open access hogeschoolbibliotheken

Hogeschoolbibliotheken en (groene route) open access

Wat kunnen hogescholen doen om het open access publiceren van afstudeerwerken, vakpublicaties, leermateriaal en onderzoekspublicaties te stimuleren? Dat was één van de vragen die de hogescholen zichzelf stelden tijdens het seminar ‘Open access doen we samen’ afgelopen september. Het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) schaart zich nu achter de groene route van open access publiceren en wil samen met alle hogeschoolbibliotheken serieus werk maken van open access. Maar wat zijn de plannen dan?

Wat was open access ook al weer?

Open access is een brede beweging die streeft naar vrije, gratis online toegang tot wetenschappelijke informatie, zoals publicaties en data. Als iedereen de inhoud kan lezen, downloaden, kopiëren, distribueren, printen, indexeren, in het onderwijs gebruiken, ernaar en erin zoeken, of anderszins gebruiken binnen de wettelijk geldende afspraken, wordt de publicatie ‘open access’ genoemd (bron).

Als er over open access gesproken wordt is de context bijna altijd de academische wereld – en gaat het vooral over wetenschappelijke publicaties – maar het principe is net zo goed van toepassing op de publicaties en data die in het hbo geproduceerd worden. Enerzijds zijn dat bijvoorbeeld afstudeerwerken van studenten en leermateriaal dat door docenten ontwikkeld is maar anderzijds wordt er ook veel onderzoek in het hbo gefinancierd met publiek en publiek-privaat geld dat eveneens vak- en onderzoekspublicaties oplevert die nu maar zelden vrijelijk online beschikbaar worden gesteld.

Wat betekent dat voor hogescholen en hogeschoolbibliotheken?

Voor hogescholen, en vooral hogeschoolbibliotheken, betekent dat vooral dat er gezocht moet worden naar een eigen invulling. Hoewel er geleerd kan worden van hoe universiteiten en onderzoeksinstituten dit aanpakken, heb je in een hogeschool nou eenmaal niet veel en vaak te maken met wetenschappers die in gerenommeerde tijdschriften van wetenschappelijke uitgevers publiceren. En dat is wel een belangrijk onderscheid want er zijn twee zeer verschillende manieren om open access te publiceren. De één hoort meer bij de traditionele wetenschappelijke publicaties bij de uitgevers zelf terwijl de andere manier meer ruimte laat voor een eigen aanpak en oplossing.

De eerste manier is om een artikel in een OA-tijdschrift te publiceren. Dit wordt ook wel de gouden publicatieroute (‘Golden Road’) naar OA-publiceren genoemd;

Een tweede manier is om een artikel te publiceren in een niet-Open Access-tijdschrift (of een ander medium) waarna het artikel (na publicatie dus) óók gepubliceerd wordt in een institutionele repository. Dit heet de groene publicatieroute (‘Green Road’) naar open access publiceren of ook wel zelfarchivering. Een institutionele repository is een archief van digitale publicaties die geschreven zijn door medewerkers van die instelling en wordt beheerd door de instelling zelf. Bijna alle hogeschoolbibliotheken beschikken over zo’n eigen repository (SURFSharekit)

De universiteiten zetten zich al jaren in voor open access en doen dit vooral door wetenschappelijke uitgevers te dwingen overtuigen om publiceren in open access tijdschriften mogelijk te maken. Dit mede onder druk van staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) die eind januari 2013 een brief aan de Tweede Kamer schreef waarin hij zijn beleid aankondigde.

Over een aantal jaren moet 100% van de wetenschappelijke publicaties, die met publiek geld gefinancierd zijn, open access beschikbaar zijn. Zijn eigen voorkeur gaat uit naar de gouden route en dat is ook de insteek geworden van de onderhandelingen die met de wetenschappelijke uitgevers gevoerd worden door de universiteiten. Met succes want met de meeste wetenschappelijke uitgevers zijn inmiddels afspraken gemaakt om open access te kunnen publiceren. Overigens besloten de Europese ministers van Onderzoek en Innovatie eind mei 2016 unaniem dat in 2020 alle wetenschappelijke publicaties over resultaten van publiek en publiek-privaat gefinancierd onderzoek voor iedereen vrij beschikbaar moeten zijn. Er zit dus best wel haast bij.

Een praktische aanpak?

