Schrödingers vrouw

Op 29 april schreef ik een gastblog voor het blog van Rosalie, The Smell of a Crayon, in het kader van haar 24uurbloggen actie. Elk uur kwam een andere gastblog(ger) voorbij en ook deze keer schreef ik iets anders dan wat je normaliter zou vinden op mijn eigen blog. Het is een beetje een vervolg op de eerdere gastblog die ik de week daarvoor schreef en ook nu staan de comments weer uit. Reageren kan natuurlijk wel op Rosalie’s blog!

–//–

April 2011 viel het me ineens op. Het kon zijn dat ze er al veel langer stond maar toen pas zag ik haar voor het eerst. Ook zij stapte uit de vroegste stoptrein die ik elke dag nam en wachtte op de aansluitende trein naar haar werk. Misschien dat ze begin vorig jaar net begonnen was met die baan, misschien dat ze ineens een andere plek gekozen had op het station om te wachten op die aansluiting. Hoe dan ook, een nieuw gezicht in de vroege dwarsgesneden-alleen-op-werkdagen-wereld, dat trok mijn aandacht.

Bij gebrek aan zitplaatsen wachtte ze altijd aan de zijkant van de trap waar een soortement zit-rail geplaatst was. De rusteloze vijftiger en de gezette vrouw die daar haar dagelijks gratis krantje las keken eerst wat verstoord op maar na enkele dagen was ook zij onderdeel van het vaste stramien. De vaste ploeg mensen die elke ochtend wachtten op de trein van 6.49

Ze viel op tussen de anderen. Niet omdat ze er niet tussen zou passen, integendeel, maar omdat ze misschien nog wel meer dan de anderen in zichzelf gekeerd was. Een boek was het eerste dat ze pakte als ze de stoptrein uit was gestapt en ze las geconcentreerd tot het moment dat de aansluitende trein arriveerde op zijn eindbestemming. Of het nou dat ingetogene was, of het feit dat ze altijd een boek las, ik raakte geboeid door haar.

Ze werd een vast onderdeel van mijn eigen reisroutine. Dezelfde trein, dezelfde plek om te wachten op de aansluitende trein en vaak in dezelfde treincoupe. Zij las haar boeken, ik las de mijne. Het voelde vreemd op die sporadische dagen dat zij er niet was (vrije dag, ziek?) en ik weet zeker dat ze zich ervan bewust was als ik er een keer niet was.

Een jaar lang. Bijna elke werkdag. Zonder een woord te wisselen. Zonder zelfs maar elkaars bestaan te erkennen. Geen knikje, geen ‘hoi’. Geen kennismaking, geen idee over elkaars leven. Alleen er zijn op die vroege ochtenden en je bewust zijn van elkaars aanwezigheid.

Tot begin deze maand. Ze was er niet die ene ochtend. De ochtend daarna ook niet. En de ochtend erop. Net zo plotseling als ze er was, was ze nu verdwenen. Een andere baan, andere werktijden, wie zal het zeggen? Het levert een raar gevoel van leegte op ’s ochtends. Nieuwsgierigheid. Een beetje spijt. Had ik toch eens moeten groeten? Moeten kennismaken?

Nee. Ze is er nog steeds. Waarschijnlijk. Elke ochtend. Misschien een half uur later. Misschien in een andere trein naar een ander station. Ze was niet in mijn leven en toch een beetje wel. Het doet me denken aan de kwantummechanica gedachtenoefening van de kat van Schrödinger. Waarbij puur het observeren bepaalt of de kat er nog is of niet.

Zij is er ook nog en tegelijk niet. Zij reist nog dagelijks naar haar werk en tegelijk niet. Ik kan haar alleen niet meer observeren.

Ze is blijvend onbereikbaar. Ze is Schrödingers vrouw.

