De readerregeling in het digitale tijdperk: links en licenties

Nou had ik keurig een post-it naast me liggen toen ik de vorige blogpost schreef waarin bovenaan stond dat ik het over linken naar content wilde hebben maar op de 1 of andere manier is het volledig buiten beeld gebleven. Dat weerhield Bert er niet van om daar gelijk een opmerking over te plaatsen en Judith deed hetzelfde. Zij legde ook nog even de nadruk op een detail dat ik eigenlijk expres had overgeslagen in de post zelf maar dat, achteraf gezien, wel gewoon door mij gemeld had moeten worden. De meerwaarde van feedback zullen we maar zeggen en een goede reden om toch nog een aanvulling te schrijven op de vorige post. Ik ga de punten stuk voor stuk even af.

Linken naar content
Zoals zowel Bert als Judith opmerken is er 1 werkwijze die niet alleen met afstand het minste werk oplevert voor een docent maar die ook volledig vrijgesteld is van de voorwaarden in de readerregeling: het simpelweg linken naar digitale content elders. In plaats van een digitale reader samen te stellen met de daadwerkelijke artikelen erin kun je, zeker in een digitale leeromgeving, eenvoudig links aanbrengen naar die content waar je naar wilt verwijzen. Dat kan een internetbron zijn, dat kan een Open Access tijdschriftartikel zijn, dat kan een artikel zijn uit een databank maar kan zelfs een link zijn naar auteursrechtelijk beschermde materialen zijn die onrechtmatig op internet te vinden zijn. Hyperlinks zijn geen openbaarmaking en maken geen deel uit van de werken die in artikel 16 AW benoemd worden.

Het nadeel van linken naar content is dat je je bewust moet zijn van de toegankelijkheid en houdbaarheid van de link zelf. Als je verwijst naar een internetbron, kan het zijn dat deze volgende week verdwenen is of een andere url gekregen heeft. Links naar artikelen in databanken zijn vaak persistent maar hebben meestal restricties qua toegang. In de meeste gevallen zullen de studenten van de instelling automatisch ook toegang hebben maar dat hoeft niet perse zo te zijn. Het is in elk geval een aandachtspunt om niet simpelweg een gevonden url te gebruiken als link in je module.

Gebruik van content uit licenties (databanken)
In de vorige post zei ik dat je ook gebruik kan maken van databanken waar je instelling over beschikt. Dat klopt ook maar zoals Judith terecht constateerde bevat de readerregeling een passage over dit specifieke gebruik: “Instellingen sluiten ook licenties af met uitgevers of andere leveranciers van auteursrechtelijk beschermd materiaal. In sommige gevallen mag de instelling dit materiaal ook opnemen in readers. Let op, dit moet expliciet worden gemeld in de licentievoorwaarden. Indien dit het geval is, is er al een redelijke vergoeding betaald aan de rechthebbenden en hoeft er niet nogmaals aan Stichting PRO een bedrag worden afgedragen voor deze overname. Om vast te kunnen stellen dat er een licentieovereenkomst is afgesloten, dient een kopie van de licentie bij de reader worden toegevoegd (het is niet nodig om de gehele licentie mee te sturen, alleen dat deel waaruit blijkt dat het materiaal in readers mag worden opgenomen)” Mijn persoonlijke mening is dat een onwerkbare en onredelijke voorwaarde is. Ik ben zelf verantwoordelijk voor de licenties van de databanken bij mijn instelling en zelfs ik heb die licentieteksten niet paraat. Het legt daarbij ook nog de bewijslast van de uitzondering bij de docent neer terwijl ik van mening ben dat als artikel 16 AW niet geldt, de readerregeling dus ook niet van toepassing is. Naast content uit licenties geldt dit ook bijv. voor internetbronnen of open access tijdschriftartikelen waar een (relevante) Creative Commons bij hoort en je kunt toch ook moeilijk een setje uitgeprinte CC licentieteksten gaan meesturen.

Maar goed, als je je aan de readerregeling moet houden, dan moet je dit kennelijk wel doen. Ook al zou ik het weigeren te doen …

Overzicht licenties waaruit content gebruikt mag worden in course packs
Judith vroeg ook of er een overzicht is van licenties waarin specifiek toegestaan is dat je content mag gebruiken in ELO modules. Zo’n overzicht ken ik niet maar dat wil niet zeggen dat die niet te maken is natuurlijk. Een aardig deel van de licenties bij bibliotheken van onderwijsinstellingen worden afgesloten via SURFdiensten. In de mantelovereenkomst die gesloten wordt met een uitgever, wordt standaard het kopje kopieerrecht meegenomen waarin afspraken gemaakt worden over zowel mogelijkheden voor (verstrekking van) IBL als het opnemen van artikelen in (digitale) course-packs. Als ik dan even het lijstje met content licenties doorneem kom ik uit op de volgende licenties waarbij dat laatste expliciet toegestaan is:

  • Academic Search Elite/Premium
  • Keesings Historisch Archief
  • Kluwer Navigator
  • Lexis Nexis Newsportal
  • Science Direct
  • Wiley content
  • Springer
  • Rechtsorde

Ik heb 1 licentie gevonden waarbij het expliciet niet toegestaan is:

  • JSTOR

Bovenstaande lijst zal ik tzt aanvullen maar mocht je zelf aanvullingen hebben, laat het me weten. Dat geldt trouwens ook als je ervaring hebt met het opgeven van overnames van content uit ofwel databanken of waar via een Creative Commons licentie hergebruik toegestaan is, aan Stichting PRO. Ik ben daar best benieuwd naar.

[intranetblog] De readerregeling in het digitale tijdperk: maak gebruik van de goede content!

Vorige maand beschreef ik eerst hoe het met de papieren readers allemaal geregeld is in de readerregeling en twee weken geleden ging ik in op hoe deze regeling gebruikt wordt met digitale artikelen en boeken. In deze voorlopig laatste post over dit onderwerp laat ik de regeling helemaal los en ga ik het hebben over de opties die je hebt om Stichting PRO volledig buiten beeld te laten met readerregeling en al.

De Stichting PRO, is een voorbeeld van een collectieve beheerorganisatie die er voor zorgdraagt dat de betalingen van de in artikel 16 Auteurswet bedoelde vergoedingen, collectief geïnd worden. Artikel 16 beschrijft namelijk de onderwijsuitzondering en stelt dat het overnemen van (korte) werken of korte gedeelten van werken toegestaan is ter toelichting van het onderwijs. De readerregeling geeft hier invulling aan en werkt dit op detailniveau uit voor het hbo.

Daarmee gaat de gehele regeling dus uit van werken die onder de bescherming vallen van de Auteurswet. Maar wat als de auteur of uitgever expliciet aangegeven heeft dat je zijn werken mag hergebruiken, bijvoorbeeld via de eerder besproken Creative Commons licentie? Ook staan overeenkomsten met databankleveranciers soms toe dat de inhoud van die databanken voor onderwijsdoeleinden gebruikt mag worden. Dan kunnen dan bijvoorbeeld nog steeds auteursrechtelijk beschermde artikelen zijn maar omdat toestemming is gegeven via een licentieovereenkomst, mag je deze vrijelijk in Blackboard of je reader gebruiken zonder dat de readerregeling of Stichting PRO in beeld komt. Contractrecht (waar deze overeenkomsten onder vallen) weegt zwaarder dan de Auteurswet.

Dat betekent dus feitelijk dat je een keuze hebt als je digitaal materiaal in je Blackboard omgeving of digitale reader wilt opnemen. De weg van de ogenschijnlijk minste weerstand, waarin je (snel) artikelen en ebooks bij elkaar verzamelt en dit doorgeeft aan stichting PRO. Of de weg waarin je kijkt naar, en selecteert op, wat de auteur of uitgever je toestaat bij een specifiek artikel of ebook. Zoeken naar materiaal op Wikiwijs bijvoorbeeld, voorzien van een Creative Commons licentie of materiaal in een databank waar de rechten al voor geregeld zijn. Geen van deze typen materialen vallen onder de readerregeling.

Windesheim beschikt, via het Mediacentrum, over een groot aantal databanken met digitale informatie in de vorm van artikelen, ebooks en videomateriaal. Hoewel het niet voor alle geldt, is het voor het merendeel van deze databanken toegestaan de content te gebruiken in de digitale leeromgeving. Een mooi voorbeeld is Lexis Nexis Newsportal, een databank waarin nieuwsartikelen uit alle landelijke en regionale dagbladen zijn opgenomen, aangevuld met een groot aantal buitenlandse kranten. Ook al zijn de artikelen zelf allemaal auteursrechtelijk beschermd en zou je bij opname van de oorspronkelijke papieren versie in een reader dit moeten opgeven bij stichting PRO, het opnemen van artikelen in (digitale) coursepacks is specifiek toegestaan bij Lexis Nexis. Je hoeft dus niets op te geven bij stichting PRO als je het digitale artikel uit deze databank in je Blackboard module zet.

Eigenlijk is dat toch de weg van de minste weerstand? Je kunt veel werk besparen door even goed van te voren na te denken welk materiaal behalve inhoudelijk, ook qua mogelijkheden t.a.v. gebruik, het meest geschikt is.

[intranetblog] De readerregeling in het digitale tijdperk: Stichting PRO en Blackboard

Dat het voor gebruik van (hoofdstukken uit) boeken en artikelen in papieren readers allemaal wel goed geregeld is, meldde ik al in een vorige blogpost. Nou zijn readers/syllabi op papier hard op weg om de dodo achterna te gaan en moet je tegenwoordig toch wel redelijk je best doen om er nog eentje in het wild te vinden. Een reader op papier dan, niet een dodo natuurlijk.