Die druk zal ongetwijfeld gevoeld worden door de wetenschappelijke insitututen en universiteiten maar er wordt nog nauwelijks naar de hogescholen gekeken. De minister van OCW heeft in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs weliswaar ambities geformuleerd t.a.v. open en online hoger onderwijs maar dat is beperkt tot een streven naar het open beschikbaar stellen van onderwijsmateriaal in 2025 door alle docenten aan Nederlandse hoger onderwijs instellingen. Wat ook een enorm ambitieus streven is maar dat terzijde.

Gelukkig is het niet zo dat de hogescholen nog helemaal niet aan open access doen. Al sinds 2006 worden door tientallen hogescholen afstudeerwerken van studenten online beschikbaar gesteld en krijgen die steeds vaker een gebruiksrecht mee waardoor ze ook echt open access zijn. Een aantal hogescholen heeft een publicatiebeleid waarin studenten, docenten en onderzoekers gestimuleerd of zelfs verplicht worden open access te publiceren. In 2009 tekenden ook de hogescholen al de Berlin Declarion maar bleef het allemaal wel een beetje hangen. Want hoe pak je dit nou handig en praktisch aan? Daar houden hogescholen namelijk van.

Samenwerkende hogeschoolbibliotheken

Vanuit het perspectief van de hogeschoolbibliotheken ligt de focus in elk geval op de groene route van open access publiceren. Of het nou gaat om afstudeerwerken van studenten, leermateriaal van docenten of vak- en onderzoekspublicaties uit praktijkgericht onderzoek, ze moeten ook beschikbaar zijn via de repositories van de hogescholen. En dat betekent dat je je als hogeschoolbibliotheken een standpunt moet innemen om die groene route ook mogelijk te gaan maken. Om daarmee dan ook afspraken te gaan maken met alle uitgevers en partijen, waar nu die hbo publicaties gepubliceerd worden, voor het achteraf open access maken van diezelfde publicaties.

De eerste stap is nu genomen. Twee weken geleden liet het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken weten met open access aan de slag te gaan:

Het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) spreekt zich uit voor de ‘groene route’ van open access publiceren. SHB wil met deze keuze bijdragen aan de doelstelling om 100% open access publiceren in 2020 mogelijk te maken. Aanleiding voor de standpuntbepaling was het seminar ‘Open Access doen we samen’ van 27 september 2016. Het SHB geeft hiermee tegelijkertijd invulling aan de doelstellingen van het Nationaal Plan Open Science, dat op 9 februari 2017 is gepresenteerd.


Het SHB (een samenwerkingsverband van 32 hogeschoolbibliotheken dat sinds 2003 bestaat) kiest nadrukkelijk voor de zgn. “Groene route” van open access publiceren onder vermelding van een Creative Commons-licentie die vrij hergebruik mogelijk maakt. Bij de ‘groene route’ plaatst een onderzoeker of student een artikel in een publiek toegankelijke database (repository) waarmee de publicatie beschikbaar komt voor de rest van de wereld. Dit sluit het beste aan bij de publicatie-cultuur binnen de hogescholen. Hogeschoolbibliotheken faciliteren hierbij zoveel mogelijk zowel de auteurs van onderzoeksresultaten (onderzoekers/lectoren/docenten/studenten) als ook de gebruikers hiervan als het gaat om de toegang tot de resultaten – en eventuele achterliggende onderzoeksdata – van het praktijkgerichte onderzoek.

Het hele visiedocument is (natuurlijk) online te lezen maar één van de belangrijkste concrete acties is het komen tot afspraken met uitgeverijen en andere partijen om gepubliceerde werken, die door hbo medewerkers geschreven zijn, standaard ook open access te mogen publiceren in de HBO-Kennisbank.

Deze gesprekken en afspraken moeten enerzijds gemaakt worden omdat docenten en onderzoekers van hogescholen te vaak nog het auteursrecht overdragen aan een uitgever. Door landelijke afspraken met uitgevers te maken hierover namens de hogescholen zou voorkomen moeten worden dat auteurs uit hogescholen hun eigen boeken of artikelen niet meer kunnen (laten) gebruiken.

Anderzijds speelt hierbij ook de “open access-bepaling” die vanaf 1 juli 2015 aan de Auteurswet is toegevoegd. Dit maakt het voor auteurs mogelijk om hun artikelen en andere publicaties na verloop van tijd opnieuw open access te publiceren, ook als de uitgever daar zelf al niet in voorziet.

