hbo kennisbank header

Toestemming (vragen) voor publiceren in de HBO Kennisbank

Het lijkt eenvoudig. Gewoon alle scripties, vakpublicaties en onderzoekspublicaties, die in de Nederlandse hogescholen geproduceerd worden, verzamelen in repositories. En deze vervolgens beschikbaar maken in de HBO Kennisbank. Maar wanneer kun je ze bestempelen als open access publicaties? Wat mogen gebruikers van de HBO Kennisbank met de publicaties die ze vinden? Wat moet er vervolgens dan geregeld zijn met de rechthebbenden die de publicaties gemaakt hebben? Hoe zit het met de toestemming?

Dat waren de vragen die ik vanmiddag aan het gebruikersoverleg van de HBO Kennisbank stelde tijdens een presentatie en waar flink over gediscussieerd werd.

Ik stelde niet alleen maar vragen, ik probeerde ook duidelijkheid te geven over een aantal onderwerpen waar eigenlijk al te lang over gediscussieerd wordt mijns inziens. Zo ging ik in op wie er toestemming moet geven voor het publiceren van scripties in de HBO Kennisbank – de student(en) en dus niet de opleiding, onderwijsinstelling of het bedrijf waar de afstudeerstage heeft plaatsgevonden – en dat het echt expliciete toestemming moet zijn. Duidelijk omschrijven waarvoor de toestemming gegeven wordt dus. En geen eenzijdige meldingen in het examenreglement of opleidingsstatuten dat de onderwijsinstelling bepaalt wat er met de afstudeerwerken gebeurt.

En tja, over wat open access nou precies betekent als je het hebt over dat een publicatie open access beschikbaar is in de HBO Kennisbank, daar zijn de meningen ook over verdeeld. Onnodig als je het mij vraagt want welke definitie je ook gebruikt, met een open access publicatie moet een eindgebruiker meer kunnen dan alleen full-text raadplegen. Ik vatte de definitie op openaccess.nl eerder al als volgt samen:

Als iedereen de inhoud kan lezen, downloaden, kopiëren, distribueren, printen, indexeren, ernaar en erin zoeken, of anderszins gebruiken binnen de wettelijk geldende afspraken, wordt de publicatie ‘open access’ genoemd. Open access is daarmee dus veel meer dan alleen (full-text) online beschikbaar gestelde publicaties want er hoort per se een gebruiksrecht bij: toestemming van de makers waarmee gebruikers de gedeelde informatie ook kunnen en mogen gebruiken voor eigen doeleinden.

Ook het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken zelf koppelt een gebruiksrecht (middels een Creative Commons licentie) expliciet aan de definitie van open access in hun visiedocument. Dus waarover moet er eigenlijk nog gediscussieerd worden?

Maar zelfs dan blijven er nog genoeg vragen over die alleen door (het gebruikersoverleg van) de HBO Kennisbank beantwoord kunnen worden. Want hoe belangrijk is het toestemming vragen voor een gebruiksrecht nou echt? Ga je (meer) sturen op het open access beschikbaar maken van publicaties in de HBO Kennisbank? En hoe vraag je vervolgens toestemming aan de verschillende rechthebbenden zodat het ook echt duidelijk is wat er met hun publicaties gaat gebeuren?

Het laatste woord is er zeker nog niet over gezegd.

Meer lezen?

#

open access hogeschoolbibliotheken

Hogeschoolbibliotheken en (groene route) open access

Wat kunnen hogescholen doen om het open access publiceren van afstudeerwerken, vakpublicaties, leermateriaal en onderzoekspublicaties te stimuleren? Dat was één van de vragen die de hogescholen zichzelf stelden tijdens het seminar ‘Open access doen we samen’ afgelopen september. Het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) schaart zich nu achter de groene route van open access publiceren en wil samen met alle hogeschoolbibliotheken serieus werk maken van open access. Maar wat zijn de plannen dan?

Wat was open access ook al weer?

Open access is een brede beweging die streeft naar vrije, gratis online toegang tot wetenschappelijke informatie, zoals publicaties en data. Als iedereen de inhoud kan lezen, downloaden, kopiëren, distribueren, printen, indexeren, in het onderwijs gebruiken, ernaar en erin zoeken, of anderszins gebruiken binnen de wettelijk geldende afspraken, wordt de publicatie ‘open access’ genoemd (bron).

Als er over open access gesproken wordt is de context bijna altijd de academische wereld – en gaat het vooral over wetenschappelijke publicaties – maar het principe is net zo goed van toepassing op de publicaties en data die in het hbo geproduceerd worden. Enerzijds zijn dat bijvoorbeeld afstudeerwerken van studenten en leermateriaal dat door docenten ontwikkeld is maar anderzijds wordt er ook veel onderzoek in het hbo gefinancierd met publiek en publiek-privaat geld dat eveneens vak- en onderzoekspublicaties oplevert die nu maar zelden vrijelijk online beschikbaar worden gesteld.

Wat betekent dat voor hogescholen en hogeschoolbibliotheken?

