Digitale rechten, ebooks, open leermaterialen en weblectures, je vindt het allemaal op #owd12

Het allerlastigste van een bezoek aan Dé Onderwijsdagen is altijd het kiezen. Dit jaar heeft de organisatie het wel iets eenvoudiger gemaakt door het programma per dag te focussen op hoger onderwijs enerzijds en middelbaar beroepsonderwijs, voortgezet onderwijs & primair onderwijs anderzijds maar het zijn nu wel drie dagen geworden! Dat betekent nog steeds dat er veel te kiezen is in het uitgebreide programma, waar je interesses ook mogen liggen.

Keuzes heeft de organisatie ook gemaakt door wederom een aantal edubloggers te vragen verslag te doen van alle drie de dagen. Een goede keuze natuurlijk want op die manier kun je als bezoeker ook nog wat leren van al die sessies en sprekers die je niet kunt bezoeken. Je kunt immers niet tegelijkertijd bij drie sessies zitten, nietwaar?

Als edublogger die vooral vanuit het perspectief van bibliotheken en informatievoorziening naar het onderwijs en ICT ontwikkelingen kijkt, heb ik dit jaar ook weer last van het moeten kiezen. Mijn interesses (en blogonderwerpen) liggen vooral bij digitale rechten, ebooks, open leermaterialen en weblectures maar zelfs op die ene dag dat ik aanwezig ben (de dinsdag met het programma voor het hoger onderwijs) wordt het al lastig kiezen.

Vanochtend heb ik het programma meerdere keren doorgenomen, was ik blij dat ik in ieder geval niet hoef te kiezen tussen meerdere goede keynotes, en heb ik mezelf een voorlopig programma gemaild. Daar moet ik nog steeds in kiezen … ga ik voor auteursrecht en weblectures? Of toch voor de learning analytics? Auteursrecht en weblectures denk ik dan toch maar.

In de middag wordt het nog erger! De dubbelsessie Aan de slag met ebooks van collega edubloggers Pierre en Frank? Of aanhoren wat Alexander Klöpping van plan is met zijn Universiteit van Nederland? Of toch over open leermaterialen en digitaal toetsen? Misschien toch maar er vanuit gaan dat Pierre en Frank hun eigen sessie uitgebreid behandelen op dit blog? Lastig, lastig!

Dat zou de keuze in elk geval voor de laatste sessieronde terugbrengen naar nog slechts twee keuzes. Wederom eentje over weblectures en een andere interessante over Wikiwijs. Wellicht een collega vragen om naar de weblectures te gaan en dan ga ik naar Wikiwijs?!

Hoe dan ook, er is genoeg te doen, genoeg te zien en genoeg te leren tijdens Dé Onderwijsdagen 2012. Welke keuzes ik maak, dat kun je hier teruglezen in de vorm van een verslagje van elke bezochte sessie. Wie weet zie ik je wel in dezelfde zaal zitten of spreken we elkaar tijdens andere momenten. Daar zijn Dé Onderwijsdagen natuurlijk ook voor bedoeld.

(deze blogpost verscheen eerder op het blog van Dé Onderwijsdagen)

#

Hoe OER Hollands zijn open leermaterialen al?

Over Open Educational Resources (OER), of open leermaterialen, heb ik het al diverse keren gehad de laatste jaren.  Over de link tussen OER en Creative Commons, over het eigenaarschap van OER in het hbo,  de relatie tussen open leermaterialen en de Readerregeling en hoe het een (deel)oplossing biedt voor gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in het onderwijs.

Er zijn vele redenen te bedenken, praktische en ideologische, waarom je als hoger onderwijsinstelling aan de slag zou moeten gaan (en willen) met Open Educational Resources maar de praktijk is een stuk weerbarstiger natuurlijk. Om de stand van zaken in kaart te brengen bij de hoger onderwijsinstellingen heeft de Open Universiteit, in opdracht van SURF en Wikiwijs, dit jaar een onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoeksrapport OER Hollands Landschap (PDF) blijkt dat veel instellingen inmiddels iets doen met open leermaterialen maar dat er grote verschillen zijn in wel of niet aanwezig beleid, interne ondersteuning en wat er allemaal onder open leermaterialen gerekend wordt.

De gehanteerde definitie voor Open Educational Resources in het onderzoek is ook (noodzakelijkerwijs) ruim:

“Open Educational Resources zijn open leermaterialen die online beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van deze materialen is onder voorwaarden toegestaan. Er zijn geen restricties aan de vorm van de leermaterialen. Het kan gaan om losse leermaterialen zoals artikelen, presentaties of weblectures, maar ook om samengestelde leermaterialen zoals Open Courseware.”

