Right to e-read: het recht op uitlenen van ebooks

uitlenen van ebooks right to e-readVandaag is het de World Book and Copyright Day voor wie dat nog niet wist. De European Bureau of Library Information and Documentation Associations (EBLIDA) heeft vandaag uitgeroepen tot Europese Right to e-read dag en is een campagne gestart waarin ze, samen met diverse nationale bibliotheekverenigingen, aandacht vragen voor de auteursrechtelijke problemen die bibliotheken ondervinden om ebooks te kunnen uitlenen aan hun gebruikers.

In Nederland wordt dat opgepakt door de VOB die vanmiddag een bijeenkomst organiseerde in Den Haag waar EBLIDA president Böttger een petitie overhandigde aan Europarlementariër Marietje Schaake om in Europese wetgeving het recht op uitlenen van ebooks te verankeren voor bibliotheken. Onmiddellijk gevolgd door een EBLIDA persconferentie over dit onderwerp overigens.

In hun statement gaat het vooral om het benadrukken dat auteursrechtwetgeving gewijzigd zou moeten worden om bibliotheken een sterkere positie te geven ten opzichte van uitgevers teneinde ook met een volwaardig aanbod te kunnen komen voor hun gebruikers. EBLIDA concludeert dat met de huidige wetgeving en werkwijzen het primair uitgevers zijn die bepalen wat bibliotheken in hun digitale collecties kunnen opnemen.

Therefore EBLIDA hereby calls on the EU Commission for a clear copyright framework that allows libraries to acquire and lend e-books with an adequate remuneration to authors and other rights holders. Just as with printed books, an updated copyright framework should allow libraries to continue to provide their services for the benefit of all European citizens.

Terugblik op het recht op uitlenen van ebooks

Op 26 februari 2013 is in Nederland het rapport “Online uitlenen van e-books door bibliotheken” aan de Tweede Kamer aangeboden. Hierin staan de bevindingen van een onderzoek naar de mogelijkheden van een wettelijke uitzondering op het auteursrecht voor het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken – al dan niet gepaard met een vergoeding aan rechthebbenden, vergelijkbaar met hoe dat in de leenrechtexceptie al jaren geregeld is voor papieren boeken. De conclusie was echter niet wat de bibliotheken gehoopt hadden.

Het bestaande Nederlandse auteursrechtkader lijkt geen wettelijke grondslag te bieden waaronder het uitlenen van ebooks door bibliotheken mogelijk is. Uit het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat uitlening in Nederland zich van oudsher voornamelijk richt op fysieke exemplaren. Van de eerste leenvergoedingsregeling tot de huidige auteursrechtelijke regeling is het object van het leenrecht steeds toegespitst op ‘exemplaren’ van werken. Voor de huidige regeling in de Auteurswet wordt aangenomen dat het om stoffelijke exemplaren gaat.

In de begeleidende brief bij het rapport stelde minister Bussemaker dat:

Dit betekent dat het uitlenen van e-content door openbare bibliotheken zal moeten plaatsvinden op basis van contractuele afspraken tussen betrokken partijen zoals auteurs, uitgevers, rechtenorganisaties, distributeurs en bibliotheken. Met deze bevindingen en conclusies houd ik rekening bij de aangekondigde bibliotheekwetgeving, die u na de zomer krijgt toegezonden.

En dat is precies wat de bibliotheken tot nu toe gedaan hebben om tot het aanbod van hun huidige ebookdienst te komen. Afspraken maken met rechthebbenden voor gebruik van beschermde werken is zoals het auteursrecht behoort te werken.

