De Easy Access afkoopregeling voor auteursrecht in het hbo

Sinds ruim tien jaar sluit de Vereniging Hogescholen (VH), en daarvoor de HBO-Raad, met de stichting Uitgevers
voor Onderwijs (UvO, vroeger PRO geheten) driejaarlijks een overeenkomst over het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken in het onderwijs. Deze Readerregeling is een concrete uitwerking van de mogelijkheden die in de onderwijsexceptie in de Auteurswet geboden worden en bevat afspraken over hoeveel er overgenomen mag worden door docenten en wat de bijbehorende vergoedingen zijn. Deze Readerregeling is (met terugwerkende kracht) per 1 januari 2021 vervangen door een Easy Access regeling die meer mogelijkheden biedt voor het (hbo) onderwijs en veel oude problemen moet oplossen.

Van Readerregeling naar Easy Access

De readerregeling heeft een lange geschiedenis die nog veel verder terug gaat dan 10 jaar. De oorspronkelijke readerregeling regelde weliswaar precies hetzelfde – hoeveel er overgenomen mocht worden uit boeken en tijdschriften – maar dit was in een tijd waarin papieren readers en syllabi de boventoon voerden en de repro-afdelingen van hogescholen eenvoudig konden registreren & doorgeven wat er gebruikt werd.

Zo rond 2008, 2009 werd een eerste poging gedaan om de regeling te actualiseren aangezien overnames meer en meer in digitale leeromgevingen kwamen te staan en het aantal readers/syllabi geleidelijk begon af te nemen. Die poging was nogal karig want het stelde niet meer voor dan het 1 op 1 doorzetten van wat er in papieren readers toegestaan was naar modules in de ELO. Het bleven overnames waarbij er woorden en afbeeldingen geteld moesten worden – want zo ging dat op papier – ook al waren er geen repro-afdelingen meer betrokken. Die plaatsen en beheren geen digitale leeromgevingen natuurlijk.

Vragen over wat er qua auteursrecht mogelijk was, inclusief de ondankbare taken om daar toezicht op te houden, kwamen ineens bij de bibliotheken van de hogescholen terecht. Die verenigden zich in 2010 in het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo en zetten zich sindsdien in om adviezen over auteursrechtkwesties aan hun docenten en onderzoekers te geven maar ook om een betere regeling te bewerkstelligen die zowel voor de hogescholen als uitgevers minder rompslomp oplevert.

En dat is een lange route gebleken. Al in de zomer van 2017 begonnen de eerste gesprekken tussen de Vereniging Hogescholen en de uitgevers over hoe de nieuwe regeling er uit zou moeten zien. Het uitgangspunt ‘high trust, low control’ bleek niet gemakkelijk toepasbaar te zijn op de vele uitwerkingen en veranderingen die nodig waren. In tegenstelling tot de oude regelingen konden nu alle voorstellen direct getoetst worden aan de praktijk via de adviezen van het NAI-hbo en ook al heeft het ruim 3 jaar geduurd, er ligt nu een betere versie van de afkoopregeling dan ooit tevoren.

Easy Access afkoopregeling

Met een nieuwe regeling komt een nieuwe naam. Nou ja, niet helemaal nieuw want de universiteiten kennen al sinds 2017 een Easy Access regeling die op het eerste oog ook nog eens lijkt op die van het hbo. In beide wordt de overname van boeken opgehoogd van het oorspronkelijke 10.000 woorden naar maximaal 50 pagina’s (tot max. 25% van het werk) en geldt die paginagrens ook voor de tijdschriften.

Maar verder zijn de beide Easy Access regelingen redelijk verschillend.

