feedback ebooks

Feedback: De jeugd leest liever papier dan digitaal. Ja en?

In de discussies over de inzet en beschikbaarheid van digitale studieboeken – en trouwens ook over het lezen van digitale kinderboeken – begint het gesprek bijna altijd met het feitelijke aanbod ervan maar verzandt vervolgens steevast in het ventileren van de mening dat ‘kinderen (en zijzelf) liever papier lezen dan digitaal’. Wat dan vervolgens als een feit wordt neergezet omdat ‘dat ook uit onderzoek zou blijken’.

Dat is meestal het punt waarop ik diep begin te zuchten omdat ik moe word van dat soort nutteloze argumenten. Als het doel is om studieboeken (of kinderboeken wat mij betreft) goedkoper, laagdrempelig en met meer functionaliteiten dan hun papieren tegenhangers aan te bieden, waarom zeur je dan ineens over dat de meeste studenten (of kinderen) liever papier lezen dan turen naar een scherm?

Ik werd hier aan herinnerd toen ik enkele reacties op Twitter voorbij zag komen op een tweet die door Leesmonitor geplaatst werd.

liever papier leesmonitor_tweet_20181001

Leesmonitor (een fantastische site overigens) speelde in op de actualiteit want in de Stentor stond een artikeltje over de vraag of het papieren studieboek nu verleden tijd is. In dat artikel wordt terecht afgerekend met de al net zo rare aanname dat digitaal studiemateriaal beter zou zijn dan papieren. Een kwalitatief mindere studiemethode, studieboek of kinderboek wordt niet beter als het digitaal is en als je niet de voordelen van het digitale medium weet te benutten, tja, dan is papier geduldiger. Een lange lap tekst lees ik ook liever van papier dan van een scherm.

Maar goed, Leesmonitor vulde aan op dit artikel met de bevindingen van de Monitor Jeugd en Media 2017 op het gebied van papier versus digitaal lezen door de jeugd.

10- tot 18-jarigen geven voor het lezen van lange teksten en boeken de voorkeur aan het papier boven het scherm. Hetzelfde geldt voor het maken van aantekeningen, dat ze blijkbaar liever met de hand doen. Voor het opzoeken van informatie en het leren van woordjes prefereren kinderen en jongeren de digitale media (Monitor Jeugd en Media, 2017).

Kennelijk prefereren zes van de tien kinderen papier boven digitaal als het gaat om lange teksten of boeken lezen. Of andersom geformuleerd, vier van de tien kinderen vinden het helemaal prima om lange teksten of boeken digitaal te lezen en je hoeft ze waarschijnlijk geen van allen een encyclopedie of woordenboek te geven om lastige woorden op te zoeken want daar pakken ze sowieso wel een apparaat voor. Toch?

En toch lijken dit soort bevindingen vooral gebruikt te worden om te beargumenteren dat het geen zin heeft om digitaal studiemateriaal of digitale kinderboeken optimaal beschikbaar te maken en te promoten. Ik merk het soms op Twitter en ik merk het vaak bij gesprekspartners als ik het onderwerp ter sprake breng.

Daar waar het zou moeten gaan om de kwaliteit van teksten en (studie)boeken, hoe je ervoor zorgt dat ze voor iedereen gemakkelijk beschikbaar zijn en dat je er het maximale uit kan halen als student of leerling, wordt de complexe discussie platgeslagen tot ‘ze lezen liever papier dan digitaal’. En waarom dus zo veel tijd en energie steken in die lastige digitale materialen?

Misschien ben ik wel te aardig door er niet meteen fel op in te gaan. Misschien moet ik het in het vervolg onmiddellijk als klinkklare onzin bestempelen om het weer over papier versus digitaal te hebben bij (studie)boeken. Het gaat er om dat boeken gelezen worden. Het gaat er om dat boeken voor iedereen zo laagdrempelig mogelijk beschikbaar zijn. Het gaat er om dat je de mogelijkheden van een medium, of dat nou een papieren boek of een digitaal boek is, zo optimaal mogelijk weet te gebruiken. Zowel bij leesboeken als studieboeken.

Daar mag je het allemaal met me over hebben. Maar kom niet weer met dat papier versus digitaal gezeur aanzetten. Ik ben er echt helemaal klaar mee.

In Feedback geef ik mijn mening over uitspraken van anderen, nieuws en ontwikkelingen zonder dat ik (al te veel) aan het researchen en factchecken sla. Laat gerust weten wat jij vindt in de reacties hieronder.

#

Hoe dan wel om te gaan met auteursrechten in de digitale leeromgeving

Ook al was de vorige post, en presentatie, niet bedoeld om met oplossingen te komen hoe het onderwijs, de individuele docent, wel verantwoord kan omgaan met auteursrechtelijk beschermd materiaal, toch kreeg ik enkele reacties via mail die precies die vraag stelden. Nou, daar heb ik best wel ideeën bij.

Enerzijds is de basis, en dat is waar ik alle praatjes over auteursrecht mee begin, dat je toestemming nodig hebt om materiaal van anderen te gebruiken in je eigen onderwijs. Die toestemming kan meerdere vormen hebben, van instemming door de auteursrechthebbende(n) tot licenties van uitgevers en Creative Commons licenties. Anderzijds maakt je hbo instelling al gebruik van de readerovereenkomst en zijn korte overnames afgekocht. Zolang je dus binnen die grenzen van korte overnames blijft is er ook geen probleem. Ook kun je het probleem omzeilen door eenvoudigweg de content zelf niet op te nemen in je digitale leeromgeving maar er naar te linken.