Artikel 25fa
De maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld.
(Wetten.nl)

In beginsel mogen alle wetenschappelijke artikelen – van auteurs in onderzoeksinstellingen, universiteiten en hogescholen – dat geheel of gedeeltelijk gefinancierd is met (Nederlandse) publieke middelen na verloop van tijd (ook) open access gepubliceerd worden. Mits daarbij de bron vermeld wordt van de oorspronkelijke publicatie en er een redelijke termijn met de uitgever afgesproken is.

Maar wat is een redelijke termijn voor die uitgever? En wie onderhandelt dan met die tientallen uitgevers over de redelijkheid voor de hogescholen?

De werkgroep Licenties van het SHB dus. Die zal, samen met SURF, nieuwe open access overeenkomsten gaan afsluiten met uitgevers waarin afgesproken wordt dat door hogeschoolmedewerkers geschreven werken gedeeld kunnen worden. En welke termijn daarvoor in acht genomen zal worden.

Om zo een eind te gaan maken aan de rare situaties dat bibliotheken uitgevers moeten betalen voor studieboeken, artikelen en andere publicaties die door de medewerkers van de eigen instellingen zijn geschreven. En om zo veel mogelijk van al die publicaties ook vrij toegankelijk en bruikbaar te maken voor iedereen.

Ik heb er zin in!

#

Over Green Open Access, NWO voorwaarden en trusted repositories

green open access NWO repositories

Open Access publiceren

Je zou bijna gaan denken dat staatssecretaris Sander Dekker met het idee van Open Access is gekomen. Onzin natuurlijk want de Open Access-beweging maakt zich al heel wat jaren sterk voor het vrij toegankelijk maken van (actuele) wetenschappelijke informatie. Onderzoeksinstellingen en universiteiten steunen de Berlin Declaration – dat oproept om onderzoeksresultaten in open access te publiceren – en datzelfde geldt ook voor het hbo.

Binnen het Open Access publiceren worden er twee routes onderscheiden: de gouden route (Gold Open Access) waarbij artikelen door de uitgever zelf in Open Access gepubliceerd worden. Dat kan in volledig OA Journals of in hybride tijdschriften die zowel artikelen bevatten die vrij toegankelijk zijn als artikelen die alleen voor abonnees toegankelijk zijn – de auteur, diens werk- of subsidiegever betaalt dan een Article Processing Charge (APC).

Maar ook de groene route (Green Open Access) waarbij artikelen na peer review maar vóór definitieve opmaak door of namens de auteur zelf gearchiveerd worden in een open repository (van de eigen instelling). Daar heeft een uitgever vaak een embargo-periode voor ingesteld. Dit heet self-archiving, is gratis en maakt vaak onderdeel uit van het beleid van het tijdschrift.

Dat er meer nodig is om onderzoekers hun publicaties (artikelen en boeken) vrij beschikbaar te laten maken dan alleen goede wil, is inmiddels echter ook wel duidelijk geworden. Wetenschappelijke uitgevers staan niet te trappelen om hun verdienmodellen te ontmantelen maar ook onderzoekers zelf zien weinig redenen om te stoppen met het “ouderwets” publiceren van hun artikelen in de vooraanstaande peer-reviewed tijdschriften. Alle goede intenties en principes ten spijt.

Doel voor ogen

Eind 2013 schreef staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn Open Access beleid aankondigde. Hiermee wilde hij de druk vergroten om nu ook echt eens werk te gaan maken van Open Access. In 2018 moet 60% en in 2024 moet zelfs 100% van de wetenschappelijke publicaties, die met publiek geld gefinancierd zijn, Open Access beschikbaar zijn.

Zijn eigen voorkeur gaat uit naar de gouden route en dat is ook de insteek geworden van de onderhandelingen die met de wetenschappelijke uitgevers gevoerd worden door de universiteiten. Met succes want met de meeste wetenschappelijke uitgevers (Elsevier, SAGE, Springer en Wiley) zijn inmiddels afspraken gemaakt om Open Access te kunnen publiceren.