Maar de minister liet wel een deurtje open staan in dat rapport voor het geval de bibliotheken niet in staat zouden zijn om met uitgevers goede afspraken te maken om het uitlenen van ebooks goed van de grond te krijgen. In het rapport van OCW werd de mogelijkheid verkend van extended collective licensing: een stelsel van licenties die bibliotheken het recht zou geven om alle ebooks in een bepaalde categorie onder bepaalde voorwaarden te mogen uitlenen. Die licenties zouden door een collectieve beheersorganisatie verstrekt kunnen worden, om te voorkomen dat bibliotheken met alle betrokken partijen individueel afspraken moeten maken. Alle uitgevers zouden dan (verplicht) vertegenwoordigd zijn in de collectieve beheersorganisatie en daar zouden de bibliotheken dan afspraken mee moeten maken. Dat idee sloot ook nauw aan bij het eerste uitgangspunt van de Principles for Library eLending die de IFLA vorig jaar publiceerde voor bibliotheken en wetgevers.

Bibliotheekwet in Nederland

In de nieuwe bibliotheekwetgeving zou er eventueel verder gekeken worden naar een dergelijke constructie maar in de huidige versie van de Bibliotheekwet (Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen) is er geen sprake van een andere aanpak om tot uitlenen van ebooks te komen. Het uitgangspunt blijft dat bibliotheken en rechthebbenden samen tot afspraken moeten komen om een volwaardige ebookdienstverlening te creëren.

De consequenties van het gegeven dat er licenties afgesloten moeten worden door de bibliotheken voor digitale content tekenen zich ook af in het wetsvoorstel. De wettelijke contributievrijstelling voor de jeugd wordt niet gehandhaafd als het om het digitale aanbod gaat. Het ligt immers niet voor de hand dat uitgevers en rechthebbenden afspraken zullen maken voor het beschikbaar maken van jeugd-ebooks als daar geen inkomsten tegenover kunnen staan, terwijl het wel hun eigen verkoopmarkt aantast.

Over dat wetsvoorstel zijn de afgelopen maanden veel vragen gesteld door de kamerpartijen en die zijn inmiddels allemaal door de minister beantwoordt (PDF) in de aanloop naar het definitief vaststellen en invoeren van de Bibliotheekwet. En juist bij de beantwoording van een vraag door de PvdA-fractie over het mogelijk moeten maken van gratis lenen van ebooks door de jeugd komt toch de stok achter de deur weer tevoorschijn.

Zonder overeenkomsten met uitgevers en auteurs kunnen bibliotheken geen e-books aanbieden. Om deze redenen kent het wetsvoorstel geen contributievrijstelling voor de jeugd in het digitale domein. Wel is het mogelijk – bijvoorbeeld om het lezen te stimuleren – bepaalde pakketten voor de jeugd onder gunstige voorwaarden aan te bieden.
Indien blijkt dat de bibliotheken en rechthebbenden niet in staat zijn tegen de achtergrond van het geldende juridisch kader samen adequate afspraken te maken over e-lending door bibliotheken, moet worden bezien op welke andere wijzen de ontwikkeling van e-lending door bibliotheken kan worden ondersteund. De regering wil hierbij de belangen van alle betrokkenen in acht nemen, waaronder rechthebbenden, bibliotheken en het bredere publiek. Dit voornemen heeft de regering ook meegedeeld in de kabinetsreactie op de consultatie over modernisering van het auteursrecht, waarin expliciet aandacht wordt besteed aan de uitleenexceptie in relatie tot gedigitaliseerde werken.

Hoever gaat dat right to e-read?

Wat zijn adequate afspraken? Hoe moet het aanbod van de openbare bibliotheken (in Europa) er uitzien voordat je kunt spreken van een volwaardige ebookdienst? In Nederland zijn we redelijk ver nu met de dienstverlening als je het vergelijkt met landen om ons heen maar 5000 ebooktitels is niet veel als je kijkt naar het totale aanbod van ebooks in Nederland, laat staan als je kijkt naar het aantal titels dat in papieren vorm leverbaar is en al onderdeel uitmaakt van bibliotheekcollecties. En dan is het ook wel duidelijk dat de meerderheid van de 5000 titels in de digitale bibliotheekcollectie bestaat uit ebooks die al enkele jaren oud zijn en sowieso nauwelijks of niet de verkoopmarkt van uitgevers bedreigen.

