Meten van de (meer)waarde van een onderwijsbibliotheek

In de ruim 17 jaar dat ik in een HBO bibliotheek werk heb ik veel zien veranderen in het hoger onderwijs. Nieuwe onderwijsvormen, een permanente cyclus van organisatiewijzigingen en steeds meer focus op het zichtbaar maken van de resultaten van alle kwaliteitsslagen die er moesten komen. Onderwijsmanagers die over performance indicatoren spraken, strakke begrotingen en het meetbaar (en vergelijkbaar) maken van zaken als studenttevredenheid, contacttijden, doorstroom, rendement enz enz. Bij opleidingsaccreditaties wordt er naar veel meer gekeken maar harde cijfers geven nu eenmaal een beter beeld dan subjectieve belevingen.

Daar waar het onderwijs zelf een hele slag gemaakt heeft om de effecten en kwaliteit van hun opleidingen meer kwantificeerbaar te maken, zijn de onderwijsbibliotheken daar toch wel grotendeels gevrijwaard van gebleven. Dat is aan de ene kant prettig en ook wel enigszins logisch. Ook als onderwijsvoorziening moet je vanzelfsprekend de zaken op orde hebben maar het bestaansrecht van een bibliotheek staat eigenlijk nimmer ter discussie. Ja, je moet je focussen op de informatievoorziening binnen het onderwijs en naar de studenten. Ja, je moet voorzien in studieplekken. Maar met uitzondering van soms strenge financiële afspraken wordt er geen keiharde lat neergelegd waar de dienstverlening aan moet voldoen. Niet eentje die het bestaansrecht van een bibliotheek in gevaar zou brengen.

De vraag is hoe blij je hier mee moet zijn.

Het maakt het namelijk ook onmogelijk om zelf als bibliotheek keiharde afspraken te maken. Met het onderwijs maar ook met je onderwijsinstelling. Duidelijkheid over welke diensten je levert, wat je toevoegt aan de kwaliteit van het onderwijs, je meerwaarde voor instelling en opleidingen.

Het enige waar we nu veelvuldig afspraken over maken is over hoeveel middelen we mogen gebruiken. Hoeveel boeken, tijdschriften en andere informatiedragers er in de collectie staan. Hoeveel digitale informatiebronnen aangeschaft kunnen worden. Hoeveel er bezuinigd moet worden op de begroting. Dat levert hele concrete doelstellingen op, dat is waar, maar het is op geen enkele wijze gerelateerd aan wat opleidingen en instelling nodig (zouden moeten) hebben aan dienstverlening. Laat staan dat je het over de consequenties van die financiële afspraken kunt hebben.

En zo blijven onderwijsbibliotheken en het onderwijs twee gescheiden werelden.

Maar het kan ook anders. Als je als onderwijsbibliotheek serieus bent over je toegevoegde waarde, dan kun je die laten zien. Dat moet niet vanuit je instelling maar je zou het zelf moeten willen. Je doelen en resultaten herformuleren en koppelen aan die van de onderwijsinstelling en de opleidingen. Immers, uiteindelijk streven we gezamenlijk dat ene doel na van het afleveren van gekwalificeerde afgestudeerden. Er bestaat al een uitgebreid stelsel van kwaliteitsafspraken en accreditaties om dit te toetsen en bij te sturen en daar zou je bij aan moeten haken als onderwijsbibliotheek.

Ik zie geen enkele reden waarom er geen accreditatie beoordelingskader opgesteld kan worden voor een onderwijsbibliotheek. Laten we werk maken van het aantonen van onze toegevoegde waarde voor de opleidingen inclusief consequenties als die waarde er niet zou zijn. Bij enkele opleidingen in mijn eigen instelling is die interesse er in ieder geval. Ook zij worden bij accreditaties beoordeeld op hoe informatievaardig hun afgestudeerde studenten zijn. Ook zij zien dat onderwijsbibliotheken kunnen helpen met (open) leermiddelen voor docenten.

