Nog 1 keer over Copyright for Educators and Librarians

Copyright for Educators and Librarians

Thank you for your participation in the Copyright for Educators and Librarians course, stond er te lezen in de mail die gisteren verstuurd werd aan de duizenden deelnemers van de online cursus Copyright for Educators and Librarians, die ook ik de afgelopen weken – van 21 juli tot 18 augustus om precies te zijn – gevolgd heb via Coursera. Inmiddels is de virtuele klas weer schoon gepoetst (alle videolectures, de quizzen, het studiemateriaal en de tienduizenden berichten op het forum zijn verwijderd) en herinnert alleen de verklaring onderaan deze blogpost aan het volgen en (succesvol) afronden van deze MOOC. En natuurlijk de blogpost die ik vorige maand schreef over de eerste ervaringen met mijn eerste MOOC.

De inhoud

Maar het bleef natuurlijk niet bij die eerste ervaringen. Het werd inhoudelijk toch wel een stuk pittiger toen er onderdelen aan bod kwamen van het Amerikaans auteursrecht die niet terug te vinden zijn in de Nederlandse Auteurswet. Zoals de Technology, Education, and Copyright Harmonization (TEACH) Act die een beperking in het Amerikaans auteursrecht uitbreidt zodat er ook meer mogelijk is voor docenten om auteursrechtelijk beschermd materiaal te gebruiken voor online open onderwijs en afstandsonderwijs. Mogelijkheden waar de Auteurswet hier niet in voorziet en waar ik toch stiekem een beetje jaloers op ben.

Maar ook het fair use beginsel in de Amerikaanse wetgeving leverde flink wat extra uren studie op omdat dit concept nou eenmaal niet voorkomt in onze eigen Auteurswet maar het wel in enorm veel rechtzaken een grote rol gespeeld heeft. In combinatie met enkele andere beperkingen is de fair use beperking eigenlijk het meest krachtige instrument om beschermd materiaal te kunnen gebruiken ten behoeve van het onderwijs. Het heeft zijn eigen wetsartikel in de US Copyright Law: … the fair use of a copyrighted work, including such use by reproduction in copies or phonorecords or by any other means specified by that section, for purposes such as criticism, comment, news reporting, teaching (including multiple copies for classroom use), scholarship, or research, is not an infringement of copyright.

Het interessante hieraan is dat het wetsartikel weliswaar vier criteria aanreikt waaraan fair use getoetst dient te worden maar dat het claimen van fair use een “affirmative defense” is: je pleegt in beginsel inbreuk op het auteursrecht van een ander waarbij een rechter – nadat een rechthebbende een rechtszaak aangespannen heeft – aan de hand van de criteria beoordeelt of het wel of niet fair use is. Eigenlijk maak je dus vooraf een soort risico-analyse en inschatting maar is het pas echt fair use als de rechter dat bepaald heeft. Het lijkt daarmee wel een beetje op ons eigen citaatrecht – als in dat je ook hier een eigen inschatting moet maken of je iets onder deze beperking mag gebruiken – maar hier in Nederland belandt dit praktisch nooit bij de rechter, terwijl er in Amerika bijna dagelijks rechtszaken om gevoerd worden. Waarmee grote commerciële belangen gemoeid zijn maar die ook grote impact hebben op digitaliseringsprojecten van bibliotheken bijvoorbeeld.

De vorm

De nadruk bij deze MOOC lag zeer sterk op zelfstudie met eigenlijk heel weinig feedback en toetsing. De quizzen waren weliswaar ruim voldoende om te toetsen of je de behandelde lesstof ook echt bestudeerd had maar voor het doorvragen op specifieke situaties was je toch primair aangewezen op het (extreem drukke) forum en je medestudenten. Dat stoorde me niet omdat ik zelf goed genoeg in de materie zit om daar elders verdere antwoorden bij op te zoeken maar heb je die affiniteit niet (of minder), dan kan ik me wel voorstellen dat je wat meer begeleiding en interactie nodig hebt dan wat hier geboden werd. Dat werd vooral duidelijk bij de eindopdracht die bestond uit het produceren van een analyse van een behoorlijk complex (gemaakt) vraagstuk. Op welke van de subvragen je nou allemaal wel of niet antwoord gaf in die analyse was aan jezelf en hoewel ik zeer tevreden was over mijn eindresultaat, kreeg je niet rechtstreeks een beoordeling van je analyse. Met duizenden deelnemers was het niet mogelijk voor de drie docenten om alle analyses te beoordelen en was je ook hier aangewezen op feedback van andere studenten (en de achteraf beschikbaar gestelde analyse van de docenten).

