Ontmoetingen op dé (Hoger) Onderwijsdagen 2013

onderwijsdagen 2013
Zo. Voor mij zitten de Onderwijsdagen 2013 er weer op. Het is op dit moment natuurlijk nog in volle gang met een druk programma dat gericht is op het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs maar daar ben ik zelf niet bij.

Ook al zijn de Onderwijsdagen bedoeld om inzicht in de trends en ontwikkelingen op het gebied van ICT in het onderwijs te geven aan de bezoekers, voor mezelf gaat het bij dit soort dagen/congressen vooral om het bijpraten met collega’s die je al een tijd niet gezien hebt. En natuurlijk het ontmoeten van nieuwe mensen. Wat dat betreft was het gisteren een uitstekende dag want ik kwam enkele oud-collega’s tegen die nu bij andere onderwijsinstellingen werken, enkele mensen die ik via Twitter ‘ken’ maar ook vele anderen die ik nog niet kende.

Natuurlijk gaat het dan wel weer over de inhoud. Een discussie over auteursrechtelijke aspecten van online onderwijs, een gesprek over hoe weinig we in het hbo eigenlijk doen met learning analytics (en of de noodzaak er ook wel is), samen verzuchtten dat open educational resources wel hip zijn maar dat ze in het hbo ook nog maar nauwelijks te bespeuren zijn en toch weer (veel) gesproken over educatieve ebooks. Ik heb er zelfs een interview over mogen geven dat vastgelegd is op video. En dan te bedenken dat ik dat vroeger echt een verschrikkelijk idee vond. Om gefilmd te worden dan, niet de educatieve ebooks.

Hoewel ik niets te klagen heb over de sessies die ik bezocht (en gisteravond later nog bekeken) heb, moet ik constateren dat het voor mij in elk geval niet (meer) werkt. Ja, ze zijn zeker interessant maar het blijft logischerwijs allemaal zo op de oppervlakte. Bij de sessie over juridische vraagstukken bij open onderwijs wilde ik het liefste veel meer verdieping en details (misschien kan ik Esther Hoorn nog eens strikken voor een gastblog of 2) terwijl ik bij een sessie over learning analytics en OER dus zelf geen aansluiting kon vinden/bedenken wat ik er vanuit een hogeschool(bibliotheek) mee zou moeten en kunnen. Ik hield er wel het voornemen aan over om me wat meer in learning analytics te verdiepen dus de naam van Sander Latour heb ik genoteerd als voorzitter van de SIG Learning Analytics. Ook bij de middagsessies over de ervaringen met MOOCs en het open en online onderwijs als toekomst van het onderwijs in Nederland had ik hetzelfde gevoel: meer de neiging om de namen te noteren om er later eens mee van gedachten te wisselen dan dat ik geïnspireerd raakte door de verhalen.

Daar is mijns inziens ook niets mis mee. Ik denk echter wel dat het een punt van aandacht is voor de komende edities van de Onderwijsdagen. Een programma dat vooral gevuld is met eenzijdig gepresenteerde (goede) inhoud en ontwikkelingen heeft voor mij wel wat afgedaan. Er zou meer focus moeten zijn op het in verbinding brengen van mensen die wat te vertellen hebben met de mensen die wat te vragen hebben. Zowel ter plaatse maar juist ook na afloop. Er is altijd plek voor een goede inhoudelijke keynote die inspireert maar, zoals Willem Karssenberg via Twitter al aangaf, wellicht is een unconference concept een iets interessantere invulling voor de Onderwijsdagen. Zoals al gebeurt in Nederland met EdcampNL. Met een betere mix tussen inhoud, de mensen die iets over specifieke onderwerpen kunnen en willen vertellen en zij die juist met vragen zitten.

Ik zou het in ieder geval niet erg vinden als ik in de toekomst niet meer de vraag achteraf krijg of een congres interessant danwel inspirerend was. Stel mij liever de vraag of ik interessante en inspirerende mensen ontmoet heb. Want dat heb gisteren in elk geval al wel.

