Tweetweekoverzicht week 2 2019: Auteursrecht vs eigenaarschap, Fortnite dansjes, auteursrecht op YouTube en Perma.cc

Elke week maak ik een tweetweekoverzicht waarin ik alsnog stil sta bij nieuws en interessante ontwikkelingen waar ik wel over getwitterd heb maar waar ik (nog) geen blogpost aan heb gewijd.

Auteursrecht vs (gevoel van) eigenaarschap

Als ik gastcollege geef over auteursrecht dan leg ik natuurlijk uit hoe de wet in elkaar zit. Over de rechten van een maker, de definitie van een werk en wat de uitzonderingen op die rechten zijn. Maar ik illustreer ook altijd het spanningsveld tussen het auteursrecht en het gevoel van eigenaarschap dat bij een werk kan komen kijken.

En dat doe ik door een willekeurig voorbeeld uit de media te pakken want op elk gegeven moment spelen er wel kwesties en rechtszaken die dit treffend illustreren. Letterlijk bijvoorbeeld als het gaat om het auteursrecht op tatoeages terwijl de mensen op wiens huid die afbeeldingen staan, toch echt het gevoel hebben dat zij degenen zijn die zeggenschap hebben over die tatoeage.

Maar de beste voorbeelden zijn bijna altijd foto’s die van bekende personen zijn gemaakt en die ze zelf gebruiken op Instagram of voor promotiedoeleinden. Terwijl ze dus niet de rechthebbende zijn omdat ze toevallig degene zijn die er op te zien zijn. Dat kan leiden tot rare situaties en in een recent voorbeeld dus zelfs tot een verbod voor een fotograaf om ooit nog een concert te bezoeken van een band die boos werd omdat de fotograaf zijn recht probeerde te halen. Zoals altijd legt Arnoud het weer mooi uit :)

Fortnite dansjes en auteursrecht

De afgelopen weken was er veel te doen rondom de dansjes in Fortnite. Voor de niet-gamers onder de lezers (en degenen die geen tieners thuis hebben), Fortnite is een kleurrijk spel waarbij je met je cartoonachtig personage op een eiland gedropt wordt met 99 anderen en waar het de bedoeling is om als laatste over te blijven.

Het spel is gratis op alle mogelijke platformen te spelen maar desondanks halen de makers miljoenen euro’s binnen. Elke maand weer. En dat doen ze door cosmetische dingetjes te verkopen zoals kleding en de mogelijkheid voor je personage om dansjes uit te voeren.

Er wordt dus goed verdiend aan die dansjes en dan weet je dat er snel gedoe over gaat ontstaan want de makers hebben die korte dansjes niet zelf bedacht maar overgenomen van ‘echte’ mensen. Een paar rappers maar ook de acteur die Carlton speelde – en het Carlton dansje bedacht – in The Fresh Prince of Bel-Air hebben de makers aangeklaagd wegens inbreuk op hun rechten.

Op Techdirt stond afgelopen week een uitstekend artikel waarin de auteur dieper ingaat op de mogelijkheid om uberhaupt te spreken van auteursrecht op dit soort korte dansjes en al heel snel constateert dat er geen sprake van is. Nou weet je nooit hoe een rechtbank hier mee om zal gaan maar het feit dat Alfonso Ribeiro (Carlton) twee dagen voor het indienen van de rechtszaak nog het proces moest starten om zijn dansje beschermd te krijgen zegt genoeg. Helemaal aangezien de US Copyright Office al aangegeven heeft dat korte dansjes niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen.

YouTube & auteursrecht

Plagiarism Today dook afgelopen week wat dieper in alle copyright problemen die er rondom YouTube spelen. Iets wat heel interessant is met de nieuwe wetgeving die er aan staat te komen die platformen verplichten het netjes te regelen met rechthebbenden als eindgebruikers content uploaden.

En je ziet dus dat het zelfs voor een gigantische partij als YouTube niet werkt. Enerzijds de (vele onzinnige en onterechte) claims die dankzij het Amerikaanse auteursrecht ingediend kunnen worden en waar uploaders zich maar moeilijk tegen kunnen verdedigen, ook al hebben ze aantoonbaar het gelijk aan hun kant. En anderzijds het ContentID systeem dat te gemakkelijk beïnvloed kan worden door grote partijen en dat geen enkele rekening *kan* houden met de vele uitzonderingen die auteursrechtwetgeving biedt aan gebruikers.

Een goed voorbeeld zou het filmpje zijn dat afgelopen week bij LuckyTV werd uitgezonden. Hier was Kees van der Staaij het lijdend voorwerp en bewerkte LuckyTV hiervoor een opname van maker Cees van der Wal die hier helemaal niet van gediend was.