De dwarsgesneden-alleen-op-werkdagen-wereld

Op 21 april schreef ik voor het blog Life of the Lovely van Khadija Abarou een gastblog in het kader van haar 24uurbloggen actie waarin ze elk uur een andere gastblogger aan het woord liet. Het onderwerp was aan iedere gastblogger zelf en hoewel ik haar persoonlijke blog had kunnen vullen met interessante weetjes uit de wereld van informatievoorziening heb ik er voor gekozen eens iets compleets anders te doen. De reden dat ik het ook op mijn eigen blog zet met terugwerkende kracht is dat ik het erg leuk vond om eens een blogpost te schrijven die niet over iets werkgerelateerds ging. Het zou zo maar kunnen dat ik hier nog eens een vervolg aan ga geven en tja, dan wil ik zelf ook ergens die blogpost hebben staan. Overigens, ik heb reageren uitgezet op deze blogpost, daarvoor moet je bij Khadija zijn. Als je daar toch bent, lees dan ook haar andere posts want ze heeft het zeldzame talent haar ideeën en gevoelens te verwoorden. Die kon nog wel eens bekend en beroemd worden.

Elke doordeweekse ochtend ga ik vroeg op pad. Rond 6 uur de deur uit, de eerste stoptrein naar Deventer en daar vandaan weer naar Zwolle waar ik werk. Iets voor half 8 begin ik daar in mijn kantoor, als eerste. Alleen. Elke dag.

Nu is ook bij deze reis niet de bestemming die nou zo zeer interessant is. Wat mij al die jaren zo boeit zijn de mensen die je tegenkomt, elke dag weer. Het zijn lotgenoten die zich, net als jij, rond half 6 uit hun bed slepen. Hoogstwaarschijnlijk ook alleen ontbijten en richting het station lopen of fietsen. Mensen die ook vroeg beginnen op hun werk of juist op een normale tijd beginnen maar wel veel verder moeten reizen. Het is die oudere man die elke ochtend met zijn functionele maar wel luxe tas staat te wachten op de stoptrein. Het is die lelijke kleine man die veels te hard praat tegen een wat jongere man over voetbal, ellende op het spoor en werk perikelen en daar het halve perron deelgenoot van maakt. Het is de groep van drie collega’s die samen reizen meerdere dagen per week.

Het is de knappe donkere vrouw die elke maandag en dinsdagochtend bij de rookpaal staat te wachten en zorgvuldig weet te timen dat haar laatste sigaret net opgerookt is als de trein arriveert. Het zijn allemaal bekende gezichten geworden op de perrons van de stations, ondanks het feit dat je helemaal niet bekend bent met elkaar.

Praten en kennis maken doe je niet. Dat verbreekt de routine. Dat haalt de magie weg en brengt risico’s met zich mee. Stel je voor dat je elkaar niet mag. Of juist wel. Dat je details over iemands leven leert kennen die je niet moet of wilt weten. Niemand zoekt vriendschappen, niemand zoekt toenadering. Je erkent hoogstens iemands aanwezigheid maar anonimiteit, rustig je ding doen op de hele vroege ochtend terwijl niemand zich met je bemoeit. Daar ga je voor.

Ik las in mijn jeugd een science fiction verhaal over een toekomstige samenleving die door overbevolking de maatschappij gesplitst had op weekdagen. Zeven mensen deelden een huis, een baan, een leven feitelijk maar hadden dat ieder 1 dag per week. Zes dagen in een diepvriesslaap en je leefde alleen op je eigen dag van de week. Zonder ooit in contact te komen met mensen die op andere dagen leefden. Zo dichtbij en toch onbereikbaar. Daar moet ik vaak aan denken als ik zo vroeg op pad ga naar mijn werk toe.

De ‘normale’ wereld slaapt en je reist met altijd dezelfde mensen, omringd door bekende gezichten, door die eigen vroege wereld. Je hebt geen interactie met de normale wereld zo vroeg. Je familie kom je niet tegen, je collega’s zie je niet en je vrienden maken geen deel uit van die eigen vroege wereld. Wel dichtbij maar toch onbereikbaar. Pas in de loop van de ochtend dringt die normale wereld zich op. Ineens ben je weer collega, vriend of familie. Tot die volgende vroege ochtend waar je weer in die gescheiden wereld bent.

Misschien kom ik je ooit wel tegen. Zeg dan vooral geen hallo, informeer niet hoe het met me gaat maar laat onze paden zich gewoon kruisen. In de dwarsgesneden-alleen-op-werkdagen-wereld.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top