Juridische kwesties: Internetconsultatie nieuwe EU auteursrechtenrichtlijn

De overheid publiceerde voor de zomervakantie een concept-implementatiewetsvoorstel dat de vernieuwde EU-auteursrechtenrichtlijn moet verwerken in de Nederlandse wetgeving. In juli en augustus konden het publiek en belangenorganisaties hierop reageren in een internetconsultatie. Wat is hier uitgekomen?

Op 17 mei werd de definitieve tekst van de nieuwe EU-richtlijn inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt officieel gepubliceerd. Deze richtlijn moet beter rekening houden met de nieuwe soorten gebruik die digitale technologieën nu mogelijk maken.

Behalve de veelbediscussieerde bescherming van online perspublicaties en het niet meer vrijelijk kunnen uploaden van content naar bijvoorbeeld YouTube (uploadfilter), zijn in de richtlijn ook aangepaste en nieuwe uitzonderingen te vinden. Denk daarbij aan uitzonderingen voor tekst- en datamining, onderwijsdoeleinden en voor behoud van het cultureel erfgoed. Verder introduceert de richtlijn eindelijk maatregelen om collectieve licentieverlening mogelijk te maken, zodat erfgoedinstellingen de rechten kunnen gaan regelen zonder elke individuele rechthebbende op te hoeven sporen.

Van richtlijn naar wet

Hoewel de richtlijn duidelijke doelstellingen geeft, worden deze niet concreet als wetgeving geformuleerd. Dat is namelijk aan de lidstaten zelf. Tot 7 juni 2021 hebben ze de tijd hebben om hun eigen auteursrechtwetgeving aan te passen in overleg met betrokken partijen.

In Nederland heeft de overheid dit vlot opgepakt: op 2 juli lag al het implementatievoorstel klaar die de richtlijn verwerkt met (beoogde) wijzigingen in de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten en de Databankenwet.

Dit implementatievoorstel is, inclusief een Memorie van toelichting, gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl/auteursrecht. Tot 2 september kon iedereen reageren.

De reacties

Zoals je zou verwachten bij een voorstel waarin meerdere grote en gespecialiseerde onderwerpen aan bod komen, zijn de 57 reacties heel divers. Van een korte repliek met weinig of geen onderbouwde argumentatie door particulieren tot hele documenten waar uitgebreid ingegaan wordt op bijna alle aspecten die in het implementatiewetsvoorstel genoemd worden.

Een aantal Nederlandse erfgoedinstellingen, bibliotheken en archieven hebben een gezamenlijke reactie ingediend. Hierin stellen ze onder andere vragen over de reikwijdte, randvoorwaarden en beveiligingsmaatregelen van de nieuwe tekst- en datamininguitzonderingen. Tevredenheid is er alom over de nieuwe, dwingende, preserveringsexceptie, al blijft er nog wel één vraag staan: is het straks ook wettelijk mogelijk om hard- en software te emuleren om bijvoorbeeld games en websites toegankelijk te houden? Ook zijn de erfgoedinstellingen blij met de invoering van een wettelijke basis voor Extended Collective Licensing, waarbij via één rechtenorganisatie de auteursrechten voor bijvoorbeeld digitalisering van foto’s in één overeenkomst geregeld kan worden in plaats van alle individuele rechthebbenden op te moeten sporen. Benadrukt wordt wel dat er nog veel geregeld moet worden om dit in de praktijk te laten werken.

Eén onderdeel van de richtlijn blijkt echter onderbelicht te blijven in het implementatiewetsvoorstel – en dat was voor ondergetekende reden om zelf ook een uitgebreide reactie in te dienen namens het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo. De onderwijsexceptie wordt namelijk weliswaar een klein beetje aangepast, maar de vele problemen uit de praktijk van de afgelopen jaren worden er niet mee opgelost.