Toch de focus op de inhoud en de sessies? Lees dan het blog van de Onderwijsdagen 2013 waar edubloggers verslag doen van de meeste sessies //  Bekijk de opgenomen sessies na op de site // Bekijk alle presentaties via het Slideshare account van de Onderwijsdagen

#

Dé (Hoger) Onderwijsdagen 2013 #owd13

onderwijsdagen 2013
De komende twee dagen verdiep ik me wat minder in de bibliotheekkant en juist wat meer in de onderwijsgerelateerde onderwerpen want het is dinsdag en woensdag weer tijd voor de jaarlijkse Onderwijsdagen. Dé Onderwijsdagen 2013 is een congres voor beleidsmakers, managers, bestuurders en andere professionals binnen onderwijsinstellingen die de verbinding leggen tussen onderwijs en ICT, en daar horen informatieprofesionals ook absoluut bij.

Dit jaar is er wederom een wijziging in de opzet want duurden de Onderwijsdagen vorig jaar nog 3 dagen, dit jaar keert het terug naar de oude opzet van 2 dagen. Dinsdag 12 november heeft een programma gericht op het hoger onderwijs terwijl woensdag 13 november het programma zich focust op thema’s voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.

In tegenstelling tot vorig jaar blog ik niet als edublogger voor de organisatie maar haal ik alleen die presentaties en onderwerpen uit het programma van 12 november die ik zelf de moeite waard vind om over te bloggen. Woensdag ben ik er zelf niet bij en ben ik dus ook aangewezen op de verslagen die mijn collega edubloggers zullen plaatsen op het weblog van de Onderwijsdagen 2013. Helaas worden de presentaties dit jaar niet meer live uitgezonden en achteraf allemaal beschikbaar gesteld.

Ergens is dat laatste wel ironisch want zeker op 12 november staat het programma toch echt in het teken van open en online onderwijs. Weblectures en MOOCs staan centraal bij diverse presentaties en sowieso bij de sessies die ik van plan ben te gaan bezoeken:

  • Opening up education: tegen welke juridische vraagstukken loopt u aan? door Esther Hoorn (Rijksuniversiteit Groningen) en Robert Schuwer (Open Universiteit). Wat me hopelijk wat extra inzichten geeft naast de auteursrechtelijke kwesties.;
  • Ik twijfel nog even of ik naar Wat is de meerwaarde van educatieve e-books? Good practice van Plymouth University ga aangezien Phil Gee ook al tijdens het Educatieve Ebookscongres zijn verhaal (goed) verteld heeft. Anders wordt het OER en studiesucces: hoe kunt u open online onderwijs inzetten ter bevordering van studiesucces? door Martijn Ouwehand (TU Delft). Over Open Educational Resources valt nog genoeg te zeggen en te bloggen;
  • De derde sessieronde ga ik naar MOOC’s: ervaringen en leerpunten waar Marja Verstelle (Universiteit Leiden), Frank Benneker (Universiteit van Amsterdam), Fred de Vries (Open Universiteit), Willem van Valkenburg (TU Delft) en wederom Robert Schuwer (Open Universiteit) namens hun instellingen hun ervaringen delen mbt het realiseren en ‘draaien’ van een MOOC. Daar ben ik ook erg benieuwd naar aangezien ik denk dat het hoger onderwijs flink kan veranderen dankzij ontwikkelingen als MOOCs;
  • Er is wat verschoven in het programma waardoor er ook in de laatste ronde met sessies meerdere  presentaties zijn waar ik wel naar toe zou willen. Ik neig naar Open en online onderwijs en de toekomst van het Nederlandse hoger onderwijs door Timo Kos van de TU Delft aangezien dat een mooie stand van zaken en overzicht belooft te geven. Maar ook Dragen webcolleges bij aan beter studierendement? door Nynke Bos en Caspar Groeneveld van de Universiteit van Amsterdam klinkt interessant. En dan hoop ik dat de resultaten van het onderzoek over Kwaliteit van open leermaterialen die door Robert Schuwer (weer) gemeld worden later ook nog elders te vinden zullen zijn.

