Juridische kwesties: Foto’s van internet niet zomaar te hergebruiken

Wie op een website foto’s publiceert die al eerder elders op internet geplaatst zijn, maakt inbreuk op het auteursrecht van de fotograaf. Dat heeft het Europese Hof van Justitie onlangs bepaald. Inderdaad, je mag niet zomaar foto’s van internet overnemen en zonder toestemming gebruiken. Maar dat wist je al, toch?

Een van de grootste misverstanden over auteursrecht die ik bijna dagelijks tegenkom, is het idee dat je een foto op internet ‘gratis en voor niets’ voor jezelf kunt gebruiken. De achterliggende gedachte is dan dat de fotograaf de foto zelf online heeft gezet en dat je dan ‘vanzelfsprekend’ niet nog eens toestemming hoeft te vragen om die foto online te mogen gebruiken.

Zo werkt het auteursrecht echter niet. Auteursrecht geeft de maker van een werk het uitsluitend recht om dat werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Aldus artikel 1 van de Auteurswet. Dit betekent dat alleen de maker van een foto mag bepalen of die foto ergens gepubliceerd en gekopieerd mag worden. Voor elke openbaarmaking en voor elke kopieerhandeling moet hij of zij dus apart toestemming geven. In de praktijk blijkt het vaak anders opgevat te worden.

Geëscaleerd

Waarom bemoeit het Europese Hof zich ermee? Een Duitse rechtszaak is geëscaleerd naar het hoogste Europese Hof om voor eens en altijd antwoord te geven op de vraag of er echt opnieuw toestemming nodig is om een foto van internet te hergebruiken.

Een leerlinge van een Duitse middelbare school vond op internet een foto van de Spaanse stad Cordoba. Deze gebruikte ze in een werkstuk en na afronding werd haar werk geüpload naar de website van de school.

De foto in kwestie was gemaakt door een professionele fotograaf die aan de website van een digitaal reismagazine een licentie had gegeven om de foto te mogen gebruiken. Hij ontdekte zijn foto op de website van de school en verzocht de school de foto te verwijderen en een schadevergoeding te betalen. Toen de school dit weigerde, kwam dit voor de rechter – en de fotograaf bleek in zijn gelijk te staan.

Toch ging de school tegen deze uitspraak in beroep. Ze vond dat de foto ‘openbaar’ op internet stond; bovendien waren er geen technische maatregelen genomen door de website om het downloaden ervan tegen te gaan.

Deze kwestie zorgde ervoor dat de hoogste rechtbank in Duitsland (het Bundesgerichtshof) zich ging focussen op de vraag of het opnieuw plaatsen van de foto ook een nieuwe openbaarmaking inhoudt. Of in de verwoording in de Europese auteursrechtrichtlijn: is het opnieuw publiceren van een foto die al op internet stond een nieuwe mededeling aan het publiek? Die vraag stelde het Bundesgerichtshof vervolgens aan het Europese Hof.

Nieuw publiek?

De Europese auteursrechtrichtlijn kijkt naar twee aspecten als het gaat om het vaststellen of iets een mededeling aan een publiek is. Enerzijds moet het een handeling zijn die een werk verspreidt naar anderen en anderzijds moet die mededeling gericht zijn op een (nieuw) publiek.

Een foto online zetten zodat hij voor het publiek beschikbaar komt, is logischerwijs al een handeling. Wil er echter sprake zijn van een mededeling aan het publiek, dan moet dit ofwel een nieuwe verschijningsvorm zijn (digitaal versus een originele papieren versie bijvoorbeeld) dan wel gericht zijn op een nieuw publiek. Aangezien de foto op de reiswebsite een specifieke doelgroep heeft en de website van een school zich op een andere doelgroep richt, oordeelt het Europese Hof dat het wel degelijk een nieuwe mededeling is.

De maker bepaalt

Het uitgangspunt van het Europese auteursrecht is dat er een hoog beschermingsniveau geboden wordt aan de makers. Het Europese Hof van Justitie bevestigt met deze uitspraak dat een maker altijd zelf kan bepalen wie zijn of haar werk gebruikt. Het downloaden van een foto en het vervolgens weer uploaden ervan is dus echt een inbreuk.

Ongeacht of je dat als gebruiker logisch vindt of niet.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 7 (2018).

#

In april 2018 gaf Advocaat-Generaal Campos Sanchez-Bordona overigens zijn eigen conclusie over deze kwestie als advies aan het Europese Hof. De AG liet het uitgangspunt van sterke bescherming van auteursrechthebbenden los en stelde een mix van argumenten samen die vooral bedoeld leek om de leerlinge en het gebruik van foto’s in onderwijscontext te ontzien. Hij keek ook vooral naar de status van de foto als een beschermd werk maar ook of het gebruik ervan onder de onderwijsbeperking zou kunnen vallen. Ik schreef destijds over zijn bevindingen hier op Vakblog.
Zijn conclusie was dat het plaatsen van de foto op de website van een school zonder winstoogmerk en met bronvermelding geen mededeling aan een nieuw publiek oplevert. Een advies dat door het Europese Hof uiteindelijk dus niet overgenomen is.

