Tweetweekoverzicht week 43 2015: Amazon, Paulien Cornelisse, Popcorn Time, recht om vergeten te worden, Google Photos, YouTube Red, Wayback Machine en auteursrechten.nl

vakblog tweetweekoverzichtIn het tweetweekoverzicht sta ik alsnog kort stil bij nieuws en interessante ontwikkelingen waar ik wel over getwitterd heb maar waar ik (nog) geen uitgebreide blogpost aan heb gewijd.

Soms omdat anderen dat al beter gedaan hebben dan ik het zou doen, soms omdat er weinig meer over te vertellen valt dan het nieuwtje zelf en soms omdat ik er ook geen blogpost van weet te maken.

In dit tweetweekoverzicht klaagt Amazon nepreviewers aan, gaat het niet zo goed met het lezen/kopen van boeken in Amerika, gaat Paulien Cornelisse haar volgende boek zelf uitgeven, worden Popcorn Time gebruikers bang gemaakt, betekent je recht om vergeten te worden niet dat kranten hun archieven hoeven aan te passen, heeft Google Photos nu 100 miljoen actieve gebruikers, lanceert YouTube de betaalde versie YouTube Red in Amerika, gaat The Internet Archive een nog betere versie maken van The Wayback Machine en lanceert SURF samen met het NAI-hbo de nieuwe auteursrechtensite voor het hoger onderwijs.

Amazon klaagt reviewers aan die zich laten betalen voor een positieve review

Amazon zag al vroeg in dat de beste reclame voor producten op hun website, de meningen en reacties van anderen waren. En dat is precies waar ze op hun site al jaren in investeren: het zo makkelijk mogelijk maken om uitgebreide reviews te krijgen voor de producten die ze verkopen. Ongeacht wat het is dat je zoekt, met een groot aantal vier- en vijfsterrenreviews van eerdere kopers is het aanzienlijk makkelijker om te bepalen of het ook voor jou wat is. Helemaal als kopers de moeite nemen om meer over dat product te vertellen dan alleen maar de specificaties of wat de leverancier al meldde.

Maar goed, wat doe je dan als een product wilt verkopen via Amazon en je geen zin hebt (of aandurft) om op de (goede) reviews te wachten? Dan ga je dus naar een site als Fiverr waar mensen voor 5 dollar graag bereid zijn om een vijfsterren review achter te laten voor je product.

Dat Amazon daar niet blij mee is zal duidelijk zijn. Om er voor te zorgen dat hun systeem betrouwbaar blijft werken gaan ze daarom nu juridische stappen ondernemen richting 1114 reviewers die tegen betaling een positieve review hebben achtergelaten. Ongetwijfeld vooral om dit in de toekomst verder te ontmoedigen want Amazon liet al weten alle partijen aan te klagen die zich hiermee bezig houden.

Het lezen van boeken in de VS is minder populair

Dat er minder boeken gelezen wordt in een tijd waar games, muziek, internet en Netflix strijden om je aandacht zal voor niemand een verrassing zijn. Ook in Amerika is dat het geval en dat blijkt ook uit een recent onderzoek dat door het Pew Research Centre gedaan is.

David Rothman schrijft voor Teleread een interessante analyse waarin hij de gestage daling in het lezen van papieren boeken (69% van de Amerikanen las het afgelopen jaar wel eens een papieren boek tegenover 63% in het jaar daarvoor) afzet tegen de veel kleinere daling van het aantal mensen dat wel eens een ebook leest (28% tegenover 27%). En spreekt zijn verbazing uit over waarom met name de grote uitgevers vasthouden aan het papieren boek en ebooks via hogere prijzen zo onaantrekkelijk mogelijk lijken te maken. Hij signaleert ook dat het op de langere termijn grote schade zou kunnen aanrichten aan de boekenmarkt in zijn geheel, vooral omdat ebooks bij de Amerikaanse bibliotheken bijzonder populair zijn maar ook dit onbetaalbaar dreigt te worden voor de bibliotheken. Met alle risico’s van ontlezing en minder toegang tot titels als gevolg.