Voor hogescholen, en vooral hogeschoolbibliotheken, betekent dat vooral dat er gezocht moet worden naar een eigen invulling. Hoewel er geleerd kan worden van hoe universiteiten en onderzoeksinstituten dit aanpakken, heb je in een hogeschool nou eenmaal niet veel en vaak te maken met wetenschappers die in gerenommeerde tijdschriften van wetenschappelijke uitgevers publiceren. En dat is wel een belangrijk onderscheid want er zijn twee zeer verschillende manieren om open access te publiceren. De één hoort meer bij de traditionele wetenschappelijke publicaties bij de uitgevers zelf terwijl de andere manier meer ruimte laat voor een eigen aanpak en oplossing.

De eerste manier is om een artikel in een OA-tijdschrift te publiceren. Dit wordt ook wel de gouden publicatieroute (‘Golden Road’) naar OA-publiceren genoemd;

Een tweede manier is om een artikel te publiceren in een niet-Open Access-tijdschrift (of een ander medium) waarna het artikel (na publicatie dus) óók gepubliceerd wordt in een institutionele repository. Dit heet de groene publicatieroute (‘Green Road’) naar open access publiceren of ook wel zelfarchivering. Een institutionele repository is een archief van digitale publicaties die geschreven zijn door medewerkers van die instelling en wordt beheerd door de instelling zelf. Bijna alle hogeschoolbibliotheken beschikken over zo’n eigen repository (SURFSharekit)

De universiteiten zetten zich al jaren in voor open access en doen dit vooral door wetenschappelijke uitgevers te dwingen overtuigen om publiceren in open access tijdschriften mogelijk te maken. Dit mede onder druk van staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) die eind januari 2013 een brief aan de Tweede Kamer schreef waarin hij zijn beleid aankondigde.

Over een aantal jaren moet 100% van de wetenschappelijke publicaties, die met publiek geld gefinancierd zijn, open access beschikbaar zijn. Zijn eigen voorkeur gaat uit naar de gouden route en dat is ook de insteek geworden van de onderhandelingen die met de wetenschappelijke uitgevers gevoerd worden door de universiteiten. Met succes want met de meeste wetenschappelijke uitgevers zijn inmiddels afspraken gemaakt om open access te kunnen publiceren. Overigens besloten de Europese ministers van Onderzoek en Innovatie eind mei 2016 unaniem dat in 2020 alle wetenschappelijke publicaties over resultaten van publiek en publiek-privaat gefinancierd onderzoek voor iedereen vrij beschikbaar moeten zijn. Er zit dus best wel haast bij.

Een praktische aanpak?

Die druk zal ongetwijfeld gevoeld worden door de wetenschappelijke insitututen en universiteiten maar er wordt nog nauwelijks naar de hogescholen gekeken. De minister van OCW heeft in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs weliswaar ambities geformuleerd t.a.v. open en online hoger onderwijs maar dat is beperkt tot een streven naar het open beschikbaar stellen van onderwijsmateriaal in 2025 door alle docenten aan Nederlandse hoger onderwijs instellingen. Wat ook een enorm ambitieus streven is maar dat terzijde.

Gelukkig is het niet zo dat de hogescholen nog helemaal niet aan open access doen. Al sinds 2006 worden door tientallen hogescholen afstudeerwerken van studenten online beschikbaar gesteld en krijgen die steeds vaker een gebruiksrecht mee waardoor ze ook echt open access zijn. Een aantal hogescholen heeft een publicatiebeleid waarin studenten, docenten en onderzoekers gestimuleerd of zelfs verplicht worden open access te publiceren. In 2009 tekenden ook de hogescholen al de Berlin Declarion maar bleef het allemaal wel een beetje hangen. Want hoe pak je dit nou handig en praktisch aan? Daar houden hogescholen namelijk van.

Samenwerkende hogeschoolbibliotheken

Vanuit het perspectief van de hogeschoolbibliotheken ligt de focus in elk geval op de groene route van open access publiceren. Of het nou gaat om afstudeerwerken van studenten, leermateriaal van docenten of vak- en onderzoekspublicaties uit praktijkgericht onderzoek, ze moeten ook beschikbaar zijn via de repositories van de hogescholen. En dat betekent dat je je als hogeschoolbibliotheken een standpunt moet innemen om die groene route ook mogelijk te gaan maken. Om daarmee dan ook afspraken te gaan maken met alle uitgevers en partijen, waar nu die hbo publicaties gepubliceerd worden, voor het achteraf open access maken van diezelfde publicaties.

De eerste stap is nu genomen. Twee weken geleden liet het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken weten met open access aan de slag te gaan:

Het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) spreekt zich uit voor de ‘groene route’ van open access publiceren. SHB wil met deze keuze bijdragen aan de doelstelling om 100% open access publiceren in 2020 mogelijk te maken. Aanleiding voor de standpuntbepaling was het seminar ‘Open Access doen we samen’ van 27 september 2016. Het SHB geeft hiermee tegelijkertijd invulling aan de doelstellingen van het Nationaal Plan Open Science, dat op 9 februari 2017 is gepresenteerd.


