Een hyperlink naar (illegale) content is geen auteursrechtinbreuk

hyperlink geen auteursrechtinbreukDe vraag of een hyperlink naar een (illegaal geplaatst) auteursrechtelijk beschermd werk een nieuwe openbaarmaking in de zin van de Auteurswet is, speelt al jaren in diverse rechtszaken. Kunnen er omstandigheden zijn waarbij een eenvoudig linkje al meteen een auteursrechtinbreuk oplevert?

Voordat het Europese Hof van Justitie later dit jaar hierover definitief uitspraak doet, gaf advocaat-generaal Wathelet zijn opinie over de prejudiciële vragen die door de (Nederlandse) Hoge Raad aan het HofvJEU zijn gesteld in de zaak Sanoma/Playboy/Dekker vs GeenStijl. Wathelet stelt dat het plaatsen van een hyperlink die verwijst naar een site waarop zonder toestemming foto’s zijn gepubliceerd, op zich geen auteursrechtinbreuk is.

Terugblik

Het is niet de eerste keer dat het Europese Hof van Justitie uitspraak doet over de auteursrechtelijke status van een hyperlink. In februari 2014 oordeelde het Europese Hof van Justitie in het Svensson-arrest dat een link weliswaar een nieuwe openbaarmaking van een werk is – iets wat normaliter voorbehouden is aan de rechthebbende – maar dat dit niet onrechtmatig is zolang er geen nieuw publiek mee wordt bereikt. Dit naar aanleiding van een rechtszaak in Zweden waarbij journalisten probeerden om nieuwssite Retriever te laten stoppen met het plaatsen van (deep)links naar artikelen van de journalisten.

Ook embedded links kwamen aan bod toen twee Duitse bedrijven een promotievideo die op een site van een concurrent stond, zelf opnieuw (zonder toestemming) hadden geüpload naar YouTube om die vervolgens weer te embedden op de eigen websites. Het Duitse Bundesgerichthof vroeg het Europese Hof van Justitie om een verduidelijking op de Svensson-uitspraak en kreeg die ook toen eind oktober 2014 het Europese Hof in het BestWater-arrest antwoord gaf op de gestelde vragen.

Het HofvJEU sloot aan bij de eerdere uitspraak in het Svensson-arrest en concludeerde  dat het embedden op een website van een openbaar toegankelijk beschermd werk op een andere website middels de zogenaamde ‘framing-techniek’ (zoals ook een YouTube-filmpje geëmbed wordt) geen inbreuk is zolang je daarmee geen mededeling aan een nieuw publiek doet en geen andere technieken gebruikt die de oorspronkelijke weergave van dat werk verandert.

Hoewel dit verduidelijkte dat het echt toegestaan is om auteursrechtelijk beschermd materiaal te embedden, was het Duitse Bundesgerichthof niet specifiek genoeg om antwoord te krijgen op het vraagstuk of er wel inbreuk gemaakt wordt als de content onrechtmatig en illegaal online is gezet.

Sanoma/Playboy/Dekker vs GeenStijl

En daarmee komen we aan bij de Nederlandse rechtszaak die inmiddels al aardig wat jaartjes duurt. Na twee vonnissen in 2012 en een hoger beroep in 2013 belandde de zaak – in cassatie – bij de Hoge Raad een jaar geleden (april 2015). De zaak gaat om een fotorapportage die voor het blad Playboy in oktober 2011 zijn gemaakt van Britt Dekker. Twee weken daarna ontving GeenStijl een “linktip” die verwees naar een bestand op de Australische website voor dataopslag Filefactory.com, die de foto’s uit de fotorapportage bleek te bevatten. Daags erna publiceerde GeenStijl een bericht waarin gelinkt werd naar de downloadpagina van het bestand op Filefactory.

Sanoma, de uitgever van het blad in Nederland, liet het er niet bij zitten en liet de bestanden verwijderen bij Filefactory. Ook spande ze een rechtszaak aan tegen GS Media, het bedrijf achter GeenStijl, met claims dat door het plaatsen van de hyperlinks inbreuk was gemaakt op het auteursrecht van de fotograaf.

In eerste instantie werd die vordering toegewezen maar in hoger beroep vernietigde het Hof dat vonnis. Het Hof was van oordeel dat GS Media door het plaatsen van de hyperlinks geen inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht, omdat de foto’s door de plaatsing op Filefactory al eerder openbaar waren gemaakt. Wel achtte het hof de handelwijze van GS Media onrechtmatig jegens Sanoma omdat met het plaatsen de hyperlinks het GeenStijl-publiek in hoge mate werd gefaciliteerd om de illegaal geplaatste, en zonder deze hyperlinks niet op eenvoudige wijze vindbare, foto’s te bekijken.

