feedback ebooks

Feedback: Over betalen voor content

Alles op internet is gratis en vrij te gebruiken. Het is één van de (auteursrecht)misverstanden bij gebruikers als digitale content via het internet verspreid wordt.

Dat is niet alleen een misverstand maar ook een reden voor de makers van die content om mensen te laten betalen voor de content. Wat is anders nog de waarde van content als je het niet in geld uitdrukt?

En die content heeft absoluut waarde want het heeft veel tijd en moeite gekost om die te maken en ergens moet dat terugbetaald worden. Dat kon vroeger via advertenties en sponsoring maar nu daar geen rendement meer uit te halen is moeten de kosten op een andere plek terugverdiend worden.

Van gratis naar betaald

Het is net omgekeerd open access: vroeger betaalden de eindgebruikers voor de toegang tot artikelen en met open access komt dat bij de producenten van die content te liggen. Voor internetcontent ligt dat andersom: producenten en belanghebbenden betaalden de kosten maar nu moet dat bij de eindgebruiker komen te liggen. Maar die is een stuk kritischer en heeft hele andere belangen.

De afgelopen jaren hebben (websites van) kranten geëxperimenteerd met betaalmuren en andere abonnementsmodellen maar hebben daar hele wisselende ervaringen en resultaten mee omdat mensen nou eenmaal niet (willen) betalen voor content die ze eerst gratis konden krijgen (“principes”).

Of voor content waar elders gratis alternatieven voor zijn (zoals nieuws op Facebook of NU.nl die hun inkomsten niet uit rechtstreeks betalen halen). Blendle is een boeiend voorbeeld want dat had op papier (snap je hem) een heel goed idee vertaald naar een nieuwe dienst. Alleen dat betalen voor losse artikelen bleek toch veel minder vanzelfsprekend te zijn dan ze vooraf dachten.

Kwalitatieve content alleen is niet genoeg

Als de (kwaliteit van de) content alleen niet voldoende is om mensen te laten betalen dan zit de oplossing in een andere hoek. En dat zijn abonnementsvormen waar je voor meer dan de content betaalt. Of waar die content min of meer ondergeschikt is aan de hoofdreden om een abonnement te willen.

Dan kom je bij voorbeelden die door digitale contentmakers (YouTubers) bedacht zijn: je steunt ze met een eenmalige of terugkerende donatie, en in ruil daarvoor krijg je wat extra’s terug dan alleen de content. Eerder toegang tot de content dan mensen die niet betalen. Of speciaal voor betalende mensen gemaakte content.

Zo ‘steun’ ik via Patreon een videomaker op YouTube omdat ik al jarenlang drie keer per week zijn video’s kijk en ik wil dat hij die blijft maken. Ik ben ook niet de enige want hij heeft genoeg supporters om er van te kunnen leven en fulltime video’s te maken. Tenminste, zo lang hij die supporters ook tevreden weet te houden natuurlijk.

Het is een model dat ze bij gamevideowebsite Gamekings op een vergelijkbare manier toepassen: bezoekers kunnen Premium lid worden voor een zelf te kiezen vast bedrag per maand en krijgen daar video’s voor terug die alleen door deze leden te zien zijn. De focus is de afgelopen jaren steeds meer op het maken van content voor Premium leden komen te liggen en inmiddels draait de site op deze inkomsten in plaats van de bijna verdwenen advertentie-inkomsten.

Maar het zijn niet alleen videomakers die noodzakelijkerwijs afstappen van advertentie-inkomsten. Ook sommige geschreven media hanteren een “betaal wat je wil” donatiesysteem in plaats van een vast – en vaak duur – abonnement. Eveneens via Patreon betaal ik voor het digitale tijdschrift Clarkesworld (maandelijks met korte SF verhalen van veel onbekende auteurs uit bijvoorbeeld China) en ondanks dat ik vaak niet toe kom aan het lezen ervan, blijf ik toch maandelijks betalen omdat ik me een onderdeel voel van een gemeenschap. Zonder mij (en vele anderen) zou het tijdschrift niet meer bestaan.

