Tweetweekoverzicht week 46 2017: De strijd tegen nepnieuws, Auteursbond vs schoolbibliotheken, Social Code YouTube en de nieuwe Firefox browser

vakblog tweetweekoverzicht
Elke week maak ik een tweetweekoverzicht waarin ik alsnog stil sta bij nieuws en interessante ontwikkelingen waar ik wel over getwitterd heb maar waar ik (nog) geen blogpost aan heb gewijd.

De strijd tegen nepnieuws

De Europese Commissie wil oplossingen gaan zoeken voor het probleem van de verspreiding van nepnieuws en er beleid op maken. Dat begint met een publieke consultatie voor zowel burgers als voor bedrijven & journalisten die tot en met 23 februari 2018 gehouden wordt (en in het Nederlands ingevuld kan worden). In die consultatie kan iedereen zijn of haar mening geven over nepnieuws en dat gaat als input gebruikt worden voor het nieuwe beleid en een conferentie over nepnieuws die volgend jaar gehouden gaat worden.

Ik zou zeggen, vul vooral die consultatie in!

Ook Facebook, Google, Bing en Twitter kondigden aan werk te gaan maken van de strijd tegen het nepnieuws door nieuwsbronnen te verifiëren als betrouwbaar. Facebook is er afgelopen donderdag al mee begonnen terwijl de overige partijen binnenkort volgen.

Auteursbond gaat achter de schoolbibliotheken aan

Begin november heeft de Auteursbond een position paper gestuurd aan de leden van de vaste Tweede Kamercommissie voor cultuur met een pleidooi voor het afdragen van leenrechtvergoedingen door scholen voor boeken die via schoolbibliotheken worden geleend. Dat meldden o.a. Boekblad (slotje) en Bibliotheekblad.

Dit is de voorspelbare en kort door de bocht reactie op de resultaten van het uitgevoerde onderzoek naar de ontwikkeling van de afdracht van leenrechtvergoedingen in de periode 2006-2015. Hieruit blijkt dat het aantal uitleningen fors gedaald is van 173 miljoen in 1995, bij de invoering van het leenrecht, tot 65 miljoen nu met een eveneens forse daling in de leenrechtvergoedingen als gevolg.

Een serieus probleem dat ook serieus bekeken moet worden aangezien het overduidelijk om een structurele ontwikkeling gaat waarin er simpelweg steeds minder en minder boeken uitgeleend zullen gaan worden. Zoals ik al eerder betoogde zou de focus mijns inziens vooral op het beter en consequenter registreren van uitleningen moeten liggen en het aanpassen (verhogen) van de vergoeding per uitlening.

Helaas richt de Auteursbond de pijlen nu op de schoolbibliotheken. Hetzelfde onderzoek bevestigt voor velen het vermoeden dat het Bibliotheek op School (dBos) programma de grote verantwoordelijke is voor de daling van inkomsten van met name de kinderboekenauteurs. In dit programma verzorgt de plaatselijke bibliotheek het uitlenen van collecties (met vooral kinderboeken) op de scholen in de desbetreffende gemeentes. Een waardevol programma dat zorgt voor leesbevordering en verbetering van taalvaardigheid. Maar omdat de collecties in schoolbibliotheken worden geplaatst – en schoolbibliotheken uitgezonderd worden in de Auteurswet – hoeven er geen leenrechtvergoedingen meer betaald te worden.

Aangezien het aantal uitleningen via de Bibliotheek op school steeg van 1,5 miljoen in 2014 naar 4 miljoen in 2015 voelt de Auteursbond nu de noodzaak om de kinderen met het badwater weg te gooien door bij het ministerie van OCW te bepleiten dat de wettelijke uitzondering voor schoolbibliotheken komt te vervallen. Want het is de gemakkelijkste optie.

Los even van de onzinnige aanname dat het dBos programma met 4 miljoen uitleningen verantwoordelijk kan zijn voor de structurele afname in de leenrechtvergoedingen terwijl je net geconcludeerd hebt dat in 20 jaar tijd het aantal uitleningen met 108 miljoen is afgenomen ….