Dat lijkt ook de oorzaak van de huidige patstelling te zijn in het verder uitbreiden van het aanbod van uitleenbare ebooks. Uitgevers zien zelf onvoldoende redenen om hun titels die (goed) verkopen ook beschikbaar te maken via de bibliotheken. En zien dat als een bedreiging van de verkoopcijfers als Nederlanders via hun openbare bibliotheek de populaire titels en bestsellers kunnen lenen. Ongeacht of dat een correcte redenering is of niet, het staat de uitgevers in de huidige situatie simpelweg vrij om geen afspraken te (willen) maken met de bibliotheken … en dan schiet het inderdaad niet erg op want dat zijn natuurlijk wel precies de titels die bibliotheekleden verwachten en willen van een ebookdienst van de bibliotheek. Helemaal als je er straks ook nog extra voor moet gaan betalen.

De petitie

Het auteursrecht zou eigenlijk op Europees niveau gemoderniseerd moeten worden – inclusief een uitleenexceptie in relatie tot ebooks -om zowel bibliotheken als uitgevers de benodigde prikkel te geven met elkaar tot het uitlenen van ebooks te komen. Er moet serieus gekeken gaan worden naar extended collective licensing dat invulling kan geven aan een dergelijke uitleenexceptie. Waarbij er een goede vergoeding betaald moet worden en er een constructie gevonden moet worden die de verkoopmarkt voor uitgevers niet onnodig bedreigt.

Dat is dan ook de essentie van de petitie die vanaf vandaag getekend kan worden door Europese burgers. De petitie stelt:

We willen:

  • bibliotheekgebruikers van de nieuwste e-books kunnen voorzien zoals ze dat ook kunnen met gedrukte boeken;
  • e-books kunnen kopen tegen faire prijzen en kunnen uitlenen op basis van redelijke voorwaarden;
  • dat alle burgers – ongeacht hun inkomen – profijt hebben van onbelemmerde toegang tot e-books in bibliotheken;
  • dat auteurs / auteursrechthebbenden een eerlijke vergoeding ontvangen voor het uitlenen van hun e-books.

Daar kun je toch bijna niet op tegen zijn? Het tekenen van de petitie is dan een kleine moeite lijkt me.

#

Aanbod en uitlenen van ebooks door bibliotheken: over Auteurswet, Bibliotheekwet en campagnes

uitlenen van ebooks right to e-readToen ik vorige maand door de hoofdredacteur van de META (het vakblad van de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie) gevraagd werd een bijdrage te leveren over de ontwikkelingen rondom uitlenen van ebooks in Nederlands, was dat meteen een mooie gelegenheid om ook voor mezelf het een en ander op een rijtje te zetten. Voor dat artikel heb ik me beperkt tot de verschillende ebookdiensten die de bibliotheken de afgelopen jaren uitgeprobeerd hebben – en de huidige ebookdienst – maar is het volgens mij minstens zo interessant om er vanuit het perspectief van wetgeving naar te kijken.

De aanleiding bij onze zuiderburen om uitgebreid bij dit onderwerp stil te staan bleek namelijk de ‘The right to e-read‘ campagne te zijn die EBLIDA (European Bureau of Library, Information and Documentation Associations, een Europese overkoepelende organisatie voor bibliotheek, archief en documentatie-organisaties) de komende maand in geheel Europa voert om aandacht te vragen voor de problemen die bibliotheken hebben om met een goede ebookdienstverlening te komen. In hun statement gaat het vooral om het benadrukken dat auteursrechtwetgeving gewijzigd zou moeten worden om bibliotheken een sterkere positie te geven ten opzichte van uitgevers teneinde ook met een volwaardig aanbod te kunnen komen voor hun gebruikers. EBLIDA concludeert (terecht mijns inziens) dat met de huidige wetgeving en werkwijzen het primair uitgevers zijn die bepalen wat bibliotheken in hun digitale collecties kunnen opnemen.