In cassatie deed de Hoge Raad op 3 april 2015 uitspraak en gaat ze uitgebreid in op de twee eerdere arresten van het Europese Hof van Justitie, het Svensson-arrest (r.o. 6.2.2) en het BestWater-arrest (r.o. 6.2.4). De Hoge Raad wil echter nadere toelichting van het Europese Hof van Justitie over het linken naar materiaal dat zonder toestemming openbaar is gemaakt en stelt op haar beurt prejudiciële vragen:

1.a Is sprake van een ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van art. 3 lid 1 van Richtlijn 2001/29 wanneer een ander dan de auteursrechthebbende door middel van een hyperlink op een door hem beheerde website verwijst naar een door een derde beheerde, voor het algemene internetpubliek toegankelijke website, waarop het werk zonder toestemming van de rechthebbende beschikbaar is gesteld?

1.b Maakt het daarbij verschil of het werk ook anderszins niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?

1.c Is van belang of de ‘hyperlinker’ op de hoogte is of behoort te zijn van het ontbreken van toestemming van de rechthebbende voor de plaatsing van het werk op de bij 1.a genoemde website van de derde en, in voorkomend geval, van de omstandigheid dat het werk ook anderszins niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?

2.a Indien het antwoord op vraag 1.a ontkennend luidt: is in dat geval wél sprake van een mededeling aan het publiek, of kan daarvan sprake zijn, indien de website waarnaar de hyperlink verwijst, en daarmee het werk, voor het algemene internetpubliek weliswaar vindbaar is, maar niet eenvoudig, zodat het plaatsen van de hyperlink het vinden van het werk in hoge mate faciliteert?

2.b Is bij de beantwoording van vraag 2.a van belang of de ‘hyperlinker’ op de hoogte is of behoort te zijn van de omstandigheid dat de website waarnaar de hyperlink verwijst voor het algemene internetpubliek niet eenvoudig vindbaar is?

3. Zijn er andere omstandigheden waarmee rekening moet worden gehouden bij beantwoording van de vraag of sprake is van een mededeling aan het publiek indien door middel van een hyperlink toegang wordt verschaft tot een werk dat niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?

Conclusie van advocaat-generaal Wathelet

Een conclusie van een advocaat-generaal is geen uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Sterker nog, het is de taak van een advocaat-generaal om juist onafhankelijk van het Hof een juridische oplossing te vinden voor het specifieke geval waar de vragen om uitleg over gesteld worden. In de praktijk neemt het HofvJEU echter frequent de conclusie van de advocaat-generaal over.

In zijn conclusie van 7 april 2016 en het persbericht (PDF) erkent de advocaat-generaal dat hyperlinks op een website het vinden van andere sites en de op die sites beschikbare beschermde werken in hoge mate faciliteren.[…] Niettemin stellen
hyperlinks die leiden naar beschermde werken – zelfs als zij direct zijn – deze niet beschikbaar aan een publiek wanneer zij al vrij toegankelijk zijn op een andere site en zij het vinden ervan louter faciliteren. De daadwerkelijke “beschikbaarstelling” wordt gevormd door de handeling van de persoon die de oorspronkelijke mededeling heeft gedaan.

En daarmee, is zijn conclusie, dat hyperlinks die verwijzen naar auteursrechtelijk beschermde werken die vrij toegankelijk zijn op een andere site geen auteursrechtelijke openbaarmaking zijn.

Maakt het dan uit of je linkt naar onrechtmatig openbaar gemaakte werken en of je wel of niet op de hoogte zou (moeten) zijn of het legaal of illegaal is? Nee, zegt de advocaat-generaal, want als een werk vrij toegankelijk is maakt het niet uit of degene die linkt weet, of had kunnen weten, of de content waarnaar gelinkt wordt zonder toestemming openbaar is gemaakt.

Hij vindt ook niet dat de gemiddelde internetgebruiker over voldoende kennis beschikt om daar uberhaut een oordeel over te vellen. Voor de advocaat-generaal zou elke andere uitlegging van het begrip “mededeling aan het publiek” de werking van internet aanmerkelijk belemmeren en een van de voornaamste doelstellingen van de richtlijn doorkruisen, namelijk de ontwikkeling van de informatiemaatschappij in Europa. Als elke willekeurige link een potentiële auteursrechtinbreuk zou kunnen opleveren dan zouden gebruikers veel terughoudender zijn met hyperlinks en de werking van het internet zelf in gevaar kunnen brengen.