Paulien Cornelisse geeft haar volgende boek zelf uit

Ze is zeker niet de eerste – diverse kinderboekenschrijvers gingen haar voor – maar wel de recentste auteur die meer controle en verantwoordelijkheid wil over hoe haar boeken worden uitgegeven. Paulien Cornelisse heeft besloten om haar volgende boek zelf uit te gaan geven om op die manier precies zelf te kunnen bepalen hoe ze het hebben wil. Dat is, zoals gezegd, niets nieuws maar het is interessant om te zien dat ook een bestsellerauteur op zoek is naar een andere manier van boeken uitbrengen. Eentje waar haar uitgever (waar Cornelisse vol lof over blijft) kennelijk niet in voorziet.

In het artikel in Boekblad geeft Cornelisse ook aan dat ze liever bepaalde onderdelen van het uitgeefproces als dienst van haar uitgever zou willen afnemen maar dat deze (nog) niet zo ver is. In Nederland neemt het aantal auteurs die hun eigen boeken uitbrengen toe en wat is dan logischer dan dat je als uitgever dat gaat ondersteunen? Vooral in Amerika zie je veel uitgevers die precies dat doen en maatwerkdiensten leveren zodat auteurs met een uitgebreid netwerk geen PR-diensten hoeven af te nemen maar wel gespecialiseerde redacteuren kunnen inhuren bijv. Ik denk dat het een goede ontwikkeling zal blijken te zijn en ben benieuwd naar de ervaringen van Cornelisse. En haar boek.

Boetes, PR en Popcorn Time

Als boetes opleggen aan consumenten rechtstreeks niet kan, dan gaan we er gewoon mee dreigen. Het is niets nieuws voor Stichting Brein die sterk gelooft in ontmoediging van illegaal downloaden door met boetes en rechtszaken te dreigen. Wat wel ‘nieuw’ is dat er in Nederland een onuitgesproken regel is dat de overheid en belangenorganisaties -zoals Brein- zelf niet achter individuele gebruikers aan gaan maar dat de verantwoordelijkheid bij de rechthebbenden wordt neergelegd om gebruikers aan te spreken op (vermeende) inbreuken. Dit is vooral omdat het in de praktijk een zeer lastige en kostbare kwestie is om eenduidig aan te tonen welke gebruiker zich precies verschuilt achter welk IP-adres.

Maar volgens Brein-directeur Kuik “staat het water de rechthebbenden aan de lippen” en worden nu wel degelijk stappen overwogen door rechthebbenden.

Zoals Dutch Filmworks kennelijk die een duit in het zakje deed door aan te kondigen dat ze ook schadevergoedingen gaan eisen van individuele Nederlandse gebruikers.

Dat bericht werd nog even kracht bijgezet door de media middels een recent voorbeeld van een Nederlandse jongen die in Duitsland een boete van ruim 1000 euro kreeg opgelegd voor het gebruik van Popcorn Time. En meteen zat de schrik er online goed in bij de Nederlandse illegale downloaders/Popcorn Time gebruikers.

Hoe groot is dat risico in Nederland nou echt? Hartstikke klein want rechthebbenden kunnen IP-adressen verzamelen wat ze willen, ze moeten de namen van de abonnementshouders eerst via de rechter opvragen bij de providers want die werken niet uit zichzelf mee aan schendingen van de privacy van hun klanten. Mocht dat wel lukken, dan is het ook nog een potentiële PR-nachtmerrie want je kunt wachten natuurlijk op de boetes die opgelegd worden aan 70 jarige oma’s omdat de buurjongens al jaren geleden het wifiwachtwoord ‘geleend’ hebben. Daar weet de media ook wel iets sappigs van te maken vermoed ik. Terwijl de behoedzame Popcorn Time gebruiker sowieso al lang een VPN dienst gebruikt waarmee zijn IP-adres niet te achterhalen is.

Maar goed, dat is de negatieve kant van de media-aandacht voor rechthebbenden en het lijkt erop dat ze nu diezelfde media-aandacht slim gebruiken door te wijzen op wat er *kan* gebeuren als je niet stopt met Popcorn Time.