De belangrijkste les die ik heb overgehouden aan het volgen van deze MOOC is dat je de feedback, interactie en daarmee ook de begeleiding echt zelf moet regelen als student. En dat je dit proces als docent ook moet aanmoedigen en stimuleren. Dat zag je ook duidelijk gebeuren op het forum van de module waar de docenten wekelijks twee discussies startten en waar je met studiepunten beloond werd bij participatie. Er ontstonden meerdere groepen op het forum, zoals alle bibliothecarissen van K12 scholen (primair en voortgezet onderwijs), die de behandelde onderwerpen toepasten op hun eigen situatie en elkaar daar feedback op gaven. Ik heb nog gezocht naar andere Nederlandse deelnemers maar ik moest het zonder een eigen groepje zien te rooien :)

De grootste uitdaging was, mede hierdoor denk ik, dan ook om elke week de tijd vrij te maken om de videolectures te bekijken, daar ook zelf aantekeningen bij te maken, achtergrondmateriaal te lezen en op tijd de quizzen en eindopdracht af te ronden. Ik was er op voorbereid en toch moest ik mezelf enkele keren overtuigen om het ook af te maken. Zonder ‘druk’ van medestudenten of docenten en met geen hele concrete beoordeling/beloning in het vooruitschiet is het toch verbazingwekkend gemakkelijk om het erbij te laten zitten. Helemaal als het ook nog eens 8 uur per week vraagt, i.p.v. de 2 tot 3 uur die als indicatie vooraf gegeven werd.

Maar eerlijk is eerlijk, het voelt dan toch wel heel goed als je het afmaakt en het bewijs (PDF) daarvoor krijgt. Het volgen van mijn eerste MOOC was in vele opzichten een leerzame ervaring.

#

Mijn eerste MOOC: Copyright for Educators and Librarians

Copyright for Educators and Librarians Coursera
Het (hoger) onderwijs staat niet stil en gaat natuurlijk ook met de tijd mee. Er wordt geëxperimenteerd met onderwijsvormen die meer en beter gebruik maken van de technologische ontwikkelingen en die zich ook in toenemende mate richten op open/online onderwijsvarianten. Ontwikkelingen als afstandsleren, blended learningflipped classrooms, weblectures en MOOCs zijn daardoor ook in Nederland eigenlijk helemaal niet nieuw meer. MOOCs vormen daar, vind ik, echter nog wel een uitzondering op aangezien je die nog niet heel veel aantreft.

Massive Open Online Courses (MOOCs) zijn online cursussen, een vorm van online onderwijs, van vooral (buitenlandse) universiteiten die vrij toegankelijk zijn in de zin dat er geen toegangseisen en kosten zijn. Ze hebben geen limiet wat betreft het aantal deelnemers (vandaar ook massive) en ondanks dat ze door hoger onderwijsinstellingen aangeboden worden kan iedere geïnteresseerde er aan meedoen maar krijg je geen studiepunten. MOOCs zijn geen (deel van een) opleiding en ze maken daarmee dus geen onderdeel uit van het reguliere onderwijscurriculum van die onderwijsinstelling.

Doe eens gek, doe eens mee aan een MOOC

Eén van de grootste aanbieders van MOOCs is Coursera, dat als platform en leeromgeving fungeert voor cursussen die door een groot aantal Amerikaanse onderwijsinstellingen ontwikkeld en aangeboden worden. Omdat ze vrij toegankelijk zijn en niet gekoppeld zijn aan een studieprogramma bij een onderwijsinstelling had ik me vorig jaar al voorgenomen om er eens eentje te gaan volgen. Gewoon om ervaring op te doen zodat ik zelf een beeld kon gaan vormen over hoe het is om alleen via weblectures onderwijs te krijgen, wat ik vind van de kwaliteit van het ondersteunende onderwijsmateriaal, hoe er getoetst wordt en of/hoe je tot enige interactie komt met je docenten en medestudenten. Maar ja, zoals dat wel vaker gaat met goede voornemens kwam het er uiteindelijk niet van.

Tot ik begin juni een aankondiging zag van een vier weken durende course “Copyright for Educators and Librarians” die precies in mijn vakantie zou gaan vallen. Over de auteursrechtelijke aspecten van het gebruik van beschermde werken in het onderwijs met als doelgroep bibliothecarissen die met onderwijs te maken hebben. “Helaas” (en natuurlijk) wel gebaseerd op de Amerikaanse auteursrechtwetgeving maar voor de rest zo’n beetje op mijn lijf geschreven. Niet al te lang met 4 weken, niet meer dan zo’n (max) 3 uur per week aan studiebelasting vereist en ik zou voldoende kennis moeten hebben van auteursrecht om het ook daadwerkelijk redelijk soepeltjes af te ronden en te compenseren voor de verschillen tussen de Europese/Nederlandse en de Amerikaanse wetgeving. Ik maakte een account aan bij Coursera en schreef me meteen in.