Theorie en praktijk

Dat nobele doelstellingen en wetgeving niet (altijd) aansluiten op de praktijk is de beste samenvatting van alle reacties. De rode draad is dan ook het aanbod van de indieners om betrokken te worden in de stakeholderdialogen die het ministerie van Justitie en Veiligheid kan organiseren naar aanleiding van alle inhoudelijke feedback. Zodat de belangen van zowel rechthebbenden als die van de gebruikers van hun werken ook daadwerkelijk in balans kunnen worden gebracht. En dat het ook in de praktijk beter gaat werken voor iedereen.

Want daar was het tenslotte allemaal om te doen.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 7 (2019).

#

Boekenpiraterij: even een kopietje maken

Bij boekenpiraterij denk je al snel aan het illegaal kopiëren en verspreiden van ebooks. Maar papieren boeken worden ook al decennialang gekopieerd zonder toestemming van de rechthebbenden. Wat is boekenpiraterij? En waarom is de aanpak ervan zo lastig?

Ruim twintig jaar geleden studeerde ik aan de Universiteit van Amsterdam. Op de lijst van aan te schaffen studieboeken stonden verschillende titels die niet meer verkrijgbaar waren via de boekhandel. Er zat er niks anders op dan een dag lang in de universiteitsbibliotheek al die boeken te kopiëren voor mezelf en voor mijn studiegenoten (die mij overigens keurig de kopieerkosten betaalden). Ik vond het de normaalste zaak van de wereld – of was ik (onbewust) bezig geweest met boekenpiraterij?

Van Dale omschrijft piraterij als ‘het illegaal (re)produceren en te koop aanbieden van (exclusieve) producten’ en daarmee heb je het bij boekenpiraterij dus over het illegaal kopiëren en vervolgens verkopen van die kopieën. Vaak wordt het gratis verspreiden van boekkopieën ook onder piraterij gerekend omdat dit, aldus uitgevers en auteurs, de reguliere verkoop van boeken negatief beïnvloedt. Dat klinkt logisch. Iemand die een gratis gekopieerd boek gebruikt zal inderdaad geen nieuw exemplaar kopen, maar het maakt het wel een stuk lastiger om van piraterij te blijven spreken.

Terug naar mijn studietijd. In mijn geval was er geen sprake van piraterij. De Auteurswet kent namelijk een uitzondering voor het mogen kopiëren van een werk ‘welke uitsluitend dient tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die zonder direct of indirect commercieel oogmerk de verveelvoudiging vervaardigt of tot het verveelvoudigen uitsluitend ten behoeve van zichzelf opdracht geeft’. Wel stelt datzelfde artikel (16b) dat het gekopieerde werk duidelijk moet verschillen van het origineel en dat je alleen het volledige boek mag kopiëren als het origineel niet meer te koop is. Maar wie zal een ordner vol gekopieerde bladzijden verwarren met een gedrukt en gebonden boek dat inderdaad niet meer leverbaar was? Nee, ik zat wel goed. Ook al was het eigenlijk niet toegestaan dat ik die kopieën ook voor mijn studiegenoten maakte maar ja, dat controleert niemand natuurlijk.

Commercieel kopiëren

Geen uitgever of auteur zal er problemen mee hebben als je een kopie voor eigen gebruik maakt, en al helemaal niet als het boek uit de handel is. Maar het professioneel (laten) kopiëren van boeken die gewoon nog te koop zijn, is een ander verhaal. En dat zag je terug bij de opkomst van de commerciële copyshops.

Je hoefde niet langer een hele dag achter een oud kopieerapparaat te staan, terwijl je een boek pagina voor pagina kopieerde. Met behulp van nieuwere modellen kon je boeken snel en effectief in (laten) scannen – en op verzoek werden de geprinte (kleuren)pagina’s ook nog eens netjes ingebonden. Leve de voortschrijdende technologie.