Alles digitaal
Al heel veel jaren worden, met name tijdschriftartikelen, digitaal aangeboden door de uitgevers. Via de websites van de tijdschriften of, nog veel makkelijker, in grote databanken waar duizenden ejournals in opgenomen zijn. Ook binnen Windesheim beschikken we via het Mediacentrum over vele duizenden digitale tijdschriften en het is dan ook wel logisch dat deze artikelen gebruikt worden.

Ook de reader zelf is gedigitaliseerd. Enerzijds wordt een reader als digitaal bestand aangeboden (PDF) en kan een student kiezen om het digitaal te lezen of zelf uit te printen, anderzijds verdwijnt het hele fenomeen reader en wordt relevant achtergrondmateriaal in Blackboard modules geplaatst. Digitaal natuurlijk.

Vooral bij dat laatste, het gebruik van digitaal materiaal in een digitale leeromgeving, ontstaat er natuurlijk een probleem met de klassieke readerregeling. Je kunt een Blackboard module niet als een reader beschouwen, laat staan dat je een kopie van de ‘reader’ kunt opsturen naar stichting PRO om aan te tonen welk gebruik je precies gemaakt hebt. Jarenlang is er een groot grijs gebied geweest terwijl langzaam de oude reader verdween en het gebruik van materiaal in Blackboard toenam. Jarenlang zat PRO te bedenken en te verkennen hoe zij om moest gaan met deze ontwikkelingen.

En nu?
Een innovatieve nieuwe regeling, die recht doet aan de fundamenteel andere wereld van digitalisering, nee, die kwam er niet. PRO heeft er voor gekozen om de bestaande regeling feitelijk wat op te rekken vanuit het (wel terechte overigens) idee dat er geen wettelijk onderscheid is tussen papier en digitaal als het gaat om gebruiksvoorwaarden. Beide vallen namelijk binnen de onderwijsexceptie in de auteurswet, zoals trouwe lezers van dit blog natuurlijk al lang weten.

Voor de digitale readers hanteert stichting PRO de definitie van 1 digitaal bestand waarin twee of meer artikelen zijn opgenomen. Ze noemen zelf als voorbeeld één PDF bestand met daarin verschillende gescande artikelen. Deze moeten trouwens doodleuk in papieren vorm opgestuurd worden naar PRO ter controle, het kan niet digitaal opgestuurd worden.

Digitaal materiaal in Blackboard is echter een heel ander verhaal. De toelichting van PRO blijft er hogelijk vaag in hoe dit precies geregeld moet worden en dit heeft van alles te maken dat men ook hier wil uitgaan van de ouderwetse kenmerken van een ‘reader’, zoals bijvoorbeeld een oplage. Dat definieert men als het aantal studenten dat toegang heeft tot het digitale materiaal (en daarmee dus het max. aantal studenten dat toegang heeft tot een course) maar dat dit een enorme kunstgreep is vol haken en ogen moge duidelijk zijn: allereerst al het gelijktrekken van een Blackboard module met een reader en daarnaast het gegeven dat een module natuurlijk over meerdere jaren aan meerdere en verschillende groepen studenten gegeven wordt. In tegenstelling tot een papieren reader is een module verre van statisch.

Het rommelt
Stichting PRO wil, ter controle op de regeling, het liefst ook toegang krijgen tot de digitale leeromgevingen van alle hoger onderwijsinstellingen. Dit leidde vorig jaar al tot een reeks gesprekken tussen stichting PRO, Blackboard en vooral de universiteiten die dit totaal niet zagen zitten en ook de voorgestelde aanpak van PRO rondom het regelen van rechten op digitaal materiaal niet adequaat vonden. Ook speelde het een belangrijke rol dat de instellingen via licenties op de databanken vaak al toestemming hadden digitale artikelen te gebruiken in hun onderwijs zonder daarvoor nog een keer te moeten betalen bij PRO. Dit heeft uiteindelijk zelfs er toe geleid dat de universiteiten de readerregeling met PRO opgezegd hebben.

Oplage, aantal pagina’s (terwijl digitale teksten lang niet altijd gebruik maken van pagina’s), de definitie van reader maar specifiek het gegeven dat digitaal materiaal lang niet altijd onder de readerregeling hoeft te vallen, zijn allemaal redenen waarom de discussie over die readerregeling ook nog wel even zal voortduren.

Dat je dus dan ook redelijk eenvoudig kunt sturen om onder deze regeling uit te komen, door gebruik te maken van materiaal waar de rechten al voor geregeld zijn, is het onderwerp van de volgende blogpost.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top