Het SHB (een samenwerkingsverband van 32 hogeschoolbibliotheken dat sinds 2003 bestaat) kiest nadrukkelijk voor de zgn. “Groene route” van open access publiceren onder vermelding van een Creative Commons-licentie die vrij hergebruik mogelijk maakt. Bij de ‘groene route’ plaatst een onderzoeker of student een artikel in een publiek toegankelijke database (repository) waarmee de publicatie beschikbaar komt voor de rest van de wereld. Dit sluit het beste aan bij de publicatie-cultuur binnen de hogescholen. Hogeschoolbibliotheken faciliteren hierbij zoveel mogelijk zowel de auteurs van onderzoeksresultaten (onderzoekers/lectoren/docenten/studenten) als ook de gebruikers hiervan als het gaat om de toegang tot de resultaten – en eventuele achterliggende onderzoeksdata – van het praktijkgerichte onderzoek.

Het hele visiedocument is (natuurlijk) online te lezen maar één van de belangrijkste concrete acties is het komen tot afspraken met uitgeverijen en andere partijen om gepubliceerde werken, die door hbo medewerkers geschreven zijn, standaard ook open access te mogen publiceren in de HBO-Kennisbank.

Deze gesprekken en afspraken moeten enerzijds gemaakt worden omdat docenten en onderzoekers van hogescholen te vaak nog het auteursrecht overdragen aan een uitgever. Door landelijke afspraken met uitgevers te maken hierover namens de hogescholen zou voorkomen moeten worden dat auteurs uit hogescholen hun eigen boeken of artikelen niet meer kunnen (laten) gebruiken.

Anderzijds speelt hierbij ook de “open access-bepaling” die vanaf 1 juli 2015 aan de Auteurswet is toegevoegd. Dit maakt het voor auteurs mogelijk om hun artikelen en andere publicaties na verloop van tijd opnieuw open access te publiceren, ook als de uitgever daar zelf al niet in voorziet.

Artikel 25fa
De maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld.
(Wetten.nl)

In beginsel mogen alle wetenschappelijke artikelen – van auteurs in onderzoeksinstellingen, universiteiten en hogescholen – dat geheel of gedeeltelijk gefinancierd is met (Nederlandse) publieke middelen na verloop van tijd (ook) open access gepubliceerd worden. Mits daarbij de bron vermeld wordt van de oorspronkelijke publicatie en er een redelijke termijn met de uitgever afgesproken is.

Maar wat is een redelijke termijn voor die uitgever? En wie onderhandelt dan met die tientallen uitgevers over de redelijkheid voor de hogescholen?

De werkgroep Licenties van het SHB dus. Die zal, samen met SURF, nieuwe open access overeenkomsten gaan afsluiten met uitgevers waarin afgesproken wordt dat door hogeschoolmedewerkers geschreven werken gedeeld kunnen worden. En welke termijn daarvoor in acht genomen zal worden.

Om zo een eind te gaan maken aan de rare situaties dat bibliotheken uitgevers moeten betalen voor studieboeken, artikelen en andere publicaties die door de medewerkers van de eigen instellingen zijn geschreven. En om zo veel mogelijk van al die publicaties ook vrij toegankelijk en bruikbaar te maken voor iedereen.

Ik heb er zin in!

#

Auteursrecht, Open Access en de HBO Kennisbank

Vanmiddag mocht ik tijdens het gebruikersoverleg van de HBO Kennisbank vertellen over de auteursrechtelijke aspecten van het publiceren van scripties en onderzoekspublicaties in die HBO Kennisbank. Dat was bijzonder treffend – vond ik – omdat tien jaar geleden tijdens het project van het opzetten van de HBO Kennisbank de werkgroep Auteursrechten en hbo werd opgericht. Die werkgroep ging aan de slag met het toestemmingsformulier voor het publiceren van scripties en werd jaren later het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo toen er veel meer auteursrechtkwesties gingen spelen.

Er valt echter nog genoeg te zeggen over auteursrecht want behalve toestemmingsformulieren voor studenten spelen er nog vele andere zaken. En dus ging ik in op het werkgeversauteursrecht (omdat er ook publicaties van medewerkers op de site staan), legde uit dat als scripties of leermateriaal auteursrechtelijk beschermd materiaal van anderen bevat je daar op moet letten, behandelde de Open Access bepaling in het auteurscontractenrecht, gaf een toelichting op wat Open Access voor het hbo betekent en constateerde dat er nog onvoldoende gekeken wordt naar een gebruiksrecht voor alle publicaties in de HBO Kennisbank. Hergebruik van het materiaal blijkt maar in een minderheid van de gevallen mogelijk en ik hoop het gebruikersoverleg ervan overtuigd te hebben om, zo veel mogelijk, met Creative Commons licenties te gaan werken. Zodat Open Access ook echt Open Access wordt.

Auteursrecht en de HBO Kennisbank

Meer lezen over de verschillende onderwerpen die ik besproken heb?

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top