Los even van de nonchalance waarmee je een maatregel voorstelt die als een kanon op een mug knalt omdat de uitzondering in kwestie in de Auteurswet bedoeld is voor het laagdrempelig toegankelijk maken van boeken ten behoeve van onderwijs en onderzoek en daarmee een ernstige impact heeft op ALLE schoolbibliotheken, hogeschoolbibliotheken, universiteitsbibliotheken en bibliotheken van onderzoeksinstellingen plus het onderwijs en onderzoek zelf …

Los even van het feit dat je zelf als Auteursbond puur en alleen focust op de Bibliotheek op school terwijl alle andere schoolbibliotheken zichzelf geconfronteert gaan zien met de noodzaak om een uitleenadministratie in te gaan richten en te moeten gaan betalen voor het hebben van een schoolbibliotheek als dat domme voorstel het godbetert ook nog gaat halen … met alle consequenties van dien met scholen die besluiten dat dit financieel niet haalbaar meer is …

…. schiet je jezelf ook nog in de voet door de discussie niet te voeren over wat een redelijke leenrechtvergoeding zou moeten zijn voor (kinderboeken)schrijvers en hoe deze geborgd kan worden door aan te dringen op een eenduidige & complete registratie van uitleningen alsmede een eerlijke & betere vergoeding per uitlening als het aantal uitleningen structureel daalt.

Met als ultieme ironie hier dat het programma De Bibliotheek op school heet en de uitleningen via deze schoolbibliotheken bijgehouden (dienen te) worden door de plaatselijke bibliotheek. Dat die 4 miljoen uitleningen nu niet allemaal meetellen voor de leenrechtvergoedingen is een probleem in de afspraken om het goed te registreren, niet een probleem in de wettelijke uitzondering voor onderwijsbibliotheken.

En wat geen probleem is zal ook geen oplossing gaan bieden.

Social Code voor YouTubers

Een groep Nederlandse YouTubers wil niet wachten tot er wettelijke regels komen die reclame-uitingen in YouTube video’s aan banden gaat leggen en komt zelf nu met een gedragscode voor YouTubers. Het zijn vier eenvoudige regels die opgesteld zijn ism het Commissariaat voor de Media, en die kortweg neerkomen op het transparantie geven zodra YouTubers een vorm van betaling ontvangen hebben voor datgene dat ze in hun video’s vertonen. Charlotte legt het allemaal duidelijk uit op haar blog mocht je het willen nalezen.

Zoals dat met een gedragscode gaat is het niet verplicht (en de YouTubers met het grootste bereik doen er niet aan mee) en het valt nog te bezien of en hoe dit gaat helpen. Ik blijf het raar vinden dat TV en tijdschriften zich strak aan wetgeving over reclame moeten houden op straffe van pittige boetes terwijl YouTubers – met een aanzienlijk groter bereik – niet gereguleerd worden maar ook dat zal een teken van de tijd zijn.

De nieuwe Firefox. Of toch Chrome? Edge?

Ik heb alle browsers wel een keer geprobeerd en langere tijd gebruikt. Gewoon, omdat ze allemaal hun eigen voor- en nadelen hebben. De laatste jaren heb ik primair Chrome gebruikt omdat de synchronisatie tussen pc’s (en vooral met de Chrome versie op telefoon en tablet) zo ontzettend handig werkt. Je kunt letterlijk je openstaande tabs synchroniseren en dan verder op je telefoon of terug naar een pc.

Maar wat is Chrome een log bakbeest geworden op mijn oude pc. En daar speelt Firefox nu handig op in door met een volledig nieuwe versie te komen die belooft vele keren sneller te zijn dan zijn voorganger maar ook sneller dan Chrome te zijn. Dat blijkt ook nog eens te kloppen (hoe bestaat het) en nu ben ik toch weer een beetje aan het overstappen naar Firefox. Met alle voor- en nadelen van dien want Chrome blijft handiger op mijn iPad en op mijn Win10 laptop ben ik best wel tevreden met Edge. Ik troost me maar met de gedachte dat het voor Google en Facebook dan misschien een stukje lastiger is om me te volgen online.

En jullie? Zijn jullie van browser veranderd?