Voor het hbo hebben we behalve het uitgangspunt ‘high trust, low control’ ook vastgehouden aan het gegeven dat een nieuwe regeling niet alleen maar het maken van afspraken met uitgevers dient te zijn als uitwerking van de onderwijsexceptie. Nee, het is een afkoopregeling en daarin regel je normaliter de zaken op een dermate wijze dat je het gemakkelijker voor jezelf maakt. In plaats van heel veel moeite doen om elke individuele overname te verantwoorden in een reader, ELO module of Microsoft Team omgeving, koop je dat af zodat je niet al die moeite hoeft te doen. Je betaalt om het overgrote (reguliere) gebruik van overnames in het onderwijs geregeld te hebben zonder dat docenten met formulieren, aanvraagprocedures en administratieve rompslomp geconfronteerd moeten worden. Afkopen van het reguliere gebruik en faciliteren van wat extra nodig is. Plus voorkomen en bestrijden van excessen.

Wat is dan regulier gebruik?

Dat is een beetje lastig te bepalen natuurlijk maar kijkend naar huidige overnames (en wat uitgevers hier maximaal in willen doen) kom je voor boeken (voorlopig) uit op maximaal 50 pagina’s uit 1 (studie)boek. Tot een maximum van 25% van het boek. Dat trekken we gelijk met de tijdschriften en dus mogen daar ook 50 pagina’s uit gebruikt worden onder de nieuwe regeling.

Afbeeldingen gebruiken in Powerpoints (en ELO modules) was al mogelijk in het hbo dankzij afspraken met Stichting Pictoright maar deze zijn verruimd en ook rechtstreeks opgenomen in de Easy Access regeling: maximaal 50 afbeeldingen in een (Powerpoint)presentatie, maximaal 25 uit het oorspronkelijk werk en maximaal 10 werken van dezelfde maker.

Bladmuziek heeft ook een forse uitbreiding gekregen aangezien de oude overnamegrens onwerkbaar was. Bladmuziek valt nu onder dezelfde limiet van 50 pagina’s waarmee in de praktijk 25% van de bladmuziek gebruikt kan worden ter toelichting in het onderwijs.

Niet alleen wat maar vooral HOE

Inhoudelijk is de Easy Access regeling zeker niet spannend. Het grote verschil met de eerdere regeling – en de Easy Access regeling van de universiteiten – is dat het vooraf en achteraf verantwoording afleggen verdwenen is. Docenten hoeven niet meer allerlei afspraken en procedures te volgen om overnames in hun onderwijsmateriaal te gebruiken en er worden geen controles van de digitale leeromgevingen uitgevoerd door Stichting UvO.

Dit is/wordt vervangen door een set aan afspraken en samenwerking tussen de Auteursrechten Informatie Punten van de hogescholen en Stichting UvO. Hierbij ligt de focus op het zelf inzichtelijk krijgen van overnames binnen de eigen hogeschool en het inzage geven/melden van overnames aan Stichting UvO die de omvang overstijgen zoals die in de Easy Access afkoopregeling afgesproken zijn. Docenten kunnen overnames tot 50 pagina’s/25% van het werk vrijelijk doen en kunnen grotere overnames via het eigen Auteursrechten Informatie Punt aanvragen. Of die dan via UvO, met een rechtstreekse licentie, eventuele open access beschikbaarheid of op een andere manier gefaciliteerd kunnen worden, daar gaan we de komende jaren mee aan de slag. Een werkgroep van het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten zal periodiek met Stichting UvO om de tafel gaan om deze nieuwe samenwerkingsroute vorm te geven.

#

Auteursrecht (van bladmuziek) in de onderwijspraktijk

Vorige week gaf ik een presentatie over auteursrecht aan docenten en medewerkers van de Amsterdamse Hogeschool voor de kunsten (AHK). Op zich niet heel bijzonder want ik heb wel vaker (uitgebreide) presentaties gehouden over de combinatie van auteursrecht en het hoger onderwijs. Vooral na of tijdens een controle van Stichting PRO komen er veel vragen over wat er wel (en niet) mag ter toelichting van het onderwijs.

