App.net: een open sociaal netwerk voor 50 dollar per jaar

Het zou eigenlijk een ontzettend slecht idee moeten zijn. Een nieuw sociaal netwerk lanceren terwijl de markt met LinkedIn, Google+, Twitter en Facebook al aardig verzadigd is, en de aandelen van de laatste elke dag verder lijken te kelderen in waarde. En dan niet zomaar een sociaal netwerk maar eentje die erg op twitter lijkt maar waar het idee is dat je nooit en te nimmer geconfronteerd gaat worden met advertenties of andere vormen van vercommercialisering. Doordat je een jaarlijks abonnementstarief gaat betalen van 50 dollar per jaar.

We’re building a real-time social service where users and developers come first, not advertisers.

We believe that advertising-supported social services are so consistently and inextricably at odds with the interests of users and developers that something must be done.

Toch bleek het geen gek idee te zijn. Dalton Caldwell, de oprichter, begon met een crowdfunding project om App.net, zoals het sociale netwerk gedoopt is, te financieren voor een streefbedrag van 500.000 dollar. Dat eindigde zelfs in meer dan 800.000 dollar van bijna 8000 donateurs. Inmiddels is App.net beschikbaar als alpha versie, wat zoveel inhoudt als dat er nog dagelijks volop gesleuteld wordt aan functionaliteiten en dat er regelmatig dingen niet (correct) meer werken. Voor 50 dollar per jaar kun je lid worden terwijl je voor 100 dollar per jaar toegang krijgt tot alle tools om te kunnen ontwikkelen voor App.net.

En er wordt veel ontwikkeld voor App.net. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Google+ kunnen andere partijen eenvoudig tools maken die App.net gebruiken. Ook Twitter begint de teugels steeds meer aan te trekken en beperkt de mogelijkheden voor externe ontwikkelaars om Twitter te kunnen gebruiken en te integreren in hun eigen producten. Die ontwikkelaars zullen niet meteen wegrennen naar App.net toe maar het is niet moeilijk om te zien welke kansen er liggen. Nu al zijn er tientallen (alpha en beta) apps en clients te vinden voor App.net en het heeft de potentie om inderdaad veel breder en opener te zijn dan de overige sociale netwerken.

Maar dan zal dat tarief toch wel stevig moeten zakken denk ik. Vergeleken met de meer dan 500 miljoen twitteraars komt App.net er niet aan te pas met zijn 20.000 gebruikers. Dat zullen er ongetwijfeld nog wel (enkele) honderdduizenden worden maar een sociaal netwerk moet het toch vooral hebben van zijn gebruikersbasis. Als jouw vrienden, familie of collega’s niet op dat netwerk zitten, dan ga je er ook niet alleen sociaal zitten doen voor 50 dollar per jaar.

En toch. Ook Twitter begon ooit klein en ik heb zelf de eerste jaren ook nauwelijks getwitterd omdat ik op andere plekken zat en ik niemand ‘kende’ op twitter. Juist nu Twitter zo groot is geworden komen ook de scheurtjes voor mij er in: gesponsorde tweets, restricties op de twitter apps die ik graag gebruik en na al die jaren nog steeds geen goede oplossingen voor de zo goed als afwezige zoekfunctie of het bestrijden van spamtweets. Ik wil eigenlijk gewoon dat App.net zijn beloftes waarmaakt en dat het een prettig sociaal netwerk wordt waar je zelf meer grip hebt op de functionaliteiten. Waar je met tooltjes wel je eigen postjes kunt archiveren, goed kunt zoeken, spammers kunt bestrijden en natuurlijk interessante mensen kunt vinden.

Daar heb ik dan best wel geld voor over.

#

PS. Als je ook op App.net zit, zoek me gerust op

Privacy in sociale netwerken en dating sites: case study Badoo

Deze blogpost is geschreven door Barry Cooke. Barry werkt al 15 jaar in de zoek- en sociale media sector voor een aantal gerenommeerde brand namen en is op dit moment de production director voor digitaal marketing agentschap QDOS Digital Media. Barry is de manager voor de Badoo datingsite en kan bereikt worden op barry[at]qdosdigitalmedia.co.uk

Er is de afgelopen vijf jaar veel te doen geweest over de manier waarop we onze persoonlijke gegevens op internet delen. De explosieve groei van sociale netwerken werpt zowel oude als nieuwe vragen op over het privacybeleid en de veiligheid van onze dierbare persoonlijke informatie. Iedereen die is opgegroeid vanaf de late jaren negentig weet dat je niet je creditcardgegevens moet afstaan in een chatroom. Toch wordt er ineens van alle kanten druk uitgeoefend om elk detail van je leven te delen met je ‘vrienden’, die in de honderden kunnen oplopen.