Recht om vergeten te worden betekent niet dat kranten hun archieven hoeven aan te passen

In mei 2014 besloot het Europese Hof van Justitie dat iedere Europese burger het recht heeft om vergeten te worden door zoekmachines. De privacy van een burger weegt zwaarder dan het recht op informatie en dat kan dus betekenen dat bepaalde zoekresultaten verwijderd dienen te worden door Google (en anderen) als iemand dat wenst.

In de bijna anderhalf jaar na de uitspraak is er veel geschreven over deze mogelijkheid en waar de scheidslijn ligt tussen een redelijke en onredelijke wens om verwijderd te worden uit de zoekresultaten. Maar wat als weghalen uit de zoekresultaten bij Google nog niet voldoende is om online vergeten te kunnen worden? Als je naam (onterecht) in een krant genoemd is dan blijft dat artikel ook prima vindbaar via de krantensite zelf, ook al heeft Google het verwijderd.

Dat is exact wat twee personen onredelijk vonden en in Spanje aanhangig maakten bij de rechtbank. Zij deden het verzoek om behalve door Google, ook vergeten te worden door het krantenarchief van El Pais. Met een claim dat de oorspronkelijke artikelen waarin hun namen voorkwamen aangepast werden. Dat ging uiteindelijk de Spaanse Hoge Raad te ver en afgelopen maandag oordeelde het hoogste Hof dan ook dat het recht op informatie niet mag leiden tot een recht op censuur van een artikel dat – destijds – correcte informatie bevatte. El Pais hoeft de artikelen niet aan te passen maar wordt wel geïnstrueerd om ze ontoegankelijk te maken via zoekmachines Google, Yahoo en Bing.

Google Photos heeft 100 miljoen actieve gebruikers

Het is nog maar een paar maanden geleden dat Google hun fotodienst uit Google+ haalde en zelfstandig verder liet gaan onder de naam Google Photos. Met onbeperkte opslag en een eenvoudige manier van werken heeft de dienst echter in die tijd maar liefst 100 miljoen actieve gebruikers weten te vinden. Zelf sla ik mijn foto’s op in OneDrive en is dat genoeg voor mij maar hoe doe jij dat? Gebruik jij Google Photos?

YouTube lanceert YouTube Red in Amerika

Zoals verwacht heeft YouTube afgelopen woensdagavond een nieuwe abonnementsversie van YouTube onthuld die de naam YouTube Red meekrijgt. Voor 9,99 dollar per maand kun je dan genieten van exclusieve video’s en het ontbreken van reclames. Video’s kun je nu ook offline opslaan zodat je onderweg niet je databundel opsnoept en je kunt ze nu op de achtergrond laten doorspelen in de apps, wat natuurlijk ideaal is als je muziek luistert via YouTube.

Over muziek gesproken: Google combineert YouTube Red met Google Play Music All Access waarmee je dus beide diensten voor een tientje per maand kunt krijgen. Tenminste, zodra de dienst ook in Nederland uitgerold wordt want vanaf volgende week kunnen alleen de Amerikanen er gebruik van maken. De rest van de wereld moet afwachten of – en wanneer – YouTube Red ook daar beschikbaar gaat komen in 2016. Google doet in Nederland effectief niet aan promotie voor Google Play Music All Access (alle aanbiedingen en acties zijn altijd alleen voor Amerika) en dus zal het me benieuwen of die combinatie ook in Nederland zo zal worden uitgerold.

The Wayback Machine: The Next Generation

The Wayback Machine is een prachtige dienst van The Internet Archive waarmee miljarden webpagina’s periodiek gearchiveerd worden. Je kunt dus letterlijk zien hoe een site er enkele maanden geleden uitzag, of een jaar geleden, of vijf jaar enz.