Wat deze presentatie voor mij bijzonder maakte waren de vragen vanuit de AHK over het gebruik van bladmuziek in de les. Er zijn niet veel hogescholen waar muziekonderwijs gegeven wordt en ik zelf had me er in ieder geval nog niet eerder in hoeven verdiepen aangezien dat bij Windesheim niet voorkomt. Tot mijn verrassing bleek het helemaal niet gemakkelijk te zijn om er achter te komen wat je wel en niet mag als docent met bladmuziek in je onderwijs. Sterker nog, ik eindig deze blogpost niet met een conclusie maar met mijn eigen vragen. Sorry.

De presentatie

Ik heb diverse keren over de (meeste) onderwerpen geschreven in mijn presentatie. Dat ga ik niet nog een keer samenvatten en dus verwijs ik je graag naar een selectie van eerdere blogposts hierover:

Bladmuziek is een ander verhaal

Op het eerste gezicht lijken de afspraken rondom bladmuziek niet anders te zijn dan voor boeken of tijdschriften. In de onderwijsexceptie (artikel 16 Aw) staat beschreven dat ‘verveelvuldiging of openbaarmaking van gedeelten’ van auteursrechtelijk beschermde werken ter toelichting van het onderwijs geen inbreuk vormt op het auteursrecht. Voor de opname van die gedeelten van werken in readers of digitale leeromgeving moet echter wel een ‘billijke vergoeding’ aan de rechthebbende(n) -de uitgever of de auteur- betaald worden.

In de readerovereenkomst die de hogescholen met Stichting PRO (en daarmee de rechthebbenden) hebben staat ook de definitie opgenomen van wat een gedeelte – of korte overname – is bij bladmuziek: voor een liedtekst maximaal één couplet en één refrein. En bij notenschrift maximaal vijf notenbalken met een maximum van 20% van het originele werk. Zolang je als docent binnen die grenzen blijft mag je dit dus gebruiken in een reader en valt dat onder de afkoopregeling.

Toen ik nazocht wat de andere hogeschool voor de kunsten (Codarts) als regel hanteerde, bleken zij een andere interpretatie (afgesproken?) te hebben. Voor teksten uit vocale muziekwerken geldt dat overname tot een maximum van 100 regels is toegestaan mits niet meer omvattend dan een tiende deel van het gehele oorspronkelijke werk. Voor het notenschrift geldt dat maximaal een halve pagina van het oorspronkelijk werk mag worden overgenomen.

OK, dat wijkt dus behoorlijk af van de readerovereenkomst en dit puntje verhuist daarmee naar de agenda van de eerstvolgende evaluatie van de readerovereenkomst tussen Stichting PRO en het Netwerk van Auteursrechten Informatiepunten.

Zo digitaal is bladmuziek niet in de praktijk

Het wordt echter nog lastiger want er speelt meer bij bladmuziek dan alleen de onderwijsexceptie en de bijbehorende readerovereenkomst. Bladmuziek wordt weliswaar ook in readers gebruikt maar nog veel vaker in de les zelf. Bladmuziek wordt bestudeerd en geanalyseerd door studenten en natuurlijk heb je ook bladmuziek nodig bij een uitvoering in de les. Dat is niet digitaal maar gewoon heerlijk praktisch op papier. En je hebt niets aan een korte overname natuurlijk.

Oftewel, een docent wil dat elke student in de les een eigen (papieren) kopie van de bladmuziek heeft.

En dan krijg je te maken met twee andere beperkingen in de Auteurswet. Artikel 16b Aw die het toestaat dat een student voor eigen oefening, studie of gebruik een (fysieke) kopie maakt van een partituur. In dat artikel word weliswaar gesteld dat het maar om een klein gedeelte van het werk mag gaan maar dat is natuurlijk niet te controleren of te handhaven. Als een docent een orgineel beschikbaar stelt en de studenten daar zelf kopieën van maken dan levert dat in de praktijk geen enkel probleem op.