Therefore EBLIDA hereby calls on the EU Commission for a clear copyright framework that allows libraries to acquire and lend e-books with an adequate remuneration to authors and other rights holders. Just as with printed books, an updated copyright framework should allow libraries to continue to provide their services for the benefit of all European citizens.

Recht op ebooks?

Op 26 februari 2013 is in Nederland het rapport “Online uitlenen van e-books door bibliotheken” aan de Tweede Kamer aangeboden. Hierin staan de bevindingen van een onderzoek naar de mogelijkheden van een wettelijke uitzondering op het auteursrecht voor het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken – al dan niet gepaard met een vergoeding aan rechthebbenden, vergelijkbaar met hoe dat in de leenrechtexceptie al jaren geregeld is voor papieren boeken. De conclusie was echter niet wat de bibliotheken gehoopt hadden.

Het bestaande Nederlandse auteursrechtkader lijkt geen wettelijke grondslag te bieden waaronder het uitlenen van ebooks door bibliotheken mogelijk is. Uit het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat uitlening in Nederland zich van oudsher voornamelijk richt op fysieke exemplaren. Van de eerste leenvergoedingsregeling tot de huidige auteursrechtelijke regeling is het object van het leenrecht steeds toegespitst op ‘exemplaren’ van werken. Voor de huidige regeling in de Auteurswet wordt aangenomen dat het om stoffelijke exemplaren gaat.

In de begeleidende brief bij het rapport stelde minister Bussemaker dat:

Dit betekent dat het uitlenen van e-content door openbare bibliotheken zal moeten plaatsvinden op basis van contractuele afspraken tussen betrokken partijen zoals auteurs, uitgevers, rechtenorganisaties, distributeurs en bibliotheken. Met deze bevindingen en conclusies houd ik rekening bij de aangekondigde bibliotheekwetgeving, die u na de zomer krijgt toegezonden.

En dat is precies wat de bibliotheken ook deden om tot het aanbod van hun huidige ebookdienst te komen. Afspraken maken met rechthebbenden voor gebruik van beschermde werken is zoals het auteursrecht behoort te werken en de Inkoopcommissie heeft diverse overeenkomsten gesloten met een groot aantal uitgevers om ebooks ook daadwerkelijk beschikbaar te maken voor uitlenen.

Maar de minister liet wel een deurtje open staan in dat rapport voor het geval de bibliotheken niet in staat zouden zijn om met uitgevers goede afspraken te maken om eLending goed van de grond te krijgen. In het rapport van OCW werd de mogelijkheid verkend van extended collective licensing: een stelsel van licenties die bibliotheken het recht zou geven om alle ebooks in een bepaalde categorie onder bepaalde voorwaarden te mogen uitlenen. Die licenties zouden door een collectieve beheersorganisatie verstrekt kunnen worden, om te voorkomen dat bibliotheken met alle betrokken partijen individueel afspraken moeten maken. Alle uitgevers zouden dan (verplicht) vertegenwoordigd zijn in de collectieve beheersorganisatie en daar zouden de bibliotheken dan afspraken mee moeten maken. Dat idee sloot ook nauw aan bij het eerste uitgangspunt van de Principles for Library eLending die de IFLA vorig jaar publiceerde voor bibliotheken en wetgevers.

Bibliotheekwet

In de nieuwe bibliotheekwetgeving zou er eventueel verder gekeken worden naar een dergelijke constructie maar in de huidige versie van de Bibliotheekwet (Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen) is er geen sprake van een andere aanpak om tot eLending te komen. Het uitgangspunt blijft dat bibliotheken en rechthebbenden samen tot afspraken moeten komen om een volwaardige ebookdienstverlening te creëren.