Of zoals de advocaat-generaal het uiteindelijk zelf samenvat:

1) Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, moet aldus worden uitgelegd dat het plaatsen op een website van een hyperlink naar een andere website waarop auteursrechtelijk beschermde werken vrij toegankelijk zijn voor het publiek zonder toestemming van de rechthebbende, geen handeling bestaande in een mededeling aan het publiek vormt.

2) Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat het niet van belang is of degene die op een website een hyperlink plaatst naar een andere website waarop auteursrechtelijk beschermde werken vrij toegankelijk zijn voor het publiek, op de hoogte is of behoort te zijn van het ontbreken van toestemming van de rechthebbende voor de plaatsing van de betrokken werken op die andere website of van de omstandigheid dat het werk ook anderszins niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld.

3) Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat een hyperlink naar een andere website waarop auteursrechtelijk beschermde werken vrij toegankelijk zijn voor het publiek, die de toegang van internetgebruikers tot de betrokken werken faciliteert of eenvoudiger maakt, geen ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van deze bepaling vormt.

Hyperlinks kunnen nooit een auteursrechtinbreuk opleveren(?)

Zoals eerder aangegeven hoeft de conclusie van de advocaat-generaal niet overeen te komen met de uitspraak die het Europese Hof van Justitie later dit jaar zal doen. De conclusie geeft een ruimere en vrijere interpretatie van hyperlinks dan de beide eerdere uitspraken van het Europese Hof van Justitie. Dat lijkt mij ook de praktische correcte interpretatie als je wilt voorkomen dat het internet zelf ten onder gaat aan vermeende auteursrechtinbreuken maar het betekent feitelijk ook dat geen enkele hyperlink een auteursrechtinbreuk meer kan opleveren.

De voorwaarde dat bij het aanspreken van een nieuw publiek, er wel degelijk een nieuwe openbaarmaking kan plaatsvinden – zoals die in beide eerdere arresten is geformuleerd – vervalt eigenlijk ook in de conclusie van de advocaat-generaal. Als content een URL heeft dan is het mijns inziens per definitie vrij toegankelijk aangezien je met die URL meteen toegang hebt. De enige uitzondering is als er een vorm van beveiliging (inloggen) is aangebracht zoals alle betaalde content achter betaalmuren.

Het maakt dan bijvoorbeeld ook niet meer uit of een (al dan niet onrechtmatig) openbaar gemaakt werk alleen selectief publiek gemaakt is door een speciale ‘deel-link’ zoals je die verkrijgt als je bestanden deelt via diensten als Filefactory, Dropbox en Google Drive. Of een YouTube video die alleen bekeken kan worden als je de exacte link toegestuurd krijgt. Via die URL’s zijn ze vrij toegankelijk en het verder verspreiden van die URL’s levert dan geen inbreuk op.

Of de vrijheid van linkjes maken (en delen) en daarmee de vrijheid van het internet ook daadwerkelijk gegarandeerd wordt, of dat het Europese Hof van Justitie toch de lijn van de eerdere arresten doortrekt en tot een andere uitspraak komt zullen we moeten afwachten. Hopelijk wordt de discussie dit jaar voor eens en altijd beslecht.

Meer lezen? Het (Nederlandstalige) persbericht van de advocaat-generaal // De (volledige en Nederlandstalige) conclusie van de advocaat-generaal (CURIA) // Mag je nou wel of niet linken naar werken die zonder toestemming openbaar gemaakt zijn? (Vakblog april 2015)
@foto via Pixabay met CC0-verklaring

#

Wereldwijde btw-tarieven voor ebooks en boeken (en wat dat te maken heeft met lezen en onderwijs)

btw-tarieven voor ebooks en boeken
De International Publishers Association (IPA) en de Federation of European Publishers (FEP) hebben een rapport (PDF) uitgebracht waarin de btw-tarieven voor ebooks en boeken wereldwijd zijn geïnventariseerd. Hierin worden enorme onderlinge verschillen geconstateerd tussen landen en werelddelen. Verschillen die volgens beide organisaties (mede) verantwoordelijk zijn voor de grote diversiteit tussen diezelfde landen als het gaat om (kunnen) lezen, de toegankelijkheid van onderwijs en de mate waarin de landen een kenniseconomie hebben. Ze roepen beleidsmakers dan ook op om een btw-tarief van 0% te introduceren voor zowel ebooks als papieren boeken.