Lid worden … maar dan anders

Nu is het duidelijk maken wat de toegevoegde waarde is van de content die bij een abonnement krijgt een grote uitdaging. Het is er eentje waar alle contentmakers al mee te maken hebben of daar in de zeer nabije toekomst mee geconfronteerd zullen worden. Ik zie het bij kranten, websites met gespecialiseerde informatie en bij alle media die de transitie maken van papier naar digitaal.

De oude verdien- en betaalmodellen werken niet meer zoals vroeger, en het is zoeken naar wat werkt in het digitale tijdperk waar mensen toegang hebben tot oneindig veel content en waar de ‘journalistieke/kwalitatieve’ aspecten veel minder belangrijk zijn dan je wellicht zou denken als maker van die content.

Het toverwoord is community. De YouTubers snappen dat, Gamekings en Clarkesworld snappen het en ook een site als de Correspondent snapt dat. De content alleen is niet voldoende, je moet mensen ook betrekken bij de totstandkoming ervan. Open staan voor input of suggesties van die mensen en daar ook wat mee doen. Je wilt geen abonnees die maandelijks of jaarlijks evalueren of ze het geld nog over hebben voor jouw content maar leden van een gemeenschap, jouw community, die betrokken (kunnen) zijn bij wat je maakt.

Ik denk dat we aan het begin staan van een heel interessant tijdperk waarin digitale content steeds meer betaald gaat worden door gebruikers die de makers rechtstreeks ondersteunen. En daarvoor in ruil niet alleen (exclusieve) toegang krijgen tot die content maar bovenal betrokken willen zijn bij de makers ervan. Dat is toch een prachtige ontwikkeling?

In Feedback geef ik mijn mening over uitspraken van anderen, nieuws en ontwikkelingen zonder dat ik (al te veel) aan het researchen en factchecken sla. Laat gerust weten wat jij vindt in de reacties hieronder.

#

Over de toegang tot de wetenschappelijke tijdschriften van Wiley, Big Deals en Open Access

open accessNederlandse universiteiten en de uitgeverij John Wiley and Sons, Inc. (Wiley) hebben een akkoord bereikt dat het ongelimiteerd open access publiceren van wetenschappelijke artikelen mogelijk maakt. Tegelijkertijd zorgt de overeenkomst voor uitgebreidere toegang tot wetenschappelijke tijdschriften. […]

De onderhandelingen tussen Wiley en de Nederlandse universiteiten hebben geleid tot een akkoord voor de periode 2016-2019. Het akkoord voorziet erin dat wetenschappers en studenten die verbonden zijn aan een Nederlandse universiteit, toegang hebben tot alle artikelen in de wetenschappelijke tijdschriften van Wiley. Daarnaast voorziet de overeenkomst in de mogelijkheid om open access te publiceren in alle circa 1.400 hybride tijdschriften van Wiley. Onderzoekers hoeven zelf geen aanvullende bedragen meer te betalen (APC’s) om open acces te publiceren. (bron: nieuwsbericht VSNU)

Big Deals

Nou zijn onderhandelingen met wetenschappelijke uitgevers op zich niet iets uitzonderlijks maar spelen er soms hele grote belangen als het om grote uitgevers gaat waarmee de meerderheid van de universiteiten en onderzoeksinstellingen zaken doen. Zelfs (alleen) in Nederland gaat het dan om tientallen miljoenen euro’s. Dergelijke Big deals zijn very big business als je Springer, Elsevier of Wiley bent.

Wie betaalt nou precies voor wat?

Het overgrote deel van de wetenschappelijke onderzoeksoutput wordt gepubliceerd in dure wetenschappelijke tijdschriften die commercieel geëxploiteerd worden door de wetenschappelijke uitgevers. Universiteiten betalen jaarlijks vele miljoenen euro’s om hun medewerkers en onderzoekers toegang te geven tot (een deel van) deze artikelen aangezien deze essentieel zijn voor de uitvoering van nieuw onderzoek en de productie van nieuwe wetenschappelijke artikelen.