Uit onderzoek blijkt
Ongeveer de helft van de hogescholen en universiteiten hebben meegewerkt aan dit onderzoek waarbij in het rapport zelf al geconcludeerd wordt dat er nog nauwelijks sprake is van een gedeelde visie op open leermaterialen (beeld van de toekomst) in de sector hoger onderwijs. Vooral bij de hbo’s blijkt de visie en gedeeld beleid te ontbreken door gebrek aan expertise als het om OER gaat. Toch zijn er wel 7 onderwijsinstellingen (waaronder 2 hbo’s) die aangeven dat er collecties met open leermateriaal beschikbaar zijn gemaakt. Als je dan verder kijkt dan gaat het bij universiteiten vaak om volledige cursussen (open courseware) en weblectures, terwijl de 2 hbo’s ook met videoregistratie van hoorcolleges bezig zijn. iTunesU en de eigen instellingswebsites zijn dan vooral de platformen die gebruikt worden voor het aanbieden ervan.

Nu weet ik zeker dat er, kleinschaliger misschien, bij aanzienlijk meer dan die 5 universiteiten en 2 hbo instellingen initiatieven zijn rondom open leermaterialen. Bijna alle universiteiten en zeer veel hogescholen produceren weblectures en kennisclips maar dit lijkt niet terug te komen in het rapport. Ook lijkt de bijna totale afwezigheid van in Wikiwijs geplaatst materiaal (op pagina 24 is er sprake van 1 instelling) haaks te staan op het grote gebruik ervan. Iemand moet toch dat materiaal produceren, niet waar?

En nu?
Beleid, visie en praktijk moeten overduidelijk nog beter bij elkaar komen in het Nederlandse hoger onderwijs als het gaat om kennisdeling, open access en open educational resources. Er zijn veel goede voorbeelden en initiatieven in die praktijk, er zijn ook diverse bestuurders van hogescholen en universiteiten (video) met visie hierop maar een geïntegreerde aanpak waarbij de hoger onderwijsinstellingen ook met elkaar samen werken -en opgedane kennis/expertise rondom OER met elkaar delen!- laat op zich wachten. Juist van kennisinstellingen zou je meer mogen verwachten eigenlijk.

Ook op het niveau van individuele instellingen zou dit onderwerp meer aandacht moeten krijgen, vooral omdat open access en open leermaterialen geen geïsoleerde ontwikkelingen zijn. Gisteren sprak ik met een docent over de problematiek om studenten van lerarenopleidingen te voorzien van goede digitale onderwijsmethoden die door educatieve uitgevers uitgegeven worden. Veel van die educatieve uitgevers richten zich in hun digitale ontwikkelingen rechtstreeks op de student als klant waarbij aankomende leraren (en hun docenten op de opleiding) dus maar zelden kunnen beschikken over alle methoden die zij in hun onderwijs zouden willen gebruiken. Met de ironie dat veel van die onderwijsmethoden geschreven worden door docenten van lerarenopleidingen van hbo instellingen.

Nu moet je het proces van een uitgever om goede schrijvers te vinden en te begeleiden absoluut niet onderschatten maar het blijft bizar dat door instellingen zelf geproduceerd lesmateriaal niet gedeeld wordt binnen en tussen de instellingen, maar via uitgevers als sigaar uit eigen doos terug gekocht moeten worden. De uitdaging van zelf met open leermaterialen aan de slag te gaan als onderwijsinstelling zou vooral de uitdaging moeten zijn om ipv alleen kennisoverdracht vooral de expertise en kennis te ontwikkelen om die kennis ook te produceren, faciliteren en uit te geven. Dat zou de verbinding kunnen geven tussen beleid en praktijk en wellicht tot echte grote stappen kunnen leiden.

Het zal nog even duren voordat je kunt stellen dat open leermaterialen OER Hollands zijn.

@ foto: Ewa Rozkosz via photopin cc
Verder lezen: “Open Educational Resources – a Historical Perspective” // Nederlands hoger onderwijs zet stappen met open leermaterialen // OER bij SURF

#

Gezocht: docenten die echt open digitaal leermateriaal gebruiken

“Helft gebruikt digitaal leermateriaal door docenten is open” was de kop van menig nieuwsartikel vorige week naar aanleiding van de onderzoeksrapportage van het Wikiwijs-onderzoek 2012 onder 1.568 docenten uit het po, vo, mbo, ho en wo. Ik las het eerst bij de Open Universiteit, toen bij e-learning.nl en daarna nog een keer op de site van Informatie Professional.