Wat is btw?

Btw – ofwel de belasting over de toegevoegde waarde – is een indirecte belasting die een overheid heft op de verkoop van producten of diensten. Het is indirect in de zin dat je die belasting niet rechtstreeks en apart betaalt maar dat het in de prijs inbegrepen is. De producenten en leveranciers zijn degenen die het achteraf afdragen aan de overheid in de vorm van omzetbelasting. Aangezien die omzetbelasting verrekend wordt in de prijs betaalt de consument dus feitelijk de btw/omzetbelasting aan de overheid.

Dat maakt het btw-tarief een belangrijk beleidsinstrument van de overheid. De overheid bepaalt hoe hoog het btw-tarief voor producten en goederen is en dat heeft een rechtstreekse (en forse) impact op de inkomsten van de overheid. Het beleidsmatige aspect komt voort uit het feit dat de overheid uitzonderingen kan formuleren voor specifieke (groepen) producten en diensten waarvoor dan een verlaagd tarief geldt. Door die uitzonderingen te maken worden die producten en diensten financieel aantrekkelijker voor consumenten en kan de overheid bijvoorbeeld die branche of sector te hulp schieten zoals de afgelopen jaren in de bouw heeft plaatsgevonden.

Een land als Nederland is redelijk vrij in het bepalen van de btw-tarieven en welke uitzonderingen er gemaakt kunnen worden voor producten en diensten. Maar er zijn wel degelijk randvoorwaarden aan verbonden. Europese landen hebben zich namelijk te houden aan de Europese richtlijnen en btw-wetgeving. Een Europees land mag bijvoorbeeld maar maximaal twee lage btw-tarieven hebben en de EU benoemt verschillende producten en diensten die juist wel of juist niet in het verlaagde tarief mogen komen te vallen omdat btw-tarieven ook op Europees niveau een beleidsinstrument zijn.

Zoals ebooks

De EU stelt dat papieren boeken onder het verlaagde btw-tarief mogen vallen van een land wegens het belang dat boeken hebben voor cultuur, onderwijs en kennisdeling. Dat is ook precies wat 26 van de 28 Europese lidstaten gedaan hebben (op Bulgarije en Denemarken na). In 2009 breidde de EU dat ‘mandaat’ uit om boeken op alle fysieke media onder die regeling te laten vallen waardoor audioboeken op cd en ebooks op een usbstick er ook onder vielen. Precies de helft van de lidstaten heeft dit inmiddels opgenomen in de eigen wetgeving (waaronder Nederland) en eigenlijk zat iedereen te wachten totdat de EU de logische vervolgstap zou nemen om boeken in alle vormen onder de verlaagde btw-tarieven te laten scharen. Ebooks die je op niet fysieke media koopt dus.

Maar die stap nam de EU niet. Integendeel, nadat Frankrijk en Luxemburg eenzijdig ebooks onder het lage tarief lieten vallen greep de EU in en stelde dat beide landen dat moesten gaan terugdraaien. Iets dat door Luxemburg in mei 2015 ook is gedaan.

Hoger of lager?

Los van het gegeven dat het erg onhandig en onpraktisch is dat een consument in bijna alle landen meer btw betaalt voor ebooks dan voor papieren boeken, is het ook nog zo dat de hoogte van die tarieven sterk varieert. Landen mogen immers zelf bepalen hoe hoog hun reguliere btw-tarief is en hoe laag het verlaagde tarief is. Als je een papieren boek koopt in Luxemburg betaal je 3% btw die inbegrepen is in de prijs maar koop precies datzelfde boek in Denemarken en dan betaal je 25% btw. Denemarken heeft namelijk maar 1 btw-tarief dat voor alle producten en diensten geldt.

Hetzelfde natuurlijk voor ebooks. De Zwitsers (vallen niet onder de EU) betalen 8% btw voor hun ebooks terwijl de Hongaren maar liefst 27% btw betalen. De Fransen en de Italianen negeren met 5,5% en 4% respectievelijk nog steeds de uitspraak van het Europese Hof van Justitie.

De International Publishers Association (IPA) en de Federation of European Publishers (FEP) hebben geïnventariseerd hoe het nou zit met al die verschillende btw-tarieven. Welk btw-tarief heeft een land, wat is het btw-tarief voor boeken en wat is het tarief voor ebooks? Niet alleen in de Europese landen maar ook in (o.a.) Azië, Afrika en het Midden-Oosten. Dat is verwerkt in een kort en bondig rapport (PDF) die de verschillen duidelijk laat zien. In de bijlage van dat rapport staan de cijfers per werelddeel en land benoemd en die gebruik ik voor de toelichting hieronder. Ik heb de gegevens ook nog verder bewerkt en gesorteerd in een Exceldocument.