Met ingang van 2017 moet The Wayback Machine echter helemaal vernieuwd zijn met een nieuw jasje maar met vooral veel nieuwe functionaliteiten. Zo moet het mogelijk worden om gearchiveerde video’s en afbeeldingen te kunnen bekijken en kun je sites uit het verleden ook vinden door op trefwoorden te zoeken (ipv de url in te tikken en wat nu de enige manier is om oudere versies te bekijken). Het belooft dus een nog betere en nog essentiëlere tool te worden dan het nu al is.

SURF en het NAI-hbo lanceren auteursrechten.nl voor het hoger onderwijs

Ook in het (hoger) onderwijs speelt auteursrecht een grote rol. Bij onderwijs, onderzoek en Open Access heb je te maken met allerlei auteursrechtelijke aspecten en dat is de reden dat er al vele jaren aan voorlichting, scholing en ondersteuning gedaan wordt door de Auteursrechten Informatiepunten die bij instellingen in zowel het hbo als het wo te vinden zijn. Je zou verwachten dat er dan ook een handige overkoepelende website bestond waar je alle informatie terug kunt vinden maar die ontbrak nog tot nu toe.

Het Netwerk van Auteursrechten Informatiepunten van het hbo (NAI-hbo) heeft echter samen met SURF het initiatief genomen om zo’n site te ontwikkelen. Afgelopen donderdag was de eerste versie gereed en werd www.auteursrechten.nl gelanceerd tijdens een bijeenkomst van het NAI-hbo. De komende maanden en jaren zal deze site verder ontwikkeld worden met meer antwoorden, tools en tips.

#

SURFdrive: de veilige Dropbox voor het hoger onderwijs

surfdriveZo rond de zomervakantie werd (mij) duidelijk dat er door SURF gewerkt werd aan SURFdrive, een cloudopslagdienst waarmee – in eerste instantie – medewerkers van hoger onderwijsinstellingen hun bestanden konden opslaan en delen, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Dropbox of OneDrive. Daar wilde ik wel meer van weten en dat leidde er vorige week toe dat tijdens een SURF Edubloggers Meetup een aantal edubloggers, waaronder ik zelf, een toelichting kregen op zowel de cloudstrategie van SURF als SURFdrive, één van hun community cloud diensten. Over de cloudstrategie en wat SURF onder de community cloud verstaat heeft Wilfred Rubens al een prima verslag geschreven en dat betekent dat ik wat verder kan inzoomen op SURFdrive zelf.

Ook in het hoger onderwijs wordt er veel gebruik gemaakt van cloudopslagdiensten als Dropbox, Box, OneDrive en Google Drive. Het is immers een bijzondere handige manier om altijd bij je documenten te kunnen op al je apparaten en ze ook nog eens eenvoudig te kunnen delen met anderen. Het feit dat je bij de meeste van deze diensten gratis meer opslagruimte hebt dan bij je eigen instelling betekent dat veel medewerkers kiezen om hun bestanden op te slaan bij één van deze gebruiksvriendelijke diensten.

Daar is op zich ook niks mis mee maar toch zijn er nadelen verbonden aan het gebruik van deze diensten. Zo staan de documenten in bijna alle gevallen op Amerikaanse servers en zijn er geen garanties te geven als het gaat om beveiliging en privacy van je vertrouwelijke data. En juist aan de opslag van vertrouwelijke informatie, onderzoekspublicaties of onderzoeksdata worden door de instellingen strenge voorwaarden gesteld. Redenen genoeg voor het hoger onderwijs om aan SURF te vragen om met een eigen Dropbox-achtige dienst te komen die wel aan deze voorwaarden voldoet. SURFdrive beoogt net zo gebruiksvriendelijk te zijn als Dropbox, voldoet aan het Juridisch Normenkader cloud services HO (PDF), slaat de data op binnen SURF zelf en maakt het mogelijk om bestanden makkelijk te delen met andere gebruikers van de dienst.

Maar hoe werkt het nou in de praktijk? Instellingen moeten een overeenkomst afsluiten om gebruik te maken van SURFdrive. Als dat eenmaal geregeld is, dan kunnen medewerkers inloggen via SURFconext – wat inhoudt dat ze hun eigen instellingslogingegevens kunnen gebruiken – om rechtstreeks toegang te krijgen. Windesheim neemt vooralsnog geen deel aan deze overeenkomst maar ik kon dankzij SURF met een tijdelijk account toch een kijkje nemen.