Ik las dat drie keer omdat die constatering nogal afwijkt van mijn eigen ervaringen. Ik werd er overigens niet heel veel wijzer van om het drie keer na te lezen want alle stukjes bevatten ongeveer dezelfde citaten uit de (samenvatting van de) onderzoeksrapportage zelf (PDF). Met meer dan 150 pagina’s is dat ook niet iets dat je snel even doorleest maar goed, ik poogde wat meer te vinden over de precieze definitie van open leermaterialen. Na jaren over auteursrechten en leermiddelen gesproken te hebben met docenten in het hoger onderwijs kan ik mij namelijk niet aan de indruk onttrekken dat hun definitie van open leermaterialen enigszins afwijkt van de mijne.

Op pagina 6 van het rapport is al meteen (netjes) te vinden:

Docenten gebruiken ongeveer net zoveel open als gesloten digitale leermaterialen (resp. 52% en 48%). Met open leermateriaal wordt digitaal materiaal bedoeld dat online vrij beschikbaar is voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van deze materialen is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Er zijn geen restricties aan de vorm van deze leermaterialen. Bij gesloten leermateriaal is dit niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat het auteursrecht dat verbiedt, of omdat het materiaal door zijn vorm (bijvoorbeeld een digitaal boek) niet door een ander kan worden aangepast.

Dat is wel iets uitgebreider samengevat dan wat er aan al die docenten daadwerkelijk gevraagd is. In de bijlagen vind je die namelijk ook terug en daar staat redelijk summier: OPEN materialen kun je gratis gebruiken, zijn vrij te bewerken en te verspreiden. GESLOTEN materialen zijn doorgaans niet gratis en worden vaak bij een methode geleverd.

En nu wil ik niet heel flauw doen maar de gemiddelde docent die *ik* ken -en ja, ik scheer nu wel alles over 1 kam- lijkt onder open leermateriaal te verstaan wat hij of zij gratis ergens kan vinden. Dat sluit ook wat nauwer aan bij de feitelijke vraagstelling dan de nuance die in de samenvatting bij de conclusies wordt aangebracht. Als je dan ook nog bedenkt dat de meerderheid van hbo docenten Nederlandstalig leermateriaal gebruikt/maakt en dat Wikiwijs juist voor hbo docenten nog geen enorm grote collectie heeft (hbo kwam redelijk laat als sector erbij in Wikiwijs), dan durf ik toch wel enige kanttekeningen te plaatsen bij de conclusies.

Zo vind je o.a. ook nog terug dat:  (pagina 27) In het [..] het hoger onderwijs wordt juist meer gebruik gemaakt van open digitale leermaterialen (hbo/wo:65%) en (pagina 28) Het meest gebruikte digitale materiaal bestaat uit audio- of videofragmenten. Ook blijkt de populatie voor het ho uit 177 personen (=12%) te bestaan.

Dus wat zegt dit onderzoek nou precies? Zou meer dan de helft van docenten in het hoger onderwijs “echt” open digitaal leermateriaal gebruiken? Conform de definitie die ook in de samenvatting te vinden is? Of is het aannemelijk dat docenten bij deze vraag simpelweg alles hebben meegenomen wat ze op internet (YouTube, Uitzending Gemist, Academia) gratis gevonden en gebruikt hebben? Het wil er bij mij in ieder geval niet in dat de meerderheid van docenten, of zelfs van die 177 respondenten, correct onderscheid maakt tussen open en gesloten leermateriaal. Maar wie weet zit ik er gewoon naast?

Laat ik zelf dan de vraag stellen: ben je (of ken je) een docent in het hoger onderwijs die open digitaal leermateriaal gebruikt voor je lessen? En dan met de definitie dat met open leermateriaal digitaal materiaal wordt bedoeld dat online vrij beschikbaar is voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van deze materialen is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Bij gesloten leermateriaal is dit niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat het auteursrecht dat verbiedt, of omdat het materiaal door zijn vorm (bijvoorbeeld een digitaal boek) niet door een ander kan worden aangepast.

Voel je vrij om met een comment je ervaring of mening te geven. Ik ben oprecht benieuwd.

@foto freshelectrons via photo pin cc

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top