Btw-tarieven voor boeken

btw-tarieven voor ebooks en boeken
Je zou denken dat dat boeken altijd duur zijn maar niets is minder waar. Er zijn enkele Europese landen (maar vooral daarbuiten) die een nultarief hanteren voor gedrukte boeken. Maar liefst 31 landen (39%) hebben dat nultarief – of kennen uberhaupt geen btw – terwijl er nog eens drie landen een nultarief hanteren voor wetenschappelijke, leer- en studieboeken. Die zijn in de bovenstaande grafiek met paars en groen aangegeven.

Zeventien landen hanteren hun reguliere (hoge) btw-tarief voor gedrukte boeken – 22% van alle landen-  terwijl 31 landen het verlaagde btw-tarief in hun land rekenen voor boeken. Europa valt zoals gezegd bijna volledig in die laatste (oranje) categorie. Kijk je naar alle landen wereldwijd, dan is het gemiddelde btw-tarief 5,75%.

Maar er zijn landen die dat gemiddelde flink hoger maken dan In welke landen betaal je nou het meeste? Oftewel, welke landen hebben de hoogste btw-tarieven voor boeken?

  1. Denemarken (25%)
  2. Bulgarije (20%)
  3. Chili (19%)
  4. Tanzania (18%)
  5. Rusland (18%)
  6. Israel (18%)

In Nederland betaal je 6% btw voor je gedrukte boeken.

Btw-tarieven voor ebooks

btw-tarieven voor ebooks
Ook ebooks zijn echt niet overal duur door een hoog btw-tarief want er zijn 18 – niet Europese – landen (23%) die voor ebooks eveneens een btw-tarief van nul rekenen (of geen btwstelsel hebben). De overgrote meerderheid (53 landen, 69%) past het reguliere btw-tarief toe op ebooks terwijl slechts vier landen (5%) een verlaagd tarief rekenen. Dat zijn behalve Turkije dus de drie Europese landen die de uitspraak van het Europese Hof negeren: Frankrijk, Italië en IJsland.

Kijk je naar de cijfers voor zowel gedrukte boeken als ebooks, dan zie je dat 37 landen hetzelfde btw-tarief hanteren voor beide terwijl 35 landen een hoger btw-tarief voor ebooks hebben dan voor gedrukte boeken.

Het gemiddelde tarief voor ebooks is 12,25% maar waar betaal je de hoofdprijs voor ebooks? Waar is het btw-tarief voor ebooks het hoogst?

  1. Hongarije (27%)
  2. Denemarken (25%)
  3. Zweden (25%)
  4. Kroatië (25%)
  5. Norwegen (25%)

In Nederland betaal je 21% btw voor je ebooks.

En nu?

In het rapport pleit José Borghino, de Policy Director van de International Publishers Association, voor het wereldwijd instellen van een nultarief op zowel gedrukte boeken als ebooks.

The fact that many countries already apply reduced rates of VAT/GST to physical books is a clear acknowledgement of the strategic importance of books (notably, but by no means only, in education). Those countries that have not already done so should take the next step and zero rate books.

Wil je het lezen bevorderen, de kwaliteit van je onderwijs verbeteren en je (kennis)economie verbeteren? Dan moet de overheid de toegang tot boeken in alle vormen zo laagdrempelig mogelijk maken.

We believe a zero VAT/GST rate to be the best way to support reading, education and a thriving knowledge economy. And a zero VAT/GST rate does so even-handedly, across the board. Many government policies that support writing or reading require bias — benefitting certain works over others. Lowering VAT/GST rates, however, supports all writing and all reading, ensuring that governments do not interfere with selection and empowering readers’ choices instead.

Een belasting heffen op kennis kan nooit een goed idee zijn.

Books are the engines of knowledge acquisition and transfer, and the digital economy of the future depends on their flourishing. The circulation of books, however, is particularly sensitive to price and they are therefore especially vulnerable to the imposition of a VAT/GST. Taxing books restricts their circulation, which is of concern to developing countries trying to bridge a knowledge deficit, but should also worry developed countries trying to maintain their competitive advantage.

