Werken in een bibliotheek. Net als papa

Vlak voor de zomervakantie vroeg Joost Heessels of ik een gastblog wilde schrijven in het kader van het driejarig bestaan van zijn blog BiblioFuture. De lengte maakte niet uit – hij kent me inmiddels wel een beetje – zolang het thema van bibliotheken (in heden en toekomst) maar er maar in terug zou komen. Ik was vereerd om gevraagd te worden en eind augustus verscheen het op zijn blog. Nu ik er, ruim een maand later, nog eens naar kijk vallen me wel enkele grammaticale gruwelen op die ik er echt uit had moeten halen. Dus ik ben nog een keer door de tekst gegaan en hieronder vind je de (licht) aangepaste versie, mocht je het de eerste keer gemist hebben.

net als papa

Tegenwoordig kom ik weer regelmatig in de openbare bibliotheek. Niet alleen in de bibliotheek bij mij in de buurt – de kinderen willen er elke week wel naar toe  – maar ook bij andere grote en minder grote bibliotheken in de rest van Nederland. Dat doe ik deels omdat ik voor mijn eigen blog bijzondere boekenplekken wil vastleggen maar deels ook omdat ik iets van dat magische gevoel wil herbeleven van toen ik zelf als jongetje in de bibliotheek kwam. En wat zoveel indruk maakte dat ik toen al zeker wist dat bibliotheken de beste en mooiste plekken op aarde waren. Ook al kon ik toen niet verwoorden waarom dat zo was. Dat is het lastige en tegelijk het mooiste van een magisch gevoel, nietwaar?

Vooruitblikken naar de bibliotheek van de toekomst begint voor mij in elk geval met terugblikken naar de bibliotheek van vroeger. Mijn eerste bibliotheek stond in Mariaparochie waar ik als klein jongetje dwaalde langs (gevoelsmatig) oneindig lange kasten om me te laten verrassen door nieuwe boeken of doelgericht naar het goede boek liep als ik in de kaartcatalogus iets had gevonden dat ik voor een spreekbeurt kon gebruiken. Van bibliotheekautomatisering, internet of ebooks hadden de dames die de boeken innamen en uitleenden nog nooit gehoord. Ze vonden de invoering van het mechanische Karto systeem  van Karmac – waarbij labels in boeken i.c.m. de bibliotheekpas werden gefotografeerd op microfilm en centraal de aanmaningen verwerkt werden – al pure science fiction. Ook maakten ze zich niet druk over het pand waar de bibliotheek in zat en het feit dat het een eigenlijk kleine ruimte was, volgepropt met boekenkasten, zonder een tweede verdieping leidde geenszins af van de functies die de bibliotheek vervulde. Je kon er meer boeken vinden dan dat je ooit gezien had, je kon informatie opzoeken over alles wat je interesse had en je kon kennismaken met onderwerpen en boeken waar je nog nooit van gehoord had. En dat alles terwijl het bibliotheekpersoneel je aanmoedigde, op weg hielp en je uitlegde hoe je het beste gebruik kon maken van alle mogelijkheden. Jong als ik was begreep ik meteen wat er zo bijzonder was aan een bibliotheek: het richt zich niet op specifieke onderwerpen of zelfs alleen maar de aanwezige boeken in de collectie, nee het is de toegangspoort tot ALLE kennis, alle informatie en alle boeken. De enige beperking die het heeft is de beperking die je er als gebruiker zelf op legt omdat je de mogelijkheden er niet van ziet. Ik besloot toen dat ik daar zelf onderdeel van wilde uitmaken en dat is precies wat ik gedaan heb.