Totdat diverse copyshops in 2012 in het nieuws kwamen omdat ze op grote schaal studieboeken kopieerden en goedkoop verkochten aan docenten en studenten. Twee jaar later stuurde de Groep Educatieve Uitgevers (GEU) Stichting BREIN naar een copyshop in het noorden van het land. Deze copyshop bleek de bulk van voorgeschreven studieboeken van zowel hbo- als universitaire opleidingen te hebben gedigitaliseerd. De uitgeprinte exemplaren, die nauwelijks van mindere kwaliteit waren dan het origineel, vonden gretig aftrek bij studenten.

Gedoogd in Marokko
In de meeste Europese landen wordt de productie en verkoop van illegale papieren boeken streng aangepakt. Die situatie ligt anders in bijvoorbeeld Marokko waar alleen al in Rabat, de hoofdstad, tientallen boekverkopers op straat illegale romans en studieboeken aan passanten aanbieden. Deze gekopieerde boeken worden door drukkers in Egypte geproduceerd en verscheept naar Marokko, waar ze voor gemiddeld minder dan 2 euro per boek verkocht worden. Dat is slechts 10 procent van de prijs van de originele boeken.

Hoewel de verkoop van illegale boeken ook in Marokko verboden is, en het schadelijke effecten heeft op de legale boekenverkoop, wordt de handel in illegale boeken door straathandelaren in het hele koninkrijk min of meer gedoogd.

Gemakkelijk digitaal

Nieuwe technologieën hebben piraterij van papieren boeken alleen maar gemakkelijker gemaakt. Boekscanners en kwalitatief hoogstaande printers zijn zo goedkoop geworden dat het produceren van uitstekende papieren kopieën nu kinderspel is.

Toch blijft het scannen en drukken van papieren uitgaven nog altijd een bewerkelijke klus. Nee, dan het ebook. Dat kun je in beginsel kopiëren naar net zo veel exemplaren als je wilt, waarbij elke versie identiek is aan het origineel.

Het is daarom ook begrijpelijk dat uitgevers ebooks niet meteen hebben omarmd. In de beginjaren werden de uitgaven voorzien van Adobe DRM, een technische beveiliging die ervoor moest zorgen dat kopers zelf geen kopieën konden maken. Maar het kon niet voorkomen dat alle denkbare digitale kopieën alsnog overal op het internet rondzwierven. En iedereen kende wel iemand met een cd’tje of usb-stick vol met illegale ebooks die zonder enige schroom op de ereader werden gezet.

Totdat bleek dat Adobe DRM vooral hindernissen opwierp voor betalende gebruikers van legale exemplaren. Daarom schakelden de uitgevers in Nederland eind 2012 over naar de meer gebruiksvriendelijke watermerkbeveiliging. Hierbij worden bijvoorbeeld de naam en het mailadres van de koper in het ebookbestand zelf verwerkt om verdere verspreiding te ontmoedigen.

Ebooks zijn geen papieren boeken

Hoe behoudend en voorzichtig de uitgevers ook waren met ebooks, ze bleven onderschatten hoe gemakkelijk mensen aan illegale ebooks konden komen. En vooral hoe weinig morele bezwaren hierbij in het spel waren.

In hetzelfde jaar (2014) dat Stichting BREIN binnenviel bij de copyshop in het noorden van het land voor de handel in illegale papieren studieboeken, presenteerde onderzoeksbureau GfK de resultaten van zijn ebookonderzoek. Nederland telde 1,1 miljoen ereaders met gemiddeld 117 boeken erop. Slechts 11 boeken had de eigenaar ervan afgerekend, de rest had hij gratis of illegaal weten te verkrijgen.

Dat was voor uitgevers en auteurs mede de aanleiding om de actie ‘Ik lees legaal’ te beginnen. Op die manier hoopten ze het publiek bewust te maken van de consequenties als boeken alleen nog maar illegaal gedownload zouden worden. Hoe groot de impact van deze actie was is onbekend, maar ik vrees dat het weinig geholpen heeft.