En daarin zit ook de bijzondere relatie tussen de universiteiten en de wetenschappelijke uitgevers met wie dure Big Deals afgesloten worden. Het zijn namelijk de universiteiten en onderzoeksinstellingen die de meeste auteurs leveren die de artikelen schrijven voor die dure wetenschappelijke tijdschriften. Zij leveren ook de deskundigen en experts die bij de wetenschappelijke uitgevers de kwaliteitsbewaking – het zogeheten peer review proces – verzorgen en die juist de meerwaarde geven aan dat tijdschrift en wat wordt doorberekend aan de abonnees. En desondanks betalen universiteiten en onderzoeksinstellingen miljoenen euro’s – een substantieel deel van hun onderzoeksbudgetten – om de artikelen die door hun eigen onderzoekers geschreven zijn – en peer reviewed zijn door hun eigen onderzoekers – toegankelijk te maken voor, jawel, hun eigen onderzoekers.

Open Access

Maar het wordt nog een stukje complexer. Eind 2013 schreef staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn Open Access beleid aankondigde.

Mijn uitgangspunt is dat resultaten van publiek en publiek/privaat gefinancierd onderzoek altijd vrij beschikbaar moeten zijn. Omdat het om publiek geld gaat, en er voor de uitrol van Open Access technisch in principe geen belemmeringen zijn, acht ik het van belang dat dit binnen afzienbare tijd gebeurt.

Hiermee wilde hij de druk vergroten om nu ook echt werk te gaan maken van Open Access. In 2018 moet 60% en in 2024 moet zelfs 100% van de wetenschappelijke publicaties, die met publiek geld gefinancierd zijn, Open Access beschikbaar zijn. Zijn eigen voorkeur gaat uit naar de gouden route en dat is ook de insteek geworden van de onderhandelingen die met de wetenschappelijke uitgevers gevoerd worden door de universiteiten.

Binnen het Open Access publiceren worden er twee routes onderscheiden: de gouden route (Gold Open Access) waarbij artikelen door de uitgever zelf in Open Access gepubliceerd worden. Dat kan in volledig OA Journals of in hybride tijdschriften die zowel artikelen bevatten die vrij toegankelijk zijn als artikelen die alleen voor abonnees toegankelijk zijn – de auteur, diens werk- of subsidiegever betaalt dan een Article Processing Charge (APC).

Maar ook de groene route (Green Open Access) waarbij artikelen na peer review maar vóór definitieve opmaak door of namens de auteur zelf gearchiveerd worden in een open repository (van de eigen instelling). Daar heeft een uitgever vaak een embargo-periode voor ingesteld. Dit heet self-archiving, is gratis en maakt vaak onderdeel uit van het beleid van het tijdschrift.

Waar wordt nou precies voor betaald?

Met de eis om Open Access te kunnen publiceren in de tijdschriften van een wetenschappelijke uitgever botsen er eigenlijk twee (betaal)modellen. Voorheen werd er alleen fors betaald voor de toegang tot de artikelen van de uitgever – en waren de artikelen in de Open Access tijdschriften vanzelfsprekend gratis toegankelijk voor iedereen – maar nu gaat het om zowel de toegang tot de niet-Open Access en hybride tijdschriften als om de mogelijkheid om in al die tijdschriften Open Access te publiceren. Zonder dat onderzoekers en auteurs additionele article processing charges (APC’s) moeten betalen.

Alle nieuw afgesloten Big Deals (Springer, Elsevier en nu dus Wiley) zijn daarmee een combinatie geworden van een toegangsregeling tot de betaalde tijdschriften van de uitgever en een afkoopregeling van APC’s voor – een deel van – die tijdschriften die 100% of hybride Open Access moeten gaan worden.