De consequenties van het gegeven dat er licenties afgesloten moeten worden door de bibliotheken voor digitale content tekenen zich ook af in het wetsvoorstel. Niet alleen krijgt de Koninklijke Bibliotheek de rol toegewezen om een landelijke digitale bibliotheek in te richten (en wordt dat dus niet meer lokaal gedaan) maar ook zal het lidmaatschap van de digitale en fysieke bibliotheek losgekoppeld kunnen worden. Plus dat de wettelijke contributievrijstelling voor de jeugd niet gehandhaafd wordt als het om het digitale aanbod gaat. Het ligt immers niet voor de hand dat uitgevers en rechthebbenden afspraken zullen maken voor het beschikbaar maken van jeugd-ebooks als daar geen inkomsten tegenover kunnen staan, terwijl het wel hun eigen verkoopmarkt aantast.

Over dat wetsvoorstel zijn de afgelopen maanden veel vragen gesteld door de kamerpartijen en die zijn inmiddels allemaal door de minister beantwoordt (PDF) in de aanloop naar het definitief vaststellen en invoeren van de Bibliotheekwet. En juist bij de beantwoording van een vraag door de PvdA-fractie over het mogelijk moeten maken van gratis lenen van ebooks door de jeugd komt toch de stok achter de deur weer tevoorschijn.

Zonder overeenkomsten met uitgevers en auteurs kunnen bibliotheken geen e-books aanbieden. Om deze redenen kent het wetsvoorstel geen contributievrijstelling voor de jeugd in het digitale domein. Wel is het mogelijk – bijvoorbeeld om het lezen te stimuleren – bepaalde pakketten voor de jeugd onder gunstige voorwaarden aan te bieden.
Indien blijkt dat de bibliotheken en rechthebbenden niet in staat zijn tegen de achtergrond van het geldende juridisch kader samen adequate afspraken te maken over e-lending door bibliotheken, moet worden bezien op welke andere wijzen de ontwikkeling van e-lending door bibliotheken kan worden ondersteund. De regering wil hierbij de belangen van alle betrokkenen in acht nemen, waaronder rechthebbenden, bibliotheken en het bredere publiek. Dit voornemen heeft de regering ook meegedeeld in de kabinetsreactie op de consultatie over modernisering van het auteursrecht, waarin expliciet aandacht wordt besteed aan de uitleenexceptie in relatie tot gedigitaliseerde werken.

Waar heeft de Europese bibliotheekgebruiker recht op?

Wat zijn adequate afspraken? Hoe moet het aanbod van de openbare bibliotheken (in Europa) er uitzien voordat je kunt spreken van een volwaardige ebookdienst? In Nederland zijn we redelijk ver nu met de dienstverlening als je het vergelijkt met de overige landen in Europa maar 5000 ebooktitels is niet veel als je kijkt naar het totale aanbod van ebooks in Nederland, laat staan als je kijkt naar het aantal titels dat in papieren vorm leverbaar is en al onderdeel uitmaakt van bibliotheekcollecties.

En dan is het ook wel duidelijk dat de meerderheid van de 5000 titels in de digitale bibliotheekcollectie bestaat uit ebooks die al enkele jaren oud zijn en sowieso nauwelijks of niet de verkoopmarkt van uitgevers bedreigen. De populaire titels en bestsellers zijn, afhankelijk van je definitie van populaire titels, slechts in geringe mate vertegenwoordigd. Zelfs dit huidige aanbod willen de bibliotheken eigenlijk gaan splitsen in een gratis basispakket met titels ouder dan 3 jaar en een pluspakket van recentere titels waarvoor extra betaald moet gaan worden door de bibliotheekleden. Maar die splitsing is tot nader bericht uitgesteld meldde de Stichting BNL onlangs nog, wat suggereert dat de bibliotheken zelf op dit moment ook niet overtuigd zijn van de aantrekkingskracht van dat pluspakket. Als je leden vraagt om extra te betalen voor recentere titels dan zullen ze de digitale titels uit de top 60 van best verkopende boeken in het pluspakket verwachten en tja, die zitten er geen van alle in.