Daar hoeft hij ook niet van gediend te zijn want ook al is hij de auteursrechthebbende van het filmpje, LuckyTV kan dit doen zonder zijn fiat dankzij de parodie exceptie in de Auteurswet. Het LuckyTV filmpje staat gewoon op YouTube maar dat had er niet kunnen staan als van der Wal zijn eerdere opname in de ContentID database had gezet. Je kunt er zeker van zijn dat hij dat in de toekomst wel gaat doen, vooral als de nieuwe wetgeving van kracht wordt, en het zal pittige consequenties gaan krijgen vrees ik als er zo geslagen kan worden met de stok die auteursrecht heet.

Linkrot en Perma

Hoeveel dode links er op internet te vinden zijn weet ik niet maar het zijn er vast heel veel. Veel links werken na 1, 2 of meer jaar niet meer simpelweg omdat de site waar naar verwezen wordt niet meer bestaat. Daar heb ik op mijn blog al last van – oudere blogposts verwijzen frequent naar webtools en websites die verdwenen zijn – maar is pas echt vervelend in (wetenschappelijke) publicaties.

Net zoals The Internet Archive websites archiveert zodat je altijd kunt verwijzen naar sites zonder zorgen te maken dat ze ineens verdwenen zijn (ik gebruik het hier veelvuldig, ook om mijn eigen blogposts automatisch te archiveren), zo doen de Amerikaanse universiteiten dat ook. Harvard Law School startte jaren geleden met een eigen webarchiveringsdienst, Perma, en werkt samen met tientallen andere universiteiten en onderzoeksinstellingen om links in publicaties voor de eeuwigheid beschikbaar te houden.

Perma stelt bibliotheken in staat om hun gebruikers gratis en vrijelijk deze dienst aan te bieden zodat onderzoekers en auteurs online bronnen kunnen archiveren waar ze naar verwijzen. Ik vond de tijd rijp om daar de Library Windesheim University of Applied Sciences voor aan te melden want ook al weet ik nog niet precies hoe we dit gaan aanbieden aan onze auteurs, ik heb geen enkele twijfel over het nut en de noodzaak ervan.

En verder nog …

Ik heb er zelf nog niets mee gedaan maar ik vind het geweldig dat je nu zelf aan de slag kunt met bibliotheekstatistieken :)

#

Gastcollege intellectueel eigendom

De afgelopen jaren heb ik vele presentaties gegeven over onderwerpen als ereaders, ebooks, digitale content, licenties, benchmarking, readerovereenkomst en natuurlijk auteursrecht. Na één van die presentaties over auteursrecht die ik vorig jaar gaf bij Windesheim Flevoland, vroeg één van de docenten of ik beschikbaar was voor een gastcollege over intellectueel eigendom in het kader van het vak Ondernemingsrecht dat ze aan tweedejaars Bedrijfseconomie en Small Business studenten geeft. Daar hoefde ik geen seconde over na te denken en ik zei meteen ja.

Gevraagd worden door een (voormalige) advocaat en meester in de rechten om een gastcollege te verzorgen vond (en vind ik nog steeds) ik een grote eer. Het bleek echter nog wel een stevige uitdaging te zijn dit gastcollege voor te bereiden. Intellectueel eigendom – een verzamelnaam voor alle rechten op intellectuele creaties, zoals muziek, merken, vormgeving, uitvindingen, games, software, teksten en foto’s – is veel breder dan auteursrecht natuurlijk en hoewel ik me wel eens eerder verdiept had in het octrooirecht moest ik daar nu zelf ook weer mee aan de slag. Net als met het merkenrecht en handelsnamenrecht overigens want daar heb je in een onderwijsinstelling werkelijk nooit mee te maken.

Sowieso is er nogal een verschil natuurlijk of je aan collega’s informatiespecialisten of docenten een presentatie over auteursrecht aan het geven bent of dat je aan tweedejaars economiestudenten gaat uitleggen wat zij te maken gaan krijgen met intellectueel eigendom in de bedrijven die ze gaan opstarten. En waarom ze dat uberhaupt belangrijk zouden moeten vinden. Het leverde me eerlijk gezegd de nodige hoofdbrekens op om er een verhaal van te maken dat zowel de theorie uitlegt als voldoende praktische voorbeelden bevat zodat het ook aansloot op de onderwerpen waar zij mee bezig waren.

