het gebruik ervan gedurende onbeperkte tijd wordt gesloten, een verkoop van de desbetreffende kopie vormt die leidt tot uitputting van het distributierecht voor die kopie.

Dat acht hij ook van toepassing op ebooks en dat is een uitspraak die potentieel nog verder gaat dan alleen maar het mogelijk maken van uitlenen van ebooks. Het maakt gekochte ebooks je eigendom en daarmee ook het doorverkopen van je ebooks mogelijk.

Schaadt het de uitgevers?

Als ebooks uitgeleend mogen worden, schaadt het dan de belangen van de uitgevers? Daar past de Advocaat-Generaal de driestappentoets voor toe uit de Auteursrechtrichtlijn. Hij vindt dat het om een bijzonder geval gaat omdat het uitlenen van ebooks beperkt wordt in zowel tijd als het feit dat alleen bibliotheken het kunnen doen (#67). Ook het argument van de NUV dat het kunnen lenen (en downloaden) van ebooks afbreuk doet aan een normale exploitatie van het werk kan niet op steun van Szpunar rekenen. De tijdelijke beschikbaarheid van een ebookuitlening en de beperking op het kunnen lenen door het one copy one user model ziet hij als voldoende restricties en onderscheid ten opzichte van die reguliere verkoop (#69). Hij voegt er nog subtiel aan toe dat meerdere studies aantonen dat het uitlenen van boeken (en ebooks) de verkoop niet vermindert maar juist kan verhogen.

Dat de wettige belangen van de auteur niet mag worden geschaad ziet hij niet als een belemmering. Integendeel, doordat er leenrechtvergoedingen rechtstreeks naar de auteurs gaan bij ebookuitleningen worden die belangen alleen maar beter gediend (#74).

Al met al ziet hij geen enkele reden waarom de Europese lidstaten geen openbare uitleenexceptie voor ebooks kunnen invoeren: In ieder geval is het uiteindelijk aan de lidstaten om […] zodanige regels voor die exceptie op te stellen dat deze vorm van uitlening daadwerkelijk een functioneel equivalent wordt van de traditionele uitlening en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van de auteursrechten. Met oplossingen als het in het hoofdgeding aan de orde zijnde „one copy one user” model of het verplichte gebruik van technische beschermingsmaatregelen kan dit resultaat worden bereikt (#73).

Conclusie met betrekking tot de eerste prejudiciële vraag

Bovenstaande analyse kan als volgt worden samengevat. Het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken is geen toekomstmuziek en nog minder een vrome wens. Integendeel: het gebeurt daadwerkelijk in de praktijk. Als gevolg van de enge uitlegging van het begrip „uitleenrecht” die in de lidstaten prevaleert, wordt de digitale uitlening evenwel volledig beheerst door de wetten van de markt in tegenstelling tot de uitlening van traditionele boeken, waarvoor een regelgeving geldt die gunstig is voor de bibliotheken. Derhalve is naar mijn mening een aangepaste uitlegging van het bestaande wettelijke kader noodzakelijk zodat de bibliotheken in de hedendaagse digitale omgeving van dezelfde gunstige voorwaarden gebruik kunnen maken. Een dergelijke uitlegging is niet alleen in het algemene belang van toegang tot wetenschap en cultuur, maar ook in het belang van de auteurs. Daarnaast is zij in het geheel niet in strijd met de tekst noch met de systematiek van de geldende regelingen. Integendeel, alleen bij een dergelijke uitlegging kunnen deze regelingen de hun door de wetgever toebedachte rol volledig blijven vervullen, namelijk de aanpassing van het auteursrecht aan de realiteit van de informatiemaatschappij.

Bijgevolg geef ik in overweging om op de eerste prejudiciële vraag te antwoorden dat artikel 1, lid 1, van richtlijn 2006/115, gelezen in samenhang met artikel 2, lid 1, onder b), van die richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat onder het uitleenrecht in de zin van dit artikel mede wordt verstaan het voor beperkte tijd aan het publiek ter beschikking stellen van ebooks door bibliotheken. Lidstaten die de uitleenexceptie van artikel 6 van deze richtlijn willen invoeren voor de uitlening van ebooks dienen zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden van die uitlening geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk en niet op ongerechtvaardigde wijze schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de auteurs.

Ik kan geen antwoord bedenken dat nog meer in het voordeel van de bibliotheken uit zou vallen. Het is een lofzang op de rol van bibliotheken door de Advocaat-Generaal met bijna een carte blanche voor bibliotheken om ebooks uit te gaan lenen onder het leenrecht.

Tweede, derde en vierde prejudiciële vraag

Op de drie resterende vragen gaat Szpunar (gelukkig) niet al te uitgebreid in omdat de vraag over het uitlenen van ebooks al bevestigend beantwoord is en het niet zo is dat er alleen maar uitgeleend kan worden als het distributierecht uitgeput is (een bibliotheek mag geen exemplaren uitlenen *omdat* ze het gekocht hebben en het distributierecht daarom uitgeput is #83).

Hij volstaat met de constatering dat als er ebooks uitgeleend gaan worden onder een uitleenexceptie, de voorwaarde dat deze ebooks door een eerste verkoop verkregen moeten worden in die exceptie opgenomen zou kunnen worden om geen afbreuk te doen aan de belangen van de auteurs (#85). Als het om de legaliteit gaat legt hij wel de link naar een eerdere uitspraak van het Europese Hof over de thuiskopie en concludeert hij dat, net als met een thuiskopie, het uitlenen van ebooks niet toegestaan is met kopieën uit een ongeoorloofde bron (#86).