En verder nog…

Het vorige tweetweekoverzicht was mijn 2000ste post hier op Vakblog. Vlak voor de 11e verjaardag blijk ik ruim 1,5 miljoen woorden geschreven te hebben. Onvoorstelbaar eigenlijk.

Zondag met Lubach over hoe Facebook alles van je wil weten zodat ze je beter kunnen beschermen?

Nog een review van de Kindle Oasis 2 en dan vooral hoe de batterijduur is (als je naar audioboeken gaat luisteren).

Ik snap het ook niet hoor!

Wikipedia zal er niet wakker van liggen maar de fotograaf maakt goede kans om in de UK alsnog als rechthebbende van de foto’s te worden aangewezen denk ik.

#

Tweetweekoverzicht week 23 2017: iCloud terabytes, audioboeken in de lift, piraterij van studieboeken en hogeschoolbibliotheken samen sterk voor open access

vakblog tweetweekoverzichtIn het tweetweekoverzicht sta ik alsnog kort stil bij nieuws en interessante ontwikkelingen waar ik wel over getwitterd heb maar waar ik (nog) geen blogpost aan heb gewijd.
Soms omdat anderen dat al beter gedaan hebben dan ik het zou doen, soms omdat er weinig meer over te vertellen valt dan het nieuwtje zelf en soms omdat ik er ook geen blogpost van weet te maken.


Goedkoop 2TB opslag in iCloud

Ik zit prima met OneDrive maar ik moet toegeven dat Apple een interessante zet gedaan heeft afgelopen week door het 1TB aanbod uit hun prijsmodel van iCloud te halen en het 2TB aanbod voor die prijs te doen. Effectief krijg je voor het tientje per maand nu dus 2TB ipv 1TB bij Apple. Aangezien iCloud ook voor Windows beschikbaar is en er vanaf iOS 11 ook een beter bestandsbeheer komt, kan het dus best een prima alternatief zijn voor iedereen met een iOS apparaat.

Betaal jij voor een cloudopslagdienst en zo ja, welke?

Het gaat goed met audioboeken

In Amerika gaat het heel erg goed met de verkoop van audioboeken (of luisterboeken) en dat is in Nederland niet anders. Ik koop zelf (heel af en toe) een titel bij Audible maar lees toch het liefste gewoon zelf mijn boeken. Storytel geeft geen precieze cijfers prijs maar ik vermoed dat zij ook voor een deel verantwoordelijk zijn voor het succes van audioboeken in Nederland. Het zou niet gek zijn als iedereen, die ik tegenkom in de trein met een koptelefoon op, stiekem van een goed boek aan het genieten was ;)

Piraterij van studieboeken

Het gaat niet goed met de verkoop van studieboeken in Amerika en uitgevers blijven iedere keer met wat nieuws komen om te ‘voorkomen’ dat boeken illegaal (gekopieerd en) aangeschaft worden. Op digitaal gebied lijkt de focus op DRM te liggen en het uitbouwen van digitale studieboeken tot complete leeromgevinkjes terwijl twee uitgevers nu bedacht hebben dat er een keurmerk moet komen op papieren exemplaren. Kennelijk leeft daar het idee dat studenten het belangrijker vinden dat het keurmerk er op zit en niet wat ze er voor moeten betalen.

In Nederland heb ik dit soort gekke voorbeelden nog niet gezien maar worstelen de educatieve uitgevers ook al jarenlang met een krimpende markt. Er is ook nog geen werkbare aanpak gevonden voor het verkopen van digitale versies van studieboeken en als je het mij vraagt gaat die werkbare aanpak er ook niet komen zolang uitgevers overtuigd zijn van dat het aanbod de vraag bepaalt. Terwijl in de praktijk geen student een studieboek aanschaft zonder dat dit van een docent hoeft. En in een tijd waar docenten steeds vaker met artikelen werken in hun leeromgevingen, steeds minder vaak dure boeken (willen) voorschrijven en er ook steeds meer alternatieven beschikbaar komen voor dit soort onderwijsmateriaal hebben studenten minder behoefte aan de dure studieboeken. En dan is een keurmerkje op een boek echt geen reden om het dan wel spontaan (legaal) aan te gaan schaffen denk ik.