Een studie uit 2009 van de Universiteit van Cambridge, getiteld ’The Privacy Jungle’, is volgens de onderzoekers “de eerste grondige analyse van de markt van online sociale netwerken en hun privacybeleid“.  Soren Preibusch en Joseph Bonneau onderzochten in deze studie 45 verschillende sociale netwerksites en probeerden in kaart te brengen hoe de richtlijnen voor gegevensbescherming worden nageleefd. LinkedIn en Bebo kwamen goed uit deze test, Facebook en MySpace gemiddeld. Een van de slechtst scorende was de relatief nieuwe sociale netwerksite Badoo. Die maakte de afgelopen jaren een enorme groei door in Zuid-Europa en Zuid-Amerika en is inmiddels een van de grootste sociale netwerksites ter wereld met bijna 160 miljoen geregistreerde gebruikers.

Er staat veel op het spel aangezien de site ook de Britse en Noord-Amerikaanse markt wil veroveren. Badoo heeft dus geen behoefte aan slechte publiciteit over de privacy van gebruikers en daarom heeft de site zijn privacybeleid aangescherpt. Badoo is zelfs zover gegaan om de heer Preibusch nogmaals uit te nodigen voor een kopje thee en een herbeoordeling van de situatie. Het mag duidelijk zijn dat het bedrijf veel te verliezen heeft vanwege de gebruikersvoorwaarden, hoewel de meerderheid van de mensen die nooit lezen.

De aangepaste gebruikersvoorwaarden zijn voor meerdere uitleg vatbaar, maar je kunt niets verweten worden als ze je niet opvallen. Het document is geschreven in helder Engels en in een overzichtelijke vraag en antwoord-vorm die gebruikers aanmoedigt Badoo te vertrouwen met hun gevoelige informatie. Hoewel het is geschreven voor leken komen alle onderwerpen aan bod: het gebruik van cookies, data-opslag, e-mailmarketing, creditcardgegevens (met betrekking tot premium diensten), de verkoop van informatie aan andere partijen en het verbinden van je Badoo-account met accounts van andere sites, zoals Facebook.

Badoo zegt zich niet schuldig te maken aan het verkopen van persoonlijke gegevens aan andere bedrijven met een winstoogmerk of marktdoeleinden. Tegelijkertijd geeft het bedrijf toe dat ze data vrijgeeft om de markt in kaart te brengen voor demografische profilering en om gerichter te kunnen adverteren. DATA (bewust in hoofdletters) hebben nu eenmaal een onvermijdelijke aantrekkingskracht op internetbedrijven. Ze kunnen ze niet negeren, hoewel het ethisch onverantwoord is om iemands naam, adres en telefoonnummer te verkopen aan een ander bedrijf. Inderdaad, zonder dit soort gegevens zouden sites als Facebook geen lang leven beschoren zijn.

Het machtige Facebook is natuurlijk een grotere bedreiging voor onze veiligheid dan het relatief kleine Badoo. Iedereen zal dat beamen. Als je in de afgelopen vijf jaar een Facebook-account had dan kon je niet om de berichten heen van part-time samenzweringen-theoretici en amateur vrijheidsstrijders. Zij beschuldigden Facebook van het links en rechts schaamteloos vrijgeven van profielgegevens van hun gebruikers. Het is waar dat Facebook een veel groter belang heeft bij het bijhouden van ons surfgedrag dan Badoo aangezien Facebook zijn inkomsten voornamelijk uit reclame haalt. De USP (Unique Selling Point) van een Facebook marketingcampagne is namelijk dat het gericht wordt op locatie, leeftijd, geslacht, gezinssituatie, religie, hobby’s of welke andere categorie dan ook.

Het privacybeleid van Facebook, niet bepaald een waterdicht document, is meer ontmoedigend dan dat van Badoo en is onderverdeeld in verschillende sub-secties. Dat moet ook, gezien de enorme hoeveelheid van (variabelen) spelers, van apps van derden tot en met de mogelijkheid van bedrijven om ‘Gesponsorde Verslagen’ op je tijdlijn te plaatsen, die jouw naam gebruiken om hun product aan jouw vrienden te promoten. Facebook is een enorm platform. Om het compleet te ervaren, zoals het spelen van games en de interactie met verschillende apps, moet een gebruiker elke week instemmen met verschillende Algemene Voorwaarden. Zelfs Twitter heeft onlangs besloten om accounts te promoten aan hun gebruikers op basis van hun surfgedrag, hoewel dat een site is met een minimum aan bedrijfsreclame en ze weinig informatie van hun gebruikers vragen. Ook zij hebben zich verbonden aan de Do Not Track optie, een opt-out systeem voor gebruikers die niet willen dat Twitter gegevens verzamelt over surfgedrag en dat doorspeelt aan derden.

Kostbare persoonlijke informatie is van jou, maar dat staat op gespannen voet met bedrijven die deze informatie willen gebruiken voor financieel gewin. Maar dit verhaal heeft ook een keerzijde; een goed sociaal netwerk heeft veel gebruikers nodig. Bij veel gebruikers is er veel serverruimte nodig en zullen er allerlei bugs opduiken die moeten worden verholpen door webbeheerders en programmeurs. Het kost dus geld om sociale netwerken draaiende te houden en iemand zal dat moeten financieren. De gebruikers voelen zich niet geroepen. Adverteerders wel, maar alleen als ze denken er een slaatje uit te kunnen slaan. Dus wees gewaarschuwd: als het gratis is, dan ben JIJ het product.