En het kan nog concreter. Ik werd door een collega verwezen naar een interessant artikel over het zichtbaar maken van de impact van bibliotheekgebruik op studentresultaten. Over een universiteitsbibliotheek in Australië die geen genoegen nam met de problematiek om goede gebruiksdata te verzamelen uit zowel bibliotheek- als onderwijssystemen en daar zelf een tool voor ontwikkelde. Zodat gebruiksgegevens van zowel fysieke als digitale informatiebronnen gekoppeld konden worden aan de studievoortgangsinformatie.

In dit geval werd een sterk verband geconstateerd tussen gebruik van met name de digitale informatiebronnen van de universiteitsbibliotheek en de studieresultaten. Studenten die frequent gebruik maakten van informatiebronnen scoorden hoger dan studenten die zelden of nooit gebruik maakten van de bibliotheek.

Dan kun je nog zo veel praten over hoe goed en vooruitstrevend je bent als bibliotheek, dit zijn gegevens waar je echt wat mee kunt. Hier kun je mee naar je instelling en naar je opleidingen gaan om betere afspraken te maken met elkaar. Als je aantoonbaar wat toevoegt aan studieresultaten en gezamenlijk streeft om dat alleen nog maar te verbeteren. Minder bezig zijn met je bibliotheekdingen en meer de onderwijsbril opzetten.

Onderwijs is namelijk wat een onderwijsbibliotheek onderscheidt van een reguliere bibliotheek.

@foto: HeyThereSpaceman. via photo pin cc

#

Je USB stick in cijfers via sociaal benchmarken

Ik heb inmiddels een aardig voorraadje USB sticks verzameld maar dat weerhield me er niet van een 32GB stick op de kop te tikken afgelopen week. Dat was een aanbieding van een lokale computerwinkel en dat bracht me ineens op de gedachte hoe je nou het beste USB sticks kunt vergelijken. Natuurlijk kijk je naar hoeveel er op past maar de ene 16GB of 32GB is de andere 16GB of 32GB stick niet. Hoe snel kun je bestanden schrijven naar een USB stick en hoe snel kun je bestanden lezen van die stick?

Daar blijken ook benchmarks voor te zijn. Veelal gratis programma’s die tientallen grote, middelgrote, kleine en hele kleine bestanden wegschrijven naar een USB stick en die vervolgens ook weer lezen. Hoe beter de kwaliteit van de USB stick, hoe sneller ze kunnen lezen en schrijven.

Via USBFlashSpeed.com kun je zo’n gratis (piepklein) benchmark programma downloaden. Het grappige is dat de site als doel heeft om benchmarks van alle bestaande USB sticks in de eigen database te krijgen en daarvoor gebruiken ze dus alle rapportjes die het gratis benchmarkprogramma maakt. Oftewel, iedere keer als iemand dat programma gebruikt om een benchmark van de eigen USB stick te draaien wordt het rapport (optioneel) geupload naar de site van USBFlashSpeed.com. Je kunt dat rapport dan ook zelf via de site raadplegen en tegelijkertijd vul je de database. Zodat anderen wellicht voordat ze een USB stick aanschaffen kunnen zien hoe snel -of langzaam- die is. Sociaal benchmarken eigenlijk.

#

SHB benchmark 2008

Ook al heb ik het zelf druk genoeg met het ShareNet project, de rest van de wereld gaat natuurlijk gewoon door. Zo staat de 7e editie van de SHB Benchmark inmiddels in de startblokken klaar om met het hoogste deelnemersaantal ooit, een groot aantal kwantitatieve gegevens te inventariseren, te analyseren en te vergelijken van hogeschoolbibliotheken.

Ging dat de eerste 5 edities nog met papieren instructies en formulieren, sinds de 2007 benchmark maken we gebruik van een (pb)wiki om de gegevens in te laten vullen.

Dit beviel uitstekend maar voor de nieuwe 2008 editie kon/moest de versie 2.0 van pbwiki gebruikt worden en dat was gelijk een goede aanleiding om de layout op maat te maken voor het SHB en de oude pagina’s/formulieren te verhuizen naar een aparte folder in de wiki. Pbwiki blijft een aanrader voor een gratis en zeer functionele wiki wat mij betreft.

Het resultaat?

Vergelijk de 2007 wiki maar met de 2008 versie.

shbbenchmarkwiki2007

shbbenchmarkwiki2008

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top