Kijk je naar het streven van de staatssecretaris dan zou een Big Deal idealiter alleen nog maar een afkoopregeling van APC’s zijn. Maar de praktijk is veel grilliger. Zo werd er eind vorig jaar met Elsevier afgesproken dat er een selectie van Elsevier tijdschriften (tot 30%) wordt aangewezen door de universiteiten waarin Nederlandse onderzoekers hun artikelen Open Access kunnen publiceren. De APC’s voor het publiceren in die (en alleen maar die) tijdschriften zijn weliswaar afgekocht maar als je als onderzoeker in een ander (OA) tijdschrift van Elsevier wil publiceren dan zul je alsnog zelf moeten zorgen voor de financiering ervan.

Ook bij de deal met Wiley wordt het ideaal niet gehaald. In de toelichting (PDF) is te lezen dat de overeenkomst het Open Access publiceren in ca. 1400 hybride tijdschriften van Wiley mogelijk maakt maar dat ironischerwijs het publiceren in de ca. 60 full Open Access tijdschriften van de uitgever niet onder de deal valt.

Dat is ook wel logisch want de full OA tijdschriften zitten natuurlijk niet in het pakket van betaalde titels maar er ontstaat hierdoor een rare situatie: onderzoekers kunnen “gratis” Open Access publiceren in de 1400 hybride tijdschriften van Wiley omdat de APC’s afgekocht zijn maar moeten wel APC’s betalen als ze in de full Open Access tijdschriften van Wiley willen publiceren. Het is niet moeilijk voor te stellen dat Nederlandse onderzoekers nu eerder gaan publiceren in de hybride tijdschriften in plaats van in de full Open Access tijdschriften. Waarom een afkoopregeling van APC’s voor deze tijdschriften niet meegenomen is in de nieuwe overeenkomst, is niet duidelijk.

Het hbo vindt Open Access eveneens belangrijk

Ook al worden de onderhandelingen gevoerd tussen universiteiten en uitgevers, de hbo instellingen hebben er net zo goed mee te maken. Een groot aantal hogeschoolbibliotheken heeft, als onderdeel van de overeenkomst met de universiteiten, eveneens de wetenschappelijke content afgenomen van Springer, Elsevier en Wiley voor de onderzoekers in het hbo.

Het hbo legt weliswaar meer de nadruk op de groene route als het op Open Access aankomt maar er wordt wel degelijk gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften van Springer, Elsevier en Wiley. Of onderzoekers in het hbo gebruik kunnen maken van dezelfde mogelijkheden voor Open Access publiceren als hun collega’s bij de universiteiten is nog maar de vraag. Het nieuwsbericht en de toelichting hebben het alleen over onderzoekers van universiteiten maar het zou mijns inziens een gemiste kans zijn als onderzoekers uit het hbo ontmoedigd worden om Open Access te gaan publiceren omdat voor hun de APC’s niet afgekocht zijn.

Met dit nieuwe akkoord is het behalen van de Nederlandse Open Access doelstelling wederom een stuk(je) dichterbij gekomen. Maar of het ook echt het beoogde resultaat gaat opleveren voor *alle* onderzoekers, dat valt nog te bezien.

#

Tweetweekoverzicht week 15 2015: Sony DRM, verdienen aan online muziek, Kobo Glo HD, Star Wars, Oyster, Bing Images en LinkedIn die Lynda.com koopt

vakblog tweetweekoverzichtIn het tweetweekoverzicht sta ik alsnog kort stil bij nieuws en interessante ontwikkelingen waar ik wel over getwitterd heb maar waar ik (nog) geen uitgebreide blogpost aan heb gewijd.

Soms omdat anderen dat al beter gedaan hebben dan ik het zou doen, soms omdat er weinig meer over te vertellen valt dan het nieuwtje zelf en soms omdat ik er ook geen blogpost van weet te maken.