De eerste ervaringen

Afgelopen maandag, 21 juli, gingen de virtuele deuren van het klaslokaal open hoewel ik pas vrijdagmiddag en -avond tijd kon inplannen om me in de stof van de eerste week te verdiepen. Zes weblectures die totaal ca. 70 minuten duurden, enkele tientallen pagina’s leesvoer en een forum waar zo te zien door het merendeel van de maar liefst 8000 deelnemers werd gediscussieerd over een drietal onderwerpen die door de docenten voorbereid waren.

Copyright for Educators and Librarians Coursera
En ik vind het dus geweldig om te doen zo. Met de zes weblectures zullen ze geen prijs winnen voor beste educatieve video’s maar de stof wordt in een rustig tempo duidelijk overgebracht en zowel de video’s, ondertiteling als de gebruikte Powerpointpresentaties zijn te downloaden voor je eigen archief. Desalniettemin maakte ik bij de langere weblectures alsnog mijn eigen aantekeningen – omdat ik het nou eenmaal beter onthoud op die manier – en keek ik diverse onderdelen meteen terug om zelf het overzicht te behouden. Vanzelfsprekend zijn alle aanbevolen boekhoofdstukken, artikelen en de wettekst zelf digitaal en vrijelijk beschikbaar dus daar valt niets over op te merken.

Voor de interactie met en tussen de studenten hebben de docenten gekozen voor een discussieforum waar ze elke week een aantal discussies starten en waar je punten voor krijgt als je deelneemt. Ik heb het idee dat ze (aangenaam) verrast zijn door het grote enthousiasme van alle deelnemers want er zijn inmiddels al duizenden reacties en bijdragen geplaatst op dat forum. Zo veel dat het niet bij te houden valt en dat de beperkingen van de forumsoftware ook duidelijk worden. Ik heb in ieder geval flink wat tijd moeten besteden om de discussies zelfs maar een beetje globaal door te nemen zodat ik zelf ook nog hier aan kon kon bijdragen.

Hierdoor kwam ik pas vanochtend toe aan de vierde wekelijkse activiteit (naast de weblectures, aanbevolen literatuur en de participatie aan de discussies op het forum): de toetsing om week 1 af te sluiten. Deze toets bestond uit een quiz met 10 multiple choice vragen en die was prima te doen als je de stof bestudeerd had (ik had ze alle 10 goed). Ook de komende weken zal de stof getoetst worden met een quiz terwijl de afsluitende toets een verplicht in te leveren analyse zal zijn van een auteursrechtelijk vraagstuk. Ik vraag me stiekem af in welke mate de drie docenten hopen dat er nog een paar duizend deelnemers gaan afvallen de komende weken want dat zal toch echt handmatig nakijken en beoordelen worden neem ik aan.

Leerzaam

Ik ben er van overtuigd dat het volgen van een MOOC een nuttige ervaring is voor iedereen die in het onderwijs werkzaam is. Niet alleen om mee te maken hoe het is om samen met duizenden anderen een online cursus te volgen maar vooral om te zien wat het betekent om de lesstof zonder enig rechtstreeks contact met de docenten over te dragen aan studenten. Welke eisen stel je zelf aan goede web-/videolectures? En aan goede ondersteunende literatuur die ook nog eens vrijelijk online beschikbaar moet zijn? Hoe zorg je ervoor dat er zo min mogelijk aanvullende vragen gesteld hoeven te worden en hoe faciliteer je dat uberhaupt zonder dat je rechtstreeks de dialoog aan moet gaan met duizenden studenten? En hoe regel je de toetsing met zo veel studenten?

Ook al heeft me de eerste week aanzienlijk meer tijd gekost dan de 2-3 uur die bij de omschrijving van de Copyright for Educators and Librarians cursus vermeld stond (het was eerder 8 uur inclusief het lezen van de literatuur), ik ga er mee door. Er valt immers nog genoeg te leren over MOOCs maar ook over het Amerikaanse auteursrecht en de verschillen met de Nederlandse Auteurswet.

#

MOOCs en open education kunnen het hoger onderwijs veranderen

moocs
Massive Open Online Courses (MOOCs) zijn online cursussen, een vorm van online onderwijs, van vooral (buitenlandse) universiteiten die vrij toegankelijk zijn in de zin dat er geen toegangseisen en kosten zijn. Ze hebben geen limiet wat betreft het aantal deelnemers (vandaar ook massive) en ondanks dat ze door hoger onderwijsinstellingen aangeboden worden kan iedere geïnteresseerde er aan meedoen maar krijg je geen studiepunten. MOOCs zijn geen (deel van een) opleiding en ze maken daarmee dus per definitie geen onderdeel uit van het reguliere onderwijs van die onderwijsinstelling.