Showtime

Gisteren was het dan zo ver – op de dag van de leraar notabene – en stond ik in een warme collegezaal in Almere voor zo’n 40 studenten twee uur lang mijn allereerste (gast)college te geven. Over octrooirecht, merkenrecht, handelsnamenrecht en auteursrecht. Met zo veel mogelijk praktische en actuele voorbeelden erbij als dat ik kon bedenken. En met verwijzingen naar octrooidatabanken, merkenregister en handelsregister omdat ik een informatiespecialist ben en blijf. Ik denk (nog steeds) niet dat ik een roeping gemist heb als docent maar jongens, wat vond ik het leuk om het te doen!

Het was vooral leuk omdat ik eigenlijk maar anderhalf uur had willen gebruiken maar de studenten aandachtig bleven luisteren (en ik dan wel door blijf praten). Na afloop bleven enkele studenten achter om nog wat vragen te stellen over een tweetal projecten waarin ze nu al te maken hadden met intellectueel eigendomkwesties. Ik had eerlijk gezegd nooit stilgestaan bij het idee om als Auteursrechten Informatie Punt ook vragen van studenten te gaan beantwoorden omdat ik niet wist of het uberhaupt speelde maar dat is in ieder geval één leerpuntje van gisteren gebleken.

En er waren meer leermomenten

Hoewel het dus een ontzettende leuke ervaring was en ik over de aandacht van de studenten dus niet te klagen had, kon ik wel een paar dingen bedenken die voor verbetering vatbaar zijn. De belangrijkste is de bovenstaande Powerpoint die ik gemaakt had. Zoals ik ze altijd maak voor een presentatie: primair voor mezelf zodat ik niet te ver afdwaal van mijn verhaal en de essentiële onderdelen niet vergeet te vertellen. Het verhaal erom heen inclusief de meeste voorbeelden zul je er niet in vinden want het is geen voorleesverhaaltje natuurlijk en als iedereen mee kan lezen, waarom zou ik het dan nog vertellen?

Dat werkt prima met presentaties (vind ik) maar als die PowerPoint ineens lesmateriaal wordt dat studenten na afloop moeten kunnen bestuderen en waar in het tentamen vragen over gesteld gaan worden, dan moet het wel aan andere eisen voldoen. Een spiekbriefje van iemand die een presentatie houdt is niet heel erg nuttig als onderwijsmateriaal besefte ik me pas na afloop. De praktische voorbeelden moeten er gewoon in te komen staan, net als dat er niet alleen maar opsommingen in moeten staan.

If at first you don’t succeed, try, try again

Gelukkig krijg ik ook de gelegenheid om dingen te verbeteren want het vak wordt twee keer gegeven dit jaar en ik mag mijn verhaal nog een keer komen vertellen. En volgend collegejaar weer dus volgens mij heb ik het wel redelijk goed gedaan gisteren. Dan kan ik me me nu dus gaan verdiepen in het nog beter vertellen van het verhaal over intellectuele eigendom en ook gaan sleutelen aan de Powerpoint om er daadwerkelijk onderwijsmateriaal van te maken. Inclusief het bedenken van enkele toetsvragen voor het tentamen.

Erg leuk om eens op zo’n manier bezig te zijn met het onderwijs nadat ik al twintig jaar werk in een onderwijsinstelling ;)

#

Content delen via social media: een combinatie van auteursrecht en gezond verstand

social media auteursrechtWat mag ik met content van anderen op social media en wat mogen anderen met content van mij? Zo vat ik maar even de diverse vragen samen die ik de laatste tijd voorbij zag komen. Vragen over wel of niet toestemming nodig hebben om andermans tweets op je site te zetten (nee, mits je de embedtool van Twitter gebruikt en zelfs dan nog kun je tweets nauwelijks als auteursrechtelijk beschermde werken beschouwen) maar ook vragen over het auteursrecht op je zelfgemaakte foto’s op Facebook.

Om maar bij de laatste te beginnen kan ik heel kort zijn want auteursrecht is gewoon ook van toepassing op alle werken die je op social media zet. Ook al zou je anders kunnen denken als je ziet hoe anderen soms met jouw content (of jouw mening) omgaan.

Toch even een kleine introductie auteursrecht
Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld. Dat is artikel 1 van de Auteurswet en het zegt eigenlijk heel simpel dat als jij een werk maakt jij het exclusieve recht hebt om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Niemand anders mag dit vervolgens opnieuw openbaar maken (publiceren) of kopiëren. Exclusief is exclusief.