Ruim dertig jaar later in het hier en nu is er nogal wat veranderd, dat behoeft geen toelichting. Bibliotheken zijn niet meer vanzelfsprekend de eerste en enige plekken waar je naar toe gaat om meer te weten te komen van de wereld om je heen. Onder druk van de opkomst van de informatietechnologie, het internet en afnemende prioriteit als het om de bekostiging van bibliotheken gaat, focussen de bibliotheken zich op de nieuwe taken die die bij dezelfde klassieke functies horen. En die zijn ook niet verouderd natuurlijk. Zelfs in de nieuwe, net aangenomen, Bibliotheekwet komen feitelijk dezelfde functies terug als die het filiaal Mariaparochie dertig jaar geleden ook al vervulde:

  1. ter beschikking stellen van kennis en informatie;
  2. bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie;
  3. bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur;
  4. organiseren van ontmoeting en debat; en
  5. laten kennis maken met kunst en cultuur.

Het vermeldt echter niet hoe je daar het beste invulling aan kunt geven. Logisch want in een wet leg je niet een werkwijze vast maar wat het beoogt te bereiken. Het laat nu echter wel bijzonder veel ruimte over voor elke gemeente en elke bibliotheekorganisatie om zelf een eigen invulling te geven aan wat een bibliotheek zou moeten zijn. En dat is niet per se een positief iets als je kijkt naar de zeer diverse keuzes die gemeentes en de bibliotheken de laatste jaren gemaakt hebben. Afhankelijk van waar je woont heb je een moderne bibliotheek in een prestigieus pand, een filiaal met vooral rijen boekenkasten en enkele computers (als die al niet wegbezuinigd zijn) of eigenlijk dezelfde bibliotheek die je de laatste 20 jaar ook al had met wat aanpassingen aan de moderne tijd.

Maar in de essentie hebben alle vernieuwingen de laatste jaren – met gelukkig voldoende uitzonderingen die de regel bevestigen – zich toch gericht op zaken als inrichting en facilitering. Nieuwe aantrekkelijke gebouwen, samenwerken met andere culturele of maatschappelijke instanties, zelfservice en het anders presenteren & opstellen van collecties. Niks mis mee maar mij hebben ze ermee als gebruiker verloren ergens in het begin van deze eeuw. Ik heb de informatietechnologie omarmd, ben vol op de digitale informatiebronnen en ebooks gedoken en zit feitelijk al meer dan tien jaar te wachten tot de bibliotheken dat ook gaan doen.

“Ter beschikking stellen van kennis en informatie”. Het staat als eerste functie van de bibliotheek genoemd in de Bibliotheekwet en hoewel dat geen rangorde op belangrijkheid is, staat die functie er wat mij betreft terecht als eerste. Maar wat ik enorm mis is een beeld, visie en natuurlijk invulling van wat bibliotheken moeten en kunnen doen om in 2014 nog steeds relevant te zijn als het gaat om het ter beschikking stellen van kennis en informatie. Het is ook wat ik miste in het lange traject waarin Nederlanders zelf (uniek en voor het eerst!) geconsulteerd werden over het eerste bibliotheekwetsvoorstel en wat later – na brede politieke discussies – leidde tot het definitieve wetsvoorstel.

Maar wat is de visie van de bibliotheken zelf?

Ik kom er dus niet achter merk ik. Bij mijn bezoeken aan de diverse bibliotheken dit jaar zie ik prachtige nieuwe gebouwen. Of mooie nieuwe inrichtingen van bestaande gebouwen. Er is veel energie gaan zitten in het herverpakken en presenteren van collecties – tot mijn chagrijn want schijnbaar is het niet meer de bedoeling om gericht titels er in terug te vinden  – maar diensten die voortkomen en gekoppeld zijn aan het oneindige aanbod van digitale informatie zijn er nog steeds nauwelijks te vinden. De fysieke collecties staan nog steeds centraal in de dienstverlening van bibliotheken en dankzij de grootste groep trouwe gebruikers – de jeugd en de ouderen – voorziet dat ook nog steeds in een behoefte.

Maar hoe lang nog?