Maar dat is niet het enige zichtbare resultaat want de laatste paar jaren zijn de ontwikkelingen rondom Open Access snel gegaan. Er komen steeds meer kwalitatief goede tijdschriften waarin onderzoekers volgens Open Access-standaarden kunnen publiceren en waar de kwaliteitsbewaking eveneens middels peer review plaats vindt. Daarnaast staan heel veel niet-Open Access tijdschriften self-archiving toe van artikelen en inmiddels is het recht om als onderzoeker je artikelen Open Access te publiceren zelfs opgenomen in de Auteurswet. Green Open Access draagt ook flink bij aan het halen van de doelstelling van Dekker.

Open Access (niet omdat het kan maar) omdat het moet

Maar hoe zorg je er nou voor dat Open Access publiceren van onderzoeksresultaten (min of meer) gegarandeerd wordt? Door het als voorwaarde op te nemen in de financiering van onderzoek!

Tenminste, dat is wat de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) per 1 december 2015 gedaan heeft. NWO wijzigde haar subsidievoorwaarden zodat alle publicaties, die voortkomen uit een ‘call for proposals’, op het moment van publicatie direct openbaar toegankelijk moeten zijn. Oftewel, maak je gebruik van onderzoeksfinanciering van NWO, dan moet je je ook aan de Open Access voorwaarden houden van NWO.

In het hbo wordt er veel gebruik gemaakt van subsidies van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA. SIA is onderdeel van NWO en hoewel het voor de hand ligt dat ook voor de SIA subsidieregelingen een Open Access voorwaarde gaat gelden, is dat op het moment van schrijven nog niet bevestigd. Dat geldt ook voor de subsidieregelingen van o.a. ZonMw (gezondheidsonderzoek).

Horizon 2020 is met het OpenAIRE initiatief inmiddels wel aangehaakt bij de Open Access doelstellingen en ook hier geldt een OA verplichting als je van hun subsidieregeling gebruik maakt.

NWO-voorwaarden

OK, je maakt dus gebruik van onderzoeksfinanciering van NWO maar wanneer voldoe je nou aan de voorwaarden voor Open Access publiceren? NWO zegt op haar site dat het dan om de volgende publicaties gaat:

  • Artikelen in Gold Open Access tijdschriften en boeken die op het moment van publicatie Open Access beschikbaar zijn;
  • Artikelen in abonnee-tijdschriften die meteen vrij beschikbaar gemaakt worden via betaling door de auteur of via een overeenkomst van de Nederlandse universiteiten met een uitgever;
  • Met het deponeren van een versie van de publicatie in een trusted repository, die op het moment van publicatie onmiddellijk voor iedereen toegankelijk is, wordt voldaan aan de NWO-voorwaarden.

T.a.v. de gouden route is de werkwijze relatief eenvoudig. De Gold OA tijdschriften en boeken zijn “bekend” en onderzoekers kunnen met een linkje naar het gepubliceerde artikel simpelweg aantonen dat aan de voorwaarde voldaan is. Dat geldt min of meer ook voor de artikelen in abonnee-tijdschriften want daar kan eveneens naar gelinkt worden door een auteur en als er een overeenkomst is tussen de universiteiten en de uitgever (zoals bij de vier hierboven genoemde wetenschappelijke uitgevers), dan voldoen alle publicaties in die tijdschriften automatisch aan de door NWO gestelde voorwaarden.

Voor de groene route geldt echter een extra voorwaarde. Het deponeren van (een versie van) de publicatie moet in een “trusted repository” gebeuren: een repository die zelf ook weer aan een aantal voorwaarden moet voldoen en die opgenomen moet zijn in de Directory of Open Access Repositories (DOAR). De repositories van de universiteiten lijken hier allemaal al in opgenomen te zijn maar die van de hbo instellingen zijn dat nog niet.

De hbo’s werken echter samen met het beschikbaar maken van de publicaties van hun eigen instellingen in de HBO Kennisbank. NWO ziet de HBO Kennisbank – gelukkig – ook als een trusted repository (A. Jolmers, persoonlijke mededeling, 8 december 2015) maar voegt er wel aan toe dat daarvoor idealiter de repositories van de instelingen ook zichtbaar moeten zijn in OpenDOAR.