De afgelopen vijf jaar is gebleken dat Nederlanders nog steeds volop ebooks verspreiden en downloaden. USB-sticks en torrents zijn inmiddels verleden tijd, de handel vindt nu plaats op Marktplaats en in besloten Facebookgroepen. Met enige regelmaat komt Stichting BREIN in het nieuws met het bericht dat er weer een Facebookgroep of website gesloten is. Tevergeefs, want voor elke site die sluit duiken al snel weer alternatieven op.

Precieze cijfers zijn er niet, maar het is mijn stellige overtuiging dat de meeste ebooks gedeeld en verspreid worden tussen vriendengroepen en familieleden die zich van geen kwaad bewust zijn. Ze zullen zichzelf zeker niet als piraten beschouwen. Is het strafbaar als je een ebook koopt en dat deelt met je vrienden of familie? En is het dan zo erg als je niet zeker weet of die kennis dat ebook gekocht of zelf weer via-via verkregen heeft? Niemand vraagt er toch geld voor? Het leidt tot een situatie waarin niemand kwaad ziet in het downloaden of verspreiden van ebooks omdat het niet anders lijkt dan wat je met papieren boeken zou kunnen (en mogen) doen.

Wat wel te doen?

Is boekenpiraterij een onoplosbaar probleem? In zekere zin wel. Het is een illusie dat een uitgever of Stichting BREIN elk medium voor het verspreiden van ebooks kan reguleren. Natuurlijk is het goed dat de verkoop van illegale ebooks op Marktplaats wordt aangepakt. En datzelfde geldt voor de Facebookgroepen waar partijen uit zijn op winst over de ruggen van auteurs en uitgevers.

Maar je kunt niet voorkomen dat kopers van legale ebooks deze verspreiden naar kennissen, vrienden en familie. Niet zonder dat je juridische acties moet gaan ondernemen naar betalende gebruikers – en dat is het allerlaatste wat rechthebbenden willen. Daarom was het goed dat de bewustwordingscampagne ‘Ik lees legaal’ in 2014 de auteurs een gezicht gaf. Mensen werden zich op zijn minst bewust van de consequenties van hun handelen als ze hun e-readers vulden met uitgaven die ze van anderen gekregen hadden.

Wel zou anno 2019 het afkeurende toontje uit deze campagne vervangen moeten worden, namelijk door informatie waar mensen gemakkelijk legale boeken kunnen vinden. Denk daarbij niet alleen aan abonnementsdiensten als Kobo Plus en Bookchoice, maar ook aan Bibliotheek.nl, die met haar ebookaanbod een alternatief biedt voor actuele bestsellers.

Ook zouden uitgevers kopers van boeken juist wél toe kunnen staan hun gekochte uitgaven in huiselijke kring te delen, en ze vriendelijk te verzoeken dit niet daarbuiten te doen. Ze kunnen het toch niet voorkomen, en het wekt meteen meer sympathie op. Als je je eigen klanten behandelt als potentiële boekenpiraten, dan moet je immers niet raar opkijken als ze zich ook zo gaan gedragen.

En tot slot: laten we niet alles bij de uitgevers en auteurs neerleggen. Waarom niet beginnen met het aanspreken van mensen in je nabije omgeving die trots melden dat ze illegale ebooks op hun ereader hebben staan. Pas als boekenpiraterij niet meer normaal gevonden wordt, kan het vanzelfsprekend worden om legaal aan je boeken te komen.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 6 (2019).

#

Juridische kwesties: Auteursrecht voor kunstmatige intelligentie

In de Britse krant The Guardian verscheen in februari een artikel over kunstmatige intelligentie geschreven met behulp van… kunstmatige intelligentie. Inmiddels zijn er al diverse voorbeelden van teksten, foto’s, muziek en schilderijen die door slimme algoritmes gemaakt worden. Een boeiende vraag hierbij is: wie heeft nou eigenlijk het auteursrecht op die werken?