Volgend jaar zal de EU de btw-wetgeving gaan evalueren en zullen er hopelijk concrete verbeteringen doorgevoerd gaan worden op Europees niveau. Of het wettelijk gelijktrekken van ebooks met gedrukte boeken haalbaar is – laat staan dat een nultarief voor beide toegestaan wordt – zullen we dan zien maar het is wel een lichtpuntje dat zelfs in de zware onderhandelingen met Griekenland nog plaats was voor het maken van een uitzondering op het btw-tarief van boeken. Europa eist dat het btw-tarief voor boeken op 6% komt te liggen terwijl dat nu 6,5% is. Nu moet het eurokwartje nog wel vallen bij Europa dat de Grieken voor ebooks doodleuk 23% betalen maar het begin is er.

 

Verder lezen? VAT/GST on Books & E-books (PDF) / Exceldocument met de wereldwijde btw-tarieven

 

@foto via Pixabay met CC0 verklaring

#

De Europese Commissie wil een Digital Single Market. Wat gaan wij daar van merken?

Digital Single MarketGisteren, 6 mei, presenteerde de Europese Commissie eindelijk de plannen die moeten leiden tot één digitale Europese markt, de Digital Single Market. Die digitale connectieve interne markt staat hoog op de prioriteitenlijst van voorzitter Jucker. Hij wil afstappen van de 28 verschillende digitale markten die er nu binnen Europa bestaan en o.a. telecomwetgeving, auteursrecht en gegevensbescherming harmoniseren waardoor de nieuwe gezamenlijke Europese economie ruim 400 miljard euro extra moet gaan opleveren.

Pijlers en aangekondigde maatregelen

De Europese Commissie wil er voor zorgen dat consumenten, ongeacht landsgrenzen, overal in Europa gelijke toegang hebben tot diensten, muziek, films en sportevenementen terwijl bedrijven hun goederen in de hele Europese Unie moeten kunnen aanbieden en overal te maken hebben met dezelfde wet- en regelgeving, ongeacht waar ze gevestigd zijn of waar hun servers staan.

Om de vele barrières te slechten waar consumenten en bedrijven nu tegenaan lopen heeft de commissie een pakket met 16 maatregelen voor ogen die onderverdeeld zijn in drie beleidsmatige pijlers:

  • in heel Europa betere toegang tot digitale goederen en diensten voor consumenten en bedrijven;
  • gunstige en gelijke voorwaarden voor digitale netwerken en innovatieve diensten;
  • een maximaal groeipotentieel voor de digitale economie.

Pijler I: in heel Europa betere toegang tot digitale goederen en diensten voor consumenten en bedrijven

1. Regels die grensoverschrijdende e-commerce gemakkelijker maken. Er moeten geharmoniseerde EU-regels komen voor contracten en bescherming van consumenten die via internet aankopen doen: materiële goederen zoals schoenen of meubels, maar ook digitale inhoud zoals e-books of apps. Consumenten krijgen een ruimere keuze uit rechten en aanbiedingen, terwijl bedrijven hun producten gemakkelijker in andere EU-landen kunnen verkopen. Dat schept meer vertrouwen in het kopen of verkopen over de grens heen (zie feiten en cijfers in het factsheet).

2. Snellere en consequentere handhaving van de regels voor consumentenbescherming, dankzij herziening van de verordening samenwerking consumentenbescherming.

3. Efficiëntere en betaalbaardere bezorging van pakjes. Volgens 62% van de bedrijven die online verkopen, zijn hoge bezorgkosten een probleem.

4. Een eind maken aan ongefundeerde geoblocking – een discriminerende praktijk die om commerciële redenen wordt toegepast, waardoor consumenten op basis van hun locatie geen toegang krijgen tot een website of worden doorgestuurd naar een lokale webwinkel met andere prijzen. Door deze blokkering kan het gebeuren dat een consument die een auto wil huren, meer geld kwijt is dan iemand uit een andere lidstaat voor dezelfde auto op dezelfde bestemming.

5. Identificatie van mogelijke concurrentieproblemen op de Europese e-commercemarkten. De Commissie start daarom vandaag een onderzoek naar de mededinging in de e-commercesector in de Europese Unie (persbericht).