Open Access in het hbo

Als er over Open Access gesproken wordt dan lijkt het automatisch (alleen) om wetenschappelijke onderzoekspublicaties te gaan bij universiteiten en onderzoeksinstellingen. Onderzoek en publicaties in het hbo worden veelal niet meegenomen in de dialoog over open access terwijl er vanzelfsprekend ook in het hbo veel werken gepubliceerd worden. De publicatierichtlijn van Windesheim legt bijvoorbeeld sterk de focus op open access van afstudeerwerken (van studenten), onderwijsmateriaal (studieboeken) en onderzoekspublicaties.

Zoals één van onze onderzoekers terecht opmerkte: er is maar één soort onderzoek en dat is goed onderzoek. De rare kunstmatige scheiding tussen wetenschappelijk onderzoek en praktijkgericht onderzoek heeft geen enkel nut. Kennis is kennis en dat is wat je vrij beschikbaar wilt/moet maken als het afkomstig is uit met (deels) publieke middelen gefinancierd onderzoek.

Dit jaar zullen de hbo-instellingen, samen met SURF, aan de slag (moeten) gaan om vast te stellen wat in het hbo onder open access verstaan wordt, welke doelen gezamenlijk nagestreefd worden en welke consequenties dit heeft voor de HBO Kennisbank (en instellingsrepositories).

Voor alle publicaties die afkomstig zijn uit door NWO (of Horizon 2020) gefinancierd onderzoek, betekent het o.a. nadenken over hoe je deze terugvindbaar kunt maken zodat er gemakkelijk naar verwezen kan worden en hoe deze publicaties zich – ook qua gebruiksrecht – onderscheiden van alle andere publicaties. En natuurlijk moeten er tientallen repositories aangemeld en opgenomen worden bij OpenDOAR. Voor de repository van Windesheim hebben we deze procedure inmiddels succesvol afgerond.

windesheim repository open access
Hoog tijd om nu eens echt werk te gaan maken van open access. Vooral in het hbo.

#

Wikiwijs voor het hoger onderwijs: waar liggen kansen? #owd12

In de derde sessieronde van dinsdag schoof ik in een grote zaal aan bij een presentatie van Robert Schuwer (Open Universiteit) over Wikiwijs en dan specifiek gericht op de mogelijkheden die het biedt voor het hoger onderwijs. De concurrentie van de overige sessies in deze ronde bleek moordend te zijn want de zaal was helaas maar door een klein groepje bezoekers gevuld. Jammer want het onderwerp van gebruik, maken en delen van open leermaterialen sloot niet alleen perfect aan bij de keynote van Anka Mulder maar verdient sowieso meer aandacht dan dat het nu krijgt.

Robert blikte eerst terug op de activiteiten die er vanuit Wikiwijs ondernomen zijn dit jaar. Lorenet (waar enkele hoger onderwijsinstellingen voorheen open leermaterialen in opgeslagen hebben) is aangesloten op Wikiwijs, men is druk geweest met een metadateringsstandaard voor vakken/modules in het hoger onderwijs aangezien deze -in tegenstelling tot het overige onderwijs- niet gestandaardiseerd zijn en er is gestart met een zgn. sectorkamer hbo/wo. De sectorkamer is een overlegstructuur met afgevaardigden van hogescholen, universiteiten en SURF dat in het leven geroepen is om de richting en strategie van Wikiwijs voor het hbo/wo te bepalen.

Onderzoek
Dit jaar is er ook een onderzoek uitgevoerd door de OU onder de hoger onderwijsinstellingen in opdracht van SURF en Wikiwijs. Dit had als doel om gebruik en bestaan van collecties van open leermateriaal in kaart te brengen en te inventariseren wat de status is van beleids(vorming) over open leermiddelen in het hbo en wo. Dit heeft geleid tot een rapport OER Hollands Landschap (PDF) waaruit enkele van de resultaten gepresenteerd worden. Hier schreef ik al eerder wat uitgebreider over.

Hoewel 7 universiteiten en 19 hogescholen gereageerd hebben blijkt dat velen niet of nauwelijks actief zijn op gebied van open leermiddelen. Ook is er slechts in heel beperkte mate sprake van een (gedeelde) visie op gebruik van open leermiddelen al geven een paar instellingen aan dat dit wel begint te ontstaan.

In het kader van dit onderzoek zijn er ook interviews gehouden met diverse bestuurders van hogescholen en universiteiten. Deze spreken zich krachtig uit voor het ontwikkelen en gebruiken van open leermiddelen maar ondanks dat lijkt er geen enkele sprake te zijn van een geïntegreerde aanpak waarbij onderwijsinstellingen ook samenwerken om deze doelen te bereiken.

