Tweetweekoverzicht week 51 2017: Muziekdeals met YouTube en Facebook, Facebook transparency report, vrije toegang tot informatie, leenrecht voor ebooks, midterm review Wsob en tweede evaluatie Wvbp

vakblog tweetweekoverzicht
Elke week maak ik een tweetweekoverzicht waarin ik alsnog stil sta bij nieuws en interessante ontwikkelingen waar ik wel over getwitterd heb maar waar ik (nog) geen blogpost aan heb gewijd.

Universal tekent deals met YouTube en Facebook

Universal is één van de grootste platenmaatschappijen en heeft deze week kennelijk besloten iets voortvarender te handelen als het gaat om sociale netwerken en muziekrechten. Niet alleen sloten ze een deal met YouTube – voor zowel het vertonen van muziekvideo’s als voor de muziekstreamingdienst die YouTube naar verluidt in 2018 wil gaan lanceren – maar ook werd er een miljoenendeal met Facebook gesloten.

Deze deal maakt het mogelijk dat er muziek van artiesten van Universal kan worden gebruikt bij video’s die geupload worden door gebruikers maar ook hier gaan er geruchten over een muziekdienst die Facebook zou willen starten. Want we zitten echt allemaal te wachten op 18 muziekdiensten ….

Facebook en illegale content

In navolging van o.a. Google publiceerde Facebook afgelopen week ook hun eigen ‘transparency report‘ waarin gemeld wordt hoe ze met intellectueel eigendomsrechtclaims omgaan (in de periode januari t/m juni 2017). Behalve hun tools (o.a. Rights Manager) waarmee rechthebbenden hun claims kunnen doen gelden worden alle klachten en verzoeken behandeld door een apart team binnen Facebook.

Ook de getallen ontbreken niet: er blijken de eerste zes maanden van 2017 224.464 claims ingediend te zijn bij Facebook waarbij in ruim 68% van de gevallen content is verwijderd. Maar liefst 1,8 miljoen werken om precies te zijn. Voor Instagram gaat het om 70.008 claims en is in 64% van de gevallen de foto verwijderd (in totaal bijna 686 duizend foto’s).

Vrije toegang tot informatie

Ik ga er niet nog een keer zinloos lang over klagen maar echt beste mensen, ik kan met woorden bijna niet uitdrukken hoe tergend irritant ik het vind dat er door de Koninklijke Bibliotheek wel gecommuniceerd wordt over allerlei interessante rapporten, onderzoeken en presentaties maar dat die vervolgens ACHTER EEN INLOG worden gezet op metdekb.nl waar geïnteresseerden niet bij kunnen als ze niet mee mogen doen met de kb.

Als iets hartstikke vertrouwelijk is – en wees dan ook eens kritisch of dat echt zo is – deel het dan alleen via mail met betrokkenen. Als iets wel gedeeld kan worden, deel het dan lelijk woord verwijderd ook met iedereen die interesse zou kunnen hebben. Dat ik bibliothecarissen en informatiespecialisten moet uitleggen wat de toegevoegde waarde van een vrije toegang tot informatie is – ook al ligt dat organisatorisch of politiek gevoelig – is misschien nog wel erger dan het niet hebben van die toegang.

Oh en dank aan de ‘klokkenluiders’ die me het rapport hebben toegestuurd naar aanleiding van mijn tweet. Ik zal niet zo flauw zijn om het inhoudelijk te gaan bespreken aangezien ik meer geïnteresseerd ben in wat de KB (en VOB) gaan doen met de conclusies van dit onderzoek. Als iemand tenminste dit rapport uberhaupt gelezen heeft …

Wel of geen leenrecht voor ebooks?

Vorige week meldde de Vereniging Openbare Bibliotheken dat er in een vergadering met de Stichting Onderhandelingen Leenvergoedingen eerder deze maand geen besluit was gevallen over de hoogte van een leenrechtvergoeding voor ebooks.

Dat vond ik interessant want deze vergadering moest wel een uitwerking zijn van een ‘one copy one user’ model waarmee (in beginsel) alle ebooks uitgeleend zouden kunnen worden mits daar een leenvergoeding voor auteurs tegenover zou staan. Dit staat haaks op het huidige model waarbij exemplaren meerdere/vele malen uitgeleend kunnen worden als onderdeel van een (licentie)overeenkomst met uitgevers, maar vloeit voort uit de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 10 november 2016 die de ‘mogelijkheden’ schetst van het kunnen uitlenen van ebooks door bibliotheken.

