Wikiwijs plus Leermiddelenplein is Wikiwijsleermiddelenplein

wikiwijsleermiddelenplein

Ik vroeg me al af wat er zou gaan gebeuren met Wikiwijs. Na ruim 3 jaar geleden online te zijn gegaan stopt aan het einde van dit jaar de financiering vanuit het ministerie van OCW en was ik benieuwd of het uberhaupt nog wel zou blijven bestaan. Want ook al vond ik het een prachtig initiatief om docenten een platform te bieden waar ze zelf lesmateriaal konden uploaden, vinden en bewerken, juist het uitgangspunt dat het hierbij om open standaarden en dus ook open leermiddelen zou moeten gaan bleek nog wel een forse uitdaging te zijn. Open access van lesmateriaal – open educational resources of open leermiddelen – is zo’n typisch voorbeeld van iets wat iedereen een goed idee vindt maar wat lang niet door iedereen ook daadwerkelijk gedaan wordt.
Ik begreep dat het Wikiwijsplatform sowieso doorgaat na 1-1-2014 maar dat er nog goed gekeken gaat worden naar hoe het aangeboden gaat worden naar de verschillende sectoren in het onderwijs. Ik was dan ook wat verrast toen ik vorige week een persbericht las dat Wikiwijs samen is gegaan met het Leermiddelenplein, het “andere” platform met leermiddelen die niet vrij beschikbaar zijn.

Het Leermiddelenplein van SLO en het Wikiwijs-platform van Kennisnet en de Open Universiteit gaan vanaf 11 oktober samen verder onder de naam Wikiwijsleermiddelenplein. Door het samenbrengen van de inhoud en functionaliteiten van beide websites kunnen scholen en docenten op één plek terecht voor het zoeken, maken, delen en vergelijken van leermiddelen. En hebben ze via wikwijsleermiddelenplein.nl toegang tot informatie over ruim 1.400 lesmethodes en meer dan 100.000 beschikbare (digitale) lesmaterialen.

Met Wikiwijsleermiddelenplein is daarmee een mix ontstaan waarin zowel vrij beschikbare als commercieel beschikbare lesmaterialen zijn opgenomen, voor het basisonderwijs tot en met universitair onderwijs. Via Lesmateriaal zoeken kan er gezocht worden in het aanbod van alle beschikbare lesmaterialen, terwijl bij Methodes zoeken gezocht wordt binnen de (betaalde) beschikbare lesmethodes, voor het basisonderwijs tot en met het middelbaar beroepsonderwijs.

wikiwijsleermiddelenplein

wikiwijsleermiddelenplein

Maar je kunt ook Zelf aan de slag en lesmateriaal maken en/of delen met anderen waardoor ook op Wikiwijsleermiddelenplein het uitgangspunt van open leermiddelen nog in stand blijft.

En daar moet ook zeker wel aandacht voor blijven want ik denk dat (hoger) onderwijsinstellingen echt meer moeten gaan doen met open leermiddelen. Daar was Wikiwijs natuurlijk al een zeer geschikt platform voor maar ik moet zeggen dat het samengaan met Leermiddelenplein ook wel voordelen biedt. Juist door de mix van commercieel beschikbare lesmethodes en vrij toegankelijk lesmateriaal te bieden krijg je beter zicht als gebruiker op het totale aanbod. Daarbij heeft Wikiwijsleermiddelenplein een prima zoekfunctie en maakt het mijns inziens een veel betere scheiding tussen het vrij toegankelijke materiaal en de commerciële methoden dan Wikiwijs dat voorheen deed.

Als je een goed overzicht hebt van het totale aanbod dan kun je als docent of onderwijsmedewerker ook goed zien waar dus nog geen lesmateriaal voor beschikbaar is. Hopelijk stimuleert dat juist weer het zelf maken en delen van dat lesmateriaal met anderen. Wikiwijsleermiddelenplein is een mooie bron geworden voor leraren en docenten uit alle onderwijssectoren om lesmateriaal in te vinden en wellicht ook het eigen lesmateriaal weer te delen met collega´s.