Misschien dat op 23 april, wanneer de EBLIDA tijdens de World Book and Copyright Day een persconferentie geeft over het recht op digitaal lezen in Brussel, toch het startschot eindelijk gaat klinken om in Europees verband wat te gaan doen aan de beschikbaarheid van (alle) ebooks in Europese bibliotheken. Zodat het uitlenen van ebooks toch nog de gewoonste zaak van de wereld kan worden voor bibliotheken. En gebruikers.

Zo’n ‘Right to e-read‘ campagne is volgens mij nog wel hard nodig.

#

Over verweesde werken, de Auteurswet en digitaliseren van collecties

verweesde werken

Bibliotheken, onderwijsinstellingen, musea maar bijvoorbeeld ook publieke omroeporga­nisaties houden zich al jaren bezig met de grootschalige digitalisering van hun collecties of archieven om digitale bibliotheken te creëren die dat culturele erfgoed beschikbaar maakt voor het grote publiek. Ook al is dat een nobel streven natuurlijk, het betekent nog steeds niet dat deze erfgoedinstellingen zo maar alles uit hun collecties kunnen digitaliseren en online ter beschikking kunnen stellen. Er rust auteursrecht op een groot deel van deze collecties en dat betekent dat instellingen verplicht toestemming moeten vragen als ze auteursrechtelijk beschermd werk uit hun verzamelingen willen reproduceren of online openbaar maken.

Tussen droom en daad staat de Auteurswet
De Koninklijke Bibliotheek is een mooi en zichtbaar voorbeeld van een erfgoedinstelling die veel initiatieven ontplooid heeft in het digitaliseren en aanbieden van historische werken uit hun collecties. Toch zijn ze beperkt in die ambitie tot de werken van voor 1870 als ze op veilig willen spelen aangezien die met een beschermingsduur van 70 jaar na het overlijden van de maker gegarandeerd niet meer auteursrechtelijk beschermd zijn. Vanzelfsprekend kunnen en willen instellingen zichzelf niet beperken in het aanbieden van digitale collecties door alleen materiaal t/m het einde van de 19e eeuw op te nemen. En dat is de reden dat voor 20ste eeuwse werken uitgebreide procedures ontwikkeld moeten worden om de auteursrechten te regelen.

Alsof dit al niet genoeg werk oplevert is het digitaliseren en beschikbaar maken van zogeheten verweesde werken een additioneel groot probleem. Verweesde werken zijn werken die weliswaar auteursrechtelijk beschermd zijn maar waarvan de rechthebbenden niet bekend zijn. Het gaat in elke collectie materiaal vaak om enorme aantallen, wat alleen maar groeit naar mate de werken ouder zijn/worden, en waarbij telkens de belangen van het digitaal beschikbaar maken afgewogen worden tegen de kosten van het traceren van -en toestemming vragen aan- de rechthebbenden. Ook al gaat dit tegen het auteursrecht in, steeds vaker prevaleert het belang om de werken te behouden in de groeiende digitale collecties van bibliotheken en erfgoedinstellingen. Zo nam eind 2012 de Koninklijke Bibliotheek al het besluit om voor haar tijdschriftenproject 1850-1940 een opt out in te stellen voor rechthebbenden: niet meer op zoek gaan naar rechthebbenden en toestemming vragen maar een bezwaarmogelijkheid geven indien rechthebbenden zich achteraf zouden melden.