Hogeschoolbibliotheken samen sterk voor open access

Het zijn niet alleen de universiteiten die zich hard (moeten) maken voor open access, ook de hogescholen hebben een eigen reden om van open access publiceren de norm te maken. Het delen van kennis met de beroepspraktijk staat voorop en daarom zetten hogeschoolbibliotheken zich al jaren in om kennisproducten als scripties, leermateriaal en vak-/onderzoekspublicaties open access beschikbaar te maken.

De route om dit te bereiken is wel een hele andere dan die van de universiteiten en door de hogeschoolbibliotheken wordt dan ook de ‘groene’ route nagestreefd die het verspreiden en delen van publicaties door medewerkers en studenten van de hogescholen via repositories mogelijk maakt, al dan niet na een embargoperiode. Daar zijn nog flink wat hindernissen in te nemen en de samenwerkende hogeschoolbibliotheken willen met betere voorlichting met name de medewerkers in het hbo stimuleren hier ook actief een bijdrage aan te leveren. Aan de andere kant willen de bibliotheken afspraken met uitgevers gaan maken om namens al die auteurs in het hbo het mogelijk te maken dat gepubliceerde werken ook in de repositories van de hogescholen opgenomen kunnen worden.

Ik had het genoegen mee te mogen schrijven aan het statement van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken en zal me, als voorzitter van de SHB werkgroep Licenties, ook bezig gaan houden met het maken van afspraken met de Nederlandse uitgevers.

Als er al vrijwilligers zijn bij de uitgevers om open access afspraken te maken? ;-)

En verder nog …

Er komt eindelijk een app voor Amazon Prime Video op de Apple TV. Maar wanneer?

Provider Eweka weigert voor een tweede keer klantgegevens aan Stichting Brein af te staan maar moet van de rechter wederom bakzeil halen. Desalniettemin vind ik het heel goed dat een provider weigert dit te doen zonder dat het door de rechter bevolen wordt. Nee, illegaal verspreiden van beschermde werken is niet OK maar je privacybeginsels verkwanselen is dat evenmin.

Taylor Swift brengt haar muziek terug naar de muziekdiensten nu ze optimaal verdiend heeft met de verkoop van haar albums. Gelijk heeft ze natuurlijk.

#

open access hogeschoolbibliotheken

Hogeschoolbibliotheken en (groene route) open access

Wat kunnen hogescholen doen om het open access publiceren van afstudeerwerken, vakpublicaties, leermateriaal en onderzoekspublicaties te stimuleren? Dat was één van de vragen die de hogescholen zichzelf stelden tijdens het seminar ‘Open access doen we samen’ afgelopen september. Het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) schaart zich nu achter de groene route van open access publiceren en wil samen met alle hogeschoolbibliotheken serieus werk maken van open access. Maar wat zijn de plannen dan?

Wat was open access ook al weer?

Open access is een brede beweging die streeft naar vrije, gratis online toegang tot wetenschappelijke informatie, zoals publicaties en data. Als iedereen de inhoud kan lezen, downloaden, kopiëren, distribueren, printen, indexeren, in het onderwijs gebruiken, ernaar en erin zoeken, of anderszins gebruiken binnen de wettelijk geldende afspraken, wordt de publicatie ‘open access’ genoemd (bron).

Als er over open access gesproken wordt is de context bijna altijd de academische wereld – en gaat het vooral over wetenschappelijke publicaties – maar het principe is net zo goed van toepassing op de publicaties en data die in het hbo geproduceerd worden. Enerzijds zijn dat bijvoorbeeld afstudeerwerken van studenten en leermateriaal dat door docenten ontwikkeld is maar anderzijds wordt er ook veel onderzoek in het hbo gefinancierd met publiek en publiek-privaat geld dat eveneens vak- en onderzoekspublicaties oplevert die nu maar zelden vrijelijk online beschikbaar worden gesteld.

Wat betekent dat voor hogescholen en hogeschoolbibliotheken?