6. Een modern, meer Europees auteursrecht: voor eind 2015 komen er wetgevingsvoorstellen om de verschillen tussen de nationale auteursrechtenregelingen te verkleinen en werken in de hele EU op bredere schaal online toegankelijk te maken, onder meer door verdere harmonisatie. Het is de bedoeling dat de toegang tot cultuur hierdoor wordt verbeterd (en zo de culturele diversiteit gesteund) en dat makers van inhoud en de bedrijfstak nieuwe mogelijkheden krijgen. Met name wil de Commissie dat gebruikers die in eigen land films, muziek of artikelen kopen, daar ook op reis door Europa gebruik van kunnen maken. De Commissie zal ook kijken naar de rol van onlinetussenpersonen bij auteursrechtelijk beschermde werken. Er zal strenger worden opgetreden als intellectuele-eigendomsrechten op commerciële schaal worden geschonden.

7. Herziening van de satelliet- en kabelrichtlijn om te beoordelen of online-uitzendingen van omroeporganisaties daar ook onder moeten vallen. Ook zal worden bekeken hoe de grensoverschrijdende toegang tot omroepdiensten in Europa kan worden verbeterd.

8. Voor bedrijven administratieve lasten terugdringen die het gevolg zijn van de verschillende btw-stelsels. Verkopers van materiële goederen kunnen dan gebruikmaken van één systeem voor elektronische registratie en betaling. De btw-drempel wordt overal gelijk, zodat kleinere start-ups gemakkelijker via internet kunnen verkopen.

Pijler II: gunstige en gelijke voorwaarden scheppen voor digitale netwerken en innovatieve diensten

9. Een ambitieuze herziening van de telecomregels van de EU, onder meer door doeltreffender coördinatie van het spectrum en EU-brede criteria voor de spectrumtoewijzing op nationaal niveau, stimuleringsmaatregelen voor investeringen in snel breedband, waardoor voor alle marktdeelnemers (traditionele en nieuwe) dezelfde voorwaarden gelden, en een doeltreffend institutioneel kader.

10. Herziening van de regelgeving voor audiovisuele media om die aan te passen aan de eenentwintigste eeuw. Het accent ligt daarbij op de rol die verschillende marktdeelnemers spelen bij de promotie van Europese werken: omroeporganisaties, aanbieders van audiovisuele diensten op aanvraag enz. De Commissie zal ook bekijken hoe de bestaande regels (de richtlijn audiovisuele mediadiensten) kunnen worden aangepast aan nieuwe bedrijfsmodellen voor de verspreiding van inhoud.

11. Een algehele analyse van de rol die onlineplatforms (zoekmachines, sociale media, appstores enz.) op de markt spelen. Aan de orde komen zaken als het gebrek aan transparantie van zoekresultaten en prijsbeleid, de wijze waarop platforms de verkregen informatie gebruiken, de betrekkingen tussen platforms en leveranciers en de bevoordeling van hun eigen diensten ten nadele van die van concurrenten – voor zover dit niet al onder het mededingingsrecht valt. Ook zal worden onderzocht hoe illegale inhoud op internet het best kan worden aangepakt.

12. Versterking van het vertrouwen in en de veiligheid van digitale diensten, vooral hoe met persoonsgegevens wordt omgegaan. Op basis van de nieuwe EU-regels voor gegevensbescherming, die eind 2015 moeten worden goedgekeurd, herziet de Commissie de richtlijn e-privacy.

13. Voorstellen voor een partnerschap met de internetbedrijfstak over cyberveiligheid: technologieën en oplossingen voor de netwerkveiligheid op internet.

Pijler III: een maximaal groeipotentieel voor de digitale economie

14. Voorstel voor een Europees initiatief voor vrij verkeer van gegevens in de Europese Unie. Nieuwe vormen van dienstverlening worden soms gehinderd door beperkingen op de plaats waar gegevens worden opgeslagen of op de toegang tot die gegevens. Die beperkingen houden vaak geen verband met de bescherming van persoonsgegevens. Dit nieuwe initiatief pakt die beperkingen aan en stimuleert op die manier innovatie. De Commissie komt ook met een Europees cloudinitiatief voor het certificeren van clouddiensten, het overstappen naar een andere cloudaanbieder en een “onderzoekscloud”.

15. Prioriteiten voor normen en interoperabiliteit die cruciaal zijn voor deelgebieden van de digitale eengemaakte markt, zoals e-gezondheid, vervoersplanning en energie (slimme meters).

16. Steun voor een inclusieve digitale samenleving waarin burgers over de nodige vaardigheden beschikken om de mogelijkheden van internet te benutten en meer kans te maken op de arbeidsmarkt. Met een nieuw actieplan voor e-overheid worden handelsregisters in heel Europa onderling gekoppeld, zodat de verschillende nationale systemen kunnen samenwerken. Bedrijven en burgers hoeven dan maar éénmaal hun gegevens aan de overheid door te geven, zodat verschillende instanties niet steeds opnieuw om dezelfde gegevens hoeven te vragen. Dit initiatief bestrijdt bureaucratische rompslomp en kan vanaf 2017 zo’n 5 miljard euro per jaar besparen. De invoering van elektronische overheidsopdrachten en breed toepasbare elektronische handtekeningen wordt versneld.