Van een Europese richtlijn…
Zo ver als de Koninklijke Bibliotheek ging het Europees Parlement een maand later niet in oktober 2012 maar werd er wel een Europese richtlijn 2012/28/EU (PDF) vastgesteld die de wettelijke mogelijkheden verruimde voor publieke instellingen om juist dergelijk verweesd erfgoedmateriaal online beschikbaar te maken. Niet met een opt out regeling – want instellingen dienen nog steeds een grondig onderzoek te doen naar eventuele rechthebbenden – maar deze zoektocht werd wel afgebakend tot een aantal vastgestelde bronnen die geraadpleegd moeten worden (en die in de bijlage van de richtlijn zijn opgenomen). Zijn de rechthebbenden niet gevonden, dan kan het werk als verweesd worden bestempeld en gedigitaliseerd worden. Rechthebbenden behouden het recht om achteraf die status alsnog te beëindigen en een vergoeding voor het gebruik ervan te ontvangen.

… tot Nederlandse wetgeving
Een Europese richtlijn is niet vrijblijvend voor de Europese lidstaten. Ook Nederland is ertoe gehouden de richtlijn uiterlijk 29 oktober 2014 in Nederlands recht om te zetten en eerder deze week ging een Wetsvoorstel Wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten naar de Tweede Kamer toe die richtlijn 2012/28/EU implementeert in beide wetten.

De memorie van toelichting vat het wetsvoorstel netjes samen op pagina 3:

Kern van het wetsvoorstel vormen de artikelen 16o en 17 Auteurswet en artikel 10, onderdeel l, Wet op de naburige rechten waarin overeenkomstig artikel 6 van de richtlijn wordt voorzien in een nieuwe exceptie op het auteursrecht respectievelijk het naburig recht op grond waarvan bepaalde (erfgoed-)organisaties verweesde werken online toegankelijk mogen maken. […]

Artikel 16p implementeert artikel 3 van de richtlijn en bevat de wettelijke grondslag voor het opstellen van een algemene maatregel van bestuur, waarin de bronnen zijn opgenomen die in Nederland moeten worden geraadpleegd alvorens gesproken kan worden van zorgvuldig onderzoek naar de rechthebbende. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorts nadere regels gegeven over de gegevens die de erfgoed-organisatie moet doorgegeven aan een nader te bepalen overheidsinstantie opdat het verweesde werk kan worden geregistreerd in een Europese centrale databank verweesde werken.

Artikel 16q implementeert artikel 5 van de richtlijn waarin is bepaald dat het gebruik op grond van de beperking dient te eindigen, zodra de rechthebbende alsnog gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de status van verweesd werk te beëindigen. Tevens bepaalt dit artikel dat rechthebbenden die zich naderhand melden recht hebben op een billijke compensatie voor het gebruik dat van hun werken is gemaakt. Het gebruik kan vervolgens uiteraard wel worden voortgezet op basis van toestemming van de rechthebbende.

Artikel 16o regelt welke categorieën werken als verweesd werk kunnen worden aangemerkt, welke organisaties die werken op grond van de richtlijn mogen gebruiken en op welke wijze die organisaties de verweesde werken mogen gebruiken. Bij de organisaties worden ook onderwijsinstellingen meegerekend en het wetsvoorstel regelt ook meteen dat deze instellingen nu eveneens vermeld worden bij de overige artikelen in de Auteurswet die voor erfgoedinstellingen van toepassing zijn (artikelen 15h over raadpleging van werken via een terminal en 16n die de preserverings- of restauratie uitzondering bevat). In lid 3 van artikel 16o worden ook nog enkele andere hindernissen bij digitalisering uit de weg geruimd: niet gepubliceerde werken kunnen openbaar gemaakt worden als de aanname gedaan kan worden dat de rechthebbende geen bezwaar zou hebben gehad, wat op bijv. dagboeken uit nalatenschappen van toepassing is. En gedeeltelijk verweesde werken – als er wel één of meer rechthebbenden opgespoord zijn maar niet alle rechthebbenden gevonden zijn – kunnen in tegenstelling tot voorheen nu gedigitaliseerd en openbaar gemaakt worden mits de wel opgespoorde rechthebbende(n) daar toestemming voor geven.