#

Hoe kun je als bibliothecaris bijdragen aan open access en open onderwijs?

open access

Onderwijsbibliotheken, en ik focus me hier even op hogeschoolbibliotheken want daar werk ik nu eenmaal, staan op de drempel van grote veranderingen. Natuurlijk, de leeromgeving (de studieplekken) en de collecties blijven onverminderd belangrijk voor deze bibliotheken maar in een tijdperk van grootscheepse bezuinigingen en een overdaad aan vrijelijk beschikbare informatiebronnen op internet valt het nog niet mee om je meerwaarde aan te (blijven) tonen. Wat dat betreft verschillen alle soorten bibliotheken uiteindelijk maar weinig van elkaar.

Oude taken maar nieuwe rollen
Hoe bijzonder is het dan dat onderwijsbibliotheken nu de gelegenheid krijgen om zichzelf opnieuw te definiëren? Om een nieuwe rol te pakken voor het onderwijs? Onderwijsinstellingen zijn tegenwoordig namelijk steeds drukker met het produceren van (open) onderwijsmateriaal en onderzoekspublicaties. Niet alleen wordt er meer en meer gewerkt met kennisproducten van anderen in het onderwijs, er wordt ook steeds meer zelf gemaakt. Onderwijsinstellingen zijn kennisinstellingen. Of willen dat heel graag zijn.

Nou zou elke medewerker van een dergelijke kennisinstelling idealiter prima in staat moeten zijn om ook adequaat, zorgvuldig en verantwoord om te kunnen gaan met al die kennisproducten. De realiteit dat dit niet het geval is – en het ook nooit zo gaat worden – geeft de bibliotheek een perfecte plek in een dergelijke instelling. Nietwaar?

In het trendrapport Open Educational Resources 2013 ziet Cora Bijsterveld wel nieuwe rollen voor juist de onderwijsbibliotheken. Die ziet ze vooral als content curator voor al het open onderwijsmateriaal dat inmiddels beschikbaar is maar in hetzelfde trendrapport gaat het ook over open leermiddelen, open access en de rol van uitgevers. De conclusies die Saskia de Rijk en Paul Vermeulen hierin maken sluiten prima aan bij mijn eigen: zowel het onderwijs als de bibliotheken moeten meer doen met hun eigen materiaal. Onderwijs- en onderzoeksmateriaal wordt aan de lopende band geproduceerd en het is aan de instellingen en bibliotheken zelf om hier het optimale uit te halen. Kennisproducten die niet bij uitgevers beschikbaar zijn en die zeker niet even via Google te vinden zijn. Een unieke monopoliepositie zo je wilt.

Eerlijk delen en beschikbaar stellen
Dat wil niet zeggen dat je er al bent als je besluit dat dit je nieuwe gat in de markt is. Want al die medewerkers van onderwijsinstellingen zijn niet zo ideaal als het gaat om het (willen) delen van al het materiaal dat ze produceren. Iedereen wil graag andermans materiaal gebruiken maar delen, daar zijn toch snel redenen voor te vinden om niet meteen het achterste van je tong te laten zien. In, jawel, datzelfde trendrapport schetsen Wilfred Rubens en Wim Didderen maar liefst 12 van dat soort redenen die belemmerend werken voor medewerkers in het onderwijs als het op delen aankomt.

Goed voorbeeld doet volgen?
De bibliotheek heeft een mooie uitdaging om samen met die medewerkers, ondersteund door te ontwikkelen beleid van de onderwijsinstellingen, aan de slag te gaan met het verwerven en beschikbaar maken van al dat materiaal. Ook als individuele bibliothecaris kun je nu al het goede voorbeeld geven. Niet alleen door zelf gebruik te maken van open access publicaties, materiaal met een Creative Commons licentie of publicaties uit een repository. Maar vooral door zelf je kennis te delen met anderen. En je eigen kennisproducten actief beschikbaar te maken voor anderen. Ook voor bibliothecarissen/informatiespecialisten is het niet perse vanzelfsprekend om dat te doen heb ik de afgelopen jaren ervaren.

Wat kan ik NU zelf doen?