Bibliotheken ontplooien prachtige initiatieven als je naar de overige functies kijkt.  Educatie, ontmoeting, cultuur en een duidelijke sociale rol in deze maatschappij. Ik kijk vol vertrouwen naar de toekomst van de bibliotheken als het om al die andere functies gaat. Maar ik zie het fout gaan met die eerste. Die ik zo belangrijk vind omdat een bibliotheek meer moet zijn dan een gezellige ontmoetingsplaats waar je boeken kunt vinden en internetpc’s.  Hoe nuttig en wenselijk dat ook is en zal blijven.

Dertig jaar geleden had ik de woordenschat er niet voor maar het is de kerntaak van een bibliotheek om een weloverwogen en relevante selectie aan te bieden van de beschikbare kennis en informatie aan de gebruikers. Dat vertaalde zich toen logischerwijs naar het aanbieden van boeken en tijdschriften en daar werden vele prachtige diensten omheen ontwikkeld. Die kerntaak is nu echt niet anders maar het is veel complexer geworden om uberhaupt een selectie te maken en dat aan te bieden. Daarvoor wordt er te veel informatie en kennis geproduceerd en kan deze ook niet meer in een fysiek pand worden gestopt. En omdat het lastig en complex is wordt er vaak voor de weg van de minste weerstand gekozen, namelijk het focussen op waar je wel grip op hebt. Je fysieke collectie en je fysieke ruimtes. Waar nog steeds vraag naar is.

Je mag het selectie noemen, je mag het curatie noemen en je mag het de eerste kernfunctie van de bibliotheek noemen maar de bibliotheken van straks zullen toch echt aan de slag moeten met het ter beschikking stellen van digitale informatie en kennis daarover ontwikkelen. En bibliotheken moeten bovenal het collectiedenken los laten want een bibliotheek is niet meer de plek die de informatie en kennis zelf kan aanbieden. Bibliotheken moeten bemiddelen en verwijzen. Tussen de vragen en behoeftes van hun gebruikers en het aanbod van duizenden, zo niet miljoenen, informatieleveranciers. Samen met de klanten op zoek naar antwoorden, kennis en informatie ongeacht de informatievraag en ongeacht waar de antwoorden zich bevinden. Gebruikers helpen navigeren door de echt oneindige stortvloed aan informatie.

Waarom niet verwijzen naar een handige website (die niet van de bibliotheek is)? Waarom niet vragen via Twitter, Facebook, de eigen site, mail enz beantwoorden? Waarom niet pro-actief informatie aanbieden over actuele inhoudelijke onderwerpen? Waarom niet verwijzen naar een geschikt boek of ebook bij Bol.com zonder je genoodzaakt te zien om dat in je eigen collectie op te nemen? Waarom niet zorgen dat je jezelf onderscheidt van Google of al die andere informatieleveranciers die allemaal gespecialiseerd zijn in dingen aanbieden die je als bibliotheek niet kunt aanbieden? En dat terwijl bibliotheken juist beschikken over iets waar Google alleen maar van kan dromen: rechtstreeks en (vaak) persoonlijk contact met elke eindgebruiker!

De bibliotheken staan, denk ik, op een kruispunt in hun bestaan.  Ze kunnen min of meer rechtdoor gaan op een rustige weg en de lijn van de afgelopen jaren voortzetten. Met het verder polijsten van hun fysieke dienstverlening en zich vol overgave op de vier kernfuncties storten die ze eigenlijk al best goed voor elkaar hebben. Ze kunnen ook die lastige route nemen die weliswaar ruwweg dezelfde kant op gaat maar waar je niet vlotjes kunt doorrijden en waar je elke paar meter goed moet uitkijken voor je mede weggebruikers omdat het er wel eens ruw aan toe kan gaan. En je geen idee hebt of je dan wel op tijd aankomt.

Mijn dochter van vijf vertelde vorige week dat ze bibliothecaris wilde worden. Net als papa. Ik heb haar nog niet verteld dat ik me bezig houd met digitale bronnen, licenties en auteursrecht in een onderwijsbibliotheek. Ze denkt dat ik de hele dag rondloop tussen de boekenkasten, vergelijkbaar met die van het bibliotheekfiliaal bij ons in de wijk waar ze zo graag komt om boeken uit te zoeken. Digitale informatie interesseert haar nog niet maar ik weet zeker dat ze daar in deze informatiemaatschappij anders over gaat denken als ze wat ouder is.