Voor hogescholen, en vooral hogeschoolbibliotheken, betekent dat vooral dat er gezocht moet worden naar een eigen invulling. Hoewel er geleerd kan worden van hoe universiteiten en onderzoeksinstituten dit aanpakken, heb je in een hogeschool nou eenmaal niet veel en vaak te maken met wetenschappers die in gerenommeerde tijdschriften van wetenschappelijke uitgevers publiceren. En dat is wel een belangrijk onderscheid want er zijn twee zeer verschillende manieren om open access te publiceren. De één hoort meer bij de traditionele wetenschappelijke publicaties bij de uitgevers zelf terwijl de andere manier meer ruimte laat voor een eigen aanpak en oplossing.

De eerste manier is om een artikel in een OA-tijdschrift te publiceren. Dit wordt ook wel de gouden publicatieroute (‘Golden Road’) naar OA-publiceren genoemd;

Een tweede manier is om een artikel te publiceren in een niet-Open Access-tijdschrift (of een ander medium) waarna het artikel (na publicatie dus) óók gepubliceerd wordt in een institutionele repository. Dit heet de groene publicatieroute (‘Green Road’) naar open access publiceren of ook wel zelfarchivering. Een institutionele repository is een archief van digitale publicaties die geschreven zijn door medewerkers van die instelling en wordt beheerd door de instelling zelf. Bijna alle hogeschoolbibliotheken beschikken over zo’n eigen repository (SURFSharekit)

De universiteiten zetten zich al jaren in voor open access en doen dit vooral door wetenschappelijke uitgevers te dwingen overtuigen om publiceren in open access tijdschriften mogelijk te maken. Dit mede onder druk van staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) die eind januari 2013 een brief aan de Tweede Kamer schreef waarin hij zijn beleid aankondigde.

Over een aantal jaren moet 100% van de wetenschappelijke publicaties, die met publiek geld gefinancierd zijn, open access beschikbaar zijn. Zijn eigen voorkeur gaat uit naar de gouden route en dat is ook de insteek geworden van de onderhandelingen die met de wetenschappelijke uitgevers gevoerd worden door de universiteiten. Met succes want met de meeste wetenschappelijke uitgevers zijn inmiddels afspraken gemaakt om open access te kunnen publiceren. Overigens besloten de Europese ministers van Onderzoek en Innovatie eind mei 2016 unaniem dat in 2020 alle wetenschappelijke publicaties over resultaten van publiek en publiek-privaat gefinancierd onderzoek voor iedereen vrij beschikbaar moeten zijn. Er zit dus best wel haast bij.

Een praktische aanpak?

Die druk zal ongetwijfeld gevoeld worden door de wetenschappelijke insitututen en universiteiten maar er wordt nog nauwelijks naar de hogescholen gekeken. De minister van OCW heeft in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs weliswaar ambities geformuleerd t.a.v. open en online hoger onderwijs maar dat is beperkt tot een streven naar het open beschikbaar stellen van onderwijsmateriaal in 2025 door alle docenten aan Nederlandse hoger onderwijs instellingen. Wat ook een enorm ambitieus streven is maar dat terzijde.

Gelukkig is het niet zo dat de hogescholen nog helemaal niet aan open access doen. Al sinds 2006 worden door tientallen hogescholen afstudeerwerken van studenten online beschikbaar gesteld en krijgen die steeds vaker een gebruiksrecht mee waardoor ze ook echt open access zijn. Een aantal hogescholen heeft een publicatiebeleid waarin studenten, docenten en onderzoekers gestimuleerd of zelfs verplicht worden open access te publiceren. In 2009 tekenden ook de hogescholen al de Berlin Declarion maar bleef het allemaal wel een beetje hangen. Want hoe pak je dit nou handig en praktisch aan? Daar houden hogescholen namelijk van.

Samenwerkende hogeschoolbibliotheken

Vanuit het perspectief van de hogeschoolbibliotheken ligt de focus in elk geval op de groene route van open access publiceren. Of het nou gaat om afstudeerwerken van studenten, leermateriaal van docenten of vak- en onderzoekspublicaties uit praktijkgericht onderzoek, ze moeten ook beschikbaar zijn via de repositories van de hogescholen. En dat betekent dat je je als hogeschoolbibliotheken een standpunt moet innemen om die groene route ook mogelijk te gaan maken. Om daarmee dan ook afspraken te gaan maken met alle uitgevers en partijen, waar nu die hbo publicaties gepubliceerd worden, voor het achteraf open access maken van diezelfde publicaties.