Artikel 16p regelt wat een instelling moet doen voordat de status van verweesd aan een werk toegekend kan worden, waar de zoekinspanningen moeten worden uitgevoerd, welke informatie na afloop van het onderzoek moeten worden bijgehouden en welke informatie moet worden doorgegeven aan de overheid. De bronnenlijst zal in een algemene maatregel van bestuur worden opgesteld en bijgehouden. Belangrijke toevoeging (en consequentie van een registratie van de verweesde werken in een Europese centrale databank) is de wederzijdse erkenning van de status als verweesd werk: als er eenmaal onderzoek is gedaan hoeft dat door een andere erfgoedinstelling niet nog een keer gedaan te worden voor hetzelfde werk.

Het schoolvoorbeeld van werken waar het bijzonder lastig en arbeidsintensief is om de auteursrechten te regelen zijn tv-uitzendingen van omroepen. Daar zijn vele rechthebbenden bij betrokken die allen toestemming moeten geven voordat een uitzending online beschikbaar kan worden gemaakt. In de richtlijn wordt specifiek het belang aangegeven om verweesde tv-uitzendingen van Europese publieke omroeporganisaties beschikbaar te kunnen maken. Dit is in het wetsvoorstel in artikel 17 geïmplementeerd en het regelt de exceptie inzake verweesde werken met betrekking tot publieke media-instellingen. In Nederland gaat het dan om de publieke media-instellingen die op grond van de Mediawet 2008 bij of krachtens de wet zijn ingesteld, erkend of aangewezen. Dit zijn op landelijke niveau de NPO, NOS, NTR en STER (tot 1-1-2016), de door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkende omroepverenigingen, de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag. Op regionaal en lokaal niveau betreft het de door het Commissariaat voor de Media aangewezen media-instellingen. In het wetsvoorstel is er echter een einddatum ingebouwd: er kan slechts gebruik gemaakt worden van de beperking voor zover het producties betreft die tot stand zijn gekomen voor 1 januari 2003. De achterliggende overweging hierbij is dat media-instellingen zelf prima afspraken kunnen maken met de makers van de producties en dat de instellingen dus zelf een verantwoordelijkheid dienen te nemen om te voorkomen dat er verweesde werken (blijven) ontstaan.

De tijd gaat … nu… in
Het wetsvoorstel zal nu geagendeerd en behandeld moeten worden in de Tweede Kamer. Dat zal hoogstwaarschijnlijk niet leiden tot hele grote wijzigingen aangezien het grootste deel rechtstreeks uit de richtlijn overgenomen is (en dient te worden). En de deadline ligt al vast gezien de termijn van twee jaar, waardoor de wetswijziging gepubliceerd zal moeten worden in het Staatsblad van 28 oktober 2014.

Het is in elk geval een mooie stap vooruit in het kunnen digitaliseren en online beschikbaar van het culturele erfgoed door de diverse erfgoedinstellingen. Auteursrechtwetgeving gaat ook gewoon met de tijd mee, ook al zullen bibliotheken, onderwijsinstellingen, musea en archieven het waarschijnlijk altijd wel een vervelende hindernis blijven vinden in hun streven om alles te digitaliseren. Ook de Koninklijke Bibliotheek zal de opt out regeling los moeten laten en in de toekomst weer grondig onderzoek moeten doen om rechthebbenden van verweesde werken op te sporen. Dat zal echter wel aanzienlijk beter afgebakend zijn voor een betere balans tussen de belangen van rechthebbenden en de belangen van de Koninklijke Bibliotheek zelf.

@ foto: Thomas Hawk via Flickr Creative Commons
Update 16-9-2014: De “Wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten in verband met de implementatie van de Richtlijn nr. 2012/28/EU inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken; Gewijzigd voorstel van wet” (PDF) is op 16 september 2014 gepubliceerd door de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

#

  • © 2006- 2021 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top