Jij geeft een licentie aan de ander
Omdat jij de rechthebbende bent van de teksten, foto’s of filmpjes die je op sociaalnetwerksites ben je dus ook de enige die Google+, Facebook, LinkedIn of Twitter toestemming kan geven om die content te gebruiken of te tonen binnen de grenzen van de site. En dat is precies wat je doet op het moment dat je een account aanmaakt bij één van die sites en voorbij die lappen tekst van de algemene voorwaarden en andere reglementen klikt. Zonder uitzondering hebben ze namelijk allemaal in de voorwaarden opgenomen dat je ze een uitgebreide gebruikslicentie geeft voor jouw content. Jij behoudt je auteursrecht maar de sociaalnetwerksite mag – afhankelijk van de precieze verwoording in de voorwaarden – vrijelijk gebruik maken van wat jij daar plaatst. Twitter heeft het bijvoorbeeld zo in hun voorwaarden staan maar de anderen bevatten vergelijkbare formuleringen.

You retain your rights to any Content you submit, post or display on or through the Services. By submitting, posting or displaying Content on or through the Services, you grant us a worldwide, non-exclusive, royalty-free license (with the right to sublicense) to use, copy, reproduce, process, adapt, modify, publish, transmit, display and distribute such Content in any and all media or distribution methods (now known or later developed).

Dat wil echter niet zeggen dat je alle *gebruikers* van de social media netwerken toestemming hebt gegeven. Toegegeven, sommige sociaalnetwerksites rekken de grenzen steeds verder op maar het basisidee blijft dat je content alleen vrij gebruikt mag worden binnen de virtuele muren van het netwerk. Het is sterk gekoppeld aan de functionaliteiten want het stelt gebruikers in staat om op Facebook en Google+ je berichten, foto’s en filmpjes te delen met je eigen vrienden binnen het netwerk. Of om tweets te retweeten naar je eigen volgers toe.

Oftewel, als jij iets op Twitter, Facebook, Google+ of welk netwerk dan ook iets van jezelf plaatst, dan mogen anderen dat gebruiken binnen hetzelfde netwerk. Net zoals jij content van anderen mag gebruiken binnen dat netwerk. Je mag tweets en foto’s retweeten en zelfs met de Twitter embedtool op je eigen site zetten omdat het feitelijk dan niet het netwerk verlaat. Maar je mag geen foto’s uit tweets halen en op Facebook, Instagram of Pinterest zetten. Net zo min als dat je Facebook foto’s van anderen mag twitteren.

Tenzij je ook daarvoor toestemming geeft
Nou kun je weliswaar het auteursrecht op je eigen content hebben – en een gebruikslicentie hebben gegeven aan het social media netwerk van je keuze – maar het handhaven ervan ligt wel een stuk lastiger. In de praktijk kom je er (bijna) niet achter wie jouw content gebruikt zonder jouw goedkeuring, zeker als dat niet online wordt neergezet.

In plaats van hele discussies (of rechtszaken) te voeren kun je daar beter pragmatisch mee om gaan. De basis van het auteursrecht is dat je als maker de rechten hebt maar daarmee dus ook dat je anderen toestemming kunt geven om jouw werken te gebruiken. Zet als eerste geen werken online waarvan je echt niet wilt dat iemand ze hergebruikt zonder jouw toestemming. Je kunt dat technisch niet voorkomen en dan is de beste oplossing om ze niet online neer te zetten. Als je dan wel je teksten, foto’s of videofilmpjes deelt via social media, hou er rekening mee dat anderen dat misschien willen hergebruiken. Maak bijvoorbeeld ook duidelijk dat je daar gewoon toestemming voor geeft mits ze je naam er wel bij vermelden met misschien een linkje naar je eigen site. Beter dat ze je spullen gebruiken onder je eigen voorwaarden dan dat ze stilletjes en stiekem overnemen, nietwaar? Foto’s en video’s kun je eventueel voorzien van een (klein) watermerk als je het belangrijk vindt dat mensen zich wel aan jouw voorwaarden houden.

En ben je juist iemand die (onbedoeld vanzelfsprekend) zomaar content van anderen hergebruikte? Maak er dan een gewoonte van om simpelweg de maker om toestemming te vragen want dat verhaal werkt twee kanten op. Ook al mag je zonder toestemming tweets van anderen overnemen op je eigen site of blog, het loont om het alsnog te vragen. Je voorkomt dat mensen eventueel onaangenaam verrast worden en door toestemming te vragen weet je niet alleen zeker dat je iets mag gebruiken maar laat je de maker ook weten dat je zijn of haar werk interessant vindt.

Of het nou een tweet, een bericht of een foto is, uiteindelijk zitten de meeste mensen op een sociaalnetwerksite om dingen met elkaar te delen. En net als met favoriet maken, volgen, +1 aanklikken en liken is het wel leuk als je weet wie geïnteresseerd is in jou(w content). Het kan daarmee een heel praktisch voorbeeld zijn van hoe auteursrecht ook kan werken.

Ik vind sociaal auteursrecht wel goed klinken.

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top