Ook Bibliotheekblad dook dieper in de materie en vroeg de manager van de Stichting Leenrecht om toelichting. Hieruit blijkt dat dat de partijen begin maart 2018 weer bij elkaar komen om eerst nog de vraag te beantwoorden of het uberhaupt wel nodig en wenselijk is om het one copy one user model verder uit te werken. Zowel de Stichting Leenrecht als de KB en VOB blijken namelijk de voorkeur te geven aan het huidige model hoewel de VOB toch graag een leenrechttarief voor ebooks wil vaststellen en de partijen daarom nog steeds met elkaar om tafel zitten.

Auteurs en uitgevers hebben op basis van het huidige one copy multiple users model een voorstel gedaan aan het ministerie van OCW en de KB voor het beschikbaar maken van ebooks voor uitlening. OCW heeft de reactie op dit voorstel opgenomen in de midterm review van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen.

Midterm review Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen

De midterm review – tussenrapportage in goed Engels :P – van de bibliotheekwet kwam inderdaad nog voor de feestdagen. Minister Van Engelshoven informeerde zowel de Eerste als de Tweede Kamer over de stand van zaken en ging hierbij in op diverse ontwikkelingen.

Bibliotheekblad heeft een prima samenvatting geschreven en gaat ook in op de punten die mij opvielen. Zo behandelt de minister de ontwikkeling van teruglopende uitleningen bij de bibliotheken in combinatie met de Bibliotheek op school programma’s bij schoolbibliotheken. Hierdoor komen er minder leenrechtvergoedingen terecht bij (jeugdboeken)auteurs en dat leidde al tot een oproep van (o.a.) de Auteursbond om de wettelijke uitzondering die schoolbibliotheken hebben op het hoeven betalen van leenrechtvergoedingen, af te schaffen.

Wat ik, voor de goede orde, een onzinnige, onrealistische en ineffectieve maatregel zou vinden.

 

De minister concludeert echter dat de terugloop in leenrechtvergoedingen voor het grootste deel worden verklaard door de afname in uitleningen die sowieso al sinds 1990 in gang is gezet. Dat daardoor de inkomsten van auteurs dalen vindt de minister aansluiten bij het algemene beeld van de arbeidsmarktpositie in de culturele sector (het wordt ‘simpelweg’ lastiger om een goede boterham te verdienen als auteur). Met betrekking tot de schoolbibliotheken stuurt de minister aan op een verdere uitrol van dBos waarbij de uitgeleende exemplaren eigendom zijn van de bibliotheek en daarmee leenrechtplichtig zijn. Betere registratie van die uitleningen zou effectiever zijn dan het schrappen van de onderwijsvrijstelling in de Auteurswet.

Vanzelfsprekend gaat de minister ook in op het leenrecht voor ebooks en het voorstel dat door auteurs en uitgevers is gedaan.

Het één-op-één in de praktijk doorvoeren van de uitspraak van het Europese Hof zou een stap terug betekenen. Auteurs en uitgevers verkennen daarom met de KB de mogelijkheid het huidige systeem te verbeteren.[..] De volgende lijnen tekenen zich hierbij af:

• De te maken afspraken zijn in eerste instantie gericht op het segment Algemeen boek en de Nederlandse auteur;
• E-books komen zoveel mogelijk na een nog nader te bepalen ‘window’ beschikbaar voor uitlening via de openbare bibliotheek;
• Uitgevers en auteurs komen een verdeling van de uitleenvergoeding overeen, bijvoorbeeld uitgedrukt in percentages;
• Auteurs krijgen periodiek inzicht in de uitleencijfers van e-books;
• De repartitie van de vergoeding aan de auteurs wordt via de KB uitgevoerd door de Stichting Literaire rechten auteurs (Lira) en Pictoright.

Dit betekent mijns inziens het beste van twee werelden. Bibliotheken en uitgevers willen afspraken maken over het beschikbaar maken van (alle) ebooks waarbij er een embargoperiode gaat gelden waarna de titels beschikbaar komen voor het uitlenen. De vergoedingen die betaald worden aan uitgevers vloeit nu ook door naar de auteurs en de auteurs krijgen inzage in hoe hun titels geleend worden (zoals dat nu ook voor papieren exemplaren geldt). Op basis van die uitleningen wordt de geïnde uitleenvergoeding verdeeld onder de auteurs.