Eindconclusie van de Advocaat-Generaal en advies aan het Europese Hof van Justitie

1) Artikel 1, lid 1, van richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom, gelezen in samenhang met artikel 2, lid 1, onder b), van die richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat onder het uitleenrecht in de zin van dit artikel mede wordt verstaan het voor beperkte tijd aan het publiek ter beschikking stellen van ebooks door bibliotheken. Lidstaten die de uitleenexceptie van artikel 6 van deze richtlijn willen invoeren voor de uitlening van ebooks dienen zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden van die uitlening geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk en niet op ongerechtvaardigde wijze schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de auteurs.

2) Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2006/115 moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat een lidstaat die de in die bepaling bedoelde exceptie heeft ingevoerd, als voorwaarde stelt dat de ebooks die op grond van die uitzondering worden uitgeleend, vooraf door de rechthebbende of met zijn toestemming ter beschikking zijn gesteld aan het publiek, mits die voorwaarde niet zodanig wordt geformuleerd dat de strekking van de exceptie wordt beperkt. Ook moet diezelfde bepaling aldus worden uitgelegd dat zij alleen betrekking heeft op ebooks uit legale bron.

Oftewel, de Advocaat-Generaal stelt dat het uitlenen van ebooks onder het uitleenrecht valt en dat een land dit als exceptie kan opnemen in de eigen auteurswetgeving. Hierbij moet er wel voor gezorgd worden dat de normale exploitatie niet in gevaar komt en dat er geen schade wordt toegebracht aan de belangen van auteurs. Als het gaat om de herkomst van die ebooks dan mag de exceptie zo worden geformuleerd dat de ebooks uit een eerste verkoop en een legale bron afkomstig moeten zijn.

Wat kan dit gaan betekenen?

*Als* het Europese Hof van Justitie de conclusie overneemt – inclusief de diverse onderliggende argumenten en interpretaties – dan zal dit potentieel zeer grote consequenties hebben. Om alvast met het slechte nieuws te beginnen gaat het niet betekenen dat bibliotheken meteen een gigantische collectie ebooks kunnen aanschaffen en gaan uitlenen.

De eerste stap zal zijn om de leenrechtexceptie in de Auteurswet uit te breiden met de mogelijkheid om ebooks uit te lenen. Om dat te kunnen doen zullen de bibliotheken moeten bepalen met welk model er gewerkt gaat worden, zal er een (betaalbaar) inkoopbeleid van ebooks voor een landelijk platform moeten komen, zal met de Stichting Leenrecht vastgesteld moeten worden wat een acceptabele leenrechtvergoeding is voor het uitlenen van ebooks en zal dat allemaal moeten worden doorberekend of het wel te betalen is.

Het ebookplatform werkt nu bijvoorbeeld met een one copy multiple user model waarbij ebooks nooit “uitgeleend” zijn en omschakelen naar een one copy one user model heeft grote consequenties voor de dienstverlening. Hoeveel exemplaren kun en wil je dan per titel gaan inkopen? Doe je dat landelijk of wil je op regionaal of gemeentelijk niveau onderscheid kunnen maken? En hoe ga je dat regelen? Hoe ga je uberhaupt exemplaren van ebooks aanschaffen want er is geen bestelplatform en bij gebrek aan een vaste boekenprijs voor ebooks zul je ook prijsafspraken met uitgevers moeten maken. Er zijn vele scenario’s denkbaar en die zullen allemaal bekeken en doorgerekend moeten worden vermoed ik. Mijns inziens is de VOB (en KB) nu aan zet om hier alvast over na te gaan denken en in ieder geval vast te stellen welk scenario de bibliotheken nastreven.

Voor uitgevers zou deze uitspraak ook grote consequenties hebben. Niet alleen hun bestaande verdienmodel qua uitleningen gaat dan op de schop maar ineens kunnen ook de goed verkopende ebooks – die nu nauwelijks of niet via de openbare bibliotheek te lenen zijn – wel uitgeleend worden. Idealiter zou dat kunnen leiden tot innovaties om ebooks die ze verkopen toegevoegde waarde mee te geven ten opzichte van de exemplaren die via de bibliotheek geleend kunnen worden. Maar dat veel uitgevers dit als een grote bedreiging zullen zien lijkt me geen vergezochte aanname. Hoe zullen ze hier mee omgaan?

En zelfs voor degenen die toch liever hun ebooks kopen heeft het gevolgen. Een gekocht exemplaar is dan definitief jouw eigendom en aangezien het distributierecht uitgeput is mag je waarschijnlijk je ebooks tweedehands doorverkopen. Zal Tom Kabinet dan weer terugkeren? En moet Amazon het in Europa straks verplicht mogelijk maken dat consumenten hun gekochte Kindle ebooks kunnen downloaden (zonder DRM)? Net als Apple?

Maar voor nu is het toch eerst afwachten tot het Europese Hof van Justitie de definitieve antwoorden gaat geven op de vragen van de Haagse rechtbank…

Afbeelding via Pixabay met CC0 verklaring

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top