Hoe dan ook, er valt weer genoeg aan te horen en te leren tijdens de Onderwijsdagen. En ook al zal de rol van de onderwijsbibliotheek nauwelijks of niet aan bod komen bij al die sessies, daar heb ik zelf wel ideeën bij. Eens kijken of ik daar dan woensdag over ga bloggen.

Update 11-11-2013: @OWD13 meldt dat er dit jaar inderdaad geen livestream meer is maar dat een aantal sessies opgenomen worden en achteraf beschikbaar zullen zijn op de site van de Onderwijsdagen. Het gaat om de sessies die in de Rotterdam Hall en Diamond II plaatsvinden.

#

Wikiwijs voor het hoger onderwijs: waar liggen kansen? #owd12

In de derde sessieronde van dinsdag schoof ik in een grote zaal aan bij een presentatie van Robert Schuwer (Open Universiteit) over Wikiwijs en dan specifiek gericht op de mogelijkheden die het biedt voor het hoger onderwijs. De concurrentie van de overige sessies in deze ronde bleek moordend te zijn want de zaal was helaas maar door een klein groepje bezoekers gevuld. Jammer want het onderwerp van gebruik, maken en delen van open leermaterialen sloot niet alleen perfect aan bij de keynote van Anka Mulder maar verdient sowieso meer aandacht dan dat het nu krijgt.

Robert blikte eerst terug op de activiteiten die er vanuit Wikiwijs ondernomen zijn dit jaar. Lorenet (waar enkele hoger onderwijsinstellingen voorheen open leermaterialen in opgeslagen hebben) is aangesloten op Wikiwijs, men is druk geweest met een metadateringsstandaard voor vakken/modules in het hoger onderwijs aangezien deze -in tegenstelling tot het overige onderwijs- niet gestandaardiseerd zijn en er is gestart met een zgn. sectorkamer hbo/wo. De sectorkamer is een overlegstructuur met afgevaardigden van hogescholen, universiteiten en SURF dat in het leven geroepen is om de richting en strategie van Wikiwijs voor het hbo/wo te bepalen.

Onderzoek
Dit jaar is er ook een onderzoek uitgevoerd door de OU onder de hoger onderwijsinstellingen in opdracht van SURF en Wikiwijs. Dit had als doel om gebruik en bestaan van collecties van open leermateriaal in kaart te brengen en te inventariseren wat de status is van beleids(vorming) over open leermiddelen in het hbo en wo. Dit heeft geleid tot een rapport OER Hollands Landschap (PDF) waaruit enkele van de resultaten gepresenteerd worden. Hier schreef ik al eerder wat uitgebreider over.

Hoewel 7 universiteiten en 19 hogescholen gereageerd hebben blijkt dat velen niet of nauwelijks actief zijn op gebied van open leermiddelen. Ook is er slechts in heel beperkte mate sprake van een (gedeelde) visie op gebruik van open leermiddelen al geven een paar instellingen aan dat dit wel begint te ontstaan.

In het kader van dit onderzoek zijn er ook interviews gehouden met diverse bestuurders van hogescholen en universiteiten. Deze spreken zich krachtig uit voor het ontwikkelen en gebruiken van open leermiddelen maar ondanks dat lijkt er geen enkele sprake te zijn van een geïntegreerde aanpak waarbij onderwijsinstellingen ook samenwerken om deze doelen te bereiken.

