Netneutraliteit, of over de vrijheid van informatie

Het komt niet vaak voor dat ik een Kamerdebat op de voet volg maar afgelopen woensdag hield ik de (sociale) media wat beter in de gaten tijdens het debat over netneutraliteit. Aanleiding daarvoor waren de plannen van KPN begin mei om een heffing te gaan rekenen voor VOIP diensten via mobiel internet. Dat leidde tot veel boze reacties op het halve Nederlandse internet, zeker toen men pas wakker werd en realiseerde dat Vodafone al een tijd deze diensten blokkeert via haar netwerk.

Via een VVD voorstel, die wel open internet wil maar ook providers de gelegenheid wil geven om andere (hogere) prijskaartjes te hangen aan bepaalde mobiele internetdiensten, kwam het woensdag tot een treffen tussen VVD en de oppositie die vindt dat belasten, blokkeren en afknijpen van internetdiensten wettelijk verboden moet worden. In de tussentijd waren de ervaren principiele voordelen al breed in de media afgewogen tegen de verwachte economische nadelen (mobiel internet zou veel duurder worden voor iedereen als de oppositie haar zin zou krijgen).

Schokkend genoeg, voor mij tenminste, was de conclusie van het Kamerdebat dat de minister van Economische Zaken Verhagen het standpunt van de oppositie overnam. De netneutraliteit, het principe dat mobiele en vaste internetproviders geen websites, diensten of applicaties mogen blokkeren, afknijpen of belasten, wordt vastgelegd in de wet waarmee Nederland het tweede land ter wereld, na Chili, wordt die dit grondbeginsel wettelijk verankert.

Vrij en toegankelijk internet is ‘van groot belang’ voor de maatschappij, zei Verhagen. “Ik vind dat iedereen toegang moet kunnen krijgen tot alle informatie op het internet.”

Nou is dit geloof ik de eerste keer dat ik een mening deel met Verhagen maar zoals met alle principes zit de duivel in de details van de uitwerking ervan. Hoewel ik zeker wel vertrouwen heb in marktwerking en concurrentie, zijn er vele voorbeelden te vinden van hoe indirect wel degelijk belemmeringen geintroduceerd zijn in het verleden die bepaald niet denkbeeldig zijn voor de toekomst. Om even bij mobiel internet te blijven: slechts 2 jaar geleden nam ik een mobiel internet abonnement bij T-Mobile bij mijn telefoon, onbeperkt voor een tientje per maand. Vandaag de dag heb je bij de meeste mobiele providers een datalimiet van 1 of 2 GB per maand waarbij je echt niet hoeft te proberen om frequent gebruik te maken van al die mobiele internetdiensten die veel dataverkeer opleveren, zoals dus bijv. VOIP diensten, YouTube filmpjes kijken of Spotify muziek luisteren. Wat heb je aan vrije toegang tot deze diensten als je, door ze te gebruiken, jezelf indirect alsnog op kosten jaagt?

Hetzelfde geldt voor de kwaliteit van die dienstverlening. Leuk, dat onbeperkte internet van T-Mobile maar de snelheid was dermate laag dat wederom de hierboven genoemde diensten nauwelijks tot niet bruikbaar waren, om nog maar niet te spreken over de diverse locaties in Nederland waar ik niet eens een mobiele internetverbinding kon krijgen op mijn telefoon van T-Mobile. Mijn ervaringen met Vodafone zijn trouwens niet anders. Niets in het komende wetsvoorstel zal er voor zorgen dat al deze indirecte beperkingen ook bestreden gaan worden.Voor nu ben ik, ondanks mijn bedenkingen over de uitwerking ervan, toch blij dat er een principieel standpunt ingenomen is door de Kamer die zelfs tot wet verheven gaat worden. Een wet die, zoals alle wetten, aanzienlijk lastiger in de praktijk te handhaven zal zijn dan dat die op papier staat.

Informatie mag dan wel vrij willen zijn, aanbieders van data (verkeer) willen heel graag duur zijn en alle consumenten van die informatie zitten vooralsnog in de kloof daartussen.

 

@foto via Flickr

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top