En het mooiste van alles is dat het niet nodig is om naar een one copy one user model over te stappen terwijl er dan toch eindelijk actuele titels bij gaan komen (afhankelijk van hoe lang die embargoperiode gaat zijn). Klinkt goed!

Tweede evaluatie Wet op de vaste boekenprijs

Elke vier jaar dient door de verantwoordelijke minister van OCW aan de Tweede Kamer verslag te worden gedaan over de werking van de Wet op de vaste boekenprijs. Heeft de wet nog steeds het beoogde effect en wat is de impact ervan op de markt?

In februari 2015 vond de tweede evaluatie van de wet plaats en konden partijen de voor- en nadelen presenteren om de wet in stand te laten. Minister Bussemaker vroeg de Raad voor Cultuur een onderzoek uit te voeren en volgde uiteindelijk haar evaluatie (PDF) het advies van de Raad voor Cultuur op om onder een aantal voorwaarden de Wet op de vaste boekenprijs te verlengen met nog eens vier jaar.

De voorwaarden waren dat er een onderzoek moest komen naar de interne kruissubsidiëring bij uitgevers en boekhandels tussen courante en minder courante titels. Het onderzoek moet zorgen voor een betere empirische onderbouwing van de beoogde effecten van de vbp. Daarnaast moesten de belanghebbenden in het boekenvak, de Koninklijke Vereniging voor het Boekenvak (KVB), het Nederlands Letterenfonds, de Groep Algemene Uitgevers, de Koninklijke Boekverkopersbond en de CPNB, samen gaan werken aan innovatie en versterken de kennis over de ontwikkelingen in het boekenvak.

Tot slot moesten de effecten gemeten en geregistreerd worden in een expertise/innovatiecentrum dat door de KVB zou worden opgezet.

Afgelopen vrijdag stuurde minister Van Engelshoven een tussentijdse rapportage over de wet op de vaste boekenprijs naar de Tweede Kamer. Hier gaat ze in op de resultaten van het onderzoek naar de kruissubsidies (inkomsten van goed verkopende titels financieren de beschikbaarheid van minder goed of slecht verkopende titels) en de werking van KVB Boekwerk, het opgerichte kennis- en innovatieplatform. Ze concludeert: Naar mijn oordeel heeft het onderzoek van SEO aangetoond dat voor een pluriform boekenaanbod kruissubsidies van groot belang zijn en de financiële ruimte hiervoor zal ontbreken indien door de introductie van prijsconcurrentie de inkomsten uit bestsellers niet langer beschikbaar zijn. Met de continuering van de Wet is daarmee het algemeen belang gediend.

Oftewel, het lijkt er op dat de Wet op de vaste boekenprijs voorlopig nog niet gaat verdwijnen.

En verder nog …

Dat mag echt niet he? Foei Whatsapp!

Geen New Media Consortium meer. Dus ook geen Horizon reports meer die de technologische ontwikkelingen in het onderwijs zo mooi duiden.

Ik haalde mijn examen Contractmanagement.

Dutch Filmworks gaat onverdroten verder met de jacht op downloaders van illegale versies van hun films en kondigde afgelopen week aan met schikkingsvoorstellen te gaan werken van 150 euro. Wat toegegeven geen belachelijk bedrag is voor een inbreuk maar dat is een schrale troost als ze je er eentje sturen en je geen idee hebt wie zo’n film gedownload heeft. Er wordt mij wat te gemakkelijk omgegaan met de vele onvolkomenheden van downloaders traceren op basis van een IP-adres.

#

De definitie van een boek (volgens de Wet op de vaste boekenprijs)

Een boek is een boek zou je zeggen. Toch wilden boekwinkels vorig jaar een uitgebreidere definitie van een boek in de Wet op de vaste boekenprijs opgenomen hebben om de gecombineerde verkoop van een papieren boek en ebook (of app) mogelijk te maken. Per 1 juli 2016 is deze wettelijke definitie van een boek dan ook aangepast.

Wet op de vaste boekenprijs

Nederland kent sinds 1923 een regeling voor een vaste boekenprijs die tot 2005 gebaseerd was op onderlinge afspraken tussen de betrokken partijen uit de boekenbranche. Dit ‘Reglement Handelsverkeer’ werd in 2005 omgezet in de Wet op de vaste boekenprijs (Wvbp). Deze wet voorkomt prijsconcurrentie met de doelstelling om daarmee een brede beschikbaarheid en een divers aanbod van boeken te bevorderen. Het achterliggende idee – en veel gebruikt voorbeeld – is dat de (zeer) winstgevende boeken het uitgeven van de (veel) minder winstgevende titels mogelijk maakt.