Reprorecht

De tweede beperking in de Auteurswet die relevant lijkt te zijn is het reprorecht. Artikel 16h Aw stelt dat reprografisch verveelvoudigen van artikelen en (gedeelten van) boeken geen inbreuk is als daar een billijke vergoeding voor betaald wordt. De Stichting Reprorecht heeft, behalve voor bedrijven, ook een regeling voor het onderwijs hiervoor. Die heeft zijn oorsprong liggen in de algemene maatregel van bestuur van 27 november 2002 die verdere invulling gaf aan het reprorecht. In dit Besluit reprografisch verveelvoudigen werden de mogelijkheden uitgebreid voor overheidsinstellingen, bibliotheken en onderwijsinstellingen.

Artikel 4 van dat besluit geeft aan dat je papieren kopieën mag maken van werken indien de verveelvoudigingen worden vervaardigd ten behoeve van degenen die het onderwijs volgen of die voornemens zijn een examen af te leggen, mits het verveelvoudigen geschiedt ter noodzakelijke aanvulling van de in de leerplannen en studieprogramma’s per vak voorgeschreven of aanbevolen leerboeken. Het aantal verveelvoudigingen mag niet groter zijn dan het aantal leerlingen of studenten dat de verveelvoudigingen nodig heeft, hetzij voor het volgen van het onderwijs, hetzij met het oog op een af te leggen examen.

Dat is handig want dat geeft de ruimte aan docenten om – binnen een regeling met Stichting Reprorecht – kopietjes te maken van artikelen of een hoofdstuk uit een boek. Als je dertig studenten in je les hebt zitten en je komt een interessant artikel tegen in een vaktijdschrift, dan kun je dertig kopietjes maken en uitdelen in de les.

Dit valt strikt genomen niet onder de readerovereenkomst (hoewel het daar ook prima onder te scharen is mijns inziens) want het mag onder het reprorecht ook gaan om materiaal ter noodzakelijke aanvulling van de in de leerplannen en studieprogramma’s per vak voorgeschreven of aanbevolen leerboeken, aldus het artikel.

Nou, dat klinkt ook als de perfecte oplossing voor docent van een hogeschool voor de kunsten om bladmuziek te kopiëren en uit te delen aan elke student in zijn of haar les, nietwaar? Zeker als het ter aanvulling is van de materialen die door een docent voorgeschreven zijn en die door een student gekocht zijn.

En nu wordt het pas echt onduidelijk

Bladmuziek lijkt ook onder de reprorechtregelingen te vallen. Kijk op je de site van Stichting Reprorecht, dan vind je bladmuziek gewoon in het overzicht met categorieën van de verdeling van de reprorechtvergoedingen. In 2015 blijkt ook gemiddeld 1% van de verdeelde vergoedingen van bladmuziek afkomstig te zijn.

Prettig geregeld, wilde ik aan de AHK melden in mijn presentatie. Ga het gesprek met Stichting Reprorecht aan en laten we kijken hoe we dit netjes kunnen regelen. De bladmuziekregeling voor het hoger onderwijs die je wist dat zou komen.

Totdat ik toevallig de toelichting las bij het besluit reprografisch verveelvoudigen zoals dat in het Staatsblad stond:

Het kopiëren van bladmuziek valt niet onder de regeling. In artikel 16h is, anticiperend op de richtlijn 2001/29/EG [de Europese auteursrechtrichtlijn] […] niet voorzien in de mogelijkheid om tegen betaling van een vergoeding bladmuziek te kopiëren. Het besluit voorziet evenmin in deze mogelijkheid en voorziet daarmee in tijdige uitvoering van de richtlijn die uiterlijk op 22 december 2002 geïmplementeerd moet zijn. Voor het kopiëren van bladmuziek geldt het verbodsrecht. Een en ander laat onverlet het reprografisch kopiëren van bladmuziek voor privé-doeleinden, geregeld in artikel 16b van de wet.