In dit tweetweekoverzicht is er sprake van nieuwe ebook DRM (boeh!), weten we hoeveel muziek een artiest moet verkopen online om het minimum loon te verdienen, kunnen we straks de Kobo Glo HD kopen, kun je nu al de 6 Star Wars films op je favoriete digitale platform kopen, vinden Europese ministers dat ebooks onder het lage btw-tarief moeten vallen, kun je bij streaming ebookdienst Oyster nu ook ebooks kopen en via Bing Images juist gelicenseerde foto’s. Oh, en LinkedIn koopt de online trainingsite Lynda.com

Sony introduceert nieuwe DRM voor ebooks

Sony doet zelf nog maar weinig met ebooks en ereaders – het bedrijf trok zich vorig jaar bijna helemaal terug uit die industrie – maar het houdt zich nog wel degelijk bezig met technieken die digitale content moeten beschermen tegen mogelijk misbruik. Eén van deze technieken is het URMS (User Rights Management System) dat Sony ontwikkeld heeft. Dat is een uitgebreide DRM techniek voor ebooks die – vanzelfsprekend niet de mogelijkheden van de gebruiker centraal stelt maar – de businessmodellen van contentleveranciers moet versterken. Met URMS zou het mogelijk moeten zijn om ebooks uit te lenen, cadeau te geven en zelfs tweedehands door te verkopen mocht Pasen en Pinksteren toch nog ooit op 1 dag vallen.

Het feit dat Sony een nieuwe DRM systematiek ontwikkeld heeft zegt verder nog weinig want op 1 Frans bedrijf na is er nog geen platform of leverancier die dit ook voornemens is te gaan gebruiken. Alle huidige ebookleveranciers, of ze nou ebooks verkopen of uitlenen, hebben hun keuzes al gemaakt en met alle problemen die er de afgelopen jaren zijn geweest – hoe moeilijker je het mensen maakt met DRM hoe minder je verkoopt of uitleent – is het niet aannemelijk dat er snel overgestapt zal gaan worden. Dat gezegd hebbende lijkt URMS veel extra mogelijkheden te bevatten voor met name het uitlenen van ebooks, zoals meer variatie in uitleentermijnen en de optie om te verlengen, dus wie weet komt er op het gebied van uitlenen ooit nog eens een einde aan de Adobe DRM.

Hoeveel kan je verdienen met je muziek online?

Dat je als gemiddelde artiest ook vroeger niet snel rijk werd van je muziek toen LP’s en cd’s de norm waren, zal geen nieuws zijn maar hoe zit dat eigenlijk tegenwoordig met al die streaming muziekdiensten? Datajournalist David McCandless zocht alle cijfers bij elkaar en vergeleek de mogelijkheden die artiesten hebben om online muziek te verkopen met de streaming muziekdiensten. In een uitgebreide infographic valt te lezen hoeveel exemplaren ze per dienst moeten verkopen – en hoe vaak een nummer gestreamd moet worden – om het Amerikaanse minimumsalaris van 1260 dollar per maand te verdienen.

Dat begint met zelf gedistribueerde cd’s waar ze er 105 per maand van moeten verkopen tot de 11364 losse downloads die per maand verkocht moeten via Amazon, iTunes of Google Play. En van 43.726 gestreamd worden bij Beats tot de ruim 1 miljoen maandelijkse streams die bij Spotify hiervoor nodig zijn. Wil je als artiest alleen maar via YouTube, dan past de visuele weergave niet eens meer in de infographic: 4,5 miljoen keer per maand is aan een zeer klein groepje artiesten voorbehouden vermoed ik.

Kobo komt met de concurrent voor de Kindle Voyage: de Kobo Glo HD

De eerste van de twee verwachte nieuwe ereaders van Kobo blijkt niet een nieuwe Aura te zijn (zoals ik dacht) maar een opvolger van de Glo: de Glo HD. Deze ereader zet Kobo in de markt om – vooral in Amerika en in de landen waar Amazon actief is – te concurreren met het paradepaardje van Amazon, de Kindle Voyage. Maar dan voor een aanzienlijk lagere prijs.

De Glo HD is een 6″ ereader waarvan het scherm niet, zoals bij het Aura model, overloopt in de rand maar ‘ouderwets’ in de ereader ligt. De Kindle Voyage is ondanks de hoge prijs een verkoopsucces voor Amazon en dat zal zeker een rol gespeeld hebben in de keuze (en haast) om een vergelijkbaar model uit te brengen voor een lagere prijs. De basisspecificaties lijken enorm op die van de Voyage: het Carta e-ink scherm heeft een HD resolutie van 1448×1072 (bijna identiek aan het scherm van de Aura H2O dat een 6,8″ Carta e-ink scherm heeft), beschikt ook over 4GB intern geheugen voor je ebooks en is natuurlijk voorzien van schermverlichting.