#

LinkedIn: sociaal netwerk of digitale rolodex?

Ik ben er nog steeds niet helemaal over uit. Ja, ik heb een paar honderd contacten in LinkedIn. Ik heb zelfs geprobeerd om het alfabet van achternamen compleet te krijgen door te connecten met minstens 1 persoon voor alle letters van het alfabet. Wat me overigens nog niet 100% gelukt is dus als je achternaam met een X begint, zoek me gerust even op en ga de connectie met me aan. Je krijgt er de S voor terug en wie weet heb jij straks ook alle letters in je digitale rolodex gebruikt. Wordfeud met LinkedIn zeg maar.

Ik vind LinkedIn bijzonder handig om om die stapel visitekaartjes -die ik vroeger poogde netjes te bewaren maar die altijd spoorloos waren als ik ze nodig had- te vervangen. Als ik iemand tegenkom die interessant is, dan voeg ik hem of haar toe aan mijn connecties op LinkedIn en gooi ik eventuele gekregen visitekaartjes meteen in de papierbak. Op LinkedIn krijg je meteen zijn of haar CV er bij dus dat bespaart meteen weer dat gekrabbel op die kaartjes waar ik die persoon ook al weer tegen ben gekomen. Je ziet ook waar hun netwerk van connecties jouw netwerk van connecties raken en dat leidt soms tot weer nieuwe contacten in het echte leven. Ideaal.

Maar wat is er nou zo sociaal netwerk aan LinkedIn?

De overgrote meerderheid van de mensen op LinkedIn plaatsen geen updates. Zijn niet sociaal bezig op LinkedIn. Als je pech hebt, hebben ze ontdekt hoe ze al hun tweets integraal kunnen plaatsen in de LinkedIn tijdlijn. Als je iets minder pech hebt zie je updates over de buitenlandse reizen en fantastische bijeenkomsten voorbijkomen. Dat is niet sociaal doen, dat is gewoon jaloersmakend.

De LinkedIn groepen zijn op papier wel een goed idee maar in bijna alle groepen waar ik in zit is het oorverdovend stil met een laatste bericht van maanden, zo niet jaren geleden. Vindt de interactie nou net plaats in groepen waar ik niet in zit? Is het zo’n geheim feest dat zich telkens verplaatst en waar niemand mij kan vertellen waar de pret zich vandaag afspeelt?

En over 100% lukken gesproken, LinkedIn stelt van alles in het werk om jou je profiel zo volledig te laten invullen. Je wilt natuurlijk wel gevonden worden door potentiele werkgevers die zoeken naar jou om die droombaan aan te geven. Op zijn minst wil je niet dat je zakelijke relaties denken dat je een einzelgänger bent zonder connecties en over een werkervaring beschikt die zich laat beschrijven met slechts 2 regeltjes. LinkedIn moedigt je aan door een aantal handelingen te belonen met percentages die, opgeteld natuurlijk, kunnen leiden tot het nirvana van employability: een 100% LinkedIn profiel.

Jarenlang heb ik het met een magere 85% moeten doen. Misschien is dat de reden dat ik nog steeds bij mijn huidige werkgever zit want die nieuwe -met mijn droombaan- selecteert natuurlijk geen werknemers met minder-dan-100% profielen. Dat snap ik best. Ik bleef helaas op afstand tot het magische getal omdat je nog drie recommendations nodig had (voor 5% per stuk) en ik het werkelijk vertikte om te gaan zitten bedelen vragen aan anderen zo’n ding voor me te gaan schrijven. Ik ben dan wel een tikje obsessief compulsief in mijn drang naar compleetheid maar zelfs ik heb grenzen.

Goede dingen echter komen soms aan diegenen die wachten. LinkedIn heeft de aanbevelingen uit het verplichte rijtje gehaald van te nemen stappen en legt meer nadruk op het invullen van je vaardigheden en expertises. Nu heb je de volgende stappen te nemen om de 100% te halen:

  • Voeg een foto toe aan je profiel
  • Vul alle banen en posities in die je hebt gehad in je carrière
  • Voeg vijf (of meer) skills toe aan je profiel
  • Schrijf een summary (samenvatting)
  • Vul de industry (bedrijfstak) en postcode toe
  • Voeg de namen van je scholen en opleidingen toe
  • Zorg dat je 50 (of meer) connecties krijgt. (doe dit altijd wel persoonlijk)
(bron: Fidene.nl)

 

Heel sociaal vind ik het allemaal nog steeds niet. Als digitale rolodex is het echter een briljante tool en wie weet is een toekomstige werkgever nu onder de indruk van mijn 100% LinkedIn profiel. Als zijn achternaam ook nog met een X begint…..

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top