Wat nu?
Wikiwijs wil nu actief instellingen gaan benaderen om materiaal vindbaar te krijgen in Wikiwijs. Hierbij gaat het dus zowel om het ontsluiten van bestaand materiaal en bestaande collecties (denk aan bijv. weblectures) als ook het materiaal rechtstreeks te verkrijgen in Wikiwijs zelf. De noodzaak om ook beleidsmakers bij onderwijsinstellingen te ondersteunen bij het formuleren van beleid rondom open leermiddelen wordt ook gezien door Wikiwijs en dat wil men, samen met SURF, ook gaan oppakken.

Uiteindelijk is het vooral een combinatie van beleid en cultuur die het delen van materiaal vanzelfsprekend moeten gaan maken, of zoals Robert het verwoordde: het inzichtelijk maken van gewin, gemak en genot voor docenten zodat ze ook hun materiaal willen delen.

Open vraag
De presentatie eindigde met de open vraag aan de aanwezigen waar Wikiwijs (meer) aandacht aan zou moeten gaan besteden. Daar kwam vanuit de zaal niet hele concrete input op terug, behalve een mogelijke andere naam en doelstelling om het beter te richten en te promoten richting het hoger onderwijs.

Je eigen instellingsrepository
Zelf sprak ik na afloop met Robert over het (beter) promoten van de mogelijkheid die Wikiwijs biedt om eigen instellingsrepositories onder/bij Wikiwijs zelf in te kunnen richten. Voor de NOH-I doen ze dit al en dat stelt deze hogeschool in staat om op een eigen plek materiaal te verzamelen terwijl er dan zowel binnen de eigen collectie als Wikiwijs-breed gezocht kan worden. Ik blijf van mening dat het (helaas?) essentieel blijft om een eigen verzamelplaats te hebben als instelling zodat beleid en cultuur in elk geval gestimuleerd kan worden met een klein beetje afscherming. Voordat alles meteen helemaal beschikbaar is voor de buitenwereld.

De rechten blijven lastig
Ook zou er meer aandacht moeten zijn bij de instellingen -en dus qua ondersteuning ook bij Wikiwijs- voor de benodigde workflow en redactie. Onderdeel van (te vormen) beleid zijn ook de diverse criteria waar materiaal aan moet voldoen voordat het publiekelijk gedeeld en gebruikt kan worden. Dat zijn o.a. kwaliteitseisen maar ook taalkundig en t.a.v het mogen gebruiken van andermans materiaal in het te delen leermateriaal moet hier goed op gelet worden. Zelf ken ik docenten die zeer teleurgesteld en gedemotiveerd waren toen bleek dat ze hun ontwikkeld materiaal eigenlijk niet mochten delen omdat ze (ook) gebruik maakten van andermans materiaal. Iets dat toegestaan en geregeld is voor het onderwijs dat ze zelf geven maar dat dus niet mag als je het publiek wilt gaan maken in bijvoorbeeld Wikiwijs. Eigenlijk zou deze huidige readerregeling breder gemaakt moeten worden wil open leermateriaal een succes worden.

Een conclusie was er eigenlijk niet aan te verbinden deze sessie maar het gevoel dat er nog ontzettend veel moet gebeuren, dat bleek eens te meer. Mijns inziens toch echt te beginnen met een duidelijke stellingname van alle hoger onderwijsinstellingen om hier serieus werk van te gaan maken. Het zijn toch de kennisinstellingen van Nederland die de motor achter open leermiddelen moet zijn en niet Wikiwijs. Het is te hopen dat bestuurders en beleidsmakers ook goed geluisterd hebben naar Anka Mulder en dat ze een volgende keer wel massaal aanwezig zijn als het over open leermiddelen gaat. De zaal was in ieder geval groot genoeg voor die ambitie.

Kijk het zelf ook nog even na
Deze sessie is ook in zijn geheel opgenomen en beschikbaar op de video pagina van de Onderwijsdagen site. De presentatie is eveneens beschikbaar via Slideshare.

Deze blogpost verscheen eerder op het blog van Dé Onderwijsdagen. De bovenstaande versie is licht gewijzigd met verwijzingen naar eerdere blogposts op Vakblog

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top