In een lijstje zouden de tips er zo uit kunnen zien:

  1. Link naar digitale content vanuit je digitale leeromgeving.
    Links zijn geen openbaarmakingen of verveelvoudigingen en je maakt dus geen inbreuk op de rechten van een ander. Het valt daarmee ook niet onder de Readerovereenkomst en dus is het probleem ‘opgelost’. Het vereist wel zorgvuldigheid van een docent. De links moeten stabiel zijn (niet van de 1 op andere dag veranderen, correct zijn (dus geen sessieid’s bevatten of andere zaken die links al snel niet meer laten werken), bij voorkeur permalinks of persistent links zijn en je moet ook controleren of die links werken buiten de muren van je eigen instelling. Niets is vervelender als een digitale leeromgeving die vanaf thuis te raadplegen is maar met een link die dat niet is;
  2. Maak gebruik van zelfgeschreven onderwijsmateriaal
    Stichting PRO meldt zelf in een bijlage van de readerovereenkomst dat door docenten zelf ontwikkeld materiaal buiten de overeenkomst valt. Logisch want onderwijsmateriaal dat je helemaal zelf geschreven hebt (en dan bedoel ik dus alles zelf geschreven), daar ben je als docent zelf de auteursrechthebbende van;
  3. Gebruik alleen korte overnames conform de Readerovereenkomst
    Mijdt langere overnames en blijf binnen de grenzen van korte overnames. Bij niet literaire werken gaat het om maximaal 10.000 woorden tot een maximum van 1/3 van het gehele werk. Bij tijdschriften en andere periodieken om maximaal 8.000 woorden tot een maximum van 1/3 van het tijdschriftnummer. Literaire werken zijn beperkt tot 100 regels poëzie of 2500 woorden proza tot een maximum van 1/10 van het gehele werk. En maximaal 25 grafieken, tabellen of foto’s waarbij 1 grafiek, tabel of foto voor 200 woorden meetelt;
  4. Gebruik bronnen en content waar al vooraf toestemming is gegeven voor hergebruik
    Licenties dus. Een beetje afhankelijk wat je precies doet met de content zijn de meerderheid van de Creative Commons licenties geschikt voor gebruik in de leeromgeving. Let daar wel op dat dit met eigen spelregels komt zoals de verplichte naamsvermelding. Ook zijn de meeste Open Access bronnen en open leermaterialen voorzien van een Creative Commons licentie. Licenties -met bijbehorende voorwaarden- spelen een rol bij betaalde databanken waar de bibliotheken van je instelling over beschikt maar ook bij teksten en foto’s die je op het internet vindt. Ga er niet vanuit dat ze vrijelijk te gebruiken zijn maar zoek naar de voorwaarden of licentie die de maker van een site hanteert als je die content wilt hergebruiken. Het geldt bijvoorbeeld voor de afbeelding bovenaan deze post: de licentie stelt dat ik deze mag gebruiken mits ik een vermelding daarvan maak (onderaan de post). Kun je een dergelijke licentie of voorwaarden niet vinden? Ga er dan gerust van uit dat je het niet mag/kunt gebruiken in je onderwijs!;
  5. Gebruik content waar geen auteursrechten op rusten
    Het is een relatief kleine categorie maar soms is content niet auteursrechtelijk beschermd. Wetteksten zijn bijvoorbeeld vrij van auteursrechten en dat geldt ook voor boeken die in het publieke domein zitten omdat de auteurs langer dan 70 jaar overleden zijn. Eén van de dingen waar je die materialen in het publieke domein aan kunt herkennen is de CC0 (cc-Zero) verklaring van Creative Commons. Dit is geen licentie maar een verklaring dat iemand afstand gedaan heeft van zijn auteursrechten.

Hoe dan ook, het betekent dat je als docent toch iets meer moet weten van wanneer je content wel of niet kan gebruiken. De mogelijkheid om langere overnames te gebruiken blijft natuurlijk altijd bestaan maar die moet wel gemeld (en betaald) worden. Met wat zorgvuldigheid en bovenal bereidwilligheid om te kijken of er afspraken te maken zijn voor gebruik van andermans content in je onderwijs kom je een heel eind.

 @ Bepaalde afbeeldingen en/of foto’s op deze pagina zijn het auteursrechtelijk eigendom van 123RF Limited, zijn leveranciers, of zijn gelicenceerde Partners en worden met toestemming onder licentie gebruikt. Deze afbeeldingen of foto’s mogen niet worden gekopieerd of gedownload zonder toestemming van 123RF Limited.

#

Vooruitstrevende Open Universiteit

Ik las vanochtend even de digitale versie van het recente nummer van Onderwijs Innovatie, een digitaal tijdschrift uitgegeven door de Open Universiteit. Daar stond een artikel in over beoordelen van informatie op internet en dat was aardig boeiend (dank, Esther voor de tip).

Toen ik toch even op de site was van de Open Universiteit viel mijn oog op een melding op de voorpagina dat de OU zichzelf uitriep tot eerste universiteit die cursusmateriaal beschikbaar stelt op een ebook reader, met een verwijzing naar het volledig persbericht.

Bij drie Kort Hoger Onderwijsprogramma’s (kho) ontvangen studenten een e-book reader waarop een substantieel deel van het cursusmateriaal staat.

Nou, ik ben in elk geval onder de indruk van de voortvarendheid waarmee de OU deze ontwikkelingen oppakt. Ik had toevallig ook net vanochtend zitten mailen met Irex dat ik wat somber was over het beschikbaar maken/krijgen van onderwijsmateriaal in het HBO maar dit stimuleert wel. Goed voorbeeld doet hopelijk volgen!

Noot: natuurlijk had Edwin het ook al gesignaleerd ;)

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top