Van plannen naar uitvoering?

Zo, dat klinkt allemaal behoorlijk ambitieus. Het is alleen wel belangrijk om te beseffen dat het vooralsnog om intenties gaat en in het verleden al meerdere keren is gebleken dat het met de gezamenlijkheid en daadkracht nogal tegenvalt als er voorstellen voor hervorming op tafel liggen. Tenzij ze Google gezamenlijk willen aanpakken natuurlijk want daar komen de handen wel voor op elkaar en die krachtige taal spreekt men in feite nog een keer uit in de 11e maatregel.

De (voor mij) interessantste aangekondigde maatregelen zijn echter te vinden bij de eerste pijler. In de factsheet zijn die als infographic weergegeven:

digital single market
Nou ja, behalve de verzendkosten dan hoewel ik het persoonlijk zou kunnen waarderen als die voor Amazon.co.uk lager konden worden. Ik ben (blij) verrast dat het vereenvoudigen van de btw-regelingen ook onderdeel uitmaakt van de plannen, al worden veel van de de huidige problemen volgens mij veroorzaakt door de nieuwe Europese btw-wetgeving die net per 1 januari 2015 is ingevoerd. Alleen al over het sterk uiteenlopende btw-tarief van ebooks in de verschillende Europese lidstaten is al flink wat gesteggel geweest dus ik ben wat skeptisch over hoe makkelijk (en snel) btw-regelingen vereenvoudigd gaan worden.

Geoblocking is een ander heikel punt en eentje waar veel consumenten zich aan ergeren, zeker als het gaat om online videodiensten zoals Netflix en YouTube. Het is de blokkade die op basis van landsgrenzen is ingesteld waardoor je alleen maar toegang tot specifieke content hebt als je je ook fysiek binnen die landsgrenzen bevindt. Een veelgebruikt voorbeeld is Netflix waarbij het aanbod van land tot land verschilt in Europa maar je kunt ook denken aan de Kindle ebooks van de Engelse of Duitse Amazon die je niet vanuit Nederland kunt kopen. En natuurlijk al die video’s op YouTube die je niet kunt kijken:

this video is not available digital single market
Het lastige aan het elimineren van geoblocking is dat de invloed van Europa relatief beperkt is. Geoblocking heeft vooral te maken met licenties en (prijs)afspraken die door contenteigenaren vastgesteld worden. Daar kunnen vanuit Europees verband wel andere eisen aan gesteld worden zodat iedereen in Europa toegang moet krijgen tot dezelfde content, ongeacht waar ze zich bevinden, maar dat zal ongetwijfeld financiële of andere consequenties krijgen. Wat we in de praktijk echt gaan merken van deze maatregel? De tijd zal het leren.

Het moderniseren van het auteursrecht is zo mogelijk nog ingrijpender. Er is echt wel overeenstemming dat het gemoderniseerd moet worden – de huidige Europese auteursrechtenrichtlijn dateert uit 2001 – maar met 28 verschillende Auteurswetten in Europa is zelfs een minimale mate van harmonisatie een bijna onvoorstelbare klus. Niet dat er geen goede voorstellen liggen overigens want komende maand wordt een evaluatierapport van de Europese auteursrechtwetgeving besproken in de Europese Commissie waarin veel nuttige aanbevelingen worden gedaan (waaronder e-lending, gelijktrekken van de beschermingsduur van het auteursrecht en het versterken van de positie van auteurs zoals dat in Nederland al opgenomen is in het wetsvoorstel auteurscontractenrecht). Elke aanbeveling kan en zal ongetwijfel gaan leiden tot lange en lastige discussies.

De Europese Commissie maakt er echter haast mee en kondigde gisteren ook aan dat alle zestien maatregelen eind 2016 gerealiseerd moeten zijn. Misschien en hopelijk worden de knopen de komende anderhalf jaar beter (of uberhaupt) doorgehakt dan gedurende de laatste 10 jaren. Maar ik betwijfel of jij en ik in die periode echt iets gaan merken van die eengemaakte digitale markt.

@afbeelding Single (vinyl en niet digitaal) via Pixabay met een CC0 verklaring

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top