  • Ga bloggen, twitteren, Googleplussen etc. en schrijf, twitter en update iedereen over de onderwerpen waar je iets over te vertellen hebt. Bibliothecarissen zijn traditioneel vraagbaken geweest en kunnen dat nog steeds zijn maar je moet jezelf wel laten zien!
  • Deel het onderwijsmateriaal dat je zelf gemaakt hebt voor trainingen, workshops en presentaties. Denk aan Slideshare voor je presentaties en wees niet te bescheiden om naar Wikiwijs te kijken om je workshopmateriaal te delen. Ook jij produceert producten waar anderen gebruik van zouden kunnen maken.
  • Deel je teksten, afbeeldingen, wat voor content dan ook onder een Creative Commons Naamsvermelding licentie of een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen licentie. Het zijn de twee ruimste Creative Commons licentie waarbij een hergebruiker zelf verder kan bouwen op je content en alleen een naamsvermelding verplicht is (en dat bewerkt materiaal alleen verspreid mag worden met een soortgelijke licentie). Wat me doet beseffen dat ik de CC licentie van dit blog dan ook moet versoepelen eigenlijk.

Door zelf te delen, te delen en nog eens te delen. Zo kun je als bibliothecaris bijdragen aan zowel de ontwikkelingen binnen je onderwijsinstelling als de toekomst van de bibliotheek waar je werkt. Dat zou ons als informatieprofessionals toch heel eenvoudig moeten afgaan.

Nietwaar?

@foto: Carlos Maya via photopin cc

#

Wikiwijs voor het hoger onderwijs: waar liggen kansen? #owd12

In de derde sessieronde van dinsdag schoof ik in een grote zaal aan bij een presentatie van Robert Schuwer (Open Universiteit) over Wikiwijs en dan specifiek gericht op de mogelijkheden die het biedt voor het hoger onderwijs. De concurrentie van de overige sessies in deze ronde bleek moordend te zijn want de zaal was helaas maar door een klein groepje bezoekers gevuld. Jammer want het onderwerp van gebruik, maken en delen van open leermaterialen sloot niet alleen perfect aan bij de keynote van Anka Mulder maar verdient sowieso meer aandacht dan dat het nu krijgt.

Robert blikte eerst terug op de activiteiten die er vanuit Wikiwijs ondernomen zijn dit jaar. Lorenet (waar enkele hoger onderwijsinstellingen voorheen open leermaterialen in opgeslagen hebben) is aangesloten op Wikiwijs, men is druk geweest met een metadateringsstandaard voor vakken/modules in het hoger onderwijs aangezien deze -in tegenstelling tot het overige onderwijs- niet gestandaardiseerd zijn en er is gestart met een zgn. sectorkamer hbo/wo. De sectorkamer is een overlegstructuur met afgevaardigden van hogescholen, universiteiten en SURF dat in het leven geroepen is om de richting en strategie van Wikiwijs voor het hbo/wo te bepalen.

Onderzoek
Dit jaar is er ook een onderzoek uitgevoerd door de OU onder de hoger onderwijsinstellingen in opdracht van SURF en Wikiwijs. Dit had als doel om gebruik en bestaan van collecties van open leermateriaal in kaart te brengen en te inventariseren wat de status is van beleids(vorming) over open leermiddelen in het hbo en wo. Dit heeft geleid tot een rapport OER Hollands Landschap (PDF) waaruit enkele van de resultaten gepresenteerd worden. Hier schreef ik al eerder wat uitgebreider over.

Hoewel 7 universiteiten en 19 hogescholen gereageerd hebben blijkt dat velen niet of nauwelijks actief zijn op gebied van open leermiddelen. Ook is er slechts in heel beperkte mate sprake van een (gedeelde) visie op gebruik van open leermiddelen al geven een paar instellingen aan dat dit wel begint te ontstaan.

In het kader van dit onderzoek zijn er ook interviews gehouden met diverse bestuurders van hogescholen en universiteiten. Deze spreken zich krachtig uit voor het ontwikkelen en gebruiken van open leermiddelen maar ondanks dat lijkt er geen enkele sprake te zijn van een geïntegreerde aanpak waarbij onderwijsinstellingen ook samenwerken om deze doelen te bereiken.