SURFdrive: een eerste blik

surfdrive

Nadat je voor de eerste keer ingelogd bent krijg je een eenvoudige webinterface te zien met aan de linkerkant drie tabbladen (Files, Activity en Help). Standaard kom je in het Files tabblad terecht en kun je nieuwe tekstbestanden en mappen toevoegen [1] en je bestanden uploaden. Je ziet rechtsbovenaan [2] wie er ingelogd is en, nadat je een map of bestand hebt toegevoegd, krijg je met een mouse-over de opties [3] te zien die je met die map of bestand tot je beschikking hebt.

surfdrive
Geuploade bestanden [1] kun je, net als hele mappen, delen door op Share te klikken als je met de muis achter de bestandsnaam gaat staan. Die aanduiding verandert dan naar Shared [2] en je hebt dan de mogelijkheid om dat bestand te delen met een specifieke gebruiker of een groep [3]. Deze kun je op naam doorzoeken maar ze zullen wel al actief gebruiker moeten zijn van SURFdrive. Wil je een bestand of map delen met mensen buiten SURFdrive, dan kun je de link delen [4] zodat iedereen met (alleen) leesrechten de bestanden kan bekijken. Een voorbeeld hiervan zijn de beide presentaties van de SURF Edublogger Meetup. Wil je niet dat iedereen met die link de bestanden kan bekijken dan kun je er nog een wachtwoord op zetten [5] of je kunt de toegang beperken door een einddatum in te stellen [6] waarna de link niet meer werkt.

surfdrive

Je kunt alle soorten bestanden uploaden waarbij alle extensies toegestaan lijken te zijn (inclusief .exe bestanden) en ook al voorzien zijn van een eigen icoontje. Dit wekt de verwachting dat SURFdrive ook eigen viewers heeft waarmee je al die verschillende bestanden kunt bekijken vanuit de browser maar dat is helaas niet het geval. Juist dit vind ik zelf één van de grootste voordelen van zowel Dropbox (hele goede viewers), OneDrive (integratie met Office Online) en Google Drive (integratie met Google Docs). Bij bestanden zit dan wel weer versiebeheer dus als je een nieuwe versie van hetzelfde bestand uploadt, kun je nog steeds de vorige versie(s) raadplegen en eventueel terugzetten. Rechtsbovenaan kun je bij Deleted files ook nog verwijderde bestanden 30 dagen lang terughalen.

surfdrive
Natuurlijk kun je alles via de webinterface uploaden en delen maar waarschijnlijk wil je ook je bestanden vanaf je desktop, telefoon of tablet kunnen gebruiken. Als je in het menu onder je naam [1] klikt op Personal dan kom je bij je instellingen terecht. Hier zie je hoeveel ruimte je bestanden innemen [2] en hoeveel je in totaal hebt. Dat is op dit moment met 100GB voor iedereen gelijk. Bovenaan in dit scherm vind je echter ook – niet heel erg intuïtief – de links naar de desktopapps voor Windows, OSX en Linux alsmede de Android en iOS apps waarmee je de bestanden kunt synchroniseren met SURFdrive.

Bij de instellingen kun je ook de taal aanpassen [3] die standaard overgenomen wordt van de taalinstelling van je browser en vind je de link terug die je nodig hebt om SURFdrive via WebDAV [4] te benaderen. Dit is een protocol dat o.a. in Windows maar ook in veel bestandbeheerapps (zoals Goodreader) gebruikt wordt om een netwerk- of cloudopslag te koppelen en te kunnen gebruiken. Dit protocol wijkt echter wel af van de inlogsystematiek van SURFdrive en dat betekent dat je onder de link in de instellingen separate inloggegevens moet genereren om het via WebDAV te kunnen gebruiken.