Ik hoop alleen echt dat de bibliotheken met haar mee zullen groeien. Zodat zij niet over dertig jaar terugblikt op de bibliotheek toen het nog die magische plek vol met boeken was en waar ze al vele jaren niet meer geweest is omdat het haar niets meer te bieden heeft.

Net als papa.

@foto via Pixabay met CC0 verklaring

#

Gastpost: review van ‘De Bibliotheek’ app

Mariska Snijders-Koetsier is een voormalig information retrieval specialist die werkzaam is geweest in de telecommunicatie, consultancy en –onderzoek branche en heeft jaren in een medische bibliotheek als bibliothecaris gewerkt. Haar specialisaties zijn information retrieval en gebruikersinstructie. Momenteel is ze de trotse moeder van twee kinderen en beheert ze daarnaast in haar vrije tijd enkele (commerciële) websites voor derden om haar vaardigheden te onderhouden en verder te ontwikkelen.

Ik ben een fervente bibliotheekgebruiker. Ik doe dit niet alleen omdat dit voorheen mijn liefde voor het vak was maar mijn twee kinderen vinden een bezoekje aan de bibliotheek een waar uitje. Om mijn boeken op te zoeken was ik al dik tevreden met de applicatie Bieb. Met deze applicatie op mijn iPod kan ik uitvoerig zoeken naar boeken van mijn gading, of ze beschikbaar en uitleenbaar zijn. De functionaliteiten zoals kunnen verlengen en notificaties spraken me erg aan dus ik was blij verrast toen ik begin deze zomer het bericht kreeg dat er ook een applicatie beschikbaar was dat ‘de Bibliotheek’ heet. Aangezien het bloed nog steeds kruipt waar het niet gaan kan wilde ik deze applicatie graag uitproberen.

Eerste indrukken

In eerste instantie was ik erg tevreden over de functionele inrichting van de applicatie en met de bibliotheekpassen in de hand kon ik vlotjes de gegevens van ons gezin invoeren. Maar helaas kreeg ik al snel een foutmelding zodra ik de gegevens van één van mijn kinderen wilde opslaan.

Ik kan niet achterhalen wat de foutmelding veroorzaakt, maar de gegevens blijven staan en ik kan zo ook goed overzicht houden welke boeken de kinderen hebben geleend. Ideaal lijkt me, geen gezoek meer in huis en als er gezocht moet worden kan ik mijn iPod in de hand houden in plaats van op en neer te pendelen naar de computer.

In de praktijk

Naast inzage van wat er thuis is, gebruikte ik de website van de bibliotheek veel om materiaal op te zoeken en eventueel te reserveren. Via de applicatie besluit ik om te zien of ik een boek kan reserveren. Dit gaat vrij vlotjes, maar wat me opvalt, is dat ik nergens kan zien of het boekje beschikbaar is in onze locatie of in andere dependances. Wat ik ook jammer vind is dat er geen plaatje bij staat van de voorkant: dit is vrij handig als je op zoek bent naar een prentenboek in de jeugdbakken.


Hiervoor moet ik toch terugvallen op de applicatie Bieb die me snel kan laten zien dat het boekje in de centrale aanwezig is.

Ik vind dit toch een ernstige tekortkoming van deze applicatie. Ik leen ook veel non-fictie boeken die vaak niet aanwezig zijn in het dichtsbijzijnde filiaal en ik verwacht toch wel van deze applicatie dat ik terug kan vinden of hij gratis te reserveren valt of dat hij via ibl moet worden aangevraagd. Als gebruiker zou ik wel graag willen weten of een reservering mij geld gaat kosten of niet.

De dagen daarna wacht ik rustig af maar als ik de applicatie opstart kan ik zelf niet achterhalen wat de status is van mijn reservering. Ik kan simpelweg niet bij de reserveringsgegevens komen.