Wat nu?
Wikiwijs wil nu actief instellingen gaan benaderen om materiaal vindbaar te krijgen in Wikiwijs. Hierbij gaat het dus zowel om het ontsluiten van bestaand materiaal en bestaande collecties (denk aan bijv. weblectures) als ook het materiaal rechtstreeks te verkrijgen in Wikiwijs zelf. De noodzaak om ook beleidsmakers bij onderwijsinstellingen te ondersteunen bij het formuleren van beleid rondom open leermiddelen wordt ook gezien door Wikiwijs en dat wil men, samen met SURF, ook gaan oppakken.

Uiteindelijk is het vooral een combinatie van beleid en cultuur die het delen van materiaal vanzelfsprekend moeten gaan maken, of zoals Robert het verwoordde: het inzichtelijk maken van gewin, gemak en genot voor docenten zodat ze ook hun materiaal willen delen.

Open vraag
De presentatie eindigde met de open vraag aan de aanwezigen waar Wikiwijs (meer) aandacht aan zou moeten gaan besteden. Daar kwam vanuit de zaal niet hele concrete input op terug, behalve een mogelijke andere naam en doelstelling om het beter te richten en te promoten richting het hoger onderwijs.

Je eigen instellingsrepository
Zelf sprak ik na afloop met Robert over het (beter) promoten van de mogelijkheid die Wikiwijs biedt om eigen instellingsrepositories onder/bij Wikiwijs zelf in te kunnen richten. Voor de NOH-I doen ze dit al en dat stelt deze hogeschool in staat om op een eigen plek materiaal te verzamelen terwijl er dan zowel binnen de eigen collectie als Wikiwijs-breed gezocht kan worden. Ik blijf van mening dat het (helaas?) essentieel blijft om een eigen verzamelplaats te hebben als instelling zodat beleid en cultuur in elk geval gestimuleerd kan worden met een klein beetje afscherming. Voordat alles meteen helemaal beschikbaar is voor de buitenwereld.

De rechten blijven lastig
Ook zou er meer aandacht moeten zijn bij de instellingen -en dus qua ondersteuning ook bij Wikiwijs- voor de benodigde workflow en redactie. Onderdeel van (te vormen) beleid zijn ook de diverse criteria waar materiaal aan moet voldoen voordat het publiekelijk gedeeld en gebruikt kan worden. Dat zijn o.a. kwaliteitseisen maar ook taalkundig en t.a.v het mogen gebruiken van andermans materiaal in het te delen leermateriaal moet hier goed op gelet worden. Zelf ken ik docenten die zeer teleurgesteld en gedemotiveerd waren toen bleek dat ze hun ontwikkeld materiaal eigenlijk niet mochten delen omdat ze (ook) gebruik maakten van andermans materiaal. Iets dat toegestaan en geregeld is voor het onderwijs dat ze zelf geven maar dat dus niet mag als je het publiek wilt gaan maken in bijvoorbeeld Wikiwijs. Eigenlijk zou deze huidige readerregeling breder gemaakt moeten worden wil open leermateriaal een succes worden.

Een conclusie was er eigenlijk niet aan te verbinden deze sessie maar het gevoel dat er nog ontzettend veel moet gebeuren, dat bleek eens te meer. Mijns inziens toch echt te beginnen met een duidelijke stellingname van alle hoger onderwijsinstellingen om hier serieus werk van te gaan maken. Het zijn toch de kennisinstellingen van Nederland die de motor achter open leermiddelen moet zijn en niet Wikiwijs. Het is te hopen dat bestuurders en beleidsmakers ook goed geluisterd hebben naar Anka Mulder en dat ze een volgende keer wel massaal aanwezig zijn als het over open leermiddelen gaat. De zaal was in ieder geval groot genoeg voor die ambitie.

Kijk het zelf ook nog even na
Deze sessie is ook in zijn geheel opgenomen en beschikbaar op de video pagina van de Onderwijsdagen site. De presentatie is eveneens beschikbaar via Slideshare.

Deze blogpost verscheen eerder op het blog van Dé Onderwijsdagen. De bovenstaande versie is licht gewijzigd met verwijzingen naar eerdere blogposts op Vakblog

#

  • © 2006- 2020 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top