De eerste stap is nu genomen. Twee weken geleden liet het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken weten met open access aan de slag te gaan:

Het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) spreekt zich uit voor de ‘groene route’ van open access publiceren. SHB wil met deze keuze bijdragen aan de doelstelling om 100% open access publiceren in 2020 mogelijk te maken. Aanleiding voor de standpuntbepaling was het seminar ‘Open Access doen we samen’ van 27 september 2016. Het SHB geeft hiermee tegelijkertijd invulling aan de doelstellingen van het Nationaal Plan Open Science, dat op 9 februari 2017 is gepresenteerd.


Het SHB (een samenwerkingsverband van 32 hogeschoolbibliotheken dat sinds 2003 bestaat) kiest nadrukkelijk voor de zgn. “Groene route” van open access publiceren onder vermelding van een Creative Commons-licentie die vrij hergebruik mogelijk maakt. Bij de ‘groene route’ plaatst een onderzoeker of student een artikel in een publiek toegankelijke database (repository) waarmee de publicatie beschikbaar komt voor de rest van de wereld. Dit sluit het beste aan bij de publicatie-cultuur binnen de hogescholen. Hogeschoolbibliotheken faciliteren hierbij zoveel mogelijk zowel de auteurs van onderzoeksresultaten (onderzoekers/lectoren/docenten/studenten) als ook de gebruikers hiervan als het gaat om de toegang tot de resultaten – en eventuele achterliggende onderzoeksdata – van het praktijkgerichte onderzoek.

Het hele visiedocument is (natuurlijk) online te lezen maar één van de belangrijkste concrete acties is het komen tot afspraken met uitgeverijen en andere partijen om gepubliceerde werken, die door hbo medewerkers geschreven zijn, standaard ook open access te mogen publiceren in de HBO-Kennisbank.

Deze gesprekken en afspraken moeten enerzijds gemaakt worden omdat docenten en onderzoekers van hogescholen te vaak nog het auteursrecht overdragen aan een uitgever. Door landelijke afspraken met uitgevers te maken hierover namens de hogescholen zou voorkomen moeten worden dat auteurs uit hogescholen hun eigen boeken of artikelen niet meer kunnen (laten) gebruiken.

Anderzijds speelt hierbij ook de “open access-bepaling” die vanaf 1 juli 2015 aan de Auteurswet is toegevoegd. Dit maakt het voor auteurs mogelijk om hun artikelen en andere publicaties na verloop van tijd opnieuw open access te publiceren, ook als de uitgever daar zelf al niet in voorziet.

Artikel 25fa
De maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld.
(Wetten.nl)

In beginsel mogen alle wetenschappelijke artikelen – van auteurs in onderzoeksinstellingen, universiteiten en hogescholen – dat geheel of gedeeltelijk gefinancierd is met (Nederlandse) publieke middelen na verloop van tijd (ook) open access gepubliceerd worden. Mits daarbij de bron vermeld wordt van de oorspronkelijke publicatie en er een redelijke termijn met de uitgever afgesproken is.

Maar wat is een redelijke termijn voor die uitgever? En wie onderhandelt dan met die tientallen uitgevers over de redelijkheid voor de hogescholen?

De werkgroep Licenties van het SHB dus. Die zal, samen met SURF, nieuwe open access overeenkomsten gaan afsluiten met uitgevers waarin afgesproken wordt dat door hogeschoolmedewerkers geschreven werken gedeeld kunnen worden. En welke termijn daarvoor in acht genomen zal worden.

Om zo een eind te gaan maken aan de rare situaties dat bibliotheken uitgevers moeten betalen voor studieboeken, artikelen en andere publicaties die door de medewerkers van de eigen instellingen zijn geschreven. En om zo veel mogelijk van al die publicaties ook vrij toegankelijk en bruikbaar te maken voor iedereen.

Ik heb er zin in!

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top