surfdrive
De (desktop)apps heb ik niet uitgeprobeerd maar ook als je vanuit die apps werkt met SURFdrive worden de verschillende handelingen bijgehouden in het Activity tabblad. Die wordt chronologisch bijgehouden [1] en hoewel dat niet heel erg veel toevoegt als je alle bestanden alleen zelf gebruikt, kan dat wel heel handig zijn indien je bestanden en hele mappen gedeeld hebt met anderen. Je kunt in dit overzicht zien wie wat gedaan heeft met die bestanden of mappen. Er is een link naar een RSS feed [2] aanwezig maar die werkt helaas niet. Een minpuntje die ik pas echt ga aanrekenen als ik zelf ooit gebruik zou kunnen maken van SURFdrive want ik hou alles graag bij in mijn feedreader :)

surfdrive
Op het derde en laatste tabblad Help kun je de documentatie en de FAQ terugvinden. Die zijn alleen in het Engels beschikbaar, ongeacht hoe je de taalinstellingen zet, maar bieden voldoende uitleg om alle aanwezige functionaliteiten te kunnen gebruiken.

Allemaal aan de SURFdrive?

Kan nu iedereen die in een hoger onderwijsinstelling werkt zijn of haar account bij de commerciële cloudopslagdiensten verwijderen en overstappen naar SURFdrive? Nee dus. SURFdrive is alleen beschikbaar voor de instellingen die een overeenkomst sluiten met SURF voor het gebruik van SURFdrive want de dienst is niet gratis. Op het moment van schrijven zijn dat zo’n beetje alle universiteiten maar slechts enkele hogescholen.

Dat heeft waarschijnlijk vooral te maken met het feit dat onderzoekers met hun bestanden en (onderzoeks)data het meeste profijt hebben van de voordelen die SURFdrive biedt. Het is juist de academische wereld die strenge voorwaarden stelt aan de opslag en het publiceren van data. Dankzij de garantie dat de data altijd binnen Nederland zal blijven en dat de opslagdienst voldoet aan het – door de instellingen zelf mede opgestelde – Juridisch Normenkader cloud services HO, is SURFdrive eigenlijk ook expliciet op de academische en onderzoeksinstellingen gericht.

Er zijn plannen om individuele SURFdrive overeenkomsten aan te gaan bieden via SURFspot, de webwinkel van SURF, waardoor ook studenten en bijv. medewerkers van niet deelnemende instellingen toegang krijgen tot SURFdrive voor een relatief laag bedrag per jaar. Hierbij is het dan zaak om zelf goed te kijken of SURFdrive voor jou meerwaarde biedt in vergelijking met de betaalde varianten van de commerciële cloudopslagdiensten. Hoewel SURFdrive met 100GB voldoende ruimte heeft en het qua privacy & beveiliging garanties kan geven die andere diensten niet zullen bieden, zullen de meeste mensen die garanties niet nodig hebben. Ook zijn al die andere diensten in een sterke concurrentieslag met elkaar verwikkeld waardoor zowel de hoeveelheid opslagruimte als de extra functionaliteiten telkens toenemen. Zo zijn Dropbox en consorten veel beter in het omgaan met foto’s, beschikken ze over minstens net zo goede mogelijkheden om bestanden en mappen te delen en fungeren ze dankzij de aanwezige viewers en koppelingen met online Office pakketten ook beter als een werkomgeving.

Personal cloudopslag via je werk maar van wie is de data?

Het eigenaarschap van de data is hierbij nog wel een aandachtspunt. SURFdrive houdt de data in beginsel beschikbaar voor de instelling als de medewerker de instelling verlaat. Tijdens de presentatie bij de bijeenkomst vorige week werd daar niet verder op ingegaan, en het zal ook sterk afhangen van het beleid van de instellingen neem ik aan, maar het geeft mijns inziens wel duidelijk aan dat je SURFdrive (alleen) voor je werkgerelateerde bestanden en data moet gebruiken. Daar zijn de functionaliteiten van de dienst ook op gericht maar het is goed om te beseffen dat alle bestanden en data in je SURFdrive account onderhevig zijn aan dezelfde regels en voorwaarden die je instelling hanteert voor bijv. je mailbox. Zoals je werkgever in beginsel het eigenaarschap van je werkmail kan claimen, kunnen ze dit ook met de bestanden in je SURFdrive doen als je bij een andere werkgever aan de slag gaat.