Uiteindelijk moet ik inloggen op een terminal in de bibliotheek die mij de status kan weergeven.


Voor de rest gaat het verlengen vlekkeloos en kan ik snel zien wanneer iets terug moet of niet. Wat erg prettig is, is dat als een boek binnen korte termijn terug moet, deze in oranje wordt weergegeven.

Andere ongemakken

De applicatie houdt niet de gegevens vast van andere gebruikers. Ik gebruik onze volwassenpas als hoofdaccount maar ik had vanaf de start mijn twee kinderen opgevoerd als gebruikers.

Als ik de applicatie enkele dagen later opstart valt me op dat de gegevens van de kinderen er niet meer instaan.

Ik voeg de kinderen opnieuw toe en sla alles weer op – inclusief de bovengenoemde foutmelding.

Ik sluit de applicatie doelbewust af en start het opnieuw op na een uur. De gegevens staan er nog dus ik vraag me af waar deze foutmelding dan op slaat. Storend is het wel, helemaal als een week later deze gegevens wederom zijn verdwenen. Een groot mankement van deze applicatie? Als gebruiker mag je er toch vanuit gaan dat gegevens bewaard worden want dit is een herhaling van zetten waarvan ik me serieus af vraag waarvoor ik het allemaal doe, zeker als ik een goed alternatief heb met de Bieb app.

Tot slot

Samenvattend zou deze applicatie de gebruikerservaring kunnen verbeteren door meer gegevens over de boeken te tonen: waar aanwezig en op welke plank. Bij reserveringen zou het enorm prettig zijn als je kunt zien of je een boek ergens anders kunt lenen en wat voor een vergoeding daar tegen overstaat. Als een reservering geplaatst is, is het erg gebruikersvriendelijk dat men ook kan zien wat de status van de reservering is. Nu moet alsnog op de website worden ingelogd of de gebruiker moet de vraag stellen aan de informatiebalie. Wat wel prettig is dat je per ingevoerde gebruiker kunt zien wat er thuis is en je kunt ook dat snel en eenvoudig verlengen.

#

Gastpost: De tweetende toneelspeler

Ali Molenaar, informatiespecialist, enthousiast gebruiker van social media, amateurtoneelspeler en schrijvend hoofdredacteur van toneelblad ‘Haghespel’. In de vrije tijd verwoed lezer van fantasy en SF en daardoor heb ik Raymond leren kennen. In mijn wankele eerste passen op het internet, zo rond 1999, kwam ik bij de nieuwsgroep nl.kunst.sf+fantasy terecht, waar ik o.a. Raymond vond.

Voor het Haagse toneelblad Haghespel heb ik diverse stukken geschreven over het gebruik van internet. Nu schrijf ik over nut en noodzaak van het gebruik van Twitter in het Haagse amateurtoneel. Veel mensen kennen Twitter in hun privéleven, ik gebruik zelf Twitter ongeveer anderhalf jaar, niet alleen voor zenden, maar vooral voor ontvangen. Niet alleen in mijn hobby, cultuur, is men druk bezig door middel van Twitter informatie te verzenden maar ook in mijn beroepsleven, het informatieland. Ik ben ermee begonnen toen ik voor mijn werk een onderzoekje deed naar Twitter, want ‘daar moesten we ook maar wat mee gaan doen’. Twitter is een middel om beter in contact te kunnen komen met je doelgroep en hen beter te leren kennen. Zo kan je veel meer toegespitst reclame maken of hen benaderen met een aanbod dat bij hun interesses past. Maar dan moet je wel van tevoren nadenken over wat je wilt tweeten.

Zo ook in de theaterwereld. In de beroepstoneelwereld worden sociale media al volop gebruikt. Theaters en theatergroepen gebruiken Twitter voor promotie van de voorstellingen, verhogen van de beleving door achtergrondinformatie over de voorstellingen, kaartverkoop en klantenservice. Juist via Twitter is het eenvoudig een dialoog aan te gaan en de betrokkenheid van consumenten te vergroten.