Wat nu?
Wikiwijs wil nu actief instellingen gaan benaderen om materiaal vindbaar te krijgen in Wikiwijs. Hierbij gaat het dus zowel om het ontsluiten van bestaand materiaal en bestaande collecties (denk aan bijv. weblectures) als ook het materiaal rechtstreeks te verkrijgen in Wikiwijs zelf. De noodzaak om ook beleidsmakers bij onderwijsinstellingen te ondersteunen bij het formuleren van beleid rondom open leermiddelen wordt ook gezien door Wikiwijs en dat wil men, samen met SURF, ook gaan oppakken.

Uiteindelijk is het vooral een combinatie van beleid en cultuur die het delen van materiaal vanzelfsprekend moeten gaan maken, of zoals Robert het verwoordde: het inzichtelijk maken van gewin, gemak en genot voor docenten zodat ze ook hun materiaal willen delen.

Open vraag
De presentatie eindigde met de open vraag aan de aanwezigen waar Wikiwijs (meer) aandacht aan zou moeten gaan besteden. Daar kwam vanuit de zaal niet hele concrete input op terug, behalve een mogelijke andere naam en doelstelling om het beter te richten en te promoten richting het hoger onderwijs.

Je eigen instellingsrepository
Zelf sprak ik na afloop met Robert over het (beter) promoten van de mogelijkheid die Wikiwijs biedt om eigen instellingsrepositories onder/bij Wikiwijs zelf in te kunnen richten. Voor de NOH-I doen ze dit al en dat stelt deze hogeschool in staat om op een eigen plek materiaal te verzamelen terwijl er dan zowel binnen de eigen collectie als Wikiwijs-breed gezocht kan worden. Ik blijf van mening dat het (helaas?) essentieel blijft om een eigen verzamelplaats te hebben als instelling zodat beleid en cultuur in elk geval gestimuleerd kan worden met een klein beetje afscherming. Voordat alles meteen helemaal beschikbaar is voor de buitenwereld.

De rechten blijven lastig
Ook zou er meer aandacht moeten zijn bij de instellingen -en dus qua ondersteuning ook bij Wikiwijs- voor de benodigde workflow en redactie. Onderdeel van (te vormen) beleid zijn ook de diverse criteria waar materiaal aan moet voldoen voordat het publiekelijk gedeeld en gebruikt kan worden. Dat zijn o.a. kwaliteitseisen maar ook taalkundig en t.a.v het mogen gebruiken van andermans materiaal in het te delen leermateriaal moet hier goed op gelet worden. Zelf ken ik docenten die zeer teleurgesteld en gedemotiveerd waren toen bleek dat ze hun ontwikkeld materiaal eigenlijk niet mochten delen omdat ze (ook) gebruik maakten van andermans materiaal. Iets dat toegestaan en geregeld is voor het onderwijs dat ze zelf geven maar dat dus niet mag als je het publiek wilt gaan maken in bijvoorbeeld Wikiwijs. Eigenlijk zou deze huidige readerregeling breder gemaakt moeten worden wil open leermateriaal een succes worden.

Een conclusie was er eigenlijk niet aan te verbinden deze sessie maar het gevoel dat er nog ontzettend veel moet gebeuren, dat bleek eens te meer. Mijns inziens toch echt te beginnen met een duidelijke stellingname van alle hoger onderwijsinstellingen om hier serieus werk van te gaan maken. Het zijn toch de kennisinstellingen van Nederland die de motor achter open leermiddelen moet zijn en niet Wikiwijs. Het is te hopen dat bestuurders en beleidsmakers ook goed geluisterd hebben naar Anka Mulder en dat ze een volgende keer wel massaal aanwezig zijn als het over open leermiddelen gaat. De zaal was in ieder geval groot genoeg voor die ambitie.

Kijk het zelf ook nog even na
Deze sessie is ook in zijn geheel opgenomen en beschikbaar op de video pagina van de Onderwijsdagen site. De presentatie is eveneens beschikbaar via Slideshare.

Deze blogpost verscheen eerder op het blog van Dé Onderwijsdagen. De bovenstaande versie is licht gewijzigd met verwijzingen naar eerdere blogposts op Vakblog

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top