Juridische kwesties: Auteursrechtrichtlijn vol controverses

De Commissie Juridische Zaken (JURI) van het Europees Parlement stemde net voor de zomer voor een tweetal controversiële artikelen in de nieuwe Europese Auteursrechtrichtlijn. Het Europees Parlement greep echter in en dwong een nieuwe algemene stemming in september af. Maar waarom?

In december 2015 kwam de Europese Commissie met haar eerste plannen voor een nieuwe Europese auteursrechtrichtlijn. Zij wilde onder andere de onderwijsexceptie verruimen, een nieuwe uitzondering voor Tekst en Datamining (TDM) introduceren en het mogelijk maken dat erfgoedinstellingen hun collecties kunnen digitaliseren.

Dat klonk allemaal heel positief. Toch? Totdat in september 2016 de eerste versie van de voorgestelde richtlijn werd gepresenteerd. Onmiddellijk ging alle aandacht uit naar een tweetal onderwerpen die zeer controversieel bleken te zijn.

Linken wordt link

In het voorstel voor de nieuwe richtlijn krijgen uitgevers een eigen auteursrecht op perspublicaties die ze online beschikbaar maken. Net zoals de auteurs ook hebben. Daarmee hebben de uitgevers het alleenrecht om perspublicaties openbaar te maken en te verspreiden. Wil je dus straks een (deel van een) nieuwsberichtje van een krantenuitgever delen met anderen? Dan heb je toestemming van die uitgever nodig – en moet je hiervoor een vergoeding betalen.

Gelukkig geldt dit niet voor het simpelweg linken naar een journalistieke publicatie. Toch biedt artikel 11 van de voorgestelde richtlijn, waarin dit specifieke onderdeel is beschreven, uitgevers nog altijd de mogelijkheid om concurrerende nieuwssites en platformen als Facebook en Google te te verbieden om (samen met een kort tekstje) te linken naar nieuwsartikelen.

Nieuw is dit idee niet. In Spanje besloot de overheid een vergelijkbare wetgeving in te voeren. Nieuwsuitgevers werden gedwongen geld te gaan vragen aan Google voor het mogen gebruiken van fragmenten uit nieuwsartikelen. Als reactie sloot de zoekgigant Google News en zagen de Spaanse nieuwsuitgevers hun bezoekersaantallen kelderen. Duitse collega-uitgevers probeerden vervolgens met een eigen variant op de wetgeving Google te blokkeren – en ook zij zagen hun bezoekersaantallen fors dalen. De maatregel werd snel teruggedraaid.

Uploadfilter

Het zijn niet alleen de nieuwsuitgevers die extra beschermd worden in de nieuwe auteursrechtrichtlijn. Alle rechthebbenden moeten volgens de Europese Commissie extra beschermd worden aangezien iedereen zomaar hun auteursrechtelijk beschermde werken kan uploaden naar online platformen en diensten.

Op dit moment is het zo geregeld dat hostingproviders en platformeigenaren niet aansprakelijk zijn voor de content die door eindgebruikers op hun servers wordt geplaatst. Ze moeten wel een procedure hebben waarmee rechthebbenden onrechtmatig geüpload materiaal kunnen laten verwijderen maar de platformen hoeven niet vooraf te controleren wat voor content er online wordt gezet.

Artikel 13 van het voorstel maakt hostingproviders en platformeigenaren juist wel aansprakelijk. Platformen moeten volgens de nieuwe richtlijn gaan controleren of geüploade werken wel gepubliceerd mogen worden. Dat kan alleen geautomatiseerd worden met behulp van een filter zoals je dat nu bijvoorbeeld al bij YouTube hebt als je een video uploadt.

Het probleem met dit voorstel is dat het onmogelijk is om eenduidig vast te stellen of een werk geüpload mag worden. Als je gebruikmaakt van een uitzondering in de Auteurswet (voor bijvoorbeeld een parodie, voor onderwijs of als je een citaat wilt gebruiken), dan is dat wettelijk toegestaan. Maar een filter kan hier onmogelijk rekening mee houden.

Heftige gevolgen

Nadat de Commissie Juridische Zaken op 20 juni jl. instemde met beide artikelen in het wetsvoorstel, kwamen er zoveel negatieve reacties uit de Europese landen dat het onderwerp in een plenaire zitting van het Europees Parlement besproken werd op 5 juli. Besloten werd dat het volledige Parlement in september alsnog over de beide artikelen gaat discussiëren zodat de definitieve tekst nog kan worden aangepast.