In de amateurwereld staat het gebruik nog in de kinderschoenen. De meeste Haagse amateurtoneelgroepen zijn wel vertegenwoordigd op internet. Ze hebben eigen websites, een enkele groep gebruikt Twitter, enkele groepen gebruiken Facebook, en tot nu toe heb ik één groep gevonden op LinkedIn[1]. Toneelspelers zijn er wel te vinden, maar ook niet veel. Een bijkomend probleem is het afnemende verenigingsleven, er wordt enthousiast begonnen aan een website, en vervolgens gaat de webmaster weg bij de vereniging en wordt de site niet meer bijgehouden.

Het is belangrijk voor de amateurs publiek binnen te krijgen, ook in de amateurkunsten wordt behoorlijk gesnoeid in de subsidies. Veel groepen draaien op bekend publiek, vrienden, familie, buurtbewoners, etc. Om te blijven bestaan is het belangrijk nieuw publiek binnen te krijgen en dat ook te houden, maar veel groepen lukt dat niet. Het hangt ook van de kwaliteit van de groepen en van de gekozen stukken af. Daarbij wordt er in de media nauwelijks aandacht besteed aan amateurkunst. De Haagsche Courant had vroeger een recensent die naar voorstellingen ging, maar de recensies werden afgeschaft, AD besteedt er geen aandacht aan, Den Haag Centraal, de nieuwe Haagse weekkrant besteedt af en toe aandacht aan amateurkunst, maar dan moet het wel een bijzondere voorstelling wezen. Haghespel is het enige blad in Den Haag waar nog recensies in verschijnen en het blad heeft te maken met een abonnementenbestand dat elk jaar kleiner wordt.

Het Haagse publiek maakt het moeilijk, aan de ene kant heb je jonge enthousiaste mensen die gedrukte media nauwelijks meer gebruiken en hun informatie van het internet halen. Ze zijn vertrouwd  met sociale media als Facebook, Hyves, Twitter, YouTube, etc. Aan de andere kant heb je de oudere garde die met liefde de krant en het boek oppakt en de computer wel gebruikt, maar met mate. Voor de papieren versie van Haghespel geeft dit een dilemma, er wordt al jaren gevraagd om een digitale versie van het blad, maar de papieren Haghespel blijft bestaan omdat een groot deel van het lezerspubliek daar de voorkeur aan geeft.

Is er dan een publiek voor een Twitter-account van een toneelvereniging? Ja, op zich wel, als je dat publiek laat merken dat ze als eerste van alles te weten komen. Gebruik het actief. Laat weten waar je mee bezig bent als vereniging. Twitter niet alleen als er een voorstelling is, dat is twee keer in het jaar, maar laat bijvoorbeeld ook weten dat je een regisseur gevonden hebt, dat je bent begonnen met repetities, dat je de kostuums voor een voorstelling hebt gevonden. Tweet foto’s van repetities. Publiciteit is hard werken, iets dat vaak vergeten wordt. Geef bekendheid aan je Twitter-account in je flyers en je programmaboekjes.

Een Twitter-account voor Haghespel is ook mogelijk en nodig. Het blad heeft te maken met een afnemend abonneebestand en een wisselend aanbod aan kopij. Discussies die worden aangezwengeld in het blad sterven een vroegtijdige dood, dat kan anders worden met een medium als Twitter dat discussies juist aanmoedigt. De bekendheid van het blad is niet groot, alleen de inner circle van het Haagse amateurtoneel kent het blad, het potentiële lezerspubliek is veel groter. Haghespel kan bijvoorbeeld tweeten over voorstellingen, meldingen over deadlines en verschijning van het blad, voorproefjes van een nieuw nummer, foto’s van voorstellingen, en ook berichten van andere groepen kunnen worden geretweet. Mogelijkheden te over voor de publiciteit van één van de weinige tijdschriften die geheel over amateurtoneel gaan.



[1] Een lijst met Haagse groepen met hun website is te vinden op www.hvatoneel.nl

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top