En nu ben ik dus zelf in de war. Bladmuziek mag niet gekopieerd worden onder het reprorecht – de toelichting is daar helder in – maar de Stichting Reprorecht heeft er desondanks een regeling voor? Hebben ze de toelichting nooit gelezen of wordt die om praktische redenen genegeerd? Is er nog kans op een bladmuziekregeling voor het hoger onderwijs of zullen studenten toch maar bladmuziek moeten (blijven) kopiëren voor privé-doeleinden?

Wie kan het mij uitleggen?

Update 31-10-2017: Er blijken geen afwijkende afspraken tussen Codarts en Stichting PRO te zijn m.b.t. overnames uit bladmuziek. Het verandert echter niets aan de conclusie dat de huidige afspraken in de readerregeling en reprorechtregeling niet goed werken in de praktijk. En dat er behoefte is aan een nieuwe regeling voor het gebruik van bladmuziek ter toelichting bij het onderwijs.

@header via Pixabay met een CC0-verklaring

#

Wat mag je (auteursrechtelijk) in het onderwijs met aanvullend toetsmateriaal van uitgevers?

auteursrechtelijk gebruik van toetsmateriaal en aanvullend onderwijsmateriaalVia Marcel, een collega van Avans Hogeschool, kwam de volgende vraag van een docent: In mijn colleges ga ik in op de stof uit een voorgeschreven studieboek en voeg ik aan het einde van dit college enkele multiple choice vragen toe die ik van de site van de uitgever haal. Na afloop van het college plaats ik mijn sheets inclusief vragen op Blackboard. Is dit echter wel auteursrechtelijk geoorloofd?

Marcel voegt er aan toe: Soortgelijke vragen komen onze kant op als docenten een docentenversie hebben van voorgeschreven literatuur die de student moet gebruiken. Deze docentenversie bevat de uitwerkingen van opdrachten (uit het studentenexemplaar) die de docent wil delen met zijn studenten maar het is ze vaak niet duidelijk wat ze nu wel en niet mogen met het docentenexemplaar.

Van wie zou het niet mogen?

Het zijn twee verschillende vragen maar ze liggen wel in elkaars verlengde.  In beide gevallen is er door de uitgever toetsmateriaal beschikbaar gemaakt als aanvulling op het studieboek dat door de uitgever verkocht wordt. En gaat het in beide gevallen om materiaal dat specifiek bedoeld is voor de docenten. In het geval van een speciale docentenversie van een studieboek is het natuurlijk niet de bedoeling dat de studenten kunnen beschikken over de uitwerkingen van de opdrachten die in hun eigen versie van dat boek staan. Het kan dan wat raar aanvoelen als je als docent alsnog de uitwerkingen deelt met je studenten. Alsof je een niet uitgesproken afspraak met de uitgever niet nakomt.

Dit heeft echter niet zo zeer te maken met het auteursrecht. Educatieve uitgevers willen graag hun studieboeken tot een verkoopsucces maken en de route om zo veel mogelijk exemplaren te verkopen loopt nou eenmaal via de docenten. Als een docent het materiaal niet gebruikt in zijn of haar les – niet voorschrijft op de literatuurlijst – dan gaan studenten dat vanzelfsprekend ook niet aanschaffen. Dat is de reden dat uitgevers het zo aantrekkelijk mogelijk willen maken voor een docent om hun studieboeken te gebruiken en ze verrijken het fysieke boek dan ook graag met aanvullend achtergrondmateriaal, opdrachten, ander toetsmateriaal of zelfs een complete website die complementair is aan het boek.

Vaak is al dat materiaal beschikbaar voor iedereen die het boek gekocht heeft maar soms is het specifiek voor de docent bedoeld en tja, dan moet je er wel zorg voor dragen dat studenten niet zo maar bij antwoorden en uitwerkingen van opdrachten kunnen komen. Op papier kiezen uitgevers er dan soms voor om een aparte docentenversie van een boek uit te brengen die niet op reguliere wijze (door studenten) besteld kunnen worden en digitaal wordt het achter een inlog gezet waarbij je moet aantonen dat je docent bent.