Kobo heeft er echter ook voor gekozen om voor het eerst, net als de Kindles, geen SD kaartlezer in te bouwen en je zult het dus met die 4GB interne opslag moeten doen. De prijs is er dus echter wel naar want voor de Kindle Voyage zul je bijna 200 euro moeten neertellen terwijl de Kobo Glo HD voor 129,99 euro verkrijgbaar zal zijn vanaf 1 juni in Nederland.

Star Wars digitaal op je tablet, telefoon of tv

Afgelopen vrijdag, 10 april, was het dan zo ver. De zes Star Wars films zijn nu ook digitaal te koop via bijna alle grote videodiensten. Even los van de vraag of je wel of niet fan bent van de (eerste drie) films, is de beschikbaarheid van juist deze films op een “nieuw” medium altijd een interessante peilstok geweest in het vaststellen of dat medium ook echt doorgebroken is. Van de videobanden, de laserdisc editie tot de dvd en bluraybox markeerde de uitgifte van de Star Wars film wel dat er voldoende markt en bestaansrecht voor dat medium was. Al was het maar om fans dezelfde films 10x te laten aanschaffen in hun leven natuurlijk.

Deze keer kun je terecht bij je favoriete videodienst (bij iTunes, Google Play en Xbox Video zag ik ze staan in ieder geval) om nu al die eerder gekochte banden en schijfjes in de kast te kunnen laten staan. En op het apparaat van je keuze opnieuw te gaan kijken naar Star Wars.

Europese ministers vragen om verlaging van het btw-tarief van ebooks

Vorige maand bepaalde het Europese Hof van Justitie dat onder de huidige wetgeving ebooks definitief niet onder het lagere btw-tarief mogen vallen. De ministers van Cultuur van Duitsland, Frankrijk, Italië en Polen (vier landen waar wel het lager tarief werd gehanteerd) hebben nu de Europese Commissie verzocht om de wetgeving aan te passen op dit punt zodat boeken en ebooks onder hetzelfde tarief komen te vallen.

Nou is de wetgeving – een richtlijn uit 2006 – sowieso wel aan vernieuwing toe, vindt ook de Europese Commissie zelf, maar is het onduidelijk of hier ook concrete plannen voor bestaan. Per januari 2015 voerde de EC al nieuwe btw-wetgeving in dat stelt dat bij de aankoop van digitale goederen (waaronder ebooks) het btw-tarief geldt van het land waarin de koper zich bevindt en niet meer het land waar de verkoper (juridisch) in gevestigd is. Dat leidt nu voornamelijk tot grote problemen voor kleinere ondernemers die over de landsgrenzen hun goederen leveren en nu gedwongen worden dit met de belastingdiensten van al die andere landen te gaan regelen. Ook al vallen ebooks en papieren boeken onder hetzelfde tarief, de btw-tarieven zelf verschillen van land tot land in Europa. Enfin, dit probleem is overduidelijk nog niet opgelost voorlopig.

Bij Oyster kun je nu de ebooks kopen die niet in je abonnement zitten

Ebookdienst Oyster is 1 van de bekendste abonnementsdiensten waar je voor een vast bedrag per maand ‘onbeperkt’ kunt lezen via één van hun apps. Ze richten zich alleen op de Amerikaanse markt – in tegenstelling tot Scribd – maar Oyster is nu wel met een interessante nieuwe optie gekomen. Sinds vorige week fungeert Oyster namelijk ook als ebookwinkel waarbij het mogelijk is om enerzijds ebooks te kopen die ook in hun Unlimited abonnement zitten (zodat je de toegang behoudt, ook al zeg je je abonnement op) en anderzijds om de ebooks aan te kunnen bieden die uitgevers *niet* in het Oyster abonnementsmodel willen plaatsen.