De Wet op de vaste boekenprijs geldt specifiek en alleen voor: een werk dat tekst bevat die vrijwel uitsluitend is gesteld in de Nederlandse of Friese taal, voorzien is van een titel, bestaat uit papieren bladzijden, al dan niet vergezeld van ondersteunende informatiedragers, en wordt uitgegeven in een oplage van meerdere exemplaren die voor verkoop aan eindafnemers zijn bestemd (…).

Vooral het ‘bestaan uit papieren bladzijden’ is belangrijk hier want het betekent niet alleen dat ebooks uitgezonderd zijn – waardoor er dus wel op prijs geconcurreerd kan worden voor de digitale boeken – maar ook dat uitgevers en boekwinkels in een lastige positie komen als ze iets meer willen doen met een boek dan alleen de papieren versie verkopen.

De afgelopen jaren zijn er steeds vaker boeken uitgegeven waar bijvoorbeeld een app bij zit of waar een website bij hoort – al dan niet afgeschermd met een code – met ondersteunende materialen. En ook al zouden uitgevers en boekwinkels misschien wel papieren boeken willen verkopen waar je ook de digitale versie gratis bij krijgt, dankzij de definitie van het begrip boek in de wet kunnen ze dit niet makkelijk doen.

Evaluatie van de wet op de vaste boekenprijs

Elke vier jaar dient door de minister van OCW aan de Tweede Kamer verslag te worden gedaan over de werking van de Wet op de vaste boekenprijs. Die vond begin vorig jaar plaats aan de hand van o.a. een zelfevaluatie van het Commissariaat voor de Media (CvdM) die toeziet op de handhaving van de Wvbp, een evaluatie van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak (KVB) en een advies van de Raad van Cultuur.

De minister volgde in haar evaluatie (PDF) het advies van de Raad voor Cultuur op om onder een aantal voorwaarden de Wet op de vaste boekenprijs te verlengen met nog eens vier jaar. In een eerder artikel schreef ik uitgebreider over die verschillende randvoorwaarden en eisen die de minister aan het boekenvak stelt.

De definitie van een boek

De Koninklijke Vereniging van het Boekenvak stelde in hun eigen evaluatie ook een wijziging van de wettelijke definitie van het begrip boek voor, teneinde de gelijktijdige verkoop van (een) papieren boek(en) en nauw gerelateerde elektronische diensten mogelijk te maken.

De huidige definitie van het begrip boek stamt uit een tijd waarin digitalisering nog in de kinderschoenen stond en cd-roms werden ingezet als ondersteunende informatiedragers. Tegenwoordig wordt digitale informatie steeds minder op fysieke informatiedragers vastgelegd. Bovendien is deze informatie niet altijd meer louter ondersteunend, zoals in het geval van een digitale versie van een roman. De wettelijke definitie is niet toegesneden op de koppeling van een papieren boek met een elektronische dienst. Hierdoor worden uitgevers ervan weerhouden om nieuwe uitgeefvormen te ontwikkelen, terwijl hier wel vraag naar is. Digitale verrijkingen kunnen namelijk voor de consument de gebruiks- en belevingswaarde van een papieren boek sterk verhogen. Deze afremming van de ontwikkeling van nieuwe uitgeefvormen van het papieren boek is, gelet op het belang van de consument, onwenselijk. (bron, PDF)

Het heeft eventjes geduurd maar de definitie, zoals die in artikel 1b Wvbp 2015 stond, is per 1 juli 2016 uitgebreid naar: “een werk dat tekst bevat die vrijwel uitsluitend is gesteld in de Nederlandse of Friese taal, voorzien is van een titel, bestaat uit papieren bladzijden, al dan niet vergezeld van gerelateerde elektronische diensten of ondersteunende informatiedragers, en wordt uitgegeven in een oplage van meerdere exemplaren die voor verkoop aan eindafnemers zijn bestemd (…)”

En met deze vier woorden vallen combinaties van papieren boeken en daaraan gerelateerde elektronische diensten dus onder de wettelijke definitie van een boek.

Welke elektronische diensten?