Maar MOOCs en open education – alle onderwijsactiviteiten die toegankelijk zijn voor het brede publiek – zijn succesvol gebleken bij dat brede publiek. Zeer succesvol zelfs. Het zijn namelijk niet alleen de hoger onderwijsinstellingen die ermee aan de slag zijn gegaan. Particuliere initiatieven zoals o.a. de Kahn AcademyTED Education en Coursera leggen niet alleen de lat hoog maar laten vooral zien dat er alternatieven zijn voor de traditionele vormen van onderwijs.

Dat ‘traditionele’ onderwijs in de onderwijsinstellingen gaat natuurlijk ook met hun tijd mee. Afstandsleren, blended learning, flipped classrooms, er zijn vele ontwikkelingen gaande om nieuwe vormen van onderwijs toe te passen in Nederland (en daarbuiten). En met MOOCs wordt er door onderwijsinstellingen geëxperimenteerd en geconcurreerd met die alternatieven.

Het succes van en de interesse in MOOCs heeft vooral te maken met het toegankelijkheid. Open online onderwijs bereikt potentieel veel meer mensen die niet perse verbonden zijn aan een onderwijsinstelling. Mensen kunnen op basis van hun interesse deelnemen aan een MOOC en alle lessen zijn online te bekijken. Mits door experts gegeven en ondersteund door goed onderwijsmateriaal kunnen deelnemers thuis – met een eigen planning – de stof doornemen. Natuurlijk, het feit dat het gratis is maakt ook deel uit van de populariteit maar wat voor impact hebben MOOCs en open education op dat reguliere onderwijs? Welke kansen biedt het en welke risico’s kan het opleveren?

In Nederland
Enkele universiteiten zijn in navolging van hun buitenlandse collega’s ook voorzichtig begonnen met MOOCs. Daar zal zeker interesse voor zijn – de kracht van gratis onderwijs valt niet te onderschatten – maar wat moet dat reguliere onderwijs er mee? Trekt (het aanbieden van) een MOOC extra en nieuwe studenten naar het reguliere onderwijs van die onderwijsinstellingen? Is dat voldoende of komt dat reguliere onderwijs ook onder druk te staan? Hoe lang nog voordat een particuliere aanbieder van onderwijs een onderwijsprogramma aanbiedt dat bestaat uit online cursussen van anderen?

Het zijn vragen en gedachten die vooral speculeren over wat het hoger onderwijs met MOOCs en open education zou kunnen doen. En waar ik door geïntrigeerd raakte dankzij een Google Hangout videointerview die collega Erik Hulsken met Windesheim CvB-lid Jan Willem Meinsma had over innovatie en MOOCs in het hoger beroepsonderwijs.

In dat interview schetst Meinsma o.a. de potentiële bedreiging van externe onderwijsaanbieders die met onderwijscontent van anderen programma’s kunnen aanbieden waarbij ze zelf alleen de toetsing verzorgen. Maar ook de centrale rol die een ministerie van OCW zou kunnen (moeten?) spelen in het aanbesteden van online onderwijsprogramma’s bij hoger onderwijsinstellingen en daar het bekostigingsstelsel op aan te passen. Om op die manier de kwaliteit te kunnen borgen maar ook antwoorden te vinden op de vragen wie online onderwijs moet ontwikkelen, wie dat het beste kan toetsen en wie het daadwerkelijk moet geven.

Hij voorziet ook twee scenario’s van specialisaties bij bestaande opleidingen. Een scenario en keuze om je op de kennis te focussen. Met grote ontwikkelkracht, samen met lectoren, focussen op het ontwikkelen, inrichten en geven van online onderwijsprogramma’s. Maar ook een scenario en keuze voor opleidingen om te focussen op studenten met intensieve begeleiding, onderwijscontent – van anderen!- op maat zonder daadwerkelijk zelf te doceren.

Of het Nederlandse stelsel van hoger onderwijs zo radicaal kan veranderen vraag ik me af. Maar het zijn ideeën die goed passen bij de blended learning ontwikkelingen die nu al gaande zijn in het onderwijs. De druk die gratis MOOCs, vrij beschikbare weblectures en al die open education initiatieven kunnen leggen op dat onderwijsstelsel is zeker niet fictief. MOOCs en open education kunnen niet alleen het hoger onderwijs veranderen, ze gaan dat ongetwijfeld ook doen.

Ik ben wel heel benieuwd hoe ze dat gaan doen.

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top