Beide opties zijn interessant, ook al is het feitelijk niets nieuws. Er zijn voldoende grote online ebookwinkels te vinden en bij muziekdienst Google Play Music All Access kun je ook nummers en cd’s kopen die onder hun abonnement al beschikbaar zijn. Ook bij Bliyoo van Bruna is het (straks) mogelijk om ebooks en tijdschriften te kopen die niet onder het Bliyoo abonnement vallen.

Het idee om een ‘one stop shop’ aan te bieden ligt natuurlijk voor de hand maar het legt wel de nadruk op de (ontbrekende) toegevoegde waarde van het abonnementsaanbod versus de titels waar je voor moet betalen bij een dergelijke dienst. Het is te vergelijken denk ik met het oorspronkelijke plan van de openbare bibliotheken om naast het gratis aanbod van ebooks met een pakket recentere titels te komen waarvoor wel betaald moet worden. Of Oyster nieuwe klanten binnenhaalt dankzij deze optie (wat het plan natuurlijk is) of juist moeite gaat krijgen uit te leggen aan bestaande klanten waarom ze de titels moeten kopen die zij willen lezen, dat zal de tijd moeten leren. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat bijvoorbeeld Netflix hier niet over nagedacht heeft en er zal echt wel een reden zijn dat we geen recente films via Netflix kunnen kopen die buiten hun pakket vallen.

Gelicenseerde foto’s kopen van Getty via Bing Images?

Dat bedrijven als Getty Images, die het gebruiksrecht op foto’s verkoopt aan afnemers, niet blij zijn met bloggers en site-eigenaren die zonder toestemming ‘hun’ foto’s gebruiken is niet heel vreemd. En ook al gaat het inmiddels wat minder agressief, Getty Images schuwt weinig middelen om zowel andere bedrijven die verwijzen naar die foto’s, als eindgebruikers ervan te wijzen op die fout. Inclusief rekeningen en rechtszaken.

Bovenaan het lijstje van bedrijven staan Google en Microsoft die met hun zoekmachines beide de mogelijkheid bieden om foto’s te vinden op het internet. Daar kan Getty Images juridisch weinig tegen doen tenzij ze actief zelf bepaalde foto’s gaan benadrukken. Dat is precies wat Microsoft deed met hun widget voor Bing Images waar een selectie van foto’s in te zien was. Met o.a. foto’s die in de portfolio van Getty Images zitten. Getty Images daagde Microsoft voor de rechter in september vorig jaar waarna Microsoft de widget verwijderde.

Kennelijk zijn beide partijen toch wat nader tot elkaar gekomen want ze gaan nu samenwerken om gebruikers via Bing Images te attenderen op het aanbod van Getty Images, waar dan natuurlijk wel voor betaald dient te worden. Oftewel, Bing Images gaat ook deels dienst doen als een stockfotosite. Waarbij ik me afvraag of mensen die via Bing Images of Google Images zoeken per definitie niet op zoek zijn naar foto’s waar ze voor moeten betalen maar dat kan cynisme aan mijn kant zijn natuurlijk.

LinkedIn koopt online trainingsite Lynda.com

LinkedIn wil meer zijn dan alleen maar de plek waar jij je CV en vaardigheden presenteert naar anderen toe. Waarom dan geen rol spelen in het opdoen van die vaardigheden die nodig zijn in je vakgebied of voor die nieuwe potentiële werkgever, moeten ze gedacht hebben. En als je vervolgens toch nog 1,5 miljard dollar op een bankrekening hebt staan dan koop je dus de trainingsite Lynda.com. Lynda.com is 1 van de bekendste – zo niet *de* bekendste – sites waar je honderdduizenden professioneel gemaakte tutorials over vele honderden onderwerpen kunt kopen. Straks klik je op 1 van de vaardigheden in een LinkedIn profiel en kun je waarschijnlijk ook meteen zelf een online cursus gaan volgen om die vaardigheid aan je eigen profiel toe te voegen.

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top