Zo’n elektronische dienst kan van alles zijn. Luisterversies van het boek bijvoorbeeld, bijbehorende apps en natuurlijk ebookversies die middels een downloadcode in het boek zelf verkrijgbaar zijn. De belangrijkste voorwaarde is echter dat de elektronische dienst inhoudelijk nauw gerelateerd is aan het boek en het boek het hoofdproduct vormt. Een downloadcode in het papieren boek om het ebook te kunnen downloaden is toegestaan, een downloadcode om in iTunes de film te kunnen downloaden die naar aanleiding van het boek is gemaakt is dat echter niet.

De wetswijziging is expliciet niet bedoeld om ebooks onder de vaste boekenprijs te laten vallen. In het Tweede Kamerstuk van februari 2015 wordt de verwachting uitgesproken dat er geen substitutie zal plaatsvinden (dat de combinatieverkoop niet leidt tot mindere verkoop van losse ebooks) en dat ieder ebook dat in combinatie met een fysiek boek verkrijgbaar is, ook afzonderlijk beschikbaar zal zijn.

Het Commissariaat voor de Media is verantwoordelijk voor het toezien op de correcte naleving van de Wvbp. In een toelichting (PDF) geeft het Commissariaat alvast wat richtlijnen mee ten aanzien van het gebruik van dergelijke downloadcodes in papieren boeken:

Om een gelijk speelveld voor boekverkopers te waarborgen acht het Commissariaat het van belang dat als de uitgever een bepaald boek voorziet van bijvoorbeeld een downloadcode voor een elektronische dienst, hij alle exemplaren van deze editie van dit boek voorziet van deze downloadcode. Het is niet de bedoeling dat van een(zelfde) boek zowel een versie met als een versie zonder een downloadcode voor een elektronische dienst op de markt wordt gebracht. Eindafnemers dienen met de aankoop van dezelfde editie van het boek, ongeacht de verkoper waarbij zij dit boek kopen, toegang te krijgen tot dezelfde elektronische dienst(en). Als een uitgever een boek wil voorzien van verschillende downloadcodes die recht geven op verschillende elektronische diensten, dan dient hij dus verschillende edities van dit boek op de markt te brengen en bij het Commissariaat te melden.

Voorheen moesten alle combinaties van papieren boeken en informatiedragers of elektronische diensten aangevraagd worden bij het Commissariaat en gold dit slechts voor een korte en afgebakende periode, nu hoeft dit alleen nog maar als er verschillende edities van dat boek in combinatie met verschillende bijbehorende elektronische diensten uitgegeven worden.

Twee (of drie) voor de prijs van één?

Dankzij vier nieuwe woorden in een wet ontstaan er dus nieuwe mogelijkheden voor uitgevers en boekverkopers. Deze kunnen interessant zijn voor zowel kopers van papieren boeken – die extra versies erbij kunnen krijgen – als degenen die liever de digitale editie lezen maar bijvoorbeeld het papieren boek cadeau willen doen aan een ander.

Of het ook zo positief gaat uitpakken zullen we de komende jaren gaan zien. Hoe groot wordt het aanbod van combi-titels? Gaan uitgevers dan niet de prijzen verhogen voor nieuwe titels waar je een luisterversie of ebook bij krijgt? Veel mensen lezen ebooks juist omdat ze vaak veel goedkoper zijn en hoe aantrekkelijk is het dan om ook het papieren boek ‘erbij’ te kopen?

Hoe dan ook, zelf hoop ik dat veel uitgevers deze kans aangrijpen om hun titels extra te promoten. Er zullen maar zeer weinig mensen zijn die twee keer willen betalen voor zowel de papieren als digitale editie van dezelfde titel en daarnee is het financiële risico beperkt. Aan de andere kant zullen juist zeer veel mensen het als een koopje zien dat er een luisterversie of ebookversie ‘gratis’ wordt toegevoegd aan een papieren boek en wellicht sneller een aankoop overwegen.

Een win-winsituatie. Toch?

En ja, ik zie ook wel nadelen hoor. Gaan bij tweedehands doorverkopen van boeken de downloadcodes nog wel werken en wordt hiermee niet dat doorverkopen ontmoedigd? Welke gegevens worden vastgelegd in de watermerk DRM van ebooks bij gebrek aan transactiegegevens? En hoe omslachtig wordt dat downloaden van die andere versies? Maar laat ik met optimisme beginnen …

#

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top