Of alle Europese burgers straks te maken krijgen met uploadfilters voor de online diensten die ze gebruiken valt dus nog te bezien. Net als de mogelijkheid om bijvoorbeeld op social media te kunnen linken naar fragmenten van nieuwsberichten zonder in de juridische problemen te komen.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 6 (2018).

#

Juridische kwesties: De onmogelijke auteursrechtspagaat

Archiefinstellingen hebben, na een verloren rechtszaak van een uitgever tegen Erfgoed Leiden over auteursrecht, massaal honderdduizenden foto’s van hun websites verwijderd. Volgens rechthebbenden en auteursrechtenorganisatie Pictoright moeten archieven dit ‘dan maar beter regelen’, maar in de huidige auteursrechtwetgeving is dat onmogelijk.

Erfgoed Leiden is niet de eerste archiefinstelling waartegen een rechtszaak is aangespannen. In 2015 verloor het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) een zaak over het openbaar maken van 221 foto’s van een fotograaf die achteraf zijn recht kwam halen. In datzelfde jaar stonden ook Pictoright – namens de rechthebbenden – en het Stadsarchief Rotterdam tegenover elkaar bij de rechter en werd het Stadsarchief veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding voor 30 inbreuken.

Leiden in last

Erfgoed Leiden beschikt, net zoals bijna alle archieven, over een beeldbank waarin duizenden beelden – tekeningen en foto’s – uit verschillende collecties opgenomen zijn. Deze zijn via een website te bekijken en te downloaden vanuit de maatschappelijke en wetenschappelijke doelstellingen om digitaal erfgoed publiek beschikbaar te maken.

In deze beeldbank bevonden zich 25 gedigitaliseerde prentbriefkaarten met daarop historische foto’s uit voornamelijk de jaren dertig en veertig. En daar ging het vervolgens mis. Eind 2016 meldde zich een uitgever die claimde over de auteursrechten te beschikken van de foto’s; hij wilde praten over een vergoeding voor het gebruik van die foto’s. Erfgoed Leiden betwistte dat de opname in de beeldbank inbreuk maakte op de rechten en deze zaak kwam uiteindelijk voor de rechter.

Geen probleem

Het gaat te ver om hier alle details te beschrijven, maar het belangrijkste aspect van deze zaak is dat de 25 prentbriefkaarten destijds in omloop zijn gebracht zonder dat daar de naam van de betreffende fotograaf op vermeld is. De Auteurswet stelt dat in zo’n geval de instelling die het werk openbaar maakt de rechthebbende is (artikel 8 Aw) en dat het auteursrecht 70 jaar na die openbaarmaking verloopt (artikel 38 Aw).

Oftewel, Erfgoed Leiden had geen reden om aan te nemen dat ze überhaupt iets moesten gaan regelen met eventuele rechthebbenden. Het auteursrecht was, op één prentbriefkaart uit 1953 na, immers verlopen.

Uitgever Voet uit Rotterdam toverde echter een konijn uit zijn hoge hoed. Hij bleek in 1982 een overeenkomst met de fotograaf gesloten te hebben, waarin het auteursrecht van de 25 foto’s overgedragen is aan de uitgever. Inclusief alle negatieven.

Toch niet goed geregeld

Met die overeenkomst – en negatieven – in de hand kon de uitgever aantonen dat de foto’s dus niet van een anonieme maker zijn, maar van de hand waren van de fotograaf. De maker was weliswaar overleden in 2000, maar de auteursrechtelijke bescherming loopt door tot 1 januari 2071.

De Rechtbank Den Haag behandelt de zaak zoals die dat behoort te doen: aan de hand van de juridische feiten. En die zijn simpel. Uitgever Voet beschikt over de rechten en Erfgoed Leiden had een regeling moeten treffen met deze uitgever om de foto’s te mogen gebruiken. Ook al konden ze niet weten dat de foto’s nog auteursrechtelijk beschermd waren, laat staan bij wie ze de rechten moesten afkopen. Het archief wordt uiteindelijk veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding voor de 25 foto’s (en de aanzienlijke proceskosten).

En nu?

De advocaat van de uitgever heeft inmiddels ook alle andere archieven benaderd voor een vergoeding voor andere foto’s. Als reactie daarop hebben de archieven honderdduizenden foto’s verwijderd. Ondertussen staat Pictoright in verwarring aan de zijlijn toe te kijken: aangezien de rechter niet eens gerefereerd heeft aan zijn collectieve afkoopregeling voor digitalisering van foto’s, is het maar de vraag of archiefinstellingen hier in de praktijk iets aan hebben.

Erfgoed Leiden heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan, ondersteund door brancheorganisatie KVAN/BRAIN. In de hoop een juridische oplossing te vinden waarmee archieven en erfgoedinstellingen hun digitaal erfgoed online kunnen zetten zonder in die onmogelijke auteursrechtspagaat te belanden.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 5 (2018).

#

  • © 2006- 2018 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top