Wil je als docent echter dat materiaal, dat voor jou bedoeld is, weer delen met studenten? Dan kan dat zonder problemen. Nadat je de uitwerking van een opdracht besproken hebt kun je die gewoon delen en dat geldt ook voor multiple choice vragen, proefexamens of wat dan maar ook.

Maar wel binnen auteursrechtelijke grenzen natuurlijk

Qua auteursrecht maakt het niets uit of je materiaal uit een regulier studieboek, een studentenversie of een docentenversie wilt gebruiken in het onderwijs. Al die werken zijn auteursrechtelijk beschermd en als je delen ervan wilt plaatsen in de elektronische leeromgeving voor studenten dan geldt daar de readerovereenkomst voor. Dit is een uitwerking van de onderwijsbeperking in de Auteurswet in de vorm van een afkoopregeling waarbij ten behoeve van het onderwijs tot 10.000 woorden uit een (studie)boek mag worden gebruikt in een reader of elektronische leeromgeving zonder dat daar toestemming van de uitgever of auteur nodig is. Of de uitgever het wel een goed idee vindt dat je de uitwerkingen uit een docentenversie deelt met je studenten is daarmee dus niet meer van belang. Dat mag (en moet) je zelf bepalen.

Het geldt dus ook in die – sporadische – gevallen dat er bij het aanvullende materiaal vermeld staat dat je het niet voor bepaalde doeleinden mag gebruiken. Ook al is het auteursrecht een verbodsrecht, als je dat materiaal gebruikt conform de voorwaarden van één van de uitzonderingen in de Auteurswet dan heb je geen toestemming nodig en kan de rechthebbende je het dus ook niet verbieden.

Vroeger zag je bijvoorbeeld nog wel eens een sticker op een dvd zitten waarop stond dat het niet voor educatieve doeleinden gebruikt mocht worden. De vertoningsbeperking uit artikel 12, lid 5 Aw, staat een docent echter toe om de dvd desondanks gewoon te mogen vertonen in de les.

auteursrechtelijk gebruik van toetsmateriaal en aanvullend onderwijsmateriaal

Multiple choice vragen zijn geen (studie)boeken natuurlijk. De multiple choice vragen die de docent van de site van de uitgever heeft gehaald zijn in beginsel echter ook beschermd door het auteursrecht hoewel hier geen strakke afbakening in te maken is. De vraag is namelijk of een multiple choice vraag gezien kan worden als een werk.

Om iets als een werk te mogen bestempelen moet er sprake zijn van een eigen oorspronkelijk karakter en een persoonlijk stempel van de maker. Je moet dus wel een formulering kiezen die niet simpelweg ontleend is aan een al bestaand iets en waar je als maker eigen creatieve keuzes in gemaakt hebt. Een simpele opsomming van enkele feiten kan dan als banaal en triviaal gezien worden (Wat is de hoofdstad van Nederland? a) Den Haag, b) Zwolle of c) Amsterdam?) en dergelijke vragen zouden dan niet als een werk gezien hoeven te worden.

Je mag echter verwachten dat de multiple choice vragen die door een uitgever gemaakt worden om de inhoud van een specifiek studieboek te toetsen wel degelijk als werken gezien mogen worden. Het is dan ook verstandig om van dezelfde voorwaarden uit te gaan als van het overnemen uit een boek en maximaal 10.000 woorden als aanvulling op je sheets in de elektronische leeromgeving te zetten. In de praktijk zal echter geen uitgever eisen dat een docent de (zelf)toetsvragen, die door de uitgever zelf verspreid worden, niet in de elektronische leeromgeving mag plaatsen. Twijfel je ondanks het bovenstaande nog steeds of je het mag gebruiken? Neem dan contact op met de uitgever en vraag het expliciet na.

@afbeelding via Pixabay met CC0 verklaring

#

  • © 2006- 2021 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top