Het doet echter verder niets af aan de voordelen die SURFdrive biedt. Elke instelling heeft zijn eigen manier om de opslag van bestanden te regelen en dat varieert van netwerkschijvenn waarbij medewerkers beperkte opslagruimte hebben, tot documentbibliotheken in Sharepoint die vaak barrières opwerpen in het dagelijkse gebruik. Bestanden en data van onderzoekers (en andere medewerkers) staan waarschijnlijk ook op usb-sticks of andere cloudopslagdiensten waarbij het inderdaad maar de vraag is hoe veilig en vertrouwelijk dat allemaal is. Als hoger onderwijsinstellingen daarvoor een veel beter alternatief middels SURFdrive kunnen aanbieden, dan lijkt me dat een groot goed.

En nu maar wachten of Windesheim dat ook gaat doen, ook al zal ik dan nog steeds geen afscheid nemen van mijn 1TB OneDrive.

#

SURF Edublogger Meetup 2013: over 4G en Eduroam

Vorig jaar vond de eerste editie van de SURF Edublogger Meetup plaats bij SURFmarket. Dit is een kleinschalige bijeenkomst voor bloggers in/uit/voor het onderwijs die door SURF bijgepraat worden over actuele ontwikkelingen die te maken hebben met onderwijs en onderzoek. Dat smaakte aan twee kanten naar meer en dus treinde ik vanmiddag naar Utrecht waar de tweede editie van de SURF Edublogger Meetup deze keer werd georganiseerd bij SURFnet.

Het thema deze keer paste prima bij SURFnet want het ging over de ontwikkelingen in mobiele technologie en wat het onderwijs met deze ontwikkelingen kan doen. Met zeven (of acht – ik heb niet specifiek geteld) edubloggers kregen we in een zaaltje te horen over o.a. de LTE (4G) pilots waar SURFnet bij betrokken is samen met KPN. Petra Bodde van het Universitair Medisch Centrum Utrecht vertelde daarna over de pilot die ze uitgevoerd hebben met het live streamen van weblectures naar 4G tablets. Om het allemaal nog een beetje in context te plaatsen werden ook de bevindingen van een recent TNS-NIPO onderzoek naar het gebruik van mobiele technologie onder studenten en medewerkers van onderwijs/onderzoeksinstellingen gepresenteerd.

Voor mij zat de klapper aan het einde want de laatste presentatie ging over hoe in het centrum van Tilburg een uitgebreid wifi netwerk tot stand is gekomen waarmee ook Eduroam niet alleen binnen onderwijsinstellingen beschikbaar is maar in Tilburg dus ook in het gehele centrum gebruikt kan worden. Misschien niet het meest spannende onderwerp maar het werd ontzettend leuk en bijna terloops gebracht door de presentator (wiens naam ik later toevoeg want ik ben hem schandelijk vergeten). Ik ben er van overtuigd dat hij zichzelf en alle moeite die dit project gekost moet hebben een beetje wegcijferde maar hij wist zijn project en de resultaten prachtig te verkopen. Ik  hoop dat de gemeente Deventer hem inhuurt om ons centrum te voorzien van wifi plus eduroam. Mij heeft hij overtuigd.

Voordat ik kon gaan spelen met de aanwezige 4G gadgets apparatuur moest ik helaas richting trein waarbij ik de hele reis terug vooral geconfronteerd werd met het sterke contrast tussen die mobiele ontwikkelingen en de huidige praktijk. En dan bedoel ik dat 4G en Eduroam geweldige ontwikkelingen zijn maar dat ik in de trein ruzie had met een onwerkbaar trage wifi en T-mobile pas ver buiten Utrecht enige vorm van mobiel internet kon realiseren op mijn telefoon.

4G klinkt voor mij in elk geval nog als science fiction ;)

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top