Enkele jaren geleden schreef ik in IP over een langlopende kwestie in de VS waarbij de vraag speelde of een kuifmakaak – een aap – het auteursrecht had op een reeks selfies die ze had gemaakt met de fotoapparatuur van een natuurfotograaf. Ondanks de bemoeienis van een dierenrechtenorganisatie, die de zaak tot vorig jaar nog in de rechtbank hield, twijfelden juristen geen moment. Natuurlijk had de aap niet het auteursrecht op de zelfgemaakte foto’s want auteursrecht is voorbehouden aan natuurlijke personen.

Auteurswet is voor mensen

In Nederland is dat niet anders. Artikel 1 van de Auteurswet beschrijft het auteursrecht als: ‘(…) het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld’. In de rechtspraak is vervolgens bepaald dat een werk een eigen, oorspronkelijk karakter dient te hebben en het persoonlijke stempel van de maker moet dragen.

En om die laatste definities gaat het vooral. Een werk moet nieuw zijn en het moet voortkomen uit creatieve, en daarmee menselijke, arbeid. Of zoals het Hof van Justitie in het Infopaq-arrest (16 juli 2009, C-5/08) concludeerde: auteursrecht rust op ‘scheppingen van de geest’.

Kunstmatige intelligentie

De discussie of apen ook scheppingen van de geest kunnen voortbrengen laat ik even voor wat die is. De afgelopen jaren hebben we namelijk de opkomst gezien van werken die door kunstmatige intelligentie zijn geproduceerd. Alle vormen van kunstmatige intelligentie zijn echter computerprogramma’s die weliswaar werken produceren die nieuw lijken maar uiteindelijk geprogrammeerd zijn met (complexe) keuzes die vooraf bedacht zijn door een programmeur. Dat computerprogramma wordt weliswaar zelf beschermd door het auteursrecht, maar dat maakt de resultaten van gebruikers van die software niet automatisch auteursrechtelijk beschermde werken. Als alle mogelijke keuzes voorgeprogrammeerd zijn, dan is er per definitie geen sprake van een creatieve keuze. Laat staan dat het een ‘schepping van de geest’ is.

Twijfel?

Je zou er wel aan kunnen gaan twijfelen als je de werken ziet die door slimme algoritmes gemaakt worden. YouTube-ster Taryn Southern maakte haar album I AM AI in 2017 met behulp van de AMPER AI-software die de muziek componeerde. In datzelfde jaar schreef een schrijfrobot – samen met Ronald Giphart – een verhaal voor de Nederland Leest-editie van de robotverhalen van Isaac Asimov.

Vorig jaar werd een, door een algoritme geschilderd, schilderij verkocht bij veilinghuis Christie’s voor 375.000 euro. Het algoritme had duizenden historische portretfoto’s geanalyseerd en daar een ‘eigen’ variant op gemaakt. En dan vorige maand het artikel in de Guardian dat geschreven is door open source AI-software. De grens tussen werken die (ogenschijnlijk) door mensen zijn gemaakt en datgene wat door algoritmes geproduceerd word, is aan het vervagen.

Vragen zonder antwoorden

Is de bedenker van de software, de algoritmes, de maker? Of komt de gebruiker van de software toch de rechten toe? Wanneer is er een verschil tussen Word gebruiken en een schrijfrobot? En is er dan wel sprake van een werk, zoals in de auteurswet beschreven wordt? Zo niet, zijn straks alle door software gecomponeerde muziekstukken, geschreven boeken en artikelen, automatisch geschoten foto’s en geschilderde schilderijen vrij van auteursrecht? De huidige auteursrechtwetgeving lijkt op al deze vragen geen antwoord te hebben. Er zal nieuwe wetgeving nodig zijn om afspraken te maken over werken die door kunstmatige intelligentie gemaakt zijn.

Maar dat ligt verder in de toekomst dan de komst van